De winterkas

Nou, het woord winterkas is eigenlijk overdreven hoor. Ik heb zelf geen idee hoe dit project afloopt, misschien strandt het grotendeels bij de eerst nachtvorst. Maar dat zou ook leerzaam zijn.

Voor wie het in de afgelopen blogs heeft gemist:

De kassen staan hier in de winter altijd grotendeels leeg. Nou ja, niet leeg, vooral vol met rommel; van tonkinstokken, lege emmers, een afvalzak, gieters, wat potten met planten voor een droge overwintering, wat gereedschap, een tuinslang, dat soort dingen. Een rommeltje dus. Zoals dit:

 

Het ziet er ook echt uit als winter, koud en grijs, en alsof de vorst plotseling toesloeg en we hals over kop van alles de kas in hebben gegooid en naar huis zijn gevlucht.

Vaak heb ik in één kas nog wel wat weeuwenteelt bloemkool en spitskool staan. Maar verder alleen maar rommel of niks of onkruid. In januari word ik dan plotseling wakker, ongetwijfeld omdat we oud & nieuw en de kortste dag hebben gehad. Dat is elk jaar weer het moment dat ik op ga ruimen, en begin met zaaien, van sla en rucola tot mosterdblad en veldsla.

Maar nu wil ik het anders, ik wil dit jaar eindelijk eens een kas die ik niet alleen in de zomer optimaal benut maar ook in de winter. In mijn vorige blog liet ik zien dat dat wel wat offers kost, de meeste tomatenplanten en ondertussen ook meloen-, paprika- en peperplanten hebben we uit de kas gehaald. Er staan zo links en rechts nog wat planten waar we de komende weken nog van kunnen oogsten. Maar verder is de kas voor half september akelig kaal.

En ondertussen is één kas (van de twee die ik wil gaan vullen) klaar. Er is (nog) niks leuks aan te zien:

 

Eerst: de kas was nog zo droog (en de grond daardoor zo hard) dat we eerst een stuk of 15 gieters water in de kas hebben gegoten. Daarna heb ik een klein beetje voeding gegeven. Met de nadruk op ‘een klein beetje’. Veel voeding zorgt in combinatie met de korte, donkere dagen in de winter voor een hoger nitraatgehalte in bladgewassen. Maar alle tomaten, pepers, meloenen, aubergines, etc. hebben wel veel voeding die in de grond in de kas zat verbruikt. Ik heb, maar het is dus maar een probeersel, alleen wat koemestkorrels gegeven, en een kleine hoeveelheid patentkali (voor de wortelgewassen). Daarna hebben we de grond wat losgemaakt (niet gespit maar met schrepel – en waar het heel hard was met de grelinette).

De andere kant van de kas is zo mogelijk nog saaier:

 

We hebben in deze kas gekozen voor repen worteldoek. Omdat dat elk rijtje makkelijk en op de goede afstand van het volgende rijtje scheidt. En omdat het de grond vochtig houdt. Normaal gesproken is de grond hier in de kas in de winter altijd ‘nat zat’ maar afgelopen winter bleef die al droog en als de grondwaterstand de komende maanden niet stijgt verwachten we deze herfst/winter ook weer een droge grond.

En tot slot het belangrijkste; het zwarte doek houdt hopelijk de warmte in de grond wat langer vast. En dat is dan handig voor het kiemen en groeien van zaden en zaailingen. En het beschermt komende winter wellicht ietwat tegen de vorst (zeker als de zon overdag schijnt en de grond onder het doek opwarmt en die warmte in de nacht weer afstaat aan de lucht). Voor alle duidelijkheid, dit is niet zoals het is, dit is zoals ik hoop en denk dat het wellicht zou kunnen zijn 🙂 .

Dan nog even over de soorten die ik in deze kas heb gezaaid. Dat zijn soorten die (bewezen) goed in de herfst gezaaid kunnen worden, maar ook soorten die wel tegen kou kunnen maar waarvan nergens staat dat ze ook in de herfst gezaaid kunnen worden. Zo hoort dat in zo’n project, er zitten ook wat ‘gokjes’ in. Dus zaaide ik in deze kas veldsla, pluksla (Australische gele) en snijsla (Witte |Dunsel), spinazie (scherpzaad), rucola, mosterdblad, Parijse worteltjes, kervel (Brusselse Winter), winterpostelein, tuinkers, stengelui, hon tsai tai, radijs en winterrammenas.

In de andere winterkas komen deze repen niet. En daar komen ook geen rijtjes met zaaisels. Ik heb in de afgelopen weken al van alles voorgezaaid wat ik hier de komende week in ga planten. En een deel daarvan is al verspeend en kan zo nog even in lekkere, voedzame verse potgrond groeien tot ik plaats heb gemaakt. Want in deze kas staan nog wel flink wat tomaten, pepers, etc. En er moet ook eerst nog wel wat rommel worden opgeruimd.

 

De soorten die ik voor in deze kas heb (voor)gezaaid zijn bietjes en knolvenkel (die laatste is wel de grootste gok), weeuwenteelt bloemkool (Snowball A), spitskool, savooikool, tatsoi, paksoi, baby choy, wintersla (zoals Frisby en Hivert de Tremont), winterandijvie, palmkool en boerenkool. Veel kool dus, maar die kunnen dan ook vaak ook heel goed tegen kou. En in deze kas wil ik het liefst ook nog wat bloemen zaaien/planten die wat kou kunnen verdragen en misschien wel tot in december kunnen bloeien (of anders vroeg in het volgende voorjaar), zoals viooltjes, goudsbloemen en Oost-Indische kers. Oh ja, en ik wil volgende week ook nog wat tuinbonen en doperwten zaaien.

En ik verwacht dus ook niet dat we al deze groenten de komende weken of maanden kunnen oogsten. Er zitten soorten tussen (zoals de worteltjes, bietjes, weeuwenteelt bloemkolen, tuinbonen en erwtjes) die als zaailingen/jonge planten in de kas overwinteren en in het vroege voorjaar in de dan snel opwarmende kas verder gaan groeien en we dus in de loop van het voorjaar pas kunnen oogsten.

Eigenlijk verwacht ik niks, ik wil het maar gewoon gaan zien en ervaren en hoop op een leuke en leerzame ‘winterkas’ 🙂

p.s. 1:   ik hoop in de komende herfst, winter en lente zo af en toe te laten zien hoe het er in de 2 kassen uitziet, en te beschrijven wat wel of niet goed gaat, en of/wat we wanneer kunnen oogsten, etc. Daarom plaats ik dit blog in de categorie ‘Blog 2019’ maar heb ik ook een nieuwe categorie aangemaakt met de naam ‘Winterkas’, misschien handig voor wie de blogs die hierover gaan later nog eens terug willen lezen.

p.s. 2:   dit is misschien helemaal niet leuk om te lezen voor mensen zonder kas. Maar misschien kun je een met een tunneltje of platte bak ook wat leuke soorten uitzoeken om te zaaien. En zelfs buiten kun je nu nog wel wat zaaien. Er is voor de buitenteelt minder keus maar denk bijvoorbeeld aan winterpostelein, veldsla, tuinkers, spinazie, mosterdblad en rucola.

Tot slot van dit winterachtige blog een zomerse foto. Afgelopen winter vond ik eindelijk weer eens zaden van deze geweldige plant die ik jaren geleden al eens teelde. Ik heb de zaden direct gekocht, afgelopen voorjaar gezaaid en me verheugd op wat er zou gaan komen. Iedereen kent wel Salvia splendens, vroeger werd ze ook wel Sint Jansvuur genoemd, lage perkplanten in een felrode kleur (ik vond ze niet erg mooi).

Dit is dezelfde Salvia splendens maar dan ‘Giant Form’:

 

Ruim 1.30 meter hoog, ze bloeit al sinds half juli en wordt met de dag mooier! Vooruit dan, nog een foto, dan kun je wat beter zien hoe groot ze is en hoe rijk ze bloeit:

 

Ze is eigenlijk een vaste plant maar niet winterhard. Ze kan als kuipplant worden overwinterd maar is, zoals je ziet, ook prima als eenjarige te telen. Vanaf nu wil ik nooit meer een jaar zonder Salvia splendens Giant Form!

Afscheid

Poeh, het deed wel een beetje zeer. Maandag zag de kas er nog zo uit:

 

En woensdag was dit het uitzicht:

 

We hebben met pijn in het hart bijna alle tomaten eruit gehaald. En ook wat paprika-, peper- en aubergineplanten. En de rest hebben we ‘gestript’. Ik heb op de website van Pokon een blog geschreven over het hoe en waarom (het op deze manier ‘plagen’ van planten stimuleert ze tot sneller rijpen): Het snoeien van paprika’s en pepers in de herfst

De foto’s hierboven zijn van kas 3. In kas 2 willen we ook zo’n winterkas maken. Daar ga ik de peperplanten pas rooien wanneer ik  er wil gaan zaaien/planten. Bovendien heb ik bedacht dat ik in kas 3 (die van hierboven) vooral rijtjes wil zaaien/planten. In deze kas 2 wil ik een wat meer natuurlijke manier van planten aanhouden (ander soort planten ook). Ruud vertaalt ‘natuurlijk’ direct na mijn voorstel in ‘schots en scheef’ en is er vooralsnog niet blij mee. Maar het is mijn project, in dit geval ben ik de denker en hij de doener 🙂

Kas 2 op maandag:

 

En op woensdag:

 

Ook hier zijn bijna alle tomatenplanten weggehaald, maar de peperplanten mogen nog even blijven. Het is gelijk veel lichter en zonniger in de kas (mits die schijnt), en daardoor ook warmer. De planten die hierin komen zijn vooral koolsoorten en bladplanten zoals snijbiet, en die kan ik eerst verspenen en in 9-centimeterpotjes in de kas zetten tot de peperplanten dan ook maar moeten worden geruimd.

Eigenlijk laten we al ruim 25 jaar alle planten zo lang mogelijk in de kas staan, soms wel tot in november, dit is wel even wennen. En het afscheid deed dus ook wel een beetje zeer. Maar wie A zegt zal ook B moeten zeggen, ik heb mezelf nu eenmaal beloofd dit jaar een ‘herfst- en winterkas’ te proberen te maken. Met de nadruk op ‘proberen’ want het is ook maar een experiment.

Daarom moesten de planten er wel uit. Want dit is wat er ondertussen staat te wachten:

 

En…..

 

En zo nog 2 tray’s. “Dat kun je nooit allemaal kwijt”, zegt de altijd positief ingestelde Ruud. Het maakt mij niks uit, ik ben er heel blij mee, al die probeersels voor in de kas. En wat ik overheb plant ik buiten uit of geef aan tuinburen, ik heb nog nooit een zaailing weg hoeven te gooien.

“Dit is alleen wat ik heb voorgezaaid, ik heb ook nog een zak met verschillende soorten voor ter plaatse zaaien bij me, zoals spinazie en worteltjes, veldsla, pluksla, winterkervel, radijs en winterpostelein”, zeg ik. Ruud schiet in de lach, mompelt iets over ‘een tweede verdieping’ of zoiets en gooit nog een gerooide tomatenplant in de kruiwagen.

“Ruud, wil je een paar groene tomaten apart leggen, dan ga ik weer eens proberen of ik er iets lekkers van kan inmaken”. Ruud schrikt er bijna zichtbaar van. “Nou, doe voor mij geen moeite”, zegt hij.

Toch ga ik het weer eens proberen. En dus zijn dit wat onrijpe tomaten die ik mee naar huis nam, uiteraard onder stilzwijgend protest van Ruud.

 

Die tomaat in het midden heb ik er later tussenuit gevist, die is niet van plan om onrijp in de jam terecht te komen en gaat toch nog kleuren. Dus ligt die nu op een lichte plaats te rijpen.

Maar de rest is voor de jam, want pickles en relish en chutney vind ik leuk om te maken maar eten we simpelweg niet zo vaak. En het eerste waar ik in de keuken aan dacht:

Bij rijpe tomaten zijn er rassen die lekkerder, zoeter, zuurder, voller van smaak, fruitiger, meliger, sappiger, etc. zijn dan andere rassen. Zou dat ook het geval zijn bij onrijpe groene tomaten? Ik nam groene tomaten van 3 rassen en heb die onrijp geproefd. Onrijpe tomaten zijn rauw inderdaad niet per perse heel lekker. Ze zijn ook nog eens licht giftig. Maar bij de 3 verschillende rassen proefde ik wel lichte verschillen;

  • De onrijpe Orange Minsk Heart had weinig smaak, was vooral fris en groen, veel meer kon ik er niet van maken (in rijp stadium hebben ze een zachte frisse en fruitige tomatensmaak).
  • De onrijpe tomaten van het ras Zena’s Gift waren ook fris maar op een bijna hartige manier (rijp hebben ze vooral een volle tomatensmaak). Misschien lekkerder in chutney en relish dan in jam.
  • De onrijpe Yellow Striped Boar tomaten vond ik de meeste smaak hebben, fris, groen, bijna tomatillo-achtig en vooral zurig, op een bijna citroenachtige manier (rijp zijn ze juist zoet en fruitig)

Ik kan er met één keer proeven natuurlijk nog geen conclusies aan verbinden maar voor nu gok ik dat de tomaten die in rijp stadium extra zoet en fruitig zijn, in het onrijpe stadium fris, zuur en wat mij betreft het lekkerst voor jam zijn. Een conclusie die ik wel kan trekken is dat als je genoeg tomaten hebt het zeker de moeite waard is om even te proeven welke tomaten je voor welke inmaak geschikt vindt, want er zijn dus zeker verschillen.

Ruud heeft zich niet met mijn inmaken bemoeid, vast met het idee dat als je het negeert je ook niet hoeft te proeven. Maar daar kwam hij natuurlijk niet onderuit. En tot zijn (en mijn) verbazing vond hij het zelfs lekker! Ik had een pond onrijpe groene tomaten gemengd met een half pond zurige groene appels. En dat had ik aangevuld met suiker, limoenrasp, limoensap, wat takjes munt en een scheutje witte rum. Bijna als een groene tomaten/appel-mojito-jam 🙂 .

 

Helaas blijft de kleur niet frisgroen maar dat herken ik wel van vorige keren dat ik onrijpe tomaten gebruikte, uiteindelijk wordt de kleur na het koken een soort amber. En de volgende keer (die gaat er zeker komen) ga ik de kooktijd iets verkorten want zoals je kunt zien is de confituur zo dik dat ze na het ondersteboven afkoelen en vacuüm trekken van de potten niet meer wilde zakken 🙂 . Stevig, maar nog wel smeerbaar trouwens.

Ik zal het recept dit weekend op de website zetten, want er zijn vast flink wat mensen die nu onrijpe tomaten kunnen plukken, ik zag op ons tuincomplex de eerste tomatenplanten met aardappelziekte (Phytophthora) en dan is het helaas vaak snel voorbij met de tomatenoogst.

Kunnen wij na het opruimen in de kas nu helemaal geen rijpe tomaten meer oogsten? Jawel hoor. We hebben ruim 30 potten pastasaus, 2 vrieslades vol met bakken tomatensap voor soep, ik heb tomaten gedroogd, ik heb ze half gedroogd, en ik heb rijpe en onrijpe tomatenjam gemaakt. Ik hoef geen tomaten meer te bewaren, ik wil ze alleen nog maar plukken voor in sla en salades, bij de boterham, etc. En daarvoor hebben we bij elkaar nog een stuk of 8 planten laten staan. Waaronder deze Ozherelije Scholltoje (mondvol, geen idee wat het betekent):

Met een paar van deze rijk dragende planten kunnen we nog wel een paar weken vooruit!

Inmaakwoede

Niet heel vaak, maar soms is er een week dat we de tuin amper zien. Zo ook deze week, dankzij verplichtingen en afspraken zijn we alleen een paar keer even snel naar de tuin geweest om water te geven en iets te oogsten. Trouwens, wij slaan het tuinieren ook over als het 30 graden is. Met dat soort temperaturen blijven we liever thuis, zetten we de oven op 200 graden, een pan op het vuur, de, waterkoker aan en laten we de voedseldroger lekker draaien 🙂 .

Ik kan het plaatsen van recepten even niet bijbenen, ik heb de laatste 2 weken flink wat ingemaakt maar geen tijd gehad om de recepten op de website te zetten. En dus liggen hier vlekkerige papiertjes met krabbels op een stapeltje te wachten tot ik tijd heb.

Die inmaakwoede gaat niet lang meer duren. Niet omdat ik niets meer kan oogsten, en ook niet omdat ik geen inspiratie of leuke recepten meer heb…….. maar de voorraad lege potjes zijn simpelweg bijna op.

Er komen ook geen potjes leeg want we kunnen nog volop uit de tuin oogsten, en dus blijven de voorraadpotten in de voorraadkast staan.

Ik wil wel graag even laten zien wat ik heb ingemaakt en welke recepten ik dus hopelijk binnenkort  op de website kan zetten.

Van deze heb ik al wel het recept geplaatst (Hollandse sambalsaus). En die is echt heel erg lekker. Het is een sambal zonder toegevoegde smaken; geen koriander, geen komijn, geen gember, geen ketjap; gewoon goede pepers, wat ui en tomaat, olie en honing, zout en peper. Dat is zeker niet allemaal oerhollands, maar wel als zodanig te gebruiken. Want ik heb het zelf al gebruikt in de jus bij een stamppotje andijvie, en dat was erg lekker. Het heeft de bijna rokerige smaak van geroosterde pepers, tomaten en uien en is lekker pittig.

 

Ik heb voor de laatste keer vijgen kunnen oogsten, het recept voor vijgenconfituur met sinaasappel en pijnboompitjes heb ik al geplaatst. Maar voor deze heb ik nog geen tijd gehad:

 

En voor deze ook nog niet:

 

We vinden het leuk om op zondagochtend laat te ontbijten cq lunchen met wat croissants, en dan de drie verschillende jam-soorten proeven. Het oordeel? Die met citroen, rum en rozijnen is het meest fris van smaak, een lekkere zomerjam. Die met sinaasappel, chocolade en hazelnoten is warm en zoet en geurig, een echte winterjam (ik kreeg bij het eten ervan direct visioenen van sinterklaas en kerst – ik heb die ideeën uiteraard direct weer uit mijn hoofd gezet). En de jam met vijgen, sinaasappel en pijnboompitten is zo zoet en geurig dat die onze favoriet is bij een stukje pittige kaas.

Ondertussen heb ik nog pruimenjam gemaakt, en natuurlijk nog wat tomatensap van geroosterde tomaten. En ik heb vandaag ketchup gemaakt, ook erg lekker!

En ik ging vanmiddag ‘even’ naar de tuin om boontjes te plukken, en terwijl ik daar mee bezig was bedacht ik dat ik misschien nog wel ‘een komkommertje’ kon oogsten voor erbij………

 

In totaal 12 stuks (ik ben blij dat ik er nog een paar aan een tuinbuurman kon slijten want anders waren het er dus nog wat meer geweest). We hebben al heel veel komkommers gegeten, en ook al flink wat ingevroren, dit keer heb ik er maar een zoet-hartige komkommer-uien ‘pickle’ van gemaakt. Één voor onszelf en één om morgen mee te nemen naar de jaarlijkse tuinbarbecue. Geen inmaak trouwens, vers, kan volgens het recept 2 weken in de koelkast worden bewaard. Ook dat recept hoop ik komende week te plaatsen.

Edit 01-09-19, recept geplaatst: Vers – Zoet/Hartige Komkommer en Ui

 

Ik heb ook nog tomaten gedroogd. Zo gingen ze het droogapparaat in (7 verdiepingen zoals deze tray vol met tomatenstukken):

 

En zo zagen ze 8 uur later eruit:

 

En dit is dan het eindresultaat, na het (half) drogen van ruim 2,5 kilo tomaten blijft er één bord over:

 

Ik heb het op aanraden dit keer ingevroren, een paar in zakjes en de rest in een bakje, ik ben benieuwd hoe het over enkele weken en komende winter smaakt.

Oh ja, ik heb ook nog pepers gedroogd, dit keer niet half maar volledig droog tot ze hard en bijna plasticachtig aanvoelden:

 

En hier heb ik vervolgens peperolie van gemaakt (nou ja, het moet  even een paar weken staan/trekken voor de smaak kruidig en vooral heel erg heet is (want ik heb er alleen maar heel hete pepers voor gebruikt)

 

En zo wordt de voorraadkast steeds voller. Volgende week kunnen we weer wat vaker naar de tuin, en dat is maar goed ook want er is genoeg te doen. Ook al moeten we eigenlijk wieden, ik wil de kas in. Om daar een begin te maken met opruimen, leeg maken en het zaaien van groenten voor de winter. In mijn volgende blog hoop ik daar meer van te kunnen laten zien.

Tot slot nog één foto. Bij deze roep ik de Amaranthus Dreadlocks uit tot mijn meest favoriete Amaranthus. Want wat is het toch een geweldige plant, ik heb haar ondertussen al 5 of 6 keer gezaaid, elke keer bloeit ze betrouwbaar en lang en mooi. Ik heb haar in een natte zomer in de volle grond gehad en toen bloeide ze prima. En nu staat ze in de hitte en droogte (ook nog eens in een verhoogde bak) en doet ze het ook geweldig.

 

Ze is niet alleen mooi en bloeit lang maar krijgt later dit jaar ook nog een mooie herfstkleur. En in een jong stadium zijn de bladeren eetbaar. En ze is een goede snijbloem. Ze heeft maar één nadeel, en dat is dat hommels en bijen er geen fan van zijn. Maar dat is niet erg, want die hommels en bijen komen wél op de Tagetes Burning Embers af die ervoor staat. En op de Malva sylvestris waarvan je links nog net een roze bloem ziet.

Ook al is het dit weekend alweer september, de tuin ziet er nog steeds vol en zomers uit!

Gasten

Wij zijn heel tevreden over dit tuinjaar. Je zou dat vast niet zeggen als je hieronder leest over de ongewenste gasten in de tuin, maar zo gaat dat nou eenmaal in een tuin, een 100% perfect tuinjaar hebben we in al die 28 jaar nog nooit gehad (een 100% mislukt tuinjaar trouwens ook niet).

Ik kwam op het idee voor dit blog door wat vragen die ik van mensen kreeg over onder andere wespen en opgevreten prei.

Er hangen hier nog een paar pruimen (Reine Victoria) in de boom. Maar van de één op de andere dag zijn de wespen verdwenen. Nou ja, eigenlijk niet verdwenen maar verhuisd – naar de vijg.

Het is heel jammer om van die mooie grote sappige vijgen te zien hangen die, als je ze wilt plukken, aan één kant uitgehold zijn en vol met wespen zitten.

 

Of je daar iets tegen wilt doen mag je vooral zelf weten, wespen zijn aan de ene kant nuttige dieren maar aan de andere kant soms ook  heel irritant. En ze hebben een nogal ‘kwade drank’, ze zijn soms tipsy van bijna gistende vruchten en worden er dan niet vriendelijker op. Ik heb er niet zo’n last van, laat ze vooral met rust. Ik laat de aangetaste vruchten hangen, dan hebben ze het daar meestal zo druk mee dat ik redelijk veilig de andere vruchten kan plukken. Ik pluk de al iets grotere/gezwollen vijgen die ook al verkleuren maar wel nog steeds stevig zijn. Ik leg ze vervolgens samen met wat rijpe appels in een papieren zak. Het etheen uit de rijpe appels zorgt ervoor dat de vijgen alsnog prima rijpen. Misschien net niet zo lekker als volledig aan de boom gerijpte vijgen, maar lekker genoeg, en in ieder geval zonder plekken en wespen.

Nog zo’n plaagdier waar we dit jaar wat meer last van hebben dan in voorgaande jaren: woelratten. Eigenlijk zie je weinig bijzonders, het blad van de worteltjes gaat liggen, het lijkt alsof de wortels oogstrijp zijn, we zien ook mooie dikke oranje kopjes boven de grond uitsteken. Maar als we de worteltjes vervolgens willen oogsten blijkt er onder de grond niet veel meer over:

 

We hebben de rest van de worteltjes snel geoogst, schoongemaakt, de aangevreten plekken weggesneden en dan houd je heel korte worteltjes over, maar ze zijn in ieder geval wel nog gewoon eetbaar. We hebben ze in de keukenmachine grof gehakt en ingevroren, voor stamppot peen en uien komende winter 🙂 .

Plaagdier nummer drie:

 

Het zouden misschien ook vogels kunnen zijn, maar de ervaring leert ons dat het ratten zijn. Gelukkig (en toevallig) hebben wij onze maïskolven vorige week geoogst en ingevroren; het waren prachtige volle kolven met sappige, zachtgele dikke korrels. Het is nu één week later en we zien deze openge(v)reten maïskolven bij een aantal tuinburen. Wat de ratten hebben laten zitten komen de vliegen nu alsnog ophalen. Soms ligt het verschil tussen succes en fiasco dus slechts een paar dagen uit elkaar. Wij waren dit jaar net op tijd. Ik kijk wel elke dag angstvallig naar onze pompoenen, want er is ook wel eens een jaar geweest dat de ratten in enkele nachten alle pompoenen (ik weet het nog goed, het waren er zesentwintig) hadden aangevreten, ik heb er toen zelfs een blog over geschreven: Onsmakelijke foto’s

En dan tot slot nog iets over de preimineervlieg. Want we hopen daarmee ook op tijd te zijn. Ik schreef er in mei al een blog over, en ik liet er toen onze mislukte uienoogst zien: Preimineervlieg

Nogmaals dank voor alle reacties en tips op dat blog!! Het is nu eind augustus en de tweede generatie schijnt nu terug naar de tuin te komen. Waar de eerste generatie in april/mei het vooral op uien en sjalotten had gemunt, zo komt de tweede generatie preimineervliegen terug voor de prei (want dat is uiteindelijk ook een Allium/uiachtige).

Ik kreeg flink wat tips, bijvoorbeeld het afdekken van de planten met een zeer fijnmazig gaas of vliesdoek. Maar iemand opperde ook dat de larven niet tegen het zuur in een rabarberblad-aftreksel kan. En ik hoorde dat de preimineervlieg haar eitjes graag onder het lange preiblad legt. En weer iemand anders gaf aan dat de larven niet tegen soda kunnen.

En dus is het tijd voor een test. Ik heb 2 rijen prei en in een ander vak nog een stuk of 20 losse preiplanten.

Dit zijn de 2 rijen prei. Ze zien er best goed uit, niet heel dik maar het is pas augustus (en ondanks wat regenbuien nog steeds kurkdroog). Wij zijn er in ieder geval vooralsnog niet ontevreden over.

 

Ik heb het eerste advies opgevolgd en het blad gekortwiekt:

 

Dat heb ik nog nooit gedaan, dus het was een beetje vreemd om te doen, maar ik ga er vanuit dat de plant en het blad vanzelf weer verder groeit.

En dan de soda:

 

Het was wel een leuk werkje, beetje priegelen. Ik heb uit een zak grove soda de wat grotere sodakorrels gehaald, in het hart van elke preiplant in de eerste rij heb ik zo’n dikkere sodakorrel gelegd. Dit moet genoeg zijn, bij elke regenbui komt er ietwat soda van de sodakorrel tussen de preibladeren terecht en daar kunnen eventuele larven van de preimineervlieg, volgens de verhalen,  niet tegen.

De tweede rij prei moet ik ‘opofferen’. Want een test is geen test als niet ook een aantal planten wel door de preimineervlieg mag worden aangetast. Want misschien komt er helemaal geen preimineervlieg, en dan beweer ik hier over een paar maanden dat ik ze succesvol heb bestreden 🙂

De losse preiplanten in het andere vak ga ik de komende weken elke 2 weken een keer vernevelen met een aftreksel van rabarberblad.

Ik hoop hier over een maand of 3 te kunnen melden wat wel of niet heeft geholpen en foto’s te laten zien van de preiplanten.

Allemaal heel nuttig dus, maar ik ben er nu ook wel weer klaar mee, een volgend blog gaat over iets leukers dan pruimenmot, mineervlieg, rups, larve, vlieg en rat. Bijvoorbeeld over onze nieuwe aardbeistekken, of de oogst van pepers en wat ik er eens mee zal doen (invriezen, drogen en sambal natuurlijk 🙂 ).

Tot slot nog even de link naar het blog dat ik op de website van Pokon schreef, en dat gaat dit keer over de nazomer en wat ik nog ga zaaien en planten in de komende weken: Zaaien in de nazomer

Als laatste foto de oogst pepers van deze week. Zoals gezegd, ik ga de boeken er nog even op naslaan en eens kijken wat ik er eens mee kan maken, ik zag al een leuk recept voor chilisaus 🙂  

 

Druppel

We hebben al jaren 2 pruimenbomen achterin de tuin, een Reine Victoria en een Avalon. Ze hebben het een paar jaar prima gedaan. Maar nu hebben we al drie jaar geen pruim meer gegeten. Niet één, niet eens een halve.

Elk jaar zit elke vrucht vol met poep en soms kruipt daar ook nog iets levends langs. Het is niet heel lekker om te bekijken dus meestal gooien we de betreffende pruim maar snel weg. Maar een volgende opengesneden pruim heeft hetzelfde, en de volgende ook, en die daarna ook weer.

 

Na vorig jaar, met 2 bomen vol pruimen maar niet één eetbaar, waren we het zat. Afgelopen 2 jaren hebben we al boomlijmbanden gebruikt maar die hielpen niet of nauwelijks – het was blijkbaar al te erg, de generaties motten hielden zichzelf zo in stand dat er voor ons niets meer overbleef.

Of de bomen belaagd en geplaagd worden door de pruimenmot of door de pruimenzaagwesp, ik vermoed door allebei, maar zeker door de pruimenmot. En afgelopen winter, na weer een zomer met alleen maar larven en/of poep in de pruimen, hebben we de motten, larven en/of zaagwespen de oorlog verklaard.

Ruud zei: ”Als je zaden bestelt, koop dan gelijk maar pyrethrum”. En dat heb ik dus gedaan (ik luister zeker niet altijd maar soms wel). Het doosje met biologisch bestrijdingsmiddel lag tot het voorjaar in de kast. Toen hebben we het tevoorschijn gehaald, de gebruiksaanwijzing en waarschuwingen op het etiket gelezen, en het met dezelfde vaart weer terug in de kast gelegd. We vonden het uiteindelijk geen optie.

Maar wat moesten we dan? Feromoonvallen aanschaffen? Of het toch maar weer proberen op te lossen met boomlijmbanden? En in ieder geval met goede zorgen, zoals een gezond bodemleven door compost onder de bomen te leggen waar nuttige dieren kunnen leven die de plaagdieren eten.

“Zal ik dit jaar eens gewoon het ‘sopje’ maken”? stelde ik in april voor. Ik bedoel daarmee het mengsel van 1 liter water, 2 eetlepels zachte groene zeep en 2 eetlepels zonnebloemolie dat zo goed helpt tegen luizen en spinselmot. “Wie weet, helpt het”.

En zo begonnen we dit jaar uiteindelijk toch iets minder oorlogszuchtig aan onze kruistocht tegen alles wat in onze pruimen woont (en die pruimen zowel als keuken alsook toilet gebruikt).

Ik heb helemaal niets met ziekten en plagen, weet er bijzonder weinig van, allemaal veel te negatief om leuk te kunnen tuinieren. Dan maar wat minder sla, of kool. Tot het te erg wordt en er uiteindelijk toch maar ingegrepen moet worden. Met tegenzin, maar toch.

Om wel een beetje met een strategie aan de strijd te beginnen hebben we in de boeken en op internet naar informatie gezocht (bijvoorbeeld op deze website: De Houtwal. En dit is wat we hebben gevonden over onze vraatzuchtige pruimhuisdieren met buikloop:

De pruimenmot is een nachtvlinder, tussen april en juni verpoppen de rupsen die in de boom of in de grond hebben overwinterd. Eind mei en/of in juni worden de kleine eitjes op de vruchten of het blad gelegd. De larven worden een week of 2 na het leggen van de eitjes geboren, ze boren zich in de vrucht, tot aan de pit, en voeden zich met het nog onrijpe pruimenvruchtvlees tot ze verpoppen en uitvliegen. Die eerste generatie zorgt voor de minste overlast; de kleinere pruimpjes rijpen te vroeg en vallen af. Als je die pruimen opensnijdt zie je de larven vaak nog in de pruimen zitten. En je kunt de aangetaste pruimen herkennen aan het druppeltje op de pruim:

 

Tussen half juli en eind augustus leggen de motten van de tweede generatie vervolgens hun eitjes.

Er zijn dus 2 belangrijke momenten: eind mei en juni voor de eerste generatie en half juli tot eind augustus voor de tweede generatie. Die tweede generatie larven/rupsen geeft veel meer schade. Vaak verkleuren, verschrompelen en schimmelen de vruchten aan de boom, maar soms lijken ze ook schijnbaar gezond en rijp maar blijken ze van binnen toch oneetbaar te zijn. Als je die pruimen plukt, opensnijdt en er geen larve in zit, betekent dit dat de larve al als rups de overwinteringsplaats heeft opgezocht en volgend jaar dus voor opnieuw veel ellende zal zorgen. De rupsen van de pruimenmot overwinteren in een cocon in de boom (achter de schors) of in de grond.

Met het eenvoudige idee dat als we die eerste generatie eens zouden kunnen behoeden voor het maken van een tweede generatie zouden we dus wellicht al op de goede weg zijn. En dus bonden we in het voorjaar de boomlijmbanden maar weer om de bomen. En ik maakte het ‘sopje’. En dat hebben we geprobeerd om tussen de laatste week van mei en de laatste week van juni eens per week over de vruchten en het blad te vernevelen. Dat lukte niet helemaal, iedereen weet hoe druk het in mei en juni is, met wieden, water geven, zaaien en planten, maar het is in ieder geval gelukt om een aantal keren het grootste gedeelte van de 2 bomen te vernevelen met het ‘simpele sopje’.

Late rassen zijn gevoeliger voor aantasting dan vroege rassen. Dat begrijp ik nu, late pruimen zijn letterlijk voer voor de tweede generatie. En vandaar ook dat de vroege Opal bij de tuinbuurman er heel veel minder last van heeft dan onze middelvroege Avalon en late Reine Victria.

En wat we zelf ook al hadden bedacht en elk jaar doen: gooi aangetaste en op de grond gevallen pruimen weg (niet op de composthoop).

En ik las ook nog dat de pruimenmot niet alleen actief is in de pruimen maar ook kersen, abrikozen en perziken lekker vindt. Nog meer reden om korte metten te maken met deze plaag want we zijn zo blij met onze nieuwe aanwinst, een bosperzik, waar we dit jaar 3 heerlijke vruchten van hebben kunnen plukken (en nu nog zonder levende have erin).

We zijn nu eigenlijk te laat met het bestrijden van de tweede generatie. Hmmm…… dat gebeurt ons volgend jaar niet meer. En ik ga nu (nou ja, morgen) alsnog alle gevallen en aangetaste pruimen zorgvuldig oprapen en weggooien.

Niet iedereen vindt die pruimen trouwens vies, vliegen en wespen eten op wat er overblijft:

 

Er is dus ook nog een pruimenzaagwesp, die is te herkennen aan juist een bruine natte plek op de plaats waar ze de vrucht heeft ingeboord en ook weer het druppeltje. Ook dat heb ik wel bij onze pruimen gezien maar in veel mindere mate dan de pruimenmot (die dus alleen maar het druppeltje heeft op een verder schijnbaar gave pruim.

Tot slot: heeft het sopje geholpen? Ik durf het niet met zekerheid te zeggen. Ik kan alleen maar zeggen dat we pruimen hebben kunnen oogsten. Zonder larve, zonder gangetje, en zonder poep. Zeker niet allemaal, ongeveer 1/3e van de pruimen was aangetast maar 2/3e was schoon en hebben we dus gewoon kunnen oogsten. Al vertrouw ik waarschijnlijk nooit meer een pruim en snijd die eerst doormidden voor ik er een hap uit neem 🙂 .

Eindelijk: heerlijke, gezonde, rijpende Reine Victoria’s, hoera!!

 

Ik vind het zelf na 3 pruimloze jaren een groot succes. Met dank aan de lijmbanden, of het sopje, of natuurlijke belagers, of het vernietigen van alle pruimen die aangetast leken of zelf loslieten en vielen. Of een beetje van alles. We kunnen volgende week de laatste pruimen oogsten, gaan direct daarna de bomen goed nakijken en alles wat er dan nog is achtergebleven verwijderen. En dit volgend jaar herhalen, misschien ook in augustus nog een keer vernevelen. Maar we hopen in ieder geval dat we een soort neerwaartse spiraal hebben doorbroken.

Ik heb zelfs nog een paar potten jam kunnen maken, en lekkere! Het recept heb ik ondertussen al geplaatst: Jam van pruimen en appels met amandelschaafsel.

 

Dan nog even: nogmaals, ik heb geen verstand van ziekten en plagen, ik heb de informatie op internet en in boeken gevonden. Mocht je een betere uitleg, of aanvullingen, oplossingen, etc. hebben, dan hoor ik het graag, elke tip die helpt om de pruimenmot en/of pruimenzaagwesp (als die zoveel overlast geeft) te bestrijden is welkom!

Om nog wel een beetje positief en tuinvriendelijk en met een vrolijke foto te eindigen: wat later dan normaal maar de paprika- en peperoogst is begonnen, op de foto zie je de eerste rijpe paprika’s van het ras Lajlak Bell.