Druppel

We hebben al jaren 2 pruimenbomen achterin de tuin, een Reine Victoria en een Avalon. Ze hebben het een paar jaar prima gedaan. Maar nu hebben we al drie jaar geen pruim meer gegeten. Niet één, niet eens een halve.

Elk jaar zit elke vrucht vol met poep en soms kruipt daar ook nog iets levends langs. Het is niet heel lekker om te bekijken dus meestal gooien we de betreffende pruim maar snel weg. Maar een volgende opengesneden pruim heeft hetzelfde, en de volgende ook, en die daarna ook weer.

 

Na vorig jaar, met 2 bomen vol pruimen maar niet één eetbaar, waren we het zat. Afgelopen 2 jaren hebben we al boomlijmbanden gebruikt maar die hielpen niet of nauwelijks – het was blijkbaar al te erg, de generaties motten hielden zichzelf zo in stand dat er voor ons niets meer overbleef.

Of de bomen belaagd en geplaagd worden door de pruimenmot of door de pruimenzaagwesp, ik vermoed door allebei, maar zeker door de pruimenmot. En afgelopen winter, na weer een zomer met alleen maar larven en/of poep in de pruimen, hebben we de motten, larven en/of zaagwespen de oorlog verklaard.

Ruud zei: ”Als je zaden bestelt, koop dan gelijk maar pyrethrum”. En dat heb ik dus gedaan (ik luister zeker niet altijd maar soms wel). Het doosje met biologisch bestrijdingsmiddel lag tot het voorjaar in de kast. Toen hebben we het tevoorschijn gehaald, de gebruiksaanwijzing en waarschuwingen op het etiket gelezen, en het met dezelfde vaart weer terug in de kast gelegd. We vonden het uiteindelijk geen optie.

Maar wat moesten we dan? Feromoonvallen aanschaffen? Of het toch maar weer proberen op te lossen met boomlijmbanden? En in ieder geval met goede zorgen, zoals een gezond bodemleven door compost onder de bomen te leggen waar nuttige dieren kunnen leven die de plaagdieren eten.

“Zal ik dit jaar eens gewoon het ‘sopje’ maken”? stelde ik in april voor. Ik bedoel daarmee het mengsel van 1 liter water, 2 eetlepels zachte groene zeep en 2 eetlepels zonnebloemolie dat zo goed helpt tegen luizen en spinselmot. “Wie weet, helpt het”.

En zo begonnen we dit jaar uiteindelijk toch iets minder oorlogszuchtig aan onze kruistocht tegen alles wat in onze pruimen woont (en die pruimen zowel als keuken alsook toilet gebruikt).

Ik heb helemaal niets met ziekten en plagen, weet er bijzonder weinig van, allemaal veel te negatief om leuk te kunnen tuinieren. Dan maar wat minder sla, of kool. Tot het te erg wordt en er uiteindelijk toch maar ingegrepen moet worden. Met tegenzin, maar toch.

Om wel een beetje met een strategie aan de strijd te beginnen hebben we in de boeken en op internet naar informatie gezocht (bijvoorbeeld op deze website: De Houtwal. En dit is wat we hebben gevonden over onze vraatzuchtige pruimhuisdieren met buikloop:

De pruimenmot is een nachtvlinder, tussen april en juni verpoppen de rupsen die in de boom of in de grond hebben overwinterd. Eind mei en/of in juni worden de kleine eitjes op de vruchten of het blad gelegd. De larven worden een week of 2 na het leggen van de eitjes geboren, ze boren zich in de vrucht, tot aan de pit, en voeden zich met het nog onrijpe pruimenvruchtvlees tot ze verpoppen en uitvliegen. Die eerste generatie zorgt voor de minste overlast; de kleinere pruimpjes rijpen te vroeg en vallen af. Als je die pruimen opensnijdt zie je de larven vaak nog in de pruimen zitten. En je kunt de aangetaste pruimen herkennen aan het druppeltje op de pruim:

 

Tussen half juli en eind augustus leggen de motten van de tweede generatie vervolgens hun eitjes.

Er zijn dus 2 belangrijke momenten: eind mei en juni voor de eerste generatie en half juli tot eind augustus voor de tweede generatie. Die tweede generatie larven/rupsen geeft veel meer schade. Vaak verkleuren, verschrompelen en schimmelen de vruchten aan de boom, maar soms lijken ze ook schijnbaar gezond en rijp maar blijken ze van binnen toch oneetbaar te zijn. Als je die pruimen plukt, opensnijdt en er geen larve in zit, betekent dit dat de larve al als rups de overwinteringsplaats heeft opgezocht en volgend jaar dus voor opnieuw veel ellende zal zorgen. De rupsen van de pruimenmot overwinteren in een cocon in de boom (achter de schors) of in de grond.

Met het eenvoudige idee dat als we die eerste generatie eens zouden kunnen behoeden voor het maken van een tweede generatie zouden we dus wellicht al op de goede weg zijn. En dus bonden we in het voorjaar de boomlijmbanden maar weer om de bomen. En ik maakte het ‘sopje’. En dat hebben we geprobeerd om tussen de laatste week van mei en de laatste week van juni eens per week over de vruchten en het blad te vernevelen. Dat lukte niet helemaal, iedereen weet hoe druk het in mei en juni is, met wieden, water geven, zaaien en planten, maar het is in ieder geval gelukt om een aantal keren het grootste gedeelte van de 2 bomen te vernevelen met het ‘simpele sopje’.

Late rassen zijn gevoeliger voor aantasting dan vroege rassen. Dat begrijp ik nu, late pruimen zijn letterlijk voer voor de tweede generatie. En vandaar ook dat de vroege Opal bij de tuinbuurman er heel veel minder last van heeft dan onze middelvroege Avalon en late Reine Victria.

En wat we zelf ook al hadden bedacht en elk jaar doen: gooi aangetaste en op de grond gevallen pruimen weg (niet op de composthoop).

En ik las ook nog dat de pruimenmot niet alleen actief is in de pruimen maar ook kersen, abrikozen en perziken lekker vindt. Nog meer reden om korte metten te maken met deze plaag want we zijn zo blij met onze nieuwe aanwinst, een bosperzik, waar we dit jaar 3 heerlijke vruchten van hebben kunnen plukken (en nu nog zonder levende have erin).

We zijn nu eigenlijk te laat met het bestrijden van de tweede generatie. Hmmm…… dat gebeurt ons volgend jaar niet meer. En ik ga nu (nou ja, morgen) alsnog alle gevallen en aangetaste pruimen zorgvuldig oprapen en weggooien.

Niet iedereen vindt die pruimen trouwens vies, vliegen en wespen eten op wat er overblijft:

 

Er is dus ook nog een pruimenzaagwesp, die is te herkennen aan juist een bruine natte plek op de plaats waar ze de vrucht heeft ingeboord en ook weer het druppeltje. Ook dat heb ik wel bij onze pruimen gezien maar in veel mindere mate dan de pruimenmot (die dus alleen maar het druppeltje heeft op een verder schijnbaar gave pruim.

Tot slot: heeft het sopje geholpen? Ik durf het niet met zekerheid te zeggen. Ik kan alleen maar zeggen dat we pruimen hebben kunnen oogsten. Zonder larve, zonder gangetje, en zonder poep. Zeker niet allemaal, ongeveer 1/3e van de pruimen was aangetast maar 2/3e was schoon en hebben we dus gewoon kunnen oogsten. Al vertrouw ik waarschijnlijk nooit meer een pruim en snijd die eerst doormidden voor ik er een hap uit neem 🙂 .

Eindelijk: heerlijke, gezonde, rijpende Reine Victoria’s, hoera!!

 

Ik vind het zelf na 3 pruimloze jaren een groot succes. Met dank aan de lijmbanden, of het sopje, of natuurlijke belagers, of het vernietigen van alle pruimen die aangetast leken of zelf loslieten en vielen. Of een beetje van alles. We kunnen volgende week de laatste pruimen oogsten, gaan direct daarna de bomen goed nakijken en alles wat er dan nog is achtergebleven verwijderen. En dit volgend jaar herhalen, misschien ook in augustus nog een keer vernevelen. Maar we hopen in ieder geval dat we een soort neerwaartse spiraal hebben doorbroken.

Ik heb zelfs nog een paar potten jam kunnen maken, en lekkere! Het recept heb ik ondertussen al geplaatst: Jam van pruimen en appels met amandelschaafsel.

 

Dan nog even: nogmaals, ik heb geen verstand van ziekten en plagen, ik heb de informatie op internet en in boeken gevonden. Mocht je een betere uitleg, of aanvullingen, oplossingen, etc. hebben, dan hoor ik het graag, elke tip die helpt om de pruimenmot en/of pruimenzaagwesp (als die zoveel overlast geeft) te bestrijden is welkom!

Om nog wel een beetje positief en tuinvriendelijk en met een vrolijke foto te eindigen: wat later dan normaal maar de paprika- en peperoogst is begonnen, op de foto zie je de eerste rijpe paprika’s van het ras Lajlak Bell.

 

Oogsten en nog meer recepten

Ik schrijf dit blog terwijl er een kilo of 4 in de oven geroosterde rode bieten in de keuken staat af te koelen tot ik ze kan raspen en in kan vriezen.

Het is elk jaar hetzelfde maar dit jaar lijkt het wat erger dan in andere jaren (dat komt vast door de droogte/warmte en vervolgens eindelijk de regen): de oogst raast bijna als een storm over de tuin. Al die maanden van plannen en zaaien, planten en wieden en water geven zorgt ervoor dat we nu elke tuindag letterlijk een emmer vol met oogst mee naar huis nemen; bieten, worteltjes, bonen, knolvenkel, tomaten, komkommers, appels, vijgen, andijvie, paprika’s, rode kolen, courgettes……. binnen enkele weken zitten onze 2 vriezers vol.

 

Terwijl Ruud vak voor vak schoonmaakt ben ik verantwoordelijk voor de oogst, zowel voor het plukken zelf als voor het koken ermee. En dan maakt Ruud vervolgens het stukje grond waar die groenten stonden weer schoon zodat er nog wat nieuws in kan worden gezaaid of geplant. Maar daar heb ik pas volgende week (hopelijk) weer tijd voor want de oogst stapelt zich in de schuur op en die moet ik eerst wegwerken.

Het is veel werk, en er zijn ook heus momenten dat ik er geen zin in heb. Maar tegelijkertijd geniet ik van die overvloed, het geeft een ‘een rijk gevoel’, beter dan dat kan ik het niet omschrijven.

Straks nog even de bieten raspen en invriezen, morgen de courgettes dan maar snijden. En er staat nog een bakje vol met pruimen, wat wil ik daarmee doen? Ik zet ze maar even in de koelkast, daar blijven ze een dagje langer goed en dan kan ik er nog even over verzinnen. En als ik geen tijd of inspiratie heb kiep ik ze gewoon in de kwark, altijd goed.

Ik probeer de recepten die ik maak ook gelijk op de website te zetten maar ook daarmee loop ik iets achter. Het recept voor deze eenvoudige maar lekkere tomaten’taart’ moet ik nog plaatsen:

 

En dat geldt ook voor het recept van couscous met knolvenkel en sinaasappel, en voor deze rijsttaart met blauwe bessen en sinaasappel:

 

Links en rechts slingeren briefjes met recepten, in een handschrift dat voor niemand anders leesbaar is, ik ben zelf de enige die nog wijs kan worden uit de gekreukte briefjes met vlekken, krabbels en aanvullingen in afkortingen. Ruud weet gelukkig dat hij ze niet mag weggooien tot ik ze doormidden heb gescheurd.

Een aantal recepten heb ik wel al op de website geplaatst, zoals het beloofde recept van de  Half gedroogde tomaatjes in dressing

En ondertussen heb ik ook dit heerlijke recept van Appelgelei met cider gemaakt:

 

Je kunt het hier vinden: Gelei van appel en cider

En waar ik zeker reclame voor moet maken is dit geweldige recept voor Vijgenconfituur met sinaasappel en pijnboompitten:

 

Het nadeel is dat het niet goed voor de lijn is, want het is niet alleen heel zoet en suikerrijk maar het is zo lekker bij blauwaderkaas dat we vanmiddag nog maar een keer een stukje gorgonzola hebben gekocht 🙂 . Mocht ik nog wat vijgen kunnen oogsten ga ik er zeker nog wat potjes van maken want in dit tempo is de voorraad snel op. Het recept: Vijgenconfituur met sinaasappel en pijnboompitten

 

Verder hoop ik ergens in de komende dagen nog 2 leuke recepten te kunnen plaatsen, van ingemaakte Harissa (met de eerste oogst rijpe pepers) en van een verbeterd recept voor cherrytomaatjes in zoetzuur.

Morgen gaat het stormen, dat betekent geen tuindag en dan kan ik hopelijk de wortelen schrappen, grof hakken en invriezen. En de courgettes alsnog snijden. En als het dan zondag wat beter weer is kan ik wellicht basilicum plukken en invriezen. En dan kan ik ook weer tomaten oogsten om nog een keer pastasaus in te maken.

En kan ik ook weer aubergines oogsten, op de foto hieronder zie je het ras Pyatachok. Ik had geen idee wat die naam betekende maar als ik googel zie ik afbeeldingen van een getekend jong varkentje, een soort Nijntje maar dan anders. En het zijn inderdaad kleine ronde tot ovale roze tot lichtpaarse aubergines 🙂

 

Dan nog even de melding dat ik een blog op de website van Pokon heb geschreven, en dit keer met wat wetenswaardigheden over de naamgeving en het gebruik van Tropaeolum / Oost-Indische Kers

Tot slot nog één foto, en die gaat ook over oogst. Want we kunnen niet alleen fruit, groenten en kruiden oogsten, ook de eerste zaden beginnen te rijpen. Op de foto zie je Helichrysum bracteatum Silvery Rose, je ziet de rijpe zaden letterlijk uit de bloembodem puilen.

Inmaken, tomaten en tijd

Als het om inmaken gaat denk ik altijd na over deze 2 waarheden:

Nummer 1: Ik drink graag en elke dag water, lekker dorstlessend, maar eerlijk is eerlijk: water smaakt naar niks. En dus volg ik de eerste keer het recept waarin water wordt gebruikt, maar kies ik een volgende keer in plaats van water liever geheel of gedeeltelijk een ander vocht, zoals azijn, likeur, appelsap, druivensap, wijn, olie,  citroensap, sinaasappelsap, etc. (afhankelijk van de inmaak).

Nummer 2: Tijd en aandacht en de beste producten geven het beste resultaat. Tomaten ontvellen kost bijvoorbeeld veel tijd maar daar wordt een goede chutney lekkerder van. En nog een voorbeeld: iets te weinig inmaak aanvullen met niet heel lekkere of niet goed bijpassende ingrediënten die je toch hebt liggen geeft bijna altijd een minder lekker resultaat. Zo heb ik ooit een peren-gemberjam die te dik was aangevuld met wat van die kant en klare siroop voor in de koffie. Yukhh. En ik heb een in principe prima sambal eens verziekt door er een bittere groene paprika aan toe te voegen. Nogmaals Yukhh.

De tijden zijn ook veranderd, vroeger maakte ik in om zoveel mogelijk te kunnen bewaren. Ik maakte dan soms wel 15 potten jam van dezelfde vruchten met (gelei)suiker en misschien nog wat citroensap. Maar ik merk dat ik de afgelopen jaren steeds vaker minder dezelfde inmaak maak en meer kleine hoeveelheden verschillende soorten inmaak. en dus meerdere recepten uitprobeer.

Dat kan ik zien aan de recepten voor aardbeienjam die ik al weer een jaar of vijf geleden maakte. Ik maakte toen in één week kleine hoeveelheden aarbeienjam met limoncello, aardbeienjam met chocolade en aardbeienjam met vlierbloesem. Alle drie lekker maar alle drie anders en leuk om die verschillen te proeven. En bovendien vond ik de aardbeienjam met limoncello lekker op een broodje, die met chocolade lekkerder op een croissantje en die met vlierbloesem was heerlijk om in een taart te verwerken.

En later deed ik hetzelfde met stoofpeertjes, na het schillen kookte ik voor de inmaak een deel in rode wijn met kaneel, steranijs en gember, een deel in rosé met citroen, en een deel in herfstbok met vanille.

Voor alle duidelijkheid: er is helemaal niks mis met aardbeienjam van alleen aardbeien, dat heb ik al heel vaak gemaakt en het is heerlijk. Maar ik vind het persoonlijke gewoon leuk om te experimenteren, ik hou van alle mogelijke internationale keukens en ik probeer graag recepten uit. En na al die jaren inmaken begin ik langzamerhand op mijn eigen kennis, kunde en ervaring te vertrouwen. Bovendien heb ik een leuk stel boeken waar ik heel veel recepten en/of inspiratie uit haal.

Wat ik wel elk jaar opnieuw en volgens hetzelfde recept maak is de saus/sap van geroosterde tomaten, die maak ik elk jaar in grote hoeveelheden en op dezelfde manier in, want die kan ik gebruiken voor allerlei soorten soepen en sauzen en stoofgerechten (gisteren nog pasta met uien, knoflook, chorizo en knolvenkel in tomatensaus – de allerlaatste pot van vorig jaar –  gemaakt, heerlijk)!

Maar ik maakte bijvoorbeeld al eens eerder de verse zaden van Tropaeolum (Oost-Indische kers) in, als kappertjes in een zoetzuur. Ik vond het niet geweldig lekker (ik weet niet eens meer hoe ik het maakte, met rode wijnazijn, water en suiker, dat weet ik nog wel). Ik maakte het nu weer, volgens een ander recept:

 

Het feit dat het potje al voor de helft leeg is zegt genoeg 🙂 . En van ‘gewone’ azijn en de bloemen van dezelfde Tropaeolum maakte ik deze lekkere en mooie zacht oranjeroze azijn:

 

En eergisteren kregen van een tuinbuurman een schaal met pruimen. We hebben er flink van gegeten maar vervolgens maakte ik van het restant deze pruimen in een siroop, met onder andere honing, bruine rum, kaneel en steranijs:

 

En dan nog deze…… ik probeer al jaren de smaak van tomaten te vangen in een pot. En dat lukt niet altijd even goed. Ja, de Moestuinchutney met tomaten is erg lekker (al een jaar oud en nu zelfs lekkerder dan vorig jaar). En de tomatengelei, de al eerder genoemde geroosterde tomatensaus, tomatenchutney, allemaal lekker. Maar ik bedoel de zomerse smaak van tomaten uit eigen tuin, zonder al te veel toevoegingen. Die je in salades kunt gebruiken, of gewoon zo kunt opeten.

Wij vinden half gedroogde tomaatjes uit de winkel lekker, ze zitten in bakjes en staan naast de bakjes met olijfjes, pesto en gevulde paprikaatjes en zo. Als ik die toch eens zelf zou kunnen maken, maar dan met echt lekkere tomaten uit eigen tuin. En ik denk dat het gelukt is (gisteren gemaakt en erg lekker, maar ik moet ook nog even aankijken hoe het na een weekje in pot smaakt).

 

En zoals je op de foto de linker pot ziet kwam ik ietwat vocht tekort, ik moet dus nog iets schaven aan het recept. Ik hoop het volgende week nogmaals te kunnen maken met nieuwe oogst en het dan iets aan te passen.

Ik heb dus nieuwe leuke inmaakrecepten gevonden, bedacht en geprobeerd. Maar ik heb geen tijd om ze op de website te zetten. Ik wil allereerst de mensen die vragen van andere mensen op deze website beantwoorden heel hartelijk danken!! Ik ben er niet alleen heel blij mee, ik kan eigenlijk niet meer zonder. Want ik krijg te veel vragen. En ik vind het echt niet erg om vragen te beantwoorden maar ik ben al weer zover dat ik elke ochtend nog voor het douchen en ontbijten achter de computer kruip en eerst minimaal één tot twee uur vragen zit te beantwoorden.

Social media is heel leuk maar ik krijg ondertussen niet alleen vragen via de website maar ook via de mail, en ook via de mail van waaruit de melding van een blog wordt verstuurd. En via facebook en instagram maar ook via chatberichten en persoonlijke berichten via die weg en bij de Youtube-filmpjes 🙂

En soms zijn het heel aardige mensen die vriendelijk vragen of ze een vraag mogen stellen en blij zijn met een reactie/antwoord. Maar er zijn ook mensen die in reactie op een foto van een blauwe bes op facebook schrijven: “wanneer snoeien”. Geen hallo, geen groetjes, geen dankjewel, niet eens een echte zin, zelfs geen hoofdletter of punt.

In de winter en het voorjaar, wanneer ik meer tijd heb,  vind ik het zelfs leuk om mee te denken en er zelf ook weer van te leren. Maar als ik de recepten van bovenstaande inmaak op de website wil plaatsen (en als ik komende herfst nog een kleine zadenlijst wil maken) lukt het me niet meer om alles te beantwoorden. Dus bij deze de oproep: als je een vraag hebt, stel die dan bij voorkeur op de passende pagina op mijn website of anders in reactie op het laatste blog. Dan blijven vraag en antwoord zichtbaar voor iedereen die later dezelfde vraag heeft en antwoord zoekt. En dan hoop ik weer een beetje te mogen vertrouwen op mensen als Ria, Carine, Wijnie, Petra, Gerard, Carola en al die anderen die ook vragen beantwoorden!

In ruil daarvoor hoop ik dit weekend de inmaakrecepten op de website te schrijven (en hoop ik weer tomaten te oogsten en daar de zaden uit te halen voor een kleine zadenlijst).

Dan nog even dit:

 

Ja, de grote oogst van emmers vol met tomaten is begonnen. We hebben al 16 grote potten geroosterde tomatensaus op zolder, Ruud begint al te zeuren dat er geen plaats meer is en er bijna geen potten meer zijn 🙂 .

Ik heb een 30 seconden filmpje gemaakt van de tomaten zoals je er wat op de foto hierboven ziet, nog steeds zonder geluid maar de briefjes met namen lijken me best handig voor de mensen die benieuwd zijn naar de rassen: Tomatenfilmpje op Youtube

En dan nog iets over tomaten: op zondagmiddag 25 augustus houdt Mime in Beugen weer een klein Tomatenfestival. Ze vroeg of ik het in mijn blog wilde noemen, bij deze. De toegang is gratis en je kunt er tomaten zien, proeven, ruilen, etc.. Meer informatie:  Tomatenfestival en Persbericht

En dan kan ik nu naar de tuin, en dat is hoog nodig, want het is er nogal een bende, na eerst hagel en daarna een hittegolf, het onkruid groeit ondertussen tot onder onze oksels en de oogst is overweldigend (met onder andere letterlijk een krat vol knolvenkel en emmers vol met bonen, tomaten, bieten en worteltjes).

Edit zaterdagochtend: zojuist het recept voor de Kappertjes van Oost-Indische kers geplaatst. En ook het recept voor de Azijn met Oost-Indische Kers-bloemen

Edit maandagochtend: ik het het recept voor de Pruimen in kruidige siroop geplaatst.

 

 

Ravage

We zijn een hele week niet naar de tuin geweest. Nou ja, een paar keer ´s ochtends vroeg, om even snel het hoognodige water te geven en te tikken. En natuurlijk om te oogsten wat we die dag willen eten.

Na de enorme hagelbui van vorig weekend en vervolgens een week met belachelijk hoge temperaturen ligt de helft van de tuin plat en is de andere helft van de ontploft (en dan heb ik het over groenten maar vooral ook over het altijd sneller kiemende en groeiende onkruid).

Om nog even te laten zien wat de hagel met de tuin heeft gedaan:

 

Het pompoenblad heeft gaten in de vorm en grootte van de hagelstenen.

De worteltjes zien er zo uit:

 

Schrik niet, het blad is eerst plat gehageld en vervolgens verdord en uitgedroogd in/door de felle zon. Maar we hebben een paar worteltjes opgegraven en de worteltjes zelf zien er prima uit (en smaken er ook niet minder om).

Nog een voorbeeld: de rand voor de kas ziet er nu zo uit:

 

Alle eenjarige bloemen zijn ook weer eerst omver gehageld en vervolgens uitgedroogd en ‘gekookt’. Tien dagen geleden zag het er nog zo uit:

 

Het is jammer maar het is niet anders. Dat is tuinieren; zaaien, planten, oogsten incasseren, inspelen op veranderingen, vervangen, opnieuw zaaien, etc. Er komt nooit een eind aan zowel tegenvallers als meevallers 🙂 .

Ik klaag dus ook niet, dit hebben we al zo vaak meegemaakt, in welke vorm dan ook (en liever nu dan in mei). Maar mijn handen jeuken, om orde te scheppen, te wieden, op te binden, af te knippen, te verwijderen, te herplanten en noem maar op. Maar ik heb er geen tijd voor. Want na 8 dagen, door hagel en vervolgens door hitte, niet of nauwelijks te hebben kunnen tuinieren, groeit niet alleen het onkruid explosief maar moeten we ook oogsten. En ook al hebben we de moestuin voor de lol en niet perse voor de grootst mogelijke opbrengst, als ik moet kiezen gaat oogsten altijd voor.

En dus:

 

…. hebben we vandaag een emmer pronkbonen geoogst, een emmer stamsperziebonen, en anderhalve emmer stoksperziebonen. En 6 courgettes. En 14 komkommers.

Morgen gaan we tomaten oogsten (en dat is heel veel, daar ben ik de hele dag zoet mee (want ik moet ze ook op naam sorteren en labelen zodat ik er zaden van kan oogsten, en ik verwacht dat ik niet alles in één keer mee kan nemen maar waarschijnlijk 3 keer heen en weer naar huis zal moeten fietsen).

En dan hoop ik maandag knolvenkel, rode bieten en snijbiet te oogsten (want die schieten door), en de zielige worteltjes.

De komende avonden kunnen we dan snijden, koken en invriezen / inmaken. Het zijn drukke tijden. En dan hopen we ergens aan het einde van de komende week te kunnen gaan beginnen met het op orde brengen van de tuin. Ik kijk er nu al naar uit! En dan komen er ook weer nieuwe lege plekken in de tuin. Daar ben ik ook blij mee, want gezaaide sla, winterandijvie, knolvenkel, koolsoorten, etc. staan al weer klaar om uitgepoot te worden. En we moeten een nieuw aardbeibed maken. Eigenlijk moeten we heel veel (nou ja, er moet niks, maar wel als we met plezier naar de tuin willen kijken en er de komenden maanden nog uit willen oogsten 🙂 ).

En dus is dit maar een kort blog. Want ik moet 12 van de 14 komkommers nog snijden en invriezen. Vroeger dacht ik altijd dat komkommers niet konden worden ingevroren, dat het zacht en snotterig zou zijn na het ontdooien. Maar niets is minder waar; we schillen ze, verwijderen de zaadlijsten (dat is wel belangrijk), snijden het vruchtvlees in blokjes en vriezen die vervolgens in. Als we ze in de winter willen eten maken we een dressing en laten de komkommerblokjes daarin ontdooien. Of we kiepen ze zo uit de vriezer vandaan in een roerbak, of in de Haagse komkommer (gestoofde komkommer in kaassaus, ongeveer 30.000 kilocalorieën p.p. maar wel erg lekker).

Ik wil nog even melden dat ik afgelopen week nog een leuk inmaakrecept heb geprobeerd, dat recept heb ik in een blog op de website van Pokon geplaatst: Recept Tomatengelei met appel, citroen, vanille en gember

 

Oh ja, tot slot dan nog wel weer eens een bloemenfoto. Na jaren van afwezigheid heb ik eindelijk weer zaden van Nicotiana mutabilis gevonden en gezaaid. Ze is een eenjarige met groot lichtgroen blad, dicht bij de grond. En daarboven, op bijna anderhalve meter hoge ranke bloeistengels bloeien dan de kleine bloempjes. Elke plant maakt meerdere bloeistengels die telkens vertakken, en zo ontstaat er bijna letterlijk een wolk van bloempjes. Ze lokken veel bestuivers, en ze verbloeien van wit via lichtroze naar lila (daarom zie ik haar ook nog wel eens onder de naam Nicotiana mutabilis Marshmellow). En de planten zijn niet noemenswaardig beschadigd door de hagelstenen, die vielen er blijkbaar en gelukkig net naast.

 

p.s.: ik heb weer eens 3 filmpjes op youtube geplaatst, van de kassen na een week hittegolf. Ook daar is alles nogal explosief gegroeid 🙂

Ik moet eens leren hoe ik zo’n filmpje kan bewerken, zodat ik er bijvoorbeeld de namen van de tomatenrassen bij kan schrijven of er een muziekje onder kan zetten of zo. Maar daar heb ik voorlopig geen tijd voor 🙂

 

Ontzag

Ik was even met buurvrouw Jetty in haar tuin en kas, om te kijken naar de kouseband en okra, en ze had wat kangkungstekjes (waterspinazie) voor me. Terwijl we daar samen stonden te kletsen zaten Ruud en tuinbuurman Rens een pilsje te drinken op het terras. We hoorden wel gerommel, en toen plotseling een flinke donderslag.

En er vielen druppels. We grapten nog tegen elkaar dat de mannen de telefoons wel de kas in zouden leggen als het zou gaan regenen. En dat het nooit veel voor kon stellen, want de buienalarm-app liet alleen een klein blubje zien, als een licht buitje.

Les 1: vertrouw nooit alleen op een buienapp.

Bij het woord telefoon rende buurvrouw Jetty al de kas uit, richting het terras met haar telefoon, tas, fototoestel en andere persoonlijke bezittingen. Ik bedacht dat het handiger was om heel even te wachten tot die kleine bui voorbij was. Maar de kleine bui veranderde in nog geen minuut in een razende storm. Zonder een enkel voorgevoel kletterden hagelstenen van het formaat knikker tot stuiter op de kas. En waaide het zo hard dat bladeren en takken voorbij vlogen. Ik voel me niet snel onveilig in mijn kas. Maar dit was niet mijn kas, en dit was geen gewone hagelbui.

En dus besloot ik naar de kas te rennen, naar Ruud, Rens en Jetty. De afstand is slechts een meter of 25. Maar dat rennen ging niet zo makkelijk: kruip door sluip door, onder de perenboom, langs de kas, de hoek om langs de bramen. Het pad stond ondertussen al onder water, hagelstenen trommelden op mijn hoofd, en ik had mijn fototoestel in mijn ene hand en een bakje met kangkungstekken in mijn andere hand.

Afijn, om een lang verhaal kort te maken, 1 minuut / 25 meter verder was ik tot op mijn ondergoed drijfnat. En er zaten hagelstenen in mijn haar (nou ja haar, een natte dweil leek er meer op). En er plakten bladeren op mijn t-shirt van de platanen die 50 meter verderop aan de rand van het tuinbouwcomplex staan.

Les 2: zorg dat je een handdoek of iets dergelijks voor noodgevallen op de tuin hebt.

Hagelstenen, ruim een kwartier nadat ze vielen

 

In de grote kas (net zo kwetsbaar als de kas van Jetty maar toch anders omdat je dan met z’n vieren bent) hebben we gekeken naar de storm. Ik geef toe dat ik wel bij de deur stond, voor het geval er een ruit zou breken (Ruud zegt altijd: “die kop je niet terug”). Het duurde hooguit 10 minuten. Maar in die 10 minuten zagen we de volkstuin bijna opgetild worden, zo erg was het. Planten die horizontaal waaiden, pompoenplanten die letterlijk van de grond los kwamen, takken en bladeren die voorbij waaiden, maïs die half uit de grond werden gerukt, en dan die hagelstenen, en het onweer.

En toen was het over, en stil.

Oké. En dan? Dan kijken we nog even op de buien-app (voor alle zekerheid, ook al heeft die ons 10 minuten geleden toch flink bedrogen). En vervolgens drentelen we naar de tuin, bijna bang voor wat die korte maar o-zo hevige bui heeft aangericht. De kassen zijn nog heel, gelukkig! De ingeklapte parasol ligt midden in de tuin, op potplanten en de net gekiemde rammenas.

De grote zware glazen vaas met 3 artisjokbloemen die op de tuintafel stond ligt in 100 stukjes op de grond. Maar de potten staan allemaal nog overeind, de planten die erin staan waren minder gelukkig en zijn bijna allemaal geknakt.

De bloemen zijn van de stokbonen gewaaid, en de jonge boontjes ook. Maar het pompoenenbouwwerk staat nog, en op wat geknakte bladeren na lijken de planten het ook te hebben overleefd.

Sla en andijvie en bietjes na de storm

 

Arme vijg

 

We drinken nog een glas wijn en gaan dan maar op huis aan. Om iets droogs aan te trekken. En om te zien wat de storm daar zou hebben aangericht. Onderweg naar huis ligt het fietspad bezaaid met takjes/bladeren, en we zien langs de weg flink wat afgerukte takken van meer dan 2 meter lang liggen (gelukkig hebben die, voor zover wij weten, niets of niemand geraakt).

De Brugmansia’s (die juist in knop kwamen) zijn verwoest:

 

De Dahlia’s liggen om en eenjarige bloemen zijn geknakt. Ik maakte afgelopen week een foto van deze Canna Russian Red in de achtertuin:

 

Na 10 minuten storm ziet ze er zo uit:

 

De Dahlia-, Cosmos- en Helichrysumplanten die ervoor stonden liggen allemaal om (op één dappere bloeistengel rechts na).

We hebben alles laten liggen. Morgen gaan we beginnen met opruimen, terug knippen, opbinden en aanharken. Zo klagen we over te weinig regen, zo krijgen we een complete hagelstorm op ons hoofd (en uiteindelijk viel er nog geen 10 millimeter regen).

  • Les 3: tegen dit soort weersomstandigheden is amper te vechten, ‘ontzag’ is het enige woord dat in me opkwam tijdens de storm
  • Les 4: Geniet van je tuin, het kan heel snel anders zijn
  • Les 5: zit niet bij de pakken neer, planten zijn net zo flexibel als mensen, morgen zijn er wellicht al wat planten overeind gekomen. En de rest binden we op, knippen we terug, geven we voeding, en dan gaat het gros zeker weer gewoon groeien.

Morgen maar eens bedenken wat ik nog kan zaaien 🙂

En dan gaan we nu richting temperaturen van 37 graden. Ik heb er niet voor geleerd maar helemaal normaal (voor zuidwest Nederland) lijken me dit soort weersomstandigheden toch niet.