Kruisen

In deze donkere dagen voor kerst is het leuk om eens wat uit te pluizen, en te schrijven over een vraag die me eerder dit jaar werd gesteld. Ik ben maar een hobbyist en weet ook niet overal antwoord op, en in de zomermaanden heb ik vaak geen tijd om iets uit te zoeken. Nu wel (nou ja, tussen boodschappen, kerstboom optuigen, opruimen op de volkstuin en de website bijwerken door).

Een vraag die elk jaar wel een paar keer wordt gesteld gaat over het kruisen van vruchtgewassen zoals komkommers, courgettes, pompoenen, meloenen, etc.. In alles wat ik over dit onderwerp kan vinden, in de Nederlandse en Engelse taal, kan ik nergens vinden dat het kruisen in het jaar van telen  mogelijk is. Alsof er niet eens twijfel over kan bestaan. Een kruising zorgt altijd pas in de volgende generatie voor afwijkingen.

Toch denken veel mensen dat het wel kan, omdat ze zelf ervaren dat er soms courgetteplanten zijn die bittere courgettes geven, of een pompoenplant met vruchten in een afwijkende vorm, smaak of kleur. Om die reden heb ik zelf ook nog wel getwijfeld. En ik weet het ook nu nog niet voor 100% zeker, omdat er altijd weer nieuwe verhalen komen van mensen die ervan overtuigd zijn dat hun courgette anders is doordat ze naast een pompoen groeit en is gekruist. Ik hoop daarom dat een bioloog of veredelaar dit nog eens leest en het definitieve uitsluitsel kan geven.

Ik heb wel bedacht waarom we zouden kunnen denken dat courgettes, pompoenen, etc. in dezelfde generatie al kruisingen kunnen geven. Ik denk dat het komt omdat we planten met onszelf vergelijken, ik doe dat zelf in ieder geval regelmatig. Ik denk aan het feit dat ik mijn adem inhoud als ik tomaten stek, want elke seconde dat een afgesneden stek geen vocht krijgt is de kans op succes kleiner. Soms praat ik ook wel tegen planten, niet heel vaak, maar ik zeg wel eens sorry als ik een grote tak van een appelboom weg moet snoeien. En ik verbaas me nog elk  jaar over het wonder van het zaaien en kiemen, alsof er baby’s worden geboren.

De verwarring rond het kruisen ligt, denk ik, bij de vruchten. Als mens zou ik kunnen denken dat de pompoenen de kinderen van de pompoenplant zijn. Maar dat is niet zo. De planten die het jaar erop uit de zaden van pompoenen komen zijn de kinderen. De pompoenen zelf zijn een verlengstuk van de pompoenplant zelf. Misschien niet een heel frisse vergelijking maar als we perse de mens met de plant willen vergelijken zou je kunnen bedenken dat de vrucht = de pompoen (of courgette, meloen, etc.) een soort van baarmoeder is 🙂 .

Maar zonder grap; als een mens een kind krijgt zal dat kindje zowel eigenschappen van vader en moeder bevatten (en van de generaties daarvoor), zowel in huidskleur, oogkleur, erfelijke aandoeningen, karaktereigenschappen, etc.. Maar de baarmoeder is van de vrouw en die verandert niet kleur, vorm of wat dan ook.

Ik weet ook wel dat je het niet kunt vergelijken, maar toch. Een courgetteplant maakt courgettes. En als er een hommel = bestuiver komt die ook een bloem van een ander courgetteras heeft bezocht, dan is de kans op kruisen heel groot. Maar het is het kind (het jaar erop, dat wat uit de zaden komt) dat is gekruist, niet de courgette/vrucht zelf want dat is slechts een omhulsel waar de zaden (baby´s) in groeien.

Sterker nog, je ziet bij bijvoorbeeld courgettes en pompoenen de aanstaande vrucht al onder de bloem zitten. Die verandert niet alsnog van kleur, niet van vorm en dus ook niet van smaak, ongeacht welke plant/bloem de bij of hommel daarvoor heeft bezocht. Die eigenschappen liggen al vast. En dat geldt voor soortechte rassen maar ook voor gekruiste rassen:

 

Op de foto hierboven zie je 3 pompoenen onder elkaar (en rechts een Tromba d’Albenga). Bij de 3 pompoenen zie je dat de bovenste en onderste in vorm en kleur al zijn gevormd (al zal de kleur uiteraard in de loop van het groeien en rijpen van nature nog veranderen), terwijl de bloem amper is uitgebloeid. Maar die middelste, daar is wat mee; wat minder gelijkmatig van vorm, met wat vreemde groene strepen. Dat komt niet omdat ze is bevrucht door een bij of hommel die bij een andere pompoen is geweest want de bloem is pas net aan het verwelken en de week ervoor (zelfs toen de bloem nog in knop was) zag de pompoen-in-wording er ook al zo uit. De eigenschappen lagen al vast in de zaden waaruit deze planten zijn gekweekt. Ze is dus een gekruiste pompoen, maar dat is niet nu gebeurd maar in de vorige generatie. Vorig jaar is ze gekruist, daar zag je toen niks van maar de zaden van die pompoen hebben voor een plant met deze ‘afwijking’ gezorgd.

Ik maakte nog een foto:

 

De 2 pompoenen die als baby geel waren groeiden en zijn bij het rijpen mooi oranje geworden. De pompoen linksvoor is de pompoen die als baby van die groene strepen had. Ze is nu wat lichter van kleur dan de andere 2 pompoenen. En ze heeft een vaag blauwgroen randje rond de steel en ook nog wat groens en streperigs op de schil (al is dat niet heel goed te zien). Het is niet heel opvallend maar wel net afwijkend. Ik weet trouwens niet welke pompoenen van welke planten kwamen (omdat er dit jaar heel veel pompoenplanten naast en door elkaar groeiden).

Ik heb zelf geen zaden geoogst, dit zijn dus pompoenen die van planten uit gekochte zaden komen, maar ook daar kan sporadisch dus nog wel eens een gekruiste pompoenplant tussen zitten. Er was trouwens ook verschil in smaak; het vruchtvlees van de net iets afwijkende pompoen was net zo oranje als dat van de andere 2 pompoenen maar ze was iets minder zoet en de structuur was korrelig (terwijl die van de andere pompoenen gewoon glad en zacht was). Soms kunnen pompoenen (of komkommers of courgettes) zelfs heel bitter smaken, en ze zijn dan vaak ook nog eens licht giftig, zie daarover meer op de teeltpagina’s.

Nog een gedachte:

Jaren geleden ging het minder goed met de volkstuinen (in het algemeen en met die waar wij tuinier(d)en in het bijzonder). Er waren toen zoveel niet verhuurde tuinen dat tuinleden stukjes grond buiten hun tuin om mochten gebruiken, in ruil voor onderhoud, tot de tuinen weer werden verhuurd. Om die reden hebben we een paar jaar lang elke zomer een veldje van ongeveer 60 tot 75 vierkante meter vol courgettes en pompoenen geteeld. Voor het leuk en lekker, omdat het de grond bedekte, onkruid tegenhield, etc., we gaven de courgettes en pompoenen die we zelf niet wilden weg, aan familie, vrienden en tuinleden.

 

Met meer dan 40 tot 50 pompoen- en courgetteplanten, in zoveel mogelijk verschillende rassen, in een open veld waar veel insecten vliegen, moeten die soorten en rassen zeker zijn gekruist. Er wordt dus wel gedacht dat kruisingen soms direct in deze generatie al te zien zijn. Ik kan alleen maar zeggen dat ik nog nooit een langwerpige courgette heb gevonden in een plant die ronde courgettes geeft:

 

En ik heb ook nog nooit een knalgele tomaat in een tros met felrode tomaten gevonden. Ik heb nog nooit een groenvlezige meloen in een plant met oranjevlezige meloenen gevonden. etc.. Bij een kruising bleken altijd meerdere vruchten in een plant min of meer afwijkend te zijn. En die planten kwamen dus altijd uit de zaden van een gekruiste plant, in de generatie ervoor was er iets fout gegaan, de verandering in eigenschappen werden toen vastgelegd en niet nu.

Ik hoop dat ik in dit blog een klein beetje uit heb kunnen leggen waarom we soms denken dat vruchtgewassen zijn gekruist. Nogmaals, ik ben een hobbyist en geen professional. Maar alles wat ik kan vinden wijst in die richting. Ik vond bijvoorbeeld ook deze informatie op de website van de Iowa State University:

“When crosses occur between members of the same species, we do not see the effect of the cross the first year. However, if the seeds are saved and planted, the plants will produce fruit that will be different from either of the parents. Once in a while, gardeners will allow a chance seedling to grow in their garden. The fruit that sets on may appear quite unusual. Occasionally one can guess what the parents were by looking at the fruit and/or remembering what was planted in that area of the garden the previous year. For example, a pumpkin-shaped fruit with greenish bumps on it may suggest a parentage of pumpkin and green-warted gourd. As you can see, gardeners with a small plot need not worry about cross pollination when planting cucurbits in their garden. Poorly flavored melons or cucumbers are usually due to unfavorable soil or weather conditions, not the result of cross-pollination”.

Voor wie het in het Engels lastig vindt, vrij vertaald:

“Wanneer kruisingen plaatsvinden tussen leden van dezelfde soort, zien we het effect van die kruising het eerste jaar niet. Als de zaden echter worden geoogst, bewaard en gezaaid, zullen die planten vruchten produceren die anders zullen zijn dan één van de ouders. Eens in de zoveel tijd kunnen er zaden kiemen in de tuin van een hobbytuinder. De plant die opkomt kan vruchten geven die vrij ongebruikelijk lijken. Af en toe kan men raden wat de ouders waren door naar de vrucht te kijken en/of te herinneren wat het jaar daarvoor in dat deel van de tuin was geplant. Een pompoenvormige vrucht met groenachtige bultjes kan bijvoorbeeld wijzen op een afstamming van een groen-wrattige pompoen. Zoals u ziet, hobbytuinders hoeven zich geen zorgen te maken over kruisbestuiving bij het planten van pompoenachtigen in hun tuin. Smaakloze meloenen en bittere komkommers zijn (tenzij in de vorige generatie gekruist) meestal te wijten aan ongunstige bodem- of weersomstandigheden, niet het resultaat van kruisbestuiving in het huidige jaar”.

En op de website van University of Illinois vond ik dit korte maar heldere antwoord op de vraag:

Can squash varieties cross-pollinate with one another or with pumpkins in the garden? Yes. Any variety of squash or pumpkin in the same species can cross-pollinate. Cross-pollination does not affect the current crop, but the seed does not come true the following year”.

En ook hier weer even de (vrije) vertaling:

“Kunnen pompoenrassen onderling of met pompoenen in de tuin kruisbestuiven?
Ja. Elke soort pompoen of courgette van dezelfde soort kan kruisbestuiven. Kruisbestuiving heeft geen invloed op het huidige gewas, maar het zaad komt het volgende jaar niet soortecht terug”.

Uiteraard zijn andere meningen, ervaringen en reacties altijd van harte welkom!

En dan nog even: ik hoop niet dat dit je beeld verandert en je voortaan bij elke pompoen- of courgetteplant met vruchten een visioen krijgt van een plant met meerdere baarmoeders. Maar eigenlijk is dat dus wel zo 🙂

Tot slot dan nog een paar foto’s. We zijn deze week nauwelijks naar de tuin geweest, alleen maar om even snel wat te oogsten voor het avondeten. We hopen er zaterdag en volgende week eens flink te kunnen gaan opruimen. Maar deze eenjarige bloem laten we nog even staan. Het is me al wel vaker opgevallen dat Matthiola (Nederlandse naam: Violier) heel lang kan bloeien, zeker als ze in een verhoogde bak of in een pot staat. Deze spant dit jaar de kroon (het was een mengsel met de naam Hot Cakes Mix), de foto maakte ik afgelopen week:

 

Voor alle duidelijkheid, zo zag dezelfde plant er op 12 juli  uit:

 

En terwijl ik dit schrijf bedenk ik dat ik vorig jaar ook al een keer zoiets liet zien (ja, ik vrees dat ik af en toe in herhaling val). Even opgezocht en ik maakte op 9 januari 2018 deze foto, van Matthiola incana Appleblossom, midden in de winter!

 

Oftewel: Matthiola’s kunnen heel lang bloeien en kunnen heel goed tegen kou. En dus wordt de eerste eenjarige in mijn planning voor 2020 een Matthiola!

 

De verzorging in de kas

Er is me al wel vaker gevraagd of ik eens iets zou willen schrijven  over de verzorging in de kas.

Daar is geen kant-en klaar antwoord op te geven. Want dat hangt af van je kas, de standplaats, grondsoort, wat je er mee wilt, wat je er in teelt, hoe intensief je de kas gebruikt, etc.. Dit wordt dus zeker geen kort en bondig blog, en wellicht wordt het ook misschien nog wel een wat warrig verhaal (vrees ik, terwijl ik dit schrijf). Het gaat over de manier waarop wij de grond in onze kas verzorgen, er zijn uiteraard ook andere manieren en meningen.

Om te beginnen, ik heb een paar jaar geleden al eens 2 pagina’s over de kas geschreven:

En daarnaast schrijf ik al een paar maanden zo af en toe een blog over de Winterkas, waarbij we dit jaar zoveel mogelijk groenten in de kas hebben gezaaid en geplant om in de herfst en/of winter en/of voorjaar van te oogsten. Die blogberichten kun je vinden via deze link

Nou, daar gaan we dan…….

Een kas is kostbaar. Zo kostbaar dat we er heel intensief in tuinieren, zoveel mogelijk soorten zaaien/planten, en elk plekje benutten. Dat betekent dat we veel van de grond vergen. Om die reden is een goede voeding heel belangrijk; je kunt niet verwachten dat ze jaar in jaar uit ervoor zorgt dat alles goed groeit en je flink kunt oogsten zonder er iets voor in de plaats terug te geven. Alles wat groeit en/of arbeid levert heeft voeding/eten nodig.

Waar je de grond in de kas mee wilt voeden is een persoonlijke voorkeur: er zijn mensen die kunstmest gebruiken, mensen die liever biologisch voeden, mensen die zelf plantenaftreksels maken, etc. Zelf vinden we de groene Culterra altijd een prettige en organische samengestelde meststof (met een NPK van 10-4-6 = dus 10% N = stikstof, 4% P = fosfor en 6% K = Kali).

De hoeveelheid kali in die meststof vinden we voor de vruchtgewassen in de kas net iets te laag en vullen aan door in de late lente nog wat kali te geven. Samengevat: wij geven in maart, enkele weken voor het uitplanten van de zaailingen,een gemiddelde hoeveelheid samengestelde meststof (voor een goede groei). En vervolgens geven we eind mei nog een kleine hoeveelheid kali (voor stevige en sterke planten, een goede vruchtzetting en veel vruchten met een goede smaak en houdbaarheid).

Nu we in september/oktober met de winterkas zijn gestart hebben we op dat moment uiteraard nagedacht over of, en welke voeding we dan zouden kunnen geven. Want de voeding die we dit voorjaar gaven is ongetwijfeld afgelopen zomer door de komkommerplanten, tomaten, pepers, etc. verbruikt. Maar een stikstofrijke voeding in de donkerste maanden van het jaar zorgt voor een hoog nitraatgehalte en dat willen we voorkomen. We hebben daarom vlak voor het zaaien/uitplanten van de wintergroenten, alleen een minimale hoeveelheid koemestkorrels gegeven (waar slechts ongeveer 2,5% stikstof in zit). Afhankelijk van de ontwikkelingen komende winter/lente zullen we in februari/maart (wanneer de dagen weer langer en lichter worden) gaan bedenken wat er dan nog aan groenten staat, of we daar een voedingsgebrek zien en wat we dan aan voeding willen geven (ik gok dat de weeuwenteelt kolen eind februari wel wat samengestelde voeding zullen willen).

De uitleg over wat welke meststof in de NPK samenstelling doet kun je hier vinden: Bemesting

Of en wat je ook geeft, het is altijd belangrijk om de grond en alle planten die in je kas groeien en bloeien goed te observeren. Als je goed kijkt en logisch nadenkt kun je vaak al zien/bedenken dat iets niet goed gaat, ook al begrijp je dan misschien nog niet wat of waarom. Denk aan een gebrek aan voeding (bijvoorbeeld geel blad) of vocht (neusrot), of aan ziekten en plagen. Ik ben slecht in ziekten en plagen, herken het meestal ook niet, maar ik zie wel wanneer er iets niet goed gaat, en dan kan ik verder zoeken wat de oorzaak en remedie zouden kunnen zijn. Op tijd signaleren kan veel ellende voorkomen.

Ook belangrijk: bedenk dat een kas een half gesloten systeem is. Het waait er niet, er is geen regen, geen sneeuw, etc. Dat betekent dat een ziekte of plaag die buiten heerst de planten in de kas vaak overslaat. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de aardappelziekte Phytophthora die in de zomer de buitentomaten volledig kan verwoesten maar de tomaten in de kas niet kan bereiken (omdat het er niet waait en het tomatenblad in de kas droogt blijft). Dat klinkt heel mooi (en dat is het ook) maar er is een keerzijde: als er in de kas eenmaal een ziekte of plaag heerst kan die  zich binnen korte tijd door de hele kas verspreiden. Een voorbeeld daarvan is meeldauw; als de komkommerplanten in de kas eenmaal zijn aangetast door deze schimmel zien we vaak dat ze al snel daarna overslaat naar meloenplanten en/of aubergines (die allebei ook bevattelijk voor meeldauw zijn). Om die reden planten we die soorten het liefst zo ver mogelijk bij elkaar vandaan en scheiden we die nog eens extra door er bijvoorbeeld paprikaplanten en tomaten tussen te zetten (die wat minder bevattelijk zijn).

En om aardappelziekte en meeldauw, maar bijvoorbeeld ook een luizenplaag te voorkomen (wat kunnen luizen zich in een kas toch explosief vermenigvuldigen) zorgen we ervoor dat het blad van de planten in de kas droog blijft, en dat de luchtvochtigheid in de kas niet te hoog is. Dat doen we door bijvoorbeeld in de warmste maanden de ramen (en deur) verder open te zetten, blad te verwijderen, water te geven bij de voet van de plant en niet op het blad, een goede plantafstand aan te houden, aangetaste bladeren zo snel mogelijk te verwijderen (en bij een vermoeden van Phytophthora/aardappelziekte de hele plant te verwijderen). Dus gaat het ook weer om opletten, in een vroeg stadium een verandering constateren en vervolgens bedenken wat de volgende stap is.

Wij tuinieren op kalkrijke kleigrond maar in de kas verzuurt de grond langzaam (buiten trouwens ook maar daar iets minder snel), door de toevoeging van potgrond (bij het uitplanten van zaailingen),  etc. We kijken goed naar de grond, zeker in het najaar, en als de grond groen uitslaat geven we wat kalk, vaak is dat zo eens per 3 jaar. Soms is het minder duidelijk te zien en testen we het met een pH-testertje (te koop in vrijwel elk groter tuincentrum).

En niet onbelangrijk: we koesteren onze huisdieren 🙂 . We hebben al meer dan tien jaar een aantal padden in onze kas. En die eten heel veel slakken en andere ongewenste dieren (ook wel eens wel gewenste dieren als wormen trouwens). We zorgen voor ze door geen chemische middelen te gebruiken, en in elke kas houden we een plekje extra vochtig en staat een bak ondersteboven waar ze bij droogte en zon onder kunnen schuilen.

 

Dan de vruchtwisseling. Oei, dat is een heikel punt. En wil ik hier dan een algemeen geldend advies geven of ga ik eerlijk zijn? Ik kies voor het laatste. Wij houden nauwelijks een vruchtwisseling aan in de kas. Hoe zouden we dat moeten doen? Veel van de soorten die we in de kas telen zijn min of meer familie van elkaar. Of ze zijn gevoelig voor ongeveer dezelfde ziekten. En uiteindelijk groeit er een beperkte hoeveelheid aan soorten in de kas. Een vruchtwisseling van 1 op 2 zou ik met moeite nog wel aan kunnen houden maar 1 op 4 jaar of 1 op 6 jaar is, gezien wat wij willen telen, simpelweg onmogelijk. De komkommerplanten en meloenplanten zetten we wel elk jaar op een andere plaats in de kas. Maar tomaten, paprika’s, pepers, aubergines, etc. zetten we zoveel mogelijk door elkaar gemengd in de kas. Zo af en toe gebruik ik een andere methode; plant ik eens wat pepers in potten in plaats van in de volle grond, zaai ik Afrikaantjes of Goudsbloemen tussen de groenteplanten in, etc.

In het verleden hebben we nog wel eens per 5 jaar 1 spade diep de grond uit de kas verwijderd en vervangen door grond uit de moestuin. Maar dat was veel werk en eigenlijk was dat ook maar schijn, want buiten staan toch ook links en rechts vruchtgewassen in de moestuin. En 1 spade diep de grond uit de kas is zeker niet voldoende om ziekten of schimmels die in de grond zitten te verwijderen, want die zitten vaak dieper dan 1 spade. Ik sprak eens met iemand die al vanaf 1984 op ons volkstuinencomplex tuinierde en vertelde dat de tomaten al die (tientallen) jaren zonder problemen op dezelfde plaats stonden. Sindsdien (en dat is nu zo’n 10 jaar geleden) zijn wij ook gestopt met het vervangen van de grond in de kas. Maar we letten altijd goed op, en grijpen in waar nodig. Bij een vaag vermoeden van een tomatenplant met aardappelziekte ruk ik de plant zonder twijfel en per direct uit de grond. En we zijn op onze manier schoon in de kas. Dat wil niet zeggen dat er geen onkruid groeit, juist wel (want onkruid is een goede graadmeter hoe gezond en voedzaam je grond is). Schimmels overleven vaak op oude plantenresten en als we in de herfst opruimen verwijderen we de hele plant, inclusief gevallen bladeren, afgevallen rotte vruchten, etc..

We letten ook heel goed op wat we in de kas gebruiken, zoals dus welke meststof in welke hoeveelheid. Bestrijdingsmiddelen gebruiken we in de kas zelden of nooit, maar als het helemaal niet anders kan kies ik voor een ‘huismiddeltje’ als een plantenaftreksel of groene zeep.

Ik kende vroeger iemand die de planten in de kas tegen slakken beschermde door rond elke plant een kringetje van keukenzout te strooien. Er waren inderdaad geen slakken maar na een paar jaar groeiden de groenteplanten steeds minder goed en werd de oogst ook minder, de grond sloeg wit uit; natrium is slecht voor de meeste planten, en omdat het in de kas niet regent hoopte het natriumgehalte op. Ik heb bij iemand anders gezien dat verse koeienmest in de kas niet verteerde en jarenlang als droge plakkaten bleef liggen (wat verder trouwens niet erg was). Ik heb ook eens bij iemand gezien die een geconcentreerde kunstmeststof in de kas gaf dat binnen enkele dagen alle planten dood gingen. Ook dat spoelt niet uit (uiteindelijk wel, na meerdere keren ‘spoelen’ door de grond heel veel water te geven, maar toen was het al te laat voor de planten). Soms leer je van je eigen fouten, soms ook van de fouten van anderen.

Verzorgen: naast opruimen en voeden en observeren is het verzorgen van de grond belangrijk. Dat doen we in principe in de herfst, winter of vroege lente, want in de zomer is de kas vol en willen we geen wortels beschadigen. We hebben zeker 20 jaar lang de grond in de kas gespit. En bij dat spitten (bij voorkeur vóór de winter) spitten we paardenmest onder. Op die manier voedden we de grond, niet voldoende om de planten er van te laten groeien, maar we voegden zo wel veel organisch materiaal en sporenelementen  toe. Onze vette klei werd er luchtiger van, maar mest verbetert ook zandgrond. Want eigenlijk is mest waar stro in zit ook een soort compost in een voorstadium. Hetzelfde geldt dus ook voor compost; het levert humus, bodemleven, mineralen, sporenelementen, het maakt de grond levend. Nu onze grond na al die jaren mest en spitten zoveel verbeterd is, zijn we een paar jaar geleden gestopt met spitten. De laatste jaren voegen we compost toe, laten dat in de winter bovenop de grond rusten en werken dat in het voorjaar door de bovenlaag van de grond door die om te woelen met een grelinette.

Daarnaast strooien we sinds een paar jaar elke herfst lavagrit in de kas, ook dat zorgt voor luchtigheid, vochtvasthoudendheid, mineralen, etc. In hoeverre het werkt durf ik niet te zeggen, ik heb er vooral heel veel goeds over gelezen dus houden we het er maar in 🙂

Oh ja, we hebben ook nog wel een paar jaar geprobeerd om de grond te bedekken in de kas, soms met stro, of met halfrijpe compost of met karton. We waren daar niet altijd even positief over, soms groeiden planten niet goed (omdat het materiaal composteerde en daarvoor stikstof uit de grond haalde), of de grond bleef heel lang koud. Ongetwijfeld zijn er mensen met andere ervaringen. Sinds een paar jaar gebruiken wij zwart gronddoek, dat verbruikt geen voeding uit de grond, het gaat jaren mee, het gaat verdamping tegen en het  houdt de grond dus langer vochtig, en het warmt de grond wat sneller op (en houdt die warmte vervolgens ook vast). Komend jaar gaan we dat zeker weer gebruiken (sterker nog, het ligt nu in repen in de kas waar rijtjes met veldsla, rucola, worteltjes, radijs, etc. groeien).

 

Tot zover iets over hoe wij de grond en de planten in de kas verzorgen. Dit is vast geen compleet verhaal, aanvullingen en ervaringen met andere methoden zijn van harte welkom, al is het maar voor de mensen die informatie zoeken over dit onderwerp (en zelf leer ik er ook altijd weer van).

Het was wellicht wel een wat droge stof, daarom nu alsnog wat foto’s uit de afgelopen jaren uit onze kassen. En daaronder vind je dan nog wat meldingen (van bijgewerkte en nieuwe pagina’s, etc.).

 

In de herfst kan het hier ook nog wel een een ravage zijn, na een drukke zomer, foto van 2017:

We beginnen dan bij het begin; opruimen, schoonmaken, bladresten weg en compost erover verdelen (dat we vervolgens in het voorjaar met de grelinette door de grond mengen). Één kant klaar:

 

Een foto van de kas in april (in 2010, wat gaat de tijd toch snel, zo lang geleden alweer): vol met zaailingen, voor buiten of om in de kas uitgeplant te worden, en nog wat restjes groenten zoals sla en andijvie die we er in februari zaaiden:

 

Een foto van april 2012, ook hier is de kas alweer gevuld met zaailingen, maar nu zijn ook de ramen weer eens gezeemd; schone ruiten = meer licht en een betere groei dus uiteindelijk ook een grotere of iets vroegere opbrengst.

 

Het kan in de kas in het voorjaar wel eens vol zijn:

 

En uiteindelijk is dit elk jaar weer ons doel, een kas vol met gezonde planten en genoeg oogst (foto 2010):

 

En bijna 10 jaar later is het niet anders:

 

Hè, ik krijg bij het uitzoeken van de foto’s alweer voorzichtig zin in het nieuwe jaar, ik ga dit weekend gelijk met de planning beginnen 🙂

Tot slot nog even de mededelingen. Allereerst excuses dat ik niet meer op elke reactie antwoord, ik zal keuzes moeten maken en op dit moment wil ook gewoon zoveel mogelijk schrijven en pagina’s bijwerken, foto’s plaatsen, etc.. En dit blog was ook nog wel een zware bevalling die veel tijd kostte.

En ik heb op de website van Pokon ook nog een blog geschreven, over Een extra pittige reuzenradijs: Winterrammenas. Even een foto ter illustratie, eigenlijk zijn ze toch heel mooi:

 

En hieronder nog even een rijtje met de veranderingen op de website:

En tot slot heb ik een heel nieuwe pagina geschreven, over de teelt van gember

Excuses als er nog wat typfouten of onduidelijke zinnen in dit grote blog (2627 woorden!) staan, volgende week beloof ik een kort blogje 🙂

Tot slot nog 1 foto, van de Calendula officinalis Snow Princess die hier in de tuin nog steeds bloeit!

De website

Het was deze week te nat, of te koud, of te mistig of ik had verplichtingen. Een hele week niet naar de volkstuin, het was bijna afkicken.

Maar thuis zijn we wel hard opgeschoten; alle kuipplanten zijn teruggesnoeid en naar zolder gesjouwd. En Ruud is begonnen met het terug knippen van de Dahlia’s die door de nachtvorst op woensdag als een plumpludding in elkaar zijn gezakt.

Anderhalve week geleden:

 

Afgelopen woensdag:

 

Ik heb in het late voorjaar in het Algemeen Dagblad een artikel van Romke van der Ka gelezen, waarin hij schreef dat hij zijn Dahlia’s vorige winter niet meer uit de grond had gehaald om vorstvrij te overwinteren. Hij had ze gewoon in de grond laten zitten. Hij schreef dat de planten in het voorjaar wel wat later uitliepen maar ze de winter wel hadden overleefd, en er later in de zomer en herfst niet minder om bloeiden.

En ik hoorde nog meer soortgelijke verhalen van andere mensen. Dus dit jaar gaan we dat ook proberen, dat scheelt ons veel werk en  tijd (nu omdat we ze niet hoeven te rooien, en in april nogmaals omdat we ze niet hoeven te planten). En het scheelt ook ruimte op zolder. Ik ga dit weekend (nu het eindelijk een paar dagen droog is geweest) herfstbladeren bij elkaar rapen om over de Dahliaplanten te verdelen. Of misschien neem ik wel wat vuilniszakken mee naar tuin en gaat er wat stro uit de paardenmest mee naar huis, ook een goede bedekking. Want de eerste kar paardenmest is daar bezorgd.

We hopen volgende week eindelijk weer een paar uurtjes naar de tuin te kunnen, om verder op te ruimen en schoon te maken, om te snoeien en om te oogsten (boerenkool, pastinaken, savooikool, bieten, aardperen, koolraap, palmkool, of anders iets lekkers als sla, rucola, snijbiet, paksoi, etc. uit de kas). En vrijdag waren we wel even 2 uurtjes op de tuin en konden we uit de kas (eind september gezaaid) radijsjes oogsten!

 

Ik heb dus niet heel veel over de tuin te vertellen. Maar wel over de website. Ik ga na dit weekend de zadenlijst sluiten, want het overgrote deel van de soorten is uitverkocht en van de rest heb ik vaak slechts nog enkele zakjes. Dan kan ik alle tijd die ik over heb gaan besteden aan het bijwerken van de pagina’s. En daar ben ik al volop mee bezig, fijne klusjes voor regenachtige of koude dagen,

Ik heb afgelopen week alle soorten die in de zadenlijst stonden in de databases gezet (dus de databases van eenjarige bloemen, van tomaten, aubergines, pepers en die van paprika’s zijn bijgewerkt): Databases

En nu is dit aan de beurt:

 

Allerlei recepten en inmaakrecepten, een warboel van krabbels en afkortingen op smoezelige papiertjes in een haastig handschrift vol vlekken. Maar dat zijn de beste, want dan zijn ze uitgetest en goed bevonden. En ik begrijp die krabbels zelf zelf gelukkig (nog) prima.

En dus heb ik afgelopen zomer al het recept voor de Jam van vijgen met sinaasappel en pijnboompitten geplaatst. Maar voor de andere 2 vijgenjam-recepten heb ik geen tijd meer gehad. Tot nu. Ik heb daar nu het recept voor Jam van vijgen met rum en rozijnen aan toegevoegd. En ook het recept voor Jam van vijgen met sinaasappel, chocolade en hazelnoten geplaatst. Allemaal lekker en toch anders.

 

En aangezien ik toch de briefjes met inmaakrecepten zat uit te pluizen heb ik ook gelijk het recept voor een heerlijke Ketchup van geroosterde tomaten (met paprika, ui en pepers) geplaatst. En vervolgens ook nog een leuk en lekker recept voor een zomerse zoetzure frambozenazijn (die verrassend lekker blijkt te zijn).

 

En een inmaakrecept voor een lekkere friszoete frambozensaus.

En een inmaakrecept voor harissa

En een inmaakrecept voor stoofpeertjes in cider

 

En een bakrecept voor Blondies met frambozen

En een recept voor een eenvoudige maar heerlijke en winterse ovenschotel: ‘Moussaka’ van pompoen

En voor de afwisseling ben ik ook begonnen aan het bijwerken van informatiepagina’s. Ik heb eindelijk de pagina over de teelt van vijgen bijgewerkt. Wat was dat ondertussen een verouderde pagina zeg, ik heb die pagina bijna volledig herschreven: Vijg

En ik heb ook de stokoude pagina van de witlof aangepast/herschreven: Witlof

En nu wil ik nog zoveel pagina’s bijwerken dat ik af en toe gewoon niet weet welke pagina er nu eerst aan de beurt komt. Wat ik heb bijgewerkt meld ik in de blogs van de komende weken/maanden. En als iemand een tip heeft voor een overduidelijk sterk verouderde pagina, te herkennen aan kleine fotootjes, dan hoor ik graag! Op de alleroudste pagina’s staan die foto’s zelfs niet in het midden maar links of rechts in de tekst. Ook tips m.b.t. niet werkende links of andere technische fouten zijn welkom!

Volgende week beloof ik eens wat te schrijven over de vruchtwisseling in de kas en hoe wij de kas in de winter verzorgen.

Voor nu staan de kassen vol en valt er weinig anders te doen dan te oogsten, zondag eten we weer sla (op de foto zie je pluksla, mosterdblad en erachter nog net een stukje van een rij rucola). Het is heerlijk om nog zoveel uit de kas te kunnen oogsten. Maar Ruud klaagt dat de vriezer nog steeds propvol zit. En dat klopt. Het is een luxeprobleem 🙂

Zestig

Ik schreef in juni 2017 al eens een blog over het aantal potten in onze tuin, en over hoe ik Ruud elk jaar beloof te minderen, maar dat dat elk jaar mislukt: Tel even mee

Nu is het echt zover. Na 2 gortdroge zomers waarin we elke dag weer zeulden met gieters water ben ik er nu zelf ook wel klaar mee.

Afgelopen zomer dacht ik nog aan het blog van 2017 terug. En ik telde eens de potten die we in 2019 hadden staan. Ik had er pen en papier bij nodig. Toen ik uitgeteld was vroeg ik aan Ruud hoeveel potten hij dacht dat we hadden. “Ik denk wel een stuk of vijfentwintig”, zei Ruud. “Negenenvijftig” antwoordde ik.

“NEGENENVIJFTIG?!”, roept Ruud. Ik ben meestal degene die de potten water geeft (terwijl Ruud ondertussen in de kassen water geeft) dus ik had al wel een flauw vermoeden dat het flink meer dan vijfentwintig zou zijn. Toch zou ik ook niet hebben gegokt dat het er zó veel zouden zijn.

Erger nog, een paar dagen later liepen Ruud en ik in een tuincentrum (ook al heb ik niks nodig, tuincentra en plantenwinkels hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me). Ik zag daar een mooie donkerrode klimroos met weinig doornen. En terwijl ik de roos nog eens van alle kanten bekeek en het labeltje nogmaals las en nog eens naar de (aantrekkelijke) prijs keek, zei ik tegen Ruud dat ik eigenlijk op dat moment geen plaats had voor de roos: ik zou pas plaats kunnen maken als er in de herfst wat Canna’s uit de grond zouden worden gehaald.

“Dan houd je de roos toch tot de herfst in pot”, zegt Ruud. “Dan kom je gelijk op zestig, dat is een mooi rond getal”. Het sarcasme droop er vanaf. Maar eigenlijk vond ik het wel een goed plan, en een goed  excuus om een mooie roos te kopen. Ruud besefte al snel dat zijn opmerking een verkeerde uitwerking had 🙂

Ik kan hier nu, net als in het blog van juni 2017, een opsomming geven van alle planten die we dit jaar in potten hadden. Maar dat is dus een lang rij, en het zouden ook heel veel foto’s zijn. Daarom heb ik ze wat gegroepeerd. En dit zijn ze dus ook nog lang niet allemaal. Maar om er in ieder geval een aantal te laten zien helpt het mij ook gelijk een beetje om er afscheid van te nemen. Want zestig zijn er echt dertig teveel. Ruud heeft dat lang geleden al bedacht, en ik heb het nu ook besloten.

Foto 1: Brugmansia’s

 

Prachtige kuipplanten, bloeien rijk, geuren heerlijk. Maar ze worden zo groot, en zwaar. Het valt niet mee om ze in november naar zolder te sjouwen, en in april weer naar beneden. En ze drinken niet, ze zuipen, elke Brugmansia in de zomer elke dag een gieter water. En we hadden er 9 (waarvan 2 dubbele omdat ik ze eens stekte en die stekken vervolgens weer niet weg kon doen). We hebben er vorige maand al 2 weggedaan, en nu heb ik voor nog 3 Brugmansia’s een goed tehuis gevonden. We houden er dus 4 (een witbonte, een lichtroze, een donkerroze, en een gele dubbele). Met meer ruimte zullen de planten en bloemen vast meer opvallen want nu stonden ze uiteindelijk door ruimtegebrek allemaal een beetje op een kluitje. “Less is more” is in dit geval toepasselijk.

Foto 2: Fuchsia’s en Salvia’s

 

Nog 2 grote liefdes. En lastig weg te doen. Ik heb al een Fuchsia weggedaan. Maar de Fuchsia triphylla Koralle die je rechtsboven ziet hou ik, en de roze-oranje-rode die je linksonder ziet ook. Maar een Salvia microphylla die ik dubbel had heb ik al weggedaan. En ik heb me voorgenomen om een deel van de microphylla’s volgend jaar in de volle grond te planten. Want ze kunnen best veel vorst verdragen, en zo streng zijn de winters niet meer. En de kletsnatte vette kleigrond was hier soms de reden dat een plant bezweek maar die grond is ondertussen flink verbeterd. En anders zijn er nog de verhoogde bakken. Een goede oplossing dus, wellicht ga ik dat volgend jaar zelfs ook doen met de Salvia Amistad, guaranitica Blue Enigma en Wendy’s Wish.

Foto 3: eetbare soorten in pot

 

De 3 vijgen in 3 potten houden we, maar die hebben ook niet zoveel water en verzorging nodig. De aardperen houd ik ook in pot (omdat ze zo woekeren). Maar met 3 kassen hoef ik niet perse ook nog een tomaatje in pot op de terrastafel, dat is toch meer voor het leuk dan voor het nut. En wil ik nou perse 3 verschillende soorten munt, of is 1 ook genoeg? En de zoete aardappelen ga ik volgend jaar in een verhoogde bak telen. En ook de tijm en rozemarijn zouden in een verhoogde bak kunnen.

Foto 4: gewoon, voor het leuk

 

Dit is de gevaarlijkste groep. De Cassia corymbosa hebben we al 10 jaar en bloeit tot het gaat vriezen. En de viooltjes zijn zo leuk in de koudere maanden van het jaar. Maar de rest is eigenlijk ongepland, het is een groep die in de lente en zomer aangroeit. Omdat ik een leuke begonia zie, omdat er ergens wat zaailingen van een Asarina zijn gekiemd die ik niet weg kan gooien, omdat ik een Colocasia heb gestekt. Maar hier kan ik flink minderen; ik ben dus al aan het schrappen en leeg potten met eenjarige bloemen (en geef de potten gelijk weg, zodat ik die volgend voorjaar niet meer kan vullen).

Want ik wil het nu echt, het zou ons heel veel tijd en sjouwen schelen. “Maar ook minder plezier en genieten van de bloemen”, zegt een klein stemmetje in mij. Maar Ruud verzekert me dat dat niet hoeft, dat we ook gewoon flink wat eenjarige bloemen kunnen gaan zaaien en daar een vak of bak mee vol kunnen zetten.

En nog iets: Ruud bleek tot mijn verbazing een slechte hulp te zijn bij het kiezen van wat we wegdoen. Ik vroeg hem of we moesten bedenken of iemand de Cassia misschien zou willen hebben. “Nee, die hebben we al 10 jaar, en ze bloeit zo mooi, en er komen zoveel hommels op af, zei hij. “Misschien kunnen we dan het citroenboompje wegdoen, opperde ik vervolgens. Het antwoord: “Nee die niet, nu is ze eindelijk groot genoeg om volgend jaar misschien wat citroenen te geven”.

Zucht, het is lastig kiezen. Maar toch zijn we goed op weg, volgend voorjaar zijn het er nog maar dertig, misschien zelfs nog wel minder. En in ruil daarvoor komt er een vak/verhoogde bak vol met bloemen, ter compensatie. Ik verheug me er nu al op, ga binnenkort eens aan mijn planning beginnen en heerlijk zaden uitzoeken en bestellen.

En de rode roos? Die overwintert in pot in de kas, en planten we komend voorjaar uit. Als dank bloeit ze nu nog!

 

Tot slot nog even de link naar het blog dat ik op de website van Pokon schreef, over mijn ervaring met de teelt van de Rocoto-peper en hoe ik haar ga overwinteren: een bijzondere peper, Capsicum pubescens 

Tot slot dan ook maar even een foto van hoe deze bijzondere pepers in huis nu massaal rijpen:

 

Oase

Het wordt koud. En daarmee beginnen bladeren te vallen, planten af te sterven en begint de tuin langzaamaan leeg te raken.

Maar niet in de herfst- en winterkas. Daar is het minder koud, er is geen wind, en geen regen. Het geluid van het verkeer dat over de  Baljuwlaan rijdt (waar het volkstuinencomplex langs ligt) is er veel minder hard en aanwezig. En het is er groen, opvallend groen voor november.

Eerst nog even een foto van het begin:

21 september:

 

Ik was niet zo dol op die rijtjes, maar Ruud wilde dat graag. En zo ziet het er nu uit, het zijn nog rijtjes maar veel vrolijker omdat de repen gronddoek door het groen bijna niet meer zichtbaar zijn.

06 november, foto van dezelfde kas, vanuit dezelfde hoek gemaakt:

 

Ja, oase is het goede woord. Als ik heel eerlijk ben groeit er meer dan we kunnen oogsten, want we eten ondertussen ook zuurkool, komkommers en pastasaus uit eigen inmaak, palmkool, andijvie en bietjes uit de tuin, en snijbonen uit de vriezer. Maar de sla is heerlijk mals en zacht, het mosterdblad is pittig en gebruiken we regelmatig op een broodje kaas, en van de rucola hebben we al een stamppotje gemaakt.

Het is natuurlijk niet allemaal hosannna, niet alles lukt even goed. Dat is niet erg en juist leerzaam. En we geven niet te snel op, sommige soorten gaan het misschien pas goed doen wanneer de dagen in januari of februari weer langer worden. En er zijn wel wat verschillen per kas.

Bijvoorbeeld de tatsoi (een soort kleine paksoiachtige kool met lepelvormige blaadjes, dat lijkt me de beste omschrijving). In kas 1 is de grond kletsnat (de oudste kas, ligt wat lager en het grondwater staat door alle regen behoorlijk hoog). En daar is de tatsoi niet van gediend, ze kwijnt er langzaam weg:

 

In kas 2 is de grond luchtiger en minder kleiachtig, en vooral minder nat – doordat deze kas later en dus wat hoger is geplaatst. Ook hier staan tatsoi-planten, en die zien er zo uit:

 

Ach, er eet wel eens een slakje mee, maar het gros is voor ons. Lekker in salades, roerbak en stoofschotels.

Nog iets wat het nu (nog) niet zo goed doet: stengelui

 

Dat komt ook omdat in dit deel van de kas de mol behoorlijk actief is. En ik moet duidelijk ook onkruid (vogelmuur) wieden maar dat is nogal een priegelwerkje als ik de stengeluitjes wil houden (en dat wil ik want misschien gaan die juist pas later, in de winter of het vroege voorjaar groeien). Ik schrijf het bij deze gelijk op mijn werkbriefje voor volgende week; “vogelmuur tussen de stengelui uitpeuteren”.

In kas 2 had ik vooral kool en bietjes, snijbiet, tuinbonen, etc. door elkaar geplant. Nog even de foto van 21 september:

 

En dat ziet er ondertussen zo uit, de foto’s wat dichterbij gemaakt:

 

En zo:

 

Ik het heel leuk; geen rijtjes maar door elkaar planten. Maar ik geef toe, het wieden kost iets meer tijd en het is niet geschikt voor mensen met grote voeten. Ik sta er zelf heel voorzichtig met één voet tussen te balanceren terwijl ik probeer die ene distel ertussenuit te krijgen 🙂 .

Wieden gaat in kas 3 wat makkelijker, simpelweg tussen de rijtjes op het gronddoek staan/stappen. Maar beide manieren zijn leuk om te proberen, en sommige soorten zijn wat mij betreft geschikt voor deze kakofonie (zoals kool, selderij, peterselie, Oost-Indische kers en snijbiet), en sommige soorten vind ik meer geschikt voor nette rijtjes (zoals veldsla, stengelui, radijs, kervel, worteltjes).

Maar ach, als we een salade willen eten loop ik met mijn tasje de kassen in en pluk ik blaadjes die ik wil gebruiken. Zoals de kervel (Brusselse Winter) die het in deze 2 rijtjes geweldig doet:

 

Het hele rijtje groenten aan deze kant van de kas doet het trouwens best goed; snijsla, radijs (wel blaadjes nog geen radijsjes), tuinkers, veldsla en pluksla. De venkel groeit wel maar blijft klein en dun (ook hiervan hoop ik dat ze in het vroege voorjaar alsnog gaat groeien). En verder staan er nog palmkool en winteruitjes. En een rijtje knoflook die ik wat dichter op elkaar heb geplant en waarvan ik in winter en lente het blad van hoop te kunnen oogsten. Voor de oogst van de bollen hebben we knoflook buiten in een verhoogde bak en met een ruimere plantafstand geplant.

Sommige rucolaplantjes willen zelfs al doorschieten (met dank aan het warme weer 2 weken geleden, gok ik). Ook prima want een paar bloempjes zijn in deze tijd ook van harte welkom, voor het mooi, leuk of om van te eten.

Ik ben zelf heel benieuwd hoe lang deze oase zo blijft, welke soorten welke temperaturen kunnen verdragen. Daarom willen we ook niet alles oogsten maar ook wat planten laten staan, om te testen hoe de planten de winter doorkomen. Nog 6 weken en we hebben de kortste dag gehad (maar de koudste dag ongetwijfeld nog niet).

Ik hoop het hier in de komende 3 maanden zo af en toe eens te laten zien. Voor nu zijn we erg blij met onze kas vol planten!

Tot slot toch nog één keer heel kort iets over de zadenlijst: iedereen die tot een paar dagen geleden zaden bestelde moet die ondertussen in huis hebben. Ik ga dit weekend de overgebleven zakjes terug in de zadenlijst zetten. En ik bedacht dat ik de zadenlijst volgende maand al ga sluiten. Op deze pagina kun je er meer informatie over vinden.

En dan nog één keer de melding dat de Zaaiagenda voor de moestuin dit weekend voor het laatst met ‘jubileumkorting’ te koop is in de webshop van Laura

En nu de rust voorzichtig terugkeert hoop ik deze winter (in theorie) meer tijd te hebben voor de website. Ik heb de databases van tomaten en paprika’s al bijgewerkt, alle rassen die ik dit jaar teelde staan erin (wellicht nog een beetje slordig, dat kijk ik later na). Ik ga nu beginnen aan de databases van pepers, aubergines en eenjarige bloemen.

En daarna ga ik de recepten plaatsen, zoals die van deze brownie, naar een recept van Ottolengh:

 

Mmmm, eigenlijk is deze zo lekker dat ik het dit weekend eerst zal  plaatsen (edit vrijdagavond: gelijk maar even gedaan: Toffeebrownies met jam). Want als je geen bezwaar hebt tegen ongeveer 30.000 calorieën is dit wel de lekkerste brownie die ik ooit at (ik geef toe, ik ben geen kenner, maar ik weet wel wat ik lekker vind). Er zit jam in verwerkt, in dit geval de vijgenjam met rum en rozijnen die ik afgelopen juli (in)maakte, maar er zijn zeker meer soorten jam geschikt, zie later de uitleg in het recept.

En dan tot slot nog één foto, van een plant die ik dit voorjaar nieuw kocht, de Salvia guaranitica Blue Enigma. Al die maanden zo geweldig gebloeid, en nu nog steeds. Helaas geeft ze geen zaden, ik heb er daarom stekken van genomen, om als backup in huis te overwinteren want ze is matig winterhard. Erachter zie je trouwens vaag de Fuchsia triphylla Koralle, die ook nog volop bloeit. En wat verder weg zie je nog net een grote Dahliabloem bloeien.

Nu het flink kouder gaat worden en wellicht zelfs al gaat vriezen wordt het tijd om de matig winterharde planten die in pot staan de kas in te sjouwen (oei, nu nog plek zien te vinden tussen al groenteplanten 🙂 ). En de kuipplanten kunnen weer terug worden gesnoeid en naar zolder worden gesjouwd.

Volgende week spierballenweek!