Sojaboon

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken, of bijvoorbeeld zaden van sojabonen in een niet-Nederlandstalige webwinkel:

  • Synoniem:   Edamame sojaboon
  • Latijnse naam:   Glycine max
  • Engelse naam:   Edamame soybeans, Edamame beans
  • Duitse naam:   Sojabohnen Edamame
  • Franse naam:   Soja Edamame

 

Sojabonen behoren tot de ‘nieuwerwetse groenten’, al begint ze in Nederland ondertussen aardig ingeburgerd te raken, zowel in de winkel als in het zelf telen ervan. En we eten natuurlijk al heel lang sojabonen, denk aan sojaolie, sojasaus, tofoe/tahoe/tempeh en sojamelk.

Zelf hebben we er jaren geleden voor het eerst mee kennis gemaakt in een ‘Japans’ restaurant. Daar worden deze boontjes gekookt en in de peul geserveerd (met wat zout bestrooid, en dan kun je de peultjes zelf doppen en de groene ‘erwtjes’ eten – de peulen zijn harig, hard, taai en draderig en daarom niet lekker/eetbaar. Daarna kwamen we ze tegen in de diepvries van de toko, in een maaltijdsalade van de supermarkt. En vervolgens kochten we eens wat zaden en teelden we ze zelf.

De smaak van sojabonen ligt een beetje tussen die van doperwt en verse kapucijner in, er zit iets zoetigs in, maar je proeft ook het romige zetmeel. En daarnaast heeft ze ook nog een bijna nootachtige smaak.

Sojaboon zijn geen bonen: sperzie- en snijbonen hebben de Latijnse naam Phaseolus vulgaris, de sojaboon heet Glycine max. Maar het zijn wel allebei warmteminnende peulvruchten. Waar bij de sperzie-/snijboon vooral de peul wordt gegeten, al dan niet met de zaden (boontjes) erin, zo eet je bij de sojaboon alleen die verse zaden.

Doordat ze net zoveel behoefte aan warmte heeft als sperziebonen zijn er wel flink wat overeenkomsten in de teelt. De tijd dat je ze in ons land kunt telen is bijvoorbeeld maar kort (zie Teeltwijzen), en ze houden van zon, een luchtige grond en niet teveel vocht.

Je eet de boontjes vers (of je vriest ze rauw in), je kookt ze kort en daarna kun je ze op allerlei manieren verder bereiden; roerbakken, stoven, afgekoeld in salades, etc.. De verse dopboontjes zijn altijd groen, gedroogd kunnen ze zwart, geel, oranje, bruin, groen en allerlei tinten daar tussenin van kleur zijn.

 

PLANT

De plant van de sojaboon lijkt in de verte wel wat op die van een stam(struik)sperzieboon; de planten worden zo’n 40 tot wel 75 centimeter hoog (afhankelijk van het ras), ze bloeien met minuscuul kleine wit met paarse bloempjes (heel anders dan de bloei van erwten of bonen). Ze houdt van veel zon en een warme temperatuur.

Om die reden kun je, als je zaden wilt kopen, het beste een ras kiezen waarbij duidelijk staat aangegeven dat ze ook geschikt is voor ons koele klimaat (want er zijn rassen die echt meer tijd en vooral warmte nodig hebben en in warme gebieden in Azië, Amerika en Zuid-Amerika worden geteeld).

 

TEELTWIJZEN

Zoals gezegd hebben sojabonen veel tijd en warmte nodig om een goede oogst te geven. Om die reden zaai je ze direct na het moment dat er geen nachtvorst meer wordt verwacht (en dat is rond IJsheiligen, 12 mei). Je kunt ze vanaf eind april of begin mei bij kamertemperatuur voorzaaien, of een weekje later in de koude kas, of vanaf half tot eind mei buiten (kijk dan goed naar het weerbericht en wacht nog even als de grond nog heel koud is).

Je kunt de boontjes per stuk in een zaaitray zaaien, of ter plaatse in een rij in de volle grond. Zelf vind ik het handig om de planten per 3 uit te planten (omdat dan de plant(en) wat voller wordt, de oogst per vierkante meter wat groter en de planten elkaar bij regen en wind wat steunen en minder snel omvallen).

De oogst valt (afhankelijk van het weer, het ras en de temperatuur) ergens tussen half juli en begin september, precies op tijd voor het weer kouder wordt.

 

RASSEN

Er bestaan veel rassen maar zoals al eerder gezegd is niet elk ras geschikt voor ons koele klimaat. Bij de aankoop van zaden is het belangrijk dat je daarop let, zeker als je zaden in het buitenland koopt/bestelt.

Er zijn rassen met kleine/korte peulen, waarbij er vaker 1 of 2 dan 3 boontjes in de peul zitten, en rassen waarbij er bijna altijd 3 boontjes in de peul zitten. Ook de grootte van de boontjes kunnen per ras wat verschillen. En tot slot bepaalt het aantal peultjes in een tros en per plant natuurlijk ook gedeeltelijk de hoeveelheid opbrengst.

Voorbeelden van rassen:

  • Fiskeby (deed het hier zelfs nog redelijk goed in een koele en erg natte zomer in de volle grond)
  • Fledderjohn (deed het juist heel goed in een warme en droge zomer)
  • Black Jet (met, in gedroogde toestand, bijna zwarte erwtjes)
  • Green Shell
  • Summer Shell
  • Envy
  • Tankuro
  • Shirofumi

 

BODEM / BEMESTING

Sojabonen houden niet van zure grond, op zure gronden is het aan te raden om te kalken. Ze houden van warme grond die het liefst niet te nat is. En dat betekent dat je op zandgrond bij direct ter plaatse zaaien iets vroeger kunt beginnen (half mei) omdat zandgrond vrij droog is en snel opwarmt in het voorjaar. Op zware gronden zoals onze vette klei zaai je, als je ter plaatse wilt zaaien, beter pas vanaf  eind mei (want natte klei warmte minder snel op). Aan de andere kant houdt klei de warmte aan het einde van de zomer wat langer vast en dus kun je dan vaak wel wat later maar juist lang oogsten. Je kunt bij ter plaatse zaaien de grond eerst luchtiger maken (met grelinette, spitvork, drietand, etc.). En dan een week of 2 voor het zaaien wat zwart plastic of gronddoek over de grond draperen, daardoor warmt de grond wat sneller op.

Zelf zaaien we echter liever voor, omdat we zuinig zijn op de relatief dure zaden van bijzondere rassen, maar ook omdat muizen en vogels de zaden erg lekker vinden. Zie verder hieronder bij ‘Zaaien/Opkweek’.

Sojabonen hebben niet veel bemesting nodig. Zelf geven we alleen wat koemestkorrels en wat kali, een paar weken voor de planten worden geplant. De koemestkorrels zijn voor algemene groei en ondersteuning, de kali is voor een goede bloei en vruchtzetting.

 

ZAAI- EN PLANTTABEL / PLANTAFSTAND

Zaaitabel sojaboon

 

ZAAIEN / OPKWEEK

Ik zaai zelf graag sojabonen voor. Om de al eerder genoemde redenen. En ook omdat ik dan meer controle heb over vocht en temperatuur. Te natte grond kan zorgen voor het rotten van de zetmeelhoudende zaden. En de zaden kiemen slecht bij lagere temperaturen (ze kiemen het best bij temperaturen rond de 25 graden). Om die reden zaai ik in mei in huis of in de kas voor.

 

Ik zaai soms in een grote plastic bak voor waar je bijvoorbeeld vlees, verse pasta of een roerbakpakket in koopt. Ik maak wat gaatjes in de bodem voor de afwatering. De bak vul ik tot aan de rand met een zanderig mengsel van 3/4 potgrond en 1/4 brekerzand (grof zand).

De eerste jaren dat ik sojabonen teelde zaaide ik net als stamsperziebonen, door 5 bonen bij elkaar te zaaien en vervolgens de dotjes met 5 zaailingen op 30 centimeter van elkaar uit te planten. De laatste jaren ben ik erachter gekomen dat, zeker bij de grotere rassen, het toch prettiger werkt om 3 zaailingen bij elkaar te planten, en dan op een wat kleinere afstand. De opbrengst is hetzelfde maar de wortels hebben net iets meer ruimte om te groeien.

De boontjes leg ik dan, dus met 3 bij elkaar op de aarde en dan druk ik ze een centimeter of 2 tot 3 naar beneden. Maar ik zaai soms ook in een tray (als ik die beschikbaar heb in de drukke meimaand), en dan 1 boontje per vakje, in hetzelfde zanderige potgrondmengsel.

Het sojabonen-zaaisel krijgt vervolgens alleen matig water, dus wel vochtig maar zeker niet kletsnat. De zaden kiemen (afhankelijk van de temperatuur) binnen 1 tot 2 weken.

Een week of 2 na het kiemen zijn de zaailingen vaak al groot genoeg om uit te planten – de ‘dotjes’ sojabonenzaailingen steek ik met een klein schepje uit de bak. In het geval van een tray duw ik met de achterkant van een oude houten keukenlepel onderin de gaatjes van de tray en duw zo de plugjes met zaailingen naar boven en uit de vakjes.

Plant de zaailingen uit op een warme, liefst wat beschutte plaats. Hier houd ik een afstand van zo´n 40 centimeter tussen de rijen, en in de rij plant ik elk dotje van 3 zaailingen op zo´n 15 centimeter afstand van elkaar (soms iets krapper of juist ruimer, afhankelijk van de grootte van het ras).

 

VERZORGING

Uiteraard zijn er de algemene teeltzorgen als wieden en water geven in droge periodes. Toen we nog in de volle grond teelden hoefde we eigenlijk nooit water te geven. Maar sinds we de sojabonen in verhoogde bakken telen is water geven wel nodig, zeker in een droge zomer.

Het is handig om bij hoge rassen (meer dan 50 centimeter) een stok ter ondersteuning te zetten. Hier aan de kust kan het soms zo hard waaien dat de planten om kunnen waaien (ook omdat de grond hier in de verhoogde bakken veel losser van structuur is). In de volle grond, en in het binnenland is het plaatsen van een stok waar de planten aan aangebonden kunnen worden, wellicht niet nodig.

 

OOGST / BEWAREN

Oogst de peulen als ze nog groen zijn, maar er wel al duidelijke verdikkingen in zitten waar je de boontjes kunt zien zitten. Oogst de peultje met 2 handen (of knip ze met een schaar af), ze zitten opvallend vast aan de plant.

Je kunt de geoogste peultjes met de boontjes erin dan nog wel een dag of 3 bewaren, maar ze zijn natuurlijk het lekkerst als ze dezelfde dag worden gegeten.

Je kunt de boontjes ook invriezen, rauw of 2 minuten geblancheerd, met peul of alleen de boontjes (zoals je ook bij doperwten doet). Als je naar een wat grotere toko gaat kun je daar sojabonen in de vriezer vinden; ze zijn dan in de peul ingevroren. De peulen gooi je bevroren in het kokende water en na 4 minuten koken kun je ze vervolgens uit het water halen, iets af laten koelen, doppen en daarna verwerken volgens het recept dat je hebt. Dit is ondertussen ook de manier waarop ik onze sojaboontjes invries en gebruik.

 

ZADEN OOGSTEN

Sojabonen zijn éénjarig en zelfbestuivend, kruisbestuiving is alleen mogelijk als er meerdere rassen te dicht bij elkaar staan (een plantafstand van zo’n 25 meter tussen 2 verschillende rassen wordt aangeraden  om kruisbestuiving te voorkomen). Sojabonen kruisen niet met snijbonen, sperziebonen, droogbonen, pronkbonen, en ook niet met tuinbonen, doperwten, etc..

Het is vrij gemakkelijk zelf zaad te winnen: laat een aantal peulen van een ras (dus goed gescheiden gehouden van eventuele andere rassen), dor, droog en bruin worden en oogst dan de peulen. Laat de peulen op een luchtige, warme droge plaats in huis nadrogen en haal dan de boontjes uit de peulen. Laat de boontjes nog een paar dagen drogen, en bewaar ze vervolgens droog, koel en donker tot het volgende jaar. De zaden zijn dan nog minimaal 3 jaar kiemkrachtig.

Over het invriezen van bonen voor de zaadteelt:

Even als uitleg: de bonenkever maakt heel kleine gaatjes in boontjes om daar hun eitjes in te leggen. Om te zorgen dat deze eitjes zich niet kunnen gaan ontwikkelen tot larven die van binnenuit je gedroogde boon volledig opvreten, vries je bonen voor de zaadteelt 2 tot 3 dagen in, gewoon in de vriezer.

Bij sojabonen heb ik dat nog niet gedurfd, het feit dat ze geen boon of erwt is, en dus wellicht helemaal geen bonenkever aantrekt. En omdat ze zeer vorstgevoelig is heb ik nog nooit zelfgeoogste sojabonenzaden 2 dagen ingevroren om vraat door de bonenkeverlarve te voorkomen. Maar ik heb al wel meerdere keren  zelf zaden geoogst en die bewaard en gezaaid, en daar was telkens niets mis mee, zonder invriezen dus. Ik begin er dus vanuit te gaan dat de zaden van sojabonen geoogst kunnen worden zonder invriezen. Als iemand iets anders heeft ervaren, dan hoor ik het uiteraard heel graag!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.