Ui

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken of bijvoorbeeld zaden van uien in een niet-Nederlandstalige webwinkel zoeken:

  • Synoniem:            Ajuin, Juin, Siepel
  • Latijnse naam:   Allium cepa
  • Engelse naam:   Onion
  • Duitse naam:     Zwiebel
  • Franse naam:     Oignon

 

Eigenlijk is een ui tweejarig: in het eerste jaar wordt de eetbare bol gemaakt, in het tweede jaar verschijnt de bloemstengel en sterft ze af. De bol bestaat eigenlijk uit een aantal verdikte bladeren waarin reservevoedsel ligt opgeslagen, de buitenste dikke ‘bladeren’ verdrogen en beschermen de kern onder andere tegen kou, droogte, etc.. Je kunt de ui (bol) eten maar het blad is ook eetbaar, het smaakt fris en ui/lenteui-achtig.

Op de bovenste foto zie je een mengsel van uien, van Walla Walla Sweet en rode Red Baron tot Lungo di Firenze, Sturon, etc.

De ui behoort tot de groep Alliacea (de uiengroep). Andere soorten die daartoe behoren zijn bijvoorbeeld sjalotten, knoflook, sieruien, bieslook, prei, etc..

De bekendste uien zijn de gele ronde uien; in die groep bevinden zich een aantal rassen die het langst houdbaar zijn. Er zijn echter ook nog andere soorten zoals zoete witte uien, rode uien, platte uien, reuzeuien, winteruien, etc..

Rode uien

 

TEELTWIJZEN / RASSEN

Bij uien zijn er een aantal mogelijkheden:

Je kunt zelf plantuien kweken

Mijn vader deed dat vroeger: zelf uitjes zaaien om te overwinteren om het jaar erop uit te planten voor de teelt van een ui. Je doet er dan dus 2 jaar over om uien te kunnen oogsten. Zelf hebben we het één keer geprobeerd; alles schoot in mei al door. In het eerste jaar zaai je deze uitjes, dicht op elkaar om te zorgen dat ze klein blijven. De in juli geoogste uitjes moeten vervolgens tot maart het volgende jaar koel (rond de 3-4 graden) worden bewaard, waarna ze kunnen worden uitgeplant als plantuitje. Het is dus tijdrovend en moeilijk, en dat terwijl er bedrijven zijn die deel één al voor je hebben gedaan. Er zijn tegenwoordig heel veel leuke rassen als plantui te koop en dat is echt een stuk makkelijker.

 

Je kunt plantuien planten

Dit is de gemakkelijkste teelt. Wij hebben voor de grote oogst uien altijd plantuien (er zijn de laatste jaren zelfs supermarkten die ze verkopen). Zelf kopen we ook wel eens plantuitjes op de markt (bij de meneer die ook aardappelen verkoopt, of bij een goede zaadhandel, of in een tuincentrum. Ons favoriete ras is Sturon; mooi rond, hard, en we kunnen de uien (mits droog en koel) wel tot maart van het jaar erop bewaren.

Wij kopen dus eigenlijk alleen uien in mei en juni, de rest van het jaar eten we uien uit onze tuin of uit de voorraad die we in de schuur bewaren. Naast de gele plantui (ook Centurion En Stuttgarter zijn goede rassen). Daarnaast zijn er rode plantuitjes van rassen als Red Baron en Piroska. Rode uien zijn wat minder lang bewaarbaar als gele uien (maar wel minstens zo lekker, je moet alleen zorgen dat ze voor ongeveer februari op zijn omdat ze dan zacht worden).

Jonge plantuitjes lopen uit

 

Je kunt uien zaaien voor de eenjarige teelt

Naast de plantuitjes voor de grote oogst hebben we ook altijd nog wat zaaiuitjes. Voor de meer bijzondere soorten. Deze uien kun je in het eerste jaar zaaien maar dus ook al in het eerste jaar als volwaardige ui oogsten. De teelt duurt dus 1 jaar, en niet zoals bij de teelt van plantuitjes 2 jaar!

Je kunt deze zaaienuien ter plaatse zaaien of voorzaaien en later uitplanten. Als je ze wilt voorzaaien doe dat dan wel op een zo licht en koel mogelijke plaats (bijvoorbeeld in de kas in februari of  op een onverwarmde slaapkamer in het raamkozijn). De kiemduur is vrij lang, zo’n 3-4 weken, afhankelijk van de temperatuur.

Uiteraard kun je ook ter plaatse zaaien en later uitdunnen. Zelf zaai ik graag buiten (uien kunnen heel goed tegen kou) maar dan in een soort zaaibedje; een afgebakend stukje waar de zaden kunnen kiemen. Later plant ik de zaailingen dan alsnog uit in een rij. Het voordeel hiervan is dat ik de ui-zaailingen dan gelijk op de goede afstand van elkaar kan uitplanten.

 

Bij het voorzaaien in een zaaibed planten we zo rond eind maart de dan ongeveer 10 centimeter grote sprietjes uit, op een afstand van  10-15 centimeter (afhankelijk van het ras). In zaai-uien heb je uiteraard een veel grotere keus aan rassen: gele rassen als Noord-Hollandse, Rijnsburger, Hyskin F1, en rode rassen als Brunswijker en Lange Rode van Florence.

Maar er zijn ook “reuzenuien” als bijvoorbeeld Giant Exhibition, Kelsae en Ailsa Craig (foto hieronder, uiteindelijk ruim 20 centimeter lang en 12 centimeter breed!); heel groot, witgeel, niet sterk maar juist zacht en wat zoeter van smaak. Haar nadeel is dat ze niet lang houdbaar is, maar de teelt is wel erg leuk en je kunt ze na het oogsten nog wel een maand of 2 tot 3 bewaren. Reuzenuien hebben in de rij uiteraard wat meer ruimte nodig om goed groot uit te kunnen groeien.

 

En dan zijn er nog een aantal andere leuke soorten/rassen zoals: Albion (wit), Borettana (platte gele ui, leuk maar door de vorm erg lastig om te snijden, vinden wij), etc. Kijk vooral in catalogi en in zadenwebshops welke leuke en bijzondere rassen er zijn. Soms kun je zelfs een mengsel van zaaiuien (groot, klein, wit, geel, rood, roze, rond, langwerpig) kopen.

 

Winterui

Deze zie je wat minder vaak maar het is toch leuk om eens te proberen: het zijn uien die je juist in de nazomer zaait of plant en dan kunnen ze de hele winter buiten blijven staan. Na de winter groeien ze heel snel en leveren dus al heel vroeg een leuke oogst op. Bescherm de uitjes bij vorst wel met wat stro, blad, etc. Geschikte rassen zijn Senshyu Yellow en Radar.

 

Inmaakui

Wie van zilveruitjes houdt, kan dit eens proberen. Zelf hebben we dat een aantal jaren al niet meer gedaan. Wat een werk voor deze zilveruitjes (hoe kunnen deze uitjes zo goedkoop zijn als je ze in pot koopt vraag ik me af 🙂 ). Je zaait ze in het voorjaar, direct in de volle grond, heel dicht op elkaar, in rijtjes of breedwerpig. Zelf hebben we beide methodes geprobeerd en vinden in rijtjes zaaien handiger (breedwerpig zaaien zorgt ervoor dat er veel onkruid tussen de kiemende uitjes groeien en dat is lastig wieden). Wellicht is dit in een achtertuin veel makkelijk want daar groeit normaal gesproken minder onkruid dan op een volkstuin. Bij het zaaien in rijtjes kun je wat makkelijker het onkruid dat buiten de rij groeit weghalen. Je kunt rond de zomer alle kleine (bijna groenwitte) uitjes oogsten.

Wel erg leuk om te doen, zeker met kinderen, en dan natuurlijk ook zelf inmaken in zoetzuur (maar je kunt ze uiteraard ook gewoon eten). Het bekendste ras is Barletta.

Zilveruitjes

 

Bosui

Dit is een vroeg uitje dat je jong en vers eet, ook het blad is erg lekker. Het blad is ook steviger en de uitjes zijn extra pittig van smaak. Je kunt ze voorzaaien maar deze soort zaaien wij zelf graag ter plaatse, in rijen.

Het doet me denken aan stengeluitjes, maar stengeluitjes behoren niet tot de Allium cepa maar tot de Allium fistulosum, en daarom heeft de stengelui ook een eigen hoofdstuk, zie hier.

Als je iets te dicht op elkaar hebt gezaaid kun je de dikste bosuitjes tussen de andere uit oogsten en eten, de rest kan dan weer doorgroeien. Bekende rassen zijn Elody, Witte van Lissabon, Southport Red Globe.

 

BODEM / BEMESTING

Uien groeit op elke soort gronden, mits die een goede structuur heeft. Uien hebben een hekel aan kletsnatte grond (ze willen wel veel water maar dat water mag niet blijven ‘staan’). Zelf werken we compost onder in de winter zodat de structuur elk jaar weer wat verbetert. Geef vooral geen verse (stal)mest.

Wij geven in het voorjaar bij het uitplanten een matige hoeveelheid samengestelde organische meststof voor de moestuin (zoals bijvoorbeeld de groene Culterra). En tijdens de groeiperiode geven we (zo rond mei)  nog wat kali (voor de groei van de bol). Dat geven we dan aan uien, sjalotten, knoflook, bieten, wortelen, aardperen, pastinaken, aardappelen, etc. – alles waar we de ondergrondse bol/knol van eten.

Geef vooral niet teveel stikstof want dat geeft veel lof maar weinig ui.

Uien horen in de vruchtwisseling in het vak van de wortelgewassen.

 

STANDPLAATS

De vruchtwisseling bij de lookfamilie is 1 op 4 tot 6 jaar, om aantasting door aaltjes en schimmels te voorkomen.

Bedenk daarbij dat sjalotten, knoflook, stengelui, maar bijvoorbeeld ook prei tot die groep behoort. Prei behoort niet tot de wortelgewassen maar tot de bladgewassen, en dat maakt de vruchtwisseling wat ingewikkeld.

De combinatieteelt van uien en worteltjes (dus naast elke rij worteltjes een rij uien, etc.) is heel bekend en wordt aanbevolen omdat 2 vaak voorkomende ‘belagers’ elkaar verjagen: de wortelvlieg en de uienvlieg verdrijven elkaar. Wij denken daar niet eens meer over na, standaard zaaien/planten we uien en wortelen ombeurten:

 

ZAAI- EN PLANTABEL 

Ui tabel

 

VERZORGING

De geur van uien trekt de uienvlieg aan. Regelmatig wieden is uiteraard belangrijk zodat de uien kunnen groeien en de voedingsstoffen op kunnen nemen die je hebt gegeven. Doe dit dan wel voorzichtig zodat je de ui en het oppervlakkige wortelstelsel niet beschadigt en de uienvlieg niet wordt gelokt.

Zelf hebben we ondervonden dat water geven heel belangrijk is. Vroeger dachten we dat uien niet zo veel water nodig hadden, maar dat hebben ze juist wel. Omdat ze oppervlakkig groeien en wortelen hebben ze snel last van droogte. Maar dat zie je nooit aan een ui, ze wordt niet slap of zo, ze groeit alleen minder goed. Regelmatig gieten bij droogte zorgt voor extra grote uien is onze ervaring. Pas daar wel bij op: uien houden er dus niet van om in kletsnat water te blijven ‘staan’.

Heel soms gebeurt het wel dat een ui al in het eerste jaar doorschiet en wil gaan bloeien; sommige rassen zijn daar wat meer of minder gevoelig voor, en vaak heeft het ook te maken met sterke wisselingen in droge en natte periode en met temperatuurwisselingen.

 

Aan de temperatuur kun je niet veel doen maar geef dus vooral water in droge en warme perioden. Als een ui toch door gaat schieten zie je dat snel (foto hierboven): in het midden van het loof komt een sterk verdikt en hard stengeltje met een bloem in knop (in de vorm van een wit ‘vlammetje’). Haal direct het bloempje in de knop eruit; je kunt de ui dan gewoon laten staan en laten groeien, als de plant haar energie niet meer kan stoppen in de bloei en vorming van zaden zal ze die weer gebruiken voor de groei van de bol.

Overigens kun je ook die uien die beginnen door te schieten ook gewoon oogsten. Verse uien zijn heel sappig, extra sterk en ook het nog mooie groene loof kun je dan eten. Sterker nog, die bloeistengel kun je ook eten (niet alleen van uien maar ook van knoflook, prei, etc.). Knip of nijp de aanstaande bloeistengel zo diep mogelijk in de plant weg, snijdt het bovenste stuk met bloem weg en de groene stengels kun je dan gebruiken in bijvoorbeeld roerbak of stoofschotel.

En tot slot: laat, als uien doorschieten, ook eens 1 of 2 planten in bloei komen. Niet alleen zijn uienbloemen heel mooi maar ze lokken ook nog eens heel veel bijen en hommels naar de tuin:

 

OOGST / BEWAREN

Op een gegeven moment valt het loof van de ui vanzelf om en gaat daarna verdrogen, zie de foto hieronder. Je kunt ze dan een beetje helpen door ze allemaal dezelfde kant op te duwen. Je zult zien dat de uien dan heel gemakkelijk een knik maken, net boven de bol.

 

Laat de uien zo een week of 2 tot 3 liggen (afsterven). En dan is het tijd om te oogsten.

Bij het planten begin maart valt de oogst normaal gesproken in juli. Je oogst de uien heel gemakkelijk door ze uit de grond te trekken. Zo ondiep wortelen ze dus ook blijkbaar.  Als er zachte uien tussen zitten gooi je die gelijk weg.

De goede uien spreidt je uit op een warme en goed geventileerde plaats (als het de eerstvolgende dagen niet gaat regenen kun je ze dus gewoon op de grond laten liggen zoals op de foto hieronder). Als de grond nat is of wanneer er nog wat regen wordt voorspeld leg je ze bij voorkeur op een droge ondergrond (op een stuk gaas of op kratjes of iets dergelijks, zodat de lucht/wind er goed langs kan circuleren/waaien.

 

Zelf vinden we het ook prettig om een aantal uien gelijk al bij elkaar te binden aan het loof en de bosjes dan onder een afdakje te hangen. Maar je kunt ze ook bijvoorbeeld op een kistje leggen……als ze maar goed kunnen drogen.

 

Afhankelijk van plaats en weer zijn de uien na 3-4 weken mooi droog. Zelf maken we ze dan ‘bewaarklaar’: het overtollig verdroogd lof wrijven we eraf, de worteltjes knippen we eraf en het verdorde blad knippen we eraf (niet te dicht bij de ui zelf!).

Daarna gaan ze hier in een kist (we controleren nog een paar keer of alles goed blijft – een geschimmelde rottende ui kan andere uien aansteken).

Op de foto hieronder zie je hoe we ze in verschillende kratjes bewaren (rode uien apart, gele uien apart, sjalotten apart en de niet-bewaaruien apart want die moeten voor december op zijn). Op de foto met hulp 🙂 .

 

En hier bewaren we ze in de schuur: een graadje vorst is geen probleem maar als er echt een serieuze vorstperiode komt leggen we er jute zakken op, en bij stevige vorst brengen we de uien naar zolder (koud maar vorstvrij). Zo zijn de uien hier tot in de lente van het volgende jaar te bewaren.

Bedenk daarbij dat een ui leeft: als je ze warm bewaart zullen ze weer uit hun rust komen en gaan ademen. Dan lopen de uien uit (omdat ze weer willen gaan groeien). Daarom bewaren we altijd de uien dus koel en donker in de schuur – we halen eens per zoveel tijd 1 of 2 kilo naar binnen voor gebruik, maar dus niet teveel want de kans op zacht worden en uitlopen, etc. is dan groot.

Daarom lopen uien in het voorjaar dus ook wel uit: ook in de schuur loopt de temperatuur dan op waardoor de uien weer tot leven komen. Zorg dus altijd voor een zo koel mogelijke bewaarplaats (en hoop op een normaal – niet te warm voorjaar).

 

ZAADTEELT

Ik heb zelf één keer zaden van uien geoogst, van de Walla Walla Sweet. Voor zover ik kon zien stonden er verder nergens uien in bloei. Dat moet echter toch het geval zijn geweest, misschien wel 200 meter verderop of zo, want het zaaien in het jaar erop ging heel goed, maar in juni zag ik wel dat ze heel veel verschillende kinderen had gekregen. Er zaten kleinere en grotere uien tussen, gele, bijna witte, roze, rood, sommige zelfs met een extra ‘lob’ zoals bij sjalotten, sommigen heel goed bewaarbaar, sommigen juist niet, sommigen zoet, sommigen scherp. In ieder geval heel leuk om eens te doen!! Het jaar erop heb ik nogmaals zaden geoogst, van het mengsel van uien. En daaruit kwamen helaas slechte uien: klein, snel doorschieten, veel blad en weinig bol, een beetje vreemd, bijna als een kruising tussen uien en stengeluien. Bij die generatie is mijn projectje gelijk gesneuveld 🙂 .

Alle uien in dit hoofdstuk kunnen met elkaar kruisen, en uien kruisen ook met sjalotten (die echter zelden of nooit bloeien) en soms ook met de stengelui. Zorg dus er dus voor dat je geen zaden teelt van meerdere rassen of sjalot of stengelui. Of misschien juist wel, als je wat omhoog op deze pagina kijkt naar de foto van mijn leuke mengsel bovenaan deze pagina). Uien kruisen trouwens niet met knoflook of prei.

Kies bij de oogst een paar uien uit die gezond en groot zijn en bewaar die droog, donker en koel. In maart plant je ze op 30 centimeter weer uit zodat ze weer tot leven komen, uitlopen en gaan groeien. Ze bloeit dan in de vroege zomer, en vanaf ongeveer augustus worden de blootliggende zaden droog en zwart en zijn ze klaar om te oogsten.

Snijd dan de schermen af en leg ze een paar dagen te drogen. Oogst en schoon de zaden. Bewaar de zaden koel en droog, en zelfs dan nog zijn uienzaden slechts 1 jaar te bewaren (heel soms nog voor een deel na 2 jaar).

 

Op deze pagina vind je informatie over het zaaien, planten, verzorgen en oogsten van palmkool

 

Tot slot: kijk vooral nog even op de Receptenpagina voor recepten met sjalotten (of andere groenten, fruit of kruiden) of op de pagina met Inmaakrecepten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.