Bladkool

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken of bijvoorbeeld zaden van bladkool in een niet-Nederlandstalige webwinkel:

  • Latijnse naam:   Brassica oleracea var. acephala
  • Engelse naam:   Kale
  • Duitse naam:     Kohl, Grünkohl
  • Franse naam:     Chou

Dit is een pagina met wat informatie over bladkoolsoorten die niet onder boerenkool of palmkool valt. Want eigenlijk zijn palmkool en boerenkool natuurlijk ook bladkoolsoorten (want je eet het blad).

Er zijn de laatste jaren heel veel nieuwe bladkoolrassen ontwikkeld, en tegelijkertijd zijn er ook oude rassen weer in ere hersteld. De informatie op deze pagina is voor een groot deel identiek aan die van de pagina van palmkool. Maar omdat er zoveel nieuwe rassen zijn wil ik die hier in ieder geval graag noemen.

De Latijnse naam van alle bladkolen begint met Brassica oleracea (en dat betekent niets anders dan ‘eetbare kool’). Achter deze naam krijgt palmkool bijvoorbeeld nog de aanvulling palmifolia (en dat verwijst ongetwijfeld naar de bijna palmvormige groei van het blad), en boerenkool krijgt de aanvulling laciniata’ (wat ‘diep ingesneden’betekent. De bladkolen die je op deze pagina ziet zijn allemaal vergelijkbare koolsoorten: je oogst en eet de bladeren. Alle soorten (rassen) kunnen op z’n minst wat kou/vorst verdragen.

Wij telen sinds een paar jaar af en toe eens zo´n nieuw ras. Soms met veel succes, soms valt het tegen. Maar het is leuk, want altijd een verrassing (zowel in kleur, vorm, hoogte, smaak, etc.).

Bladkool is vrij gemakkelijk te telen, de planten worden niet snel ziek, ze kunnen allemaal wel wat kou verdragen, en je kunt ze over een langere periode zaaien (en dus ook oogsten).

Een voorbeeld van zo’n nieuwe soort die we eens probeerden:

Dit is bladkool Emerald Ice. Op foto’s had ze prachtig witbont blad. Dat viel dus wel wat tegen want in augustus zag de kool er zo uit.

 

Het blad was trouwens wel lekker, en beetje boerenkoolachtig. Maar niet zo mooi als ik had gehoopt. Naarmate de nazomer en herfst vorderde kwam het wit alsnog tevoorschijn:

 

Prachtig! Ik had alleen niet bedacht dat het wit vooral een heel dikke nerf was. Dat was niet erg maar ik weet nu dat voor consumptie het best het grijsgroene blad kan worden gegeten en dat het witte deel in de winter vooral voor decoratie is. En dat is prima, want ze is de hele winter zo mooi dat ze niet misstaat in een siertuin.

 

PLANT

Bladkool bestaat meestal uit 1 dikke hoofdstam met daaraan afzonderlijke bladeren: je oogst en eet afzonderlijke bladeren, je kunt ze naar believen afknippen of -breken. De meeste bladkolen maken weer nieuwe bladeren aan. Het hart van de plant laat je dus altijd intact.

De bladkolen kunnen heel verschillend in kleur, grootte en bladvorm zijn.

 

TEELTWIJZEN / RASSEN

Zoals op de pagina van boerenkool en palmkool al aangegeven is de ontwikkeling van nieuwe rassen enorm in ontwikkeling. Elk jaar komen er wel nieuwe mooie, bijzondere rassen bij waarvan je het blad kunt oogsten en eten. Soms vallen die rassen duidelijk onder de palmkool of boerenkool, maar bijzondere en tussenvormen (die ik ken) noem ik hier:

  • Jagallo Nero F1-hybride: blauwgroen blad, zeer diep ingesneden – bijna eikenbladsla-achtig van bladvorm
  • KX-1: zeer diep ingesneden en bijna krullerig blad, dieprood van kleur
  • Fizz: blauwgrijs blad, zeer diep ingesneden, bijna vingerplantachtig
  • Emerald Ice: grijsgroen blad dat naarmate het kouder wordt in de herfst steeds meer wit bevat. De structuur is stevig en krullerig als een extra dikbladige boerenkool
  • Midnight Sun: planten die wat kleiner blijven (zo’n 50 centimeter), het blad is grijsgroen met paarse nerven en iets krullerig
  • Dazzling Blue: ovale bladeren met een wat gebobbelde structuur, blauwgrijs van kleur met lilapaarse nerven
  • Red Russian: blauwgroen blad met een vleugje rood, diep ingesneden en met een lilapaarse nerf

Om aan te geven dat de onderverdeling van boerenkool, palmkool en bladkool lastig en soms niet helemaal duidelijk is heb ik deze foto van wat verschillende soorten gemaakt:

 

Rechts (de langwerpige donkerblauwgroene bladeren) is palmkool. In het midden zie je de groen-met-witte bladeren van de bladkool Emerald Ice. Links boven zie je bladeren van boerenkool Redbor F1. En linksonder zie je bladeren van bladkool Midnight Sun. Je kunt bedenken dat rassen die uit kruisingen van deze soorten en rassen komen weer nieuwe vormen en kleuren opleveren.

Naast deze afzonderlijke rassen kun je de laatste jaren ook zaden van bladkoolmix kopen. In Engeland worden ze ook wel aangeboden onder de naam ‘Leafy Greens’. Je kunt de zaden afzonderlijk voorzaaien en de planten op een afstand van gemiddeld zo’n 50 centimeter uitplanten – en er dus bladeren van oogsten wanneer je wilt. Maar je kunt de zaden ook ter plaatse in een rijtje zaaien, wat dichter op elkaar (op een afstand van zo’n 15 cm). Je kunt dan de hele herfst en winter verschillende kleuren en blaadjes afsnijden, en zo lang de temperatuur niet te ver daalt blijven er ook weer nieuwe blaadjes groeien. Deze manier van telen is zeer geschikt voor de herfst (zaaien rond begin tot half september) en deze koolsoorten passen dan ook heel goed in een wintersalademix (samen met veldsla, wat winterharde slasoorten, rucola, mosterdblad, winterpostelein, etc.).

Soms is het verschil maar klein: op de foto zie je de paarse boerenkool Redbor en ervoor de bladkool Midnight Sun

 

ZAAIEN / PLANTEN

Je kunt bladkool, net als palmkool, iets vroeger zaaien dan boerenkool (en je kunt er dus ook iets eerder van oogsten). Zaai de zaden ergens tussen half april en begin augustus voor afzonderlijke planten.

Voor de salade/koolmix kun je zelfs tot begin september zaaien (en ik heb het zelf nog nooit geprobeerd maar terwijl ik dit schrijf bedenk ik dat je dit dan ook vast in september en zelfs begin oktober ook in de koude kas zou kunnen zaaien voor de winteroogst).

Hoe later je zaait, des te later valt uiteraard ook de eerste oogst – maar dan kun je haar wel als nateelt na bijvoorbeeld aardappelen of vroege bietjes, etc. planten. In dat laatste geval geef je bij voorkeur wel wat voeding wanneer je de zaailingen uitplant (want de voeding die je in het voorjaar aan de groenten van hoofdteelt gaf is normaal gesproken verbruikt door die groenten).

 

STANDPLAATS / VERZORGING

Bijna alle koolsoorten zijn veelvraten en houden van veel voeding. Bladkoolsoorten hoeven geen krop (zoals savooikool en rode kool) of onvolgroeide knop (zoals bloemkool) te maken. En daarom kan ze met wat minder voeding ook nog een goede oogst geven. Na de basisbemesting van stalmest en/of compost in de winter of het vroege voorjaar geven wij zelf een week of 2 voor het planten een ruime hoeveelheid samengestelde organische meststof voor de moestuin.

Zoals bij alle koolsoorten zijn jonge zaailingen erg gewild bij vogels; bescherm de jonge zaailingen door middel van een bouwwerkje en een niet te grofmazig net om te zorgen dat je zaailingen niet tot op de nerf worden opgevreten. Als de planten eenmaal een centimeter of 40-45 groot zijn kan het bouwwerk/net weg, dan is ze blijkbaar niet smakelijk genoeg meer voor vogels. Maar vertrouw er niet zo maar op, houd de jonge planten goed in de gaten. We zien zelf in sommige jaren nog wel dat (blijkbaar bij gebrek aan voedsel of lekkerder soorten) toch ook volwassen koolplanten nog worden opgevreten. De oplossing is simpel: zodra je ziet dat de koolplanten worden opgevreten gaat het gaaswerk terug over de planten.

Bladkool is, net als boerenkool en palmkool, gevoelig voor witte vlieg. Maar omdat ze er in zo veel kleuren en vormen zijn heb ik het idee dat niet elke soort even gevoelig is voor witte vlieg. Ik heb eens een Red Russian gehad die geen wit vliegje had (maar wel stijf onder de rupsen zat 🙂 ). En de Emerald Ice had geen rups, geen vogelvraat, en geen witte vlieg. De Midnight Sun had ook geen rups en geen witte vlieg, maar die werd dan weer wel tot op de nerf opgevreten door vogels. Het is het lot van moestuinders die graag koolsoorten oogsten: je moet voorzichtig zijn met uitplanten, de planten goed beschermen, en elke week even controleren of het nog goed met ze gaat en ze niet door iets worden belaagd.

Je kunt ter bescherming zeer fijnmazige netten te koop waar zelfs witte vlieg niet doorheen kan vliegen (wel prijzig maar sterk en gaat jaren mee). En zelf heb ik het idee dat laat gezaaide koolplanten minder last hebben van witte vlieg dan vroeg gezaaide koolplanten (maar dan weer niet elk jaar). En, misschien nog wel het belangrijkste: juist de afwisseling van verschillende kleuren en vormen (en dat bij voorkeur ook nog over de hele tuin verspreid) zorgt ervoor dat een massale aanval op de koolplanten heel klein is.

Tot slot: Tropaeolum (Oost-Indische kers) naast bladkool, palmkool en boerenkool trekt witte vlieg aan waardoor de kans groot is dat ze daarop aanvalt en de kool met rust laat.

Zoals gezegd misstaat bladkool niet in de siertuin, op deze foto een mooie combinatie met de eenjarige Ageratum houstonianum (mexicaantje)

 

OOGST / BEWAREN

Oogst vooral alleen de bladeren die je nodig hebt. De bladeren erboven groeien weer verder. Tot de winter, dan staat de groei stil, maar kun je dus nog steeds de bladeren oogsten die er zijn.

Bladkool wordt lekkerder van smaak (zoeter/zachter) wanneer er wat nachtvorst is geweest. Afhankelijk van de temperatuur in de winter kun je er tot ver in de winter telkens nieuwe bladeren van oogsten.

 

ZELF ZADEN OOGSTEN

Zoals bij andere koolsoorten is dit erg lastig in verband met het makkelijke kruisen van koolsoorten onderling. Ik heb het zelf dan ook nog nooit geprobeerd (op ons volkstuinencomplex waar altijd wel ergens in een tuin een doorgeschoten koolplant bloeit). Mocht je het willen proberen: kies voor de teelt van zaden een paar gezonde planten (geen F1-hybriderassen) waar je geen blad van oogst en wacht tot ze in het voorjaar doorschiet. Zet er een stok bij want ze wordt dan vrij hoog, en oogst de zaden wanneer die zich in de (na)zomer na de mooie gele bloei ontwikkelen en rijpen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.