Mais

Eerst even dit, mocht je internationale informatie/zaden/tips/foto’s zoeken over/van mais:

  • Synoniemen:     Suikermais
  • Latijnse naam:     Zea mays
  • Engelse naam:     Corn, Sweet Corn
  • Duitse naam:     Mais, Zuckermais
  • Franse naam:     Maïs

Mais is eenjarig en komt oorspronkelijk uit Mexico. En dat wordt duidelijk als je kijkt in hoeveel Mexicaanse gerechten ze wordt gebruikt, zowel in gerechten als in basis-ingrediënten (zoals maismeel). Gezien haar afkomst kun je ook bedenken dat maisplanten van een warmer klimaat houden dan wij haar in Nederland kunnen bieden. Gelukkig zijn door er kwekers en veredelaars ondertussen rassen ontwikkeld die het ook in Nederland prima doen. Mais houdt natuurlijk wel altijd van een zonnig plek en van een warme zomer.

PLANT

Er zijn 3 soorten maisplanten (of eigenlijk nog wat meer):

Voedermais (en dat wordt dan ook wel landbouwmais of snijmais genoemd). In Nederland wordt op steeds meer plaatsen voedermais op grote velden verbouwd. Deze maisplanten maken heel veel blad en maar zelden/weinig maiskolven; de planten worden volledig verhakseld en dienen dan als veevoer.

Suikermais: deze maïs wordt wel geteeld voor de kolf. De korrel is glad van uiterlijk, zacht zoet en bevat vrij veel zetmeel.

Extra zoete suikermais; ook deze maïs wordt geteeld voor de kolf. En nu is de korrel niet glad en met een zijdeglans maar meer rimpelig en met meer glans; de korrels bevatten meer suiker en minder zetmeel (en de mais is dus zoeter en minder melig).

Het is trouwens handig om te onthouden dat zaden die rond en glad zijn altijd meer zetmeel en minder suiker bevatten, en dat de meest rimpelige zaden de meeste suikers en dus minder zetmeel bevatten. Dat geldt niet alleen voor mais maar ook voor bijvoorbeeld doperwten.

En tot slot zijn er nog aparte rassen voor bijvoorbeeld siermais, maar ook voor pofmais (voor popcorn). Er zijn voor beide speciale rassen verkrijgbaar, zie daarover meer bij de alinea ‘Rassen’.

Op deze foto zie je de zaden van het extra zoete ras Vanilla Sweet, de zaden zo gekreukt dat ze bijna niet meer op maïskorrels lijkt.

Een maisplant is een forse plant. Ze heeft een dikke stengel en een krachtig wortelgestel. Bovenaan de plant vind je de mannelijke bloem:

Deze ‘pluimen’ bevatten het stuifmeel. En in dezelfde plant, in een bladoksel, vind je dan de vrouwelijke bloeikolven met daaraan de zijdezachte draden:

Voor een goede bevruchting moet het stuifmeel op deze draden vallen. Elk draadje wordt later een maiskorrel, en elk draadje/korrel in de kolf moet dus bevrucht worden. Soms zie je in een maiskolf dat er een aantal korrels ontbreken, daar is niks mis mee, dat zijn simpelweg lege plekjes waar maiskorrels zouden hebben gezeten wanneer ze waren bevrucht.

TEELTWIJZEN / OPKWEEK

Wij zaaien mais zelf zo rond eind april onder koud glas voor, in potjes. je kunt natuurlijk ook gewoon in huis zaaien, bij kamertemperatuur kiemen de zaden binnen 1 tot 2 weken. Zet de zaailingen na de kieming wel iets koeler (slaapkamertemperatuur), en zo licht mogelijk, zodat de zaailingen niet naar het licht strekken en lang en dun worden.

In de kas moet je de potjes met de zaden waarschijnlijk wel beschermen want muizen vinden de zaden erg lekker.

De jonge zaailingen maken al gelijk een flink wortelgestel, vandaar dat we 1 zaadje per potje zaaien.

Deze maiszaailingen zijn gekiemd en groeien snel, ik wacht nog een weekje en dan kunnen ze worden uitgeplant

Buiten zaaien is ook een optie maar bedenk dan dat je langer moet wachten met zaaien (omdat het daar veel kouder is en vorst is heel schadelijk voor mais, en bij strengere vorst dodelijk). Bovendien kunnen de zaden rotten in te natte grond, en tot slot stikt het buiten van kapers op de kust, want niet alleen muizen vinden de zaden lekker, maar ook veel vogels, ratten, etc.. 

Sinds een paar jaar zaai ik maïs voor in vermiculiet. Het is belangrijk om dat te zorgen voor voldoende vocht zonder dat het vermiculiet kletsnat is en blijft. Maar door de losse structuur plus een temperatuur boven de 20 graden zorgt voor een snelle kieming:

Maiszaden kiemen in vermiculiet

En zo kunnen we de zaailingen na het kiemen makkelijk verspenen en vervolgens beschermd en lekker warm in voedzame potgrond laten groeien tot het uitplanten vanaf half mei (ijsheiligen).

Een maiszaailing die ik uit het vermiculiet haal om in een 9-centimeterpotje met potgrond op te potten om daarin nog een poosje verder te groeien voor het uitplanten in de volle grond
Maiszaailingen in 9-centimeterpotjes die nog groeien voor ze uitgeplant worden

RASSEN

Het assortiment rassen dat geschikt is voor Nederland is nog steeds groeiend. Het bestaat ook voor een groot deel uit F1-hybriden. En waar ik bij veel groenten liever zaadvaste rassen kies, ligt bij mais (en ook bij een aantal koolsoorten) mijn voorkeur vaak wel bij zo’n F1-hybride-ras; omdat ze vaak extra zoet zijn de planten en beter bestand zijn tegen een koele Nederlandse zomer.

Zoete rassen zijn bijvoorbeeld Golden Bantam, True Gold. Extra zoete rassen zijn onder andere Tasty Sweet F1, Damaun, Vanilla Sweet F1, etc.. Lees altijd de rasbeschrijving want daarin wordt altijd duidelijk gemaakt hoe zoet een ras is.

Naast de hybriderassen zijn er nog zaadvaste rassen met witte, gele, blauwe of rode kolven – niet altijd dubbelzoet maar zeker vaak zoet genoeg en lekker. Google vooral eens op mais zaden of sweet corn in het Engels voor een grote hoeveelheid rassen, van geel tot roze en blauw tot rood en zwart en gemengde kleuren in een kolf, etc.. Lees uiteraard wel ook de beschrijving want uiteindelijk is mooi leuk, maar lekker blijft het belangrijkst. Ik teelde dit soort kleurrijke rassen (foto hierboven) vaak als siermais, erg leuk op de herfst-tuintafel, blijft maanden goed en mooi op kleur (en als je ze laat liggen kunnen muizen en vogels in de winter de zaden opeten).

Een geheel ander soort is dan nog de popcornmais (Zea mays var. everta). Bij deze soort zijn de korrels kleiner en spitser. De korrels worden met wat olie in een pan met deksel gepoft tot popcorn. Een bekend ras van dit type is Peppy F1.

BODEM / BEMESTING

Mais groeit goed op onze vette klei: lekker voedzaam en vochtvasthoudend. De grond moet wel luchtig zijn zodat het flinke wortelgestel zich goed kan ontwikkelen. Daarom is compost en/of oude stalmest toedienen  en grondbewerking (hetzij spitten, hetzij beluchten) aan te raden. Voor zandgrond is de luchtigheid van de grond geen probleem, en het toevoegen/onderwerken van compost en oude stalmest zou het humusgehalte moeten verhogen en dus ook de vochtvasthoudendheid.

Jonge maisplanten

Als voeding geven we een week of 2 voor het uitplanten van de zaailingen een ruime hoeveelheid algemene organische moestuinvoeding zoals bijvoorbeeld groene Culterra. Mocht je geen bezwaar tegen kunstmest hebben kun je ook wat 12-10-18 geven. Mais houdt ook van wat extra Magnesium, en dat kun je toedienen door wat magnesiumhoudende kali te geven.

Hoe dan ook: maisplanten zijn behoorlijke slokoppen, je kunt aan de grootte van de planten, de dikke stelen en het grote groene blad al zien dat ze wel wat voeding lust.

STANDPLAATS

Mais staat graag zonnig en dat is logisch, gezien haar Mexicaanse afkomst. Eigenlijk is mais een grassoort. Er zijn geen bijzonderheden met de vruchtwisseling te verwachten, simpelweg omdat ze geen eetbare familieleden in een moestuin heeft en je dus alleen hoeft te zorgen dat je ze elk jaar op een ander plekje zet. Ze heeft dezelfde stevige bemestingsbehoeften als vruchtgewassen, en om die reden past ze in een eventuele vruchtwisseling in het vak van vruchtgewassen als pompoenen, courgettes, etc..

Je kunt in de moestuin handig gebruik maken van maisplanten; omdat het zulke grote planten worden kun je maiszaailingen zo uitplanten dat ze in volwassen staat als windscherm en warmtevanger kunnen dienen voor de vruchtgewassen die graag beschut staan, zoals komkommer, tomaat, augurk, etc..

Omdat ze van dezelfde omstandigheden als veel voeding, warmte en vocht houden planten wij maïs vaak naast pompoenen. Pompoenen maken veel stengels en blad en andere planten delven daarnaast vaak het onderspit (op courgettes na). Maar mais naast (en zelfs tussen) liggende/kruipende pompoenen in gaat juist heel goed:

ZAAIEN

Zaai maiszaden vooral niet in koude grond, want dan kiemen de zaden en niet en uiteindelijk zullen ze gaan rotten. Om die reden vinden we het minder handig om ze ter plaatse te zaaien. Daarnaast zijn muizen en vogels ook nog eens gek op de zetmeelhoudende zaden. Voorzaaien in huis of in de koude kas heeft wat ons betreft dus de voorkeur.

Zoals al eerder gezegd zaaien we zelf in vermiculiet voor maar gelijk in 9 centimeter-potjes zaaien kan natuurlijk ook. Zaai de zaden dan een centimeter of 2 diep in potgrond die je wat luchtiger hebt gemaakt door er een handje grof zand door te mengen. Geef voldoende water maar niet teveel;  kletsnatte grond zorgt voor schimmelende en rottende zaden. Na ongeveer een week (bij kamertemperatuur) kiemen de zaden, en de groei gaat vrij snel: een week of 3 daarna kunnen de zaailingen al uitgeplant worden.

ZAAITABEL / PLANTAFSTAND:

Mais tabel

PLANTEN

Mais wordt bestoven door de wind. Ze staan daarom graag in groepen bij elkaar. Je plant liever korte rijen achter elkaar (dus in een blokvorm) dan 1 lange rij.

Het zijn stevige planten die geen steun nodig hebben (zelfs hier dichtbij de kust en dus soms stevige zeewind is er nog nooit een maisplant omgewaaid/omgevallen).

TEELTZORGEN

Uiteraard hoort wieden bij de teeltzorgen. Dat doe je bij voorkeur met de hand want maisplanten maken naast diepere wortels ook veel oppervlakkige wortels die je bij schoffelen of hakken kunt beschadigen. Een andere optie is om de grond rond de maisplanten te bedekken, bijvoorbeeld met stro, gronddoek, of bladafval; het houdt de grond licht vochtig en maakt wieden (vrijwel) overbodig. Sinds wij pompoenen en mais bij elkaar zetten staan de maisplanten automatisch in dezelfde ‘hoop’ van paardenmest; het stro in de mest dient als bodembedekker en houdt zo onkruid tegen en helpt tegen uitdrogen.

‘Dieven’: in de bladoksels verschijnen vaak zijstengels. Aan deze zijstengels komen soms ook nog wel kleine kolfjes, maar die blijven vaak kleiner en soms zijn ze zelfs onvolgroeid. Houd de 1 of 2 kolven aan die uit de hoofdstengel komen en verwijder de zijstengels met eventuele kolfjes; de 1 of 2 aangehouden kolven uit de hoofdstam zullen daardoor niet alleen groter worden maar ook zoeter van smaak zijn.

Op de foto hieronder zie je een half volwassen plant met onderin een dief waaraan geen kolf zal komen. Eigenlijk had ik die dief al eerder weg kunnen halen want nu heeft ze al wat energie van de plant gevergd.

Na het dieven zien de planten er zo uit, alle overbodige zijstengels zijn weggehaald:

Vooral rond de bloeiperiode is voldoende vocht voor de planten belangrijk, bij droogte worden de korrels in de kolf minder goed gevormd. Geef om die reden regelmatig water in droge perioden.

Een mogelijk vervelend verschijnsel is kruisbestuiving (zie ook bij ‘Zaadteelt’). Bloemen die worden bestoven door het stuifmeel van bijvoorbeeld voedermais kunnen maiskorrels geven waarin de suikers in zetmeel worden omgezet; de smaak zal dan ergens tussen die van suikermais en zetmeelrijke maïs in liggen. Stuifmeel van andere soorten mais kan wel tot 500 meter ver ‘waaien en dus kruisbestuiven. Alleen al daarom zorg je dus voor een grotere groep maisplanten naast en achter elkaar, want zo bestuiven ze vooral elkaar.

Voor alle duidelijkheid: kruisbestuiving is iets wat je vooral in de volgende generatie merkt (denk aan pompoenen die ook bij kruisbestuiving prima van vorm, kleur en smaak zijn maar waarbij de geoogste en gezaaide zaden volgend jaar vruchten geven in andere kleuren en smaken en ook licht bitter kunnen zijn). Bij mais kun je het wel in die eerste generatie al merken, simpelweg omdat je de zaden eet (en bij pompoenen eet je de vruchten waar de zaden in zitten).

Hier hebben we eigenlijk nooit last van kruisbestuiving door ‘minder lekkere’ maissoorten; op onze volkstuin worden vooral zoete en dubbelzoete rassen geteeld (en die kruisen dus hooguit met elkaar), voor kruisen met voedermais hoeven we midden in de stad eigenlijk niet bang te zijn.

Niet leuk maar wel belangrijk: muizen en ratten en vogels houden van de jonge maiskorrels bij het zaaien, maar dus ook bij het rijpen. Op de foto zie je een maïskolf die in 1 nacht volledig opgevreten is, door waarschijnlijk een rat. Houd de planten goed in de gaten wanneer ze gaan rijpen en grijp desnoods in als er problemen zijn (bijvoorbeeld door fijnmazig gaas over de planten of kolven te bouwen,  hoewel we ook wel eens hebben gezien dat een vliesdoek doorgevreten was tot ook de kolf kon worden opgegeten, het blijft lastig om dit soort vraat te voorkomen).

OOGST / BEWAREN

In sommige boeken en op internet lees ik dat mais 3 tot 4 kolven per plant oplevert. Bij de lekkerste suikermaisrassen heb ik nog nooit meer dan 1 of hooguit 2 kolven kunnen oogsten. En als er al een 2e kolf is, dan is die 2e kolf vaak kleiner en onvolgroeid. Ik heb wel eens 3 of 4 kolven per plant kunnen oogsten maar dan ging het altijd om om mini-mais, pofmais, en andere kleinvruchtige soorten.

Je oogst de kolf vooral vlak voor die kolf helemaal rijp is (het wordt ook wel melkrijp genoemd, als je wat van het kaf verwijdert en met je vingernagel in een maiskorrel prikt komt er wat wittig vocht uit). De korrels zijn dan wel al geel maar nog wel zacht.

Aan de draden die boven de kolf uithangen kun je zien wanneer de kolven rijp zijn om te plukken; als deze niet meer zijdezacht maar donkerbruin en verdroogd zijn, dan zijn ze rijp.

Op de foto hieronder zie je een kolf waarvan de draden al aan het verdrogen zijn (maar nog niet helemaal tot de kolf – deze kolf moet dus nog even doorrijpen).

Het moment van plukken luistert vrij nauw: te vroeg geplukte kolven geven zachte wittig gele onvolgroeide korrels die nog niet echt lekker en zoet smaken. Te laat geoogste kolven geven harde gedeukte korrels die melig zijn (de suikers zijn dan ondertussen omgezet in zetmeel). Controleer dus regelmatig de korrels in een kolf.

Op de foto hieronder zie je een helaas te laat geoogste maiskolf, de korrels zijn niet zachtgeel en dik en vol en sappig meer, maar al donkergeel en gekreukt. De smaak en sappigheid zijn daardoor al flink achteruit gegaan:

De oogstperiode ligt ergens tussen begin augustus en eind september (afhankelijk van ras, zaaitijd, en omstandigheden als voeding, zon, temperatuur).

Van een geoogste kolf vermindert het suikergehalte heel snel (om te zorgen dat de plant = kolf zich kan vermenigvuldigen worden na de pluk de suikers in de zaadkorrels snel omgezet in zetmeel). Ik las ergens dat binnen enkele uren na de oogst het suikergehalte in de mais al gehalveerd wordt. Eet geoogste maiskolven dus het liefst dezelfde dag, zo vers mogelijk. In de koelkast zijn maiskolven enkele dagen te bewaren maar de extra zoete kwaliteit wordt dus wel beduidend minder. Je kunt ook de kolven direct na de oogst 6 minuten in water koken; dit stopt de omzetting van suikers in zetmeel. Daarna kun je de kolven bijvoorbeeld invriezen.

Zelf oogsten we de maiskolven vlak voor we naar huis gaan, ik verwijder gelijk de bladeren en ik vries ze vervolgens bij thuiskomst gelijk rauw in, dat gaat ook heel goed (als we mais willen eten kook ik water en doe daar vervolgens de nog bevroren maiskolven in, na 20 minuten koken zijn ze gaar en klaar om bijvoorbeeld vervolgens te worden gegrild of voor andere recepten).

ZAADTEELT

Zelf zaden oogsten van mais is niet gemakkelijk; de kans op kruisbestuiving is heel groot als er binnen een straal van 500 meter andere maissoorten worden geteeld (ik las in het boek Seed to Seed zelfs een afstand van 3 kilometer), en dat is lastig op een volkstuin.

De enige juiste manier is daarom zelf bestuiven: doe een papieren zak (plastic verstikt en zorgt voor condens) ondersteboven over de vrouwelijke bloeikolven (een papieren broodzak is bijvoorbeeld handig). Als de mannelijke graanachtige bloem stuifmeel afgeeft verwijder je de zak en bestuif je de kolf met de hand. Doe dat wel heel zorgvuldig; elke zijdezachte draad van de vrouwelijk bloem zorgt voor 1 maiskorrel, dus zorg dat je zoveel mogelijk van die zijdezachte draden bestuift. Daarna bind je de zak weer om. Laat de kolf volledig aan de plant rijpen, tot ze al donkergeel en rimpelig wordt. Oogst de kolf voor de eerste nachtvorst, droog ze en oogst de korrels.

Mooie, rijpe maiskolven, goed gevuld, dik en glanzend en zachtgeel. Grappig om te zien dat in de 2 rechtse kolven de korrels netjes op een rij liggen en dat in de linkse kolven de korrels juist wat slordig door elkaar liggen, alsof die ‘gehusseld’ zijn 🙂

21 reacties op Mais

johan de waal 21 juni 2019 om 10:08

Mijn jonge maisplantjes liggen allemaal afgevreten op grond. Zijn niet opgegeten, alleen het loof van 5 cm is doorgebeten. Oorzzak? Vogels of muizen?

Ruud & Diana 21 juni 2019 om 12:33

Hallo Johan,
Ik vrees dat ik je niet goed kan helpen, ik heb niet genoeg verstand van ziekten en plagen.
Vogels willen inderdaad nog wel eens stengels doorbijten zonder verder op te eten. Googel ook even op ‘Aardrups’, ook die staan erom bekend dat ze de stengel van plantjes doorbijten maar het blad verder niet opeten.
Je vindt er hier ook meer informatie over: https://www.plantaardig.com/groenteninfo/berichten/aardrupsen-spelen-verstoppertje/
groetjes,
Diana

Marjolijn de Winter 25 augustus 2019 om 15:26

Hallo Diana,
Op mijn zakje maïs ‘Oaxacan Green’ (o.a. https://www.vreeken.nl/190880-bak-siermais-oaxacan-green) staat dat het bakmaïs is. Is dat weer een andere soort dan de drie die jij noemde? Niet zo goed bruikbaar als groente maar meer om meel van te maken? Blauwe tortilla’s, ben benieuwd. 🙂
Groeten,
Marjolijn

Ruud & Diana 26 augustus 2019 om 13:21

Hallo Marjolijn,
Bakmaïs lijkt mij maïs die minder zoet is en meer zetmeel bevat. Waren de zaden rond of heel erg gekreukt?
Ronde zaden geven maïs die meer zetmeel bevat en dus meer geschikt is om mee te bakken (denk aan ‘maïsmeel’). Hoe gekreukte de zaden, des te minder zetmeel maar des te mer suiker, en die maïs is dus meer geschikt om zo te eten, als in salades, etc. Het moment van oogsten is trouwens ook belangrijk, hoe langer de kolven rijp aan de plant hangen, des te meliger worden ze.
groetjes,
Diana

Marjolijn de Winter 27 augustus 2019 om 16:26

Hallo Diana,
De zaden zijn vrij rond inderdaad. Leuk om het verschil te weten, bedankt!
Ik ga kijken of ik er iets mee kan maken, en anders gebruik ik de kolven voor de sier.
groetjes,
Marjolijn

Marjolijn de Winter 2 september 2019 om 10:40

Hallo Diana,

Toevallig staat in de laatste Stadstuinieren (kwam dit weekend binnen) een artikel over maïs, met foto’s van een heleboel soorten en kort de toepassing erbij. De groene is voor vers te eten en meel van te maken. Ik kan je wel een foto van het artikel sturen als je wilt? Groeten, Marjolijn

Ruud & Diana 3 september 2019 om 09:54

Hallo Marjolijn,
Dat zou ik zeker leuk vinden! Ik mail je even.
groetjes,
Diana

Jan couwenbergg 23 september 2019 om 20:32

Ik heb popcorn mais geoogst, hoe lang moet ik deze drogen alvorens ik er popcorn mee kan maken ? Khad er nu 2 geprobeerd die een week gedroogd waren maar dat lukte niet ? Iemand een idee ?

Ruud & Diana 24 september 2019 om 10:14

Hallo Jan,
Het is lang geleden dat ik popcornmaïs teelde, maar ik kan me herinneren dat ik ze een week op een warme, luchtige plaats liet drogen, dan van de kolf haalde, en dan nog een weekje liet drogen voor ze een bewaarpot in gingen.
Lukte het drogen niet, of lukte het maken van de popcorn niet? Bij het drogen moet je de kolven wel elke dag even draaien zodat de zaden gelijkmatig drogen. En bij het maken van popcorn zijn meerdere dingen belangrijk: het juiste ras, de juiste olie op de juiste temperatuur bij het bakken, etc. Ik hoop dat iemand anders die dit leest je verder op weg kan helpen!
groetjes,
Diana

John 21 oktober 2019 om 07:21

Beste Diana,
Ik ben net terug van Peru en heb allerlei dingen meegebracht, ook de “maíz morado” of “bordeauxkleurige mais”. Tot overmaat van ramp is deze al beginnen kiemen (niet snel genoeg uit de plastieken zak gehaald ). Is het misschien mogelijk om de gekiemde zaden in te vriezen of is binnenshuis planten en opkweken de enige mogelijkheid? Of zijn ze voor de vuilbak?

Groetjes,
John

Ruud & Diana 21 oktober 2019 om 08:30

Hallo John,
Poeh, ik vrees wel het ergste voor de zaden. Invriezen is geen optie, het zou de dood betekenen voor de kiemende zaden.
Je zou ze verder kunnen laten kiemen, en de zaailingen koel en licht zetten, bijvoorbeeld in een raamkozijn op een onverwarmde slaapkamer. Je zult ze dan wel een paar keer moeten verpotten in de komende maanden, steeds naar een wat grotere pot zodat plant en wortels zich zo langzaam mogelijk kunnen blijven ontwikkelen. Maar je zult ze dus vanaf nu dus nog 6 maanden in huis moeten houden. Dat kost veel tijd, aandacht, geld voor potten en potgrond, etc. Je zit dan in mei met heel grote planten in huis, die slecht of niet bloeien, vrucht zetten, etc. Geen idee of het lukt maar een andere optie is er, denk ik, niet. Behalve dan gewoon nieuwe zaden kopen want ze zijn buiten Nederland redelijk goed verkrijgbaar. Kijk bijvoorbeeld even hier: https://www.rareseeds.com/maiz-morado-or-kulli-corn/
p.s.: als de zaden nog te vochtig waren, denk ik dat het zou kunnen betekenen dat je ze zelf in Peru hebt geoogst. Ik weet niet onder welke omstandigheden, kan alleen maar zeggen dat maïs heel gemakkelijk en over grote afstanden (kilometers) kan kruisen met alle andere soorten pofmaïs, voedermaïs, etc.
groetjes,
Diana

Ruud & Diana 24 januari 2020 om 10:04

Reactie van Tetsje, via de mail ontvangen:

Hallo Diana,
Ik las dat bij jou de mais nooit omwaait…..nou, op zandgrond gebeurt dat wel. Mijn zandgrond is zo los, de wortels van de mais kunnen er onvoldoende steun in vinden tegen een zomerstorm. Dus ik zet de mais per stuk vast aan een stok die ik diep de grond in plaats. En vaak zet ik er nog een holle metalen staaf bij (ook diep de grond in geslagen) waaraan ik het gehele maisbed middels touw of stevig lint vastzet, door het touw een slag om elke maisstengel te geven. Ziet er niet uit, maar werkt wel.

Hartelijke groeten,
Tetsje

Tanja 14 mei 2020 om 10:14

Hoi Diana,
Ik heb half april suikermaïs voorgezaaid en ze anderhalve week geleden uitgeplant toen het weer zo lekker was. Nu zijn de bladeren geel geworden en lijken ze niet echt te groeien. Waarschijnlijk door de kou?
Kunnen ze nog herstellen als het weer beter wordt, of kan ik beter ter plaatse nieuwe zaden zaaien nu?

Ruud & Diana 15 mei 2020 om 08:43

Hallo Tanja,
Ik vrees dat het nu pas ijsheiligen is,voor 15 mei blijft het een gok om soorten als bonen, maïs, pompoenen, courgettes, etc. uit te planten. Ik denk dat de zaailingen het inderdaad in de nacht erg koud hebben, de grond is nog niet voldoende opgewarmd en er is zelfs nog vorst aan de grond. Ik hoop dat je maïs de laatste nachtvorst hebben overleefd en het nog goed komt met ze. Of ze ‘erdoorheen’ kunnen groeien durf ik niet te zeggen, dat ligt eraan hoe erg het is, welk ras, standplaats, vocht en voeding. Je kunt in ieder geval zeker nog maïs zaaien, als je genoeg zaden hebt is het wellicht een optie om dat voor alle zekerheid te doen.
groetjes,
Diana

Irma 21 juli 2020 om 11:06

Hallo Diana,

Mijn mais wil niet groeien de mais is nou zo een 50/60 cm hoog. Kan ik ze laten staan of groeien ze niet meer tot volgroeide mais. Ik had last van aaltjes en heb er afrikaantjes bij gezet de planten zien er nu wel gezond uit. Mvg Irma

Ruud & Diana 21 juli 2020 om 21:41

Hallo Irma,
Ik zou eerst even de beschrijving op het zakje zaden nakijken want er zijn maïsrassen die lager blijven en rassen die juist heel hoog worden.
Als je een hoog ras hebt gezaaid dat toch klein blijft kun je denken aan een gebrek aan voeding (maar dan zou het blad ook geel moeten verkleuren) of een gebrek aan water.
Zo lang er nog geen kolf en/of bloeipluim in zit kan ze zeker nog groeien, wanneer de kolf eenmaal verschijnt zal alle energie naar de ontwikkeling en rijping daarvan gaan en stagneert de groei van de plant.
groetjes,
Diana

Koen 22 juli 2020 om 21:00

Dag Diana

Ik heb een aantal keer zaadteelt van de mais gedaan (ik geloof dat ik nu de vierde generatie heb), maar nu heb ik planten waar maar één kolf aan zit. Ik ben begonnen met dubbelzoet damaun, dus geen F1. Ik weet ook zeker dat er geen kruisbestuiving is geweest, want ik woon afgelegen, en de velden met voedermais staan minstens 300 meter verderop.
Ik heb vooral geselecteerd op meest kronkelig zaad van kolven van planten die twee (of meer) droegen.
Ik weet dat u geen plantengeneticus bent, maar vroeg me wel af of u ook ervaring hebt met minder kolven per plant van geteeld zaad.

Groetjes,
Koen

Ruud & Diana 24 juli 2020 om 08:28

Hallo Koen,
Suikermais kan wel over een afstand van enkele kilometers kruisbestuiven.
Ik kan altijd maar 1 of 2 kolven van suikermais oogsten. Ik heb de tekst op deze pagina gelijk eens aangepast want meer dan 1 of 2 kolven heb ik alleen gehad bij bijvoorbeeld aardbeienmais en kleine pofmais.
groetjes,
Diana

benno 22 augustus 2020 om 17:07

ik heb een hele rij zwarte mais uit Peru geplant direct aan de muur van mijn garage aan de westkant ,ze kwamen vrij snel boven maar er zat later weinig groei in ,nu zijn ze 60 cm ongeveer maar met de harde wind breken ze af of vallen om .Ik heb er wat bamboestokken bijgezet maar het help niet zo voor de wind.
ik zeg tegen mijn Peruaanse vrouw ze zijn niet voor het Zeeuwse klimaat hier.
In Peru heb je bijna geen wind.
Ook heb ik eens grote witte mais (choklo) geprobeerd ,maar zodra ze langer worden en je heb harde windvlagen breken ze af.
nu stop ik ermee om het weer te proberen .

Fam. Meijer 29 augustus 2020 om 20:33

Hallo Diana,

Een vraagje, ik las dat je de geoogste suikermais direct na het oogsten kunt koken en invriezen, óf rauw invriezen ?

Wat zijn de voordelen van wel of niet koken voorafgaand aan het invriezen?
Ik las dat bij het koken het proces van suiker naar zetmeel wordt stopgezet.
Als je ze rauw invriest stopt dit proces dan ook?

Waarom zou je de mais dan wel of juist niet koken voorafgaand aan het invriezen?

M.v.g.
Fam. Meijer

Ruud & Diana 29 augustus 2020 om 23:30

Hallo familie Meijer,
Het kan allebei, het is maar waar je voorkeur ligt en waar je de maïs voor wilt gebruiken. Ik vries vaak rauwe maïskolven in voor als we maïskolven willen eten (bijvoorbeeld eerst koken en dan grillen of roosteren). Maar ik kook ook een aantal maïskolven die ik vervolgens invries en kan ontdooien en dan de korrels in een stoofschotel kan gebruiken. Als je de kolven eerst kookt vvoor je ze invriest hoef je dat dus na het invriezen niet eerst nog te doen voor je ze verder verwerkt.
groetjes,
Diana


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!