Knoflook

 

Latijnse naam: Allium sativum

De teelt van knoflook is eeuwenoud (sterker nog, ze werd meer dan 4000 jaar geleden al gebruikt door de Egyptenaren). Knoflook is niet alleen lekker maar schijnt ook heel gezond te zijn. Denk maar aan de knoflookcapsules met een hoog gehalte allicine (de naam klink al een beetje als allium) die je kunt kopen – knoflook bevat onder andere vitamine C, vitamine B6, en mangaan en zou om die reden goed zijn voor hart en bloedvaten, en het immuunsysteem versterken.

Wij vinden knoflook vooral ook gewoon lekker. Rauw heeft ze een sterke smaak, na bakken, smoren of grillen wordt de smaak zachter en geuriger. Die sterkte en smaak hangt mede af van het ras, en daarnaast ook nog van de teelt/omstandigheden (wanneer je ze oogst, voeding, vocht, etc.).

 

TEELTWIJZEN

Je kunt knoflook niet zaaien. Dat is trouwens niet helemaal waar; als je knoflook door laat schieten en laat bloeien (wat trouwens heel leuk is om eens te laten gebeuren bij 2 of 3 planten) zie je nadat de zachtroze bloem is uitgebloeid, dat er broedbolletjes zijn gemaakt. Die broedbolletjes kun je planten en zullen dan gaan groeien en uiteindelijk een klein bolletje knoflook maken. En van zo’n klein bolletje kun je dan de tenen gaan poten en daar komen dan uiteindelijk goede knoflookbollen uit. Die teelt duurt dus 2 jaar. Ik heb het ooit eens gedaan, en het was leuk om te doen (eenmalig, om te begrijpen hoe het werkt, maar het niet voor herhaling vatbaar ūüôā ).

Als je gewoon knoflook wilt telen zonder te experimenteren, dan kun je knoflook vegetatief vermeerderen; en dat betekent dat je de tenen van een knoflookbol van elkaar los haalt en die losse tenen plant je weer uit (en elke teen wordt dan uiteindelijk weer een nieuwe knoflookbol).

Misschien leuk om eens te laten zien:

 

Ik was eens een knoflook vergeten te oogsten. Na de vorming van de bol sterft het blad af. Maar in februari zag ik een toefje groene sprieten en heb ik de vergeten bol opgegraven; elke teen in de bol loopt afzonderlijk weer uit en gaat weer een eigen bol maken (dat lukt alleen natuurlijk in dit geval niet want er is geen ruimte; zo dicht  op elkaar zouden het in de nazomer heel veel kleine bolletjes zijn met ieniemini teentjes).

Elke teen wordt dus weer een nieuwe bol knoflook. Je kunt deze tenen het beste in het najaar planten, maar eventueel ook nog in het voorjaar. Onze voorkeur gaat duidelijk uit naar het planten in het najaar. In het voorjaar geplant zullen de bollen zich minder goed ontwikkelen (dat is ook niet erg, het levert kleinere bollen met een sterkere smaak op).

En dan is er nog een ‘teelt’: jonge verse knoflook is bijzonder zacht en lenteachtig van smaak; er zijn mensen die knoflook in het vroege voorjaar planten en in de vroege zomer de jonge en nog onvolgroeide knoflook oogsten. Voor deze teelt hoef je niets speciaal te doen; je oogst gewoon knoflook wanneer het blad nog frisgroen is en ze ondergronds nog geen bol heeft gemaakt.

Het is een lelijke foto maar zo ziet een knoflook eruit als je die eind mei of begin juni oogst:

 

He blad is dan nog fris groen en er is nog geen bol, het wit is van structuur heel zacht (bijna als een lente-ui) en de smaak is heel fris, mild en ui/knoflookachtig zonder heel sterk te zijn. Zeker leuk om zo eens een knoflook vroegtijdig te oogsten en te proeven (vooral gestoofd erg lekker).

 

RASSEN

Je kunt bij elke zaadhandel ook bolletjes knoflook kopen; je weet dan zeker dat de bollen/tenen gezond en soortecht zijn. Maar een knoflookbol uit de supermarkt doet het in principe ook prima (tenzij ze heel oud of behandeld is) Zelf kopen we vaak gewoon een mooie grote witte knoflookbol als we die eens tegenkomen op een markt of in een winkel.

Sinds enige jaren kun je bij gespecialiseerde bedrijven bijzondere rassen knoflook kopen, van klein tot groot, uit Azi√ę, Oost-Europa, Amerika, Spanje, etc., van wit tot rood, en ook met verschillen in smaak en smaaksterkte.

 

Op de foto hierboven zie je de tenen van een aantal van die wat meer bijzondere rassen; soms wat kleinere of grotere tenen, en van crème tot geel en zelfs donkerrood. De grootte van de teen zegt trouwens niets over de grootte van de bol; er zijn rassen van bijvoorbeeld grote bollen met wel 10 of 12 kleine teentjes maar ook even grote bollen met daarin 4 tot 6 grote tenen.

Voorbeelden van rassen die wij hebben geteeld en waar wij erg tevreden over waren:

  • Sulmona (donkerrode extra pittige maar ook iets zoete bol
  • Inchelium Red (lichtrode bol met milde smaak)
  • German Stiffneck (sterke smaak, vrij grote bollen en tenen)
  • Oosterdel (onze favoriet, grote bol met extra grote tenen, lekkere milde smaak)
  • Morado (mooie donkerroodpaarse kleur)
  • Shandong (middelgrote bollen, extra sterke smaak)

En zo zijn er nog tientallen rassen die heel leuk zijn om eens te proberen. Let bij de aankoop van de verschillende rassen goed op de beschrijving, niet alleen voor grootte en smaak maar sommige rassen zijn meer geschikt voor de teelt vanaf het najaar, sommige juist meer voor de voorjaarsteelt of voor de teelt van jonge, onvolgroeide knoflookstengels.

Er zijn trouwens ook wel wat verschillen in winterhardheid; in principe zijn knoflooktenen prima winterhard maar zeker de rassen die oorspronkelijk uit bijvoorbeeld Spanje komen kun je bedenken dat de gevoeligheid van zo’n ras voor bijvoorbeeld onze natte, koude kleigrond toch iets hoger ligt. Dat soort rassen kun je wellicht beter in het voorjaar planten in plaats van in de late herfst. En de laatste jaren telen wij knoflook in een verhoogde bak en daarover zijn wij zeer tevreden (zie daarover meer hieronder bij de alinea over standplaats en bemesting).

Wellicht ben je de termen ‘softneck’ en ‘hardneck’ wel eens tegen gekomen. De softneck-knoflookrassen zijn zeer geschikt voor de teelt vanaf oktober/november, de hardneck-knoflookrassen (waarbij de planten in de vroege zomer doorschieten) is zeer geschikt als¬† verse voorjaarsknoflook.

Als je interesse hebt om eens meer over knoflook, de vari√ęteiten, etc. te lezen, kijk dan eens hier: Hood River Garlic. Je kunt er bijzondere soorten en rassen kopen, maar ook in Nederland kun je bijzondere knoflookbollen kopen, kijk daarvoor op de website van Leven van het Land

Knoflook Sulmona

 

PLANTTABEL:

Klik even op de tabel voor planttijd, plantafstand, oogstperiode, etc. in een nieuw scherm in groot formaat:

Knoflook tabel

 

STANDPLAATS 

Voor de teelt van knoflook moet de grond een goede structuur hebben en niet te lang nat blijven. Maar ze mag ook niet te lang droog blijven, voor een goede ontwikkeling van plant en bol is een luchtige en humusrijke grond met daarin wat rijpe compost daarin ideaal.

Knoflook is een wortelgewas en hoort dan ook in het vak van de wortelgewassen thuis, met bij voorkeur een vruchtwisseling van 1 op 4 tot 6 jaar. Knoflook houdt van een plekje in de volle zon.

Sinds enige jaren telen wij bij voorkeur knoflook in een verhoogde bak. Onze kleigrond kan in de winter nat en koud zijn (en na de winter nog lang zo blijven), onze ervaring is dat de knoflook in een verhoogde bak iets minder nat staat, iets warmer ook dan de volle grond, en bovendien kunnen we bak vullen met een mooi grondmengsel van rijpe compost, tuingrond, wat mix voor je moestuinbak (of zelf wat vermiculiet door de grond gemengd). Het zorgt voor een losse, vocht vasthoudende maar niet kletsnatte grond waarin knoflook hier goed in blijkt te groeien.

Knofloken in een verhoogde bak die in maart weer aan de groei komen

 

 

OPKWEEK EN BEMESTING

Wij planten de knoflooktenen dus bij voorkeur in het najaar; rond eind oktober. We geven op dat moment nog geen mest want we willen niet dat de knoflooktenen na het uitlopen nog snel gaan groeien terwijl de koude winter nog moet komen. Gematigd opkweken dus.

We maken de nog niet erg koude grond onkruidvrij en goed los. En we poten dan de knoflooktenen ongeveer 2 tot 3 centimeter diep.

 

In november (een week of 3 tot 5 na het poten – afhankelijk van de grondtemperatuur) lopen de knoflooktenen dan uit. Als het winter wordt is er vaak een centimeter of 5 tot 10 loof en dat is ideaal; teveel loof maakt de planten zwak in een koude winter.

In de donkerste maanden blijft het loof dan op die hoogte. En ergens in februari/maart (wederom afhankelijk van de temperatuur van lucht en grond) zie je dat de knofloken weer iets gaan uitlopen. Dat is het moment waarop we wat voeding gaan geven, en we geven dan een algemene samengestelde (die dus NPK = stikstof, fosfor en kali bevat). Wij gebruiken graag een algemene voeding als bijvoorbeeld de groene Culterra maar er zijn verschillende merken te koop, al dan niet organisch, mineraal of biologisch.

Vanaf april groeien de planten dan weer volop, en vaak geven we dan in april of mei nog een klein handje extra kali (want kali zorgt voor een goede groei en ontwikkeling van de bol).

Uiteindelijk wordt ergens rond juli het blad dor en droog, en dat is een teken dat de bol aan het rijpen is en de plant af gaat sterven. Bij de voorjaarsteelt gebeurt dit vaak iets later.

Knoflook die in november is uitgelopen en zo de winter in gaat

 

TEELTZORGEN

Plant alleen de mooie, gave, grote en gezonde tenen van de bol. Je plant ze dus met het puntje naar boven en het worteltje naar onderen, een centimeter of 2 tot 3 onder de grond (bij de voorjaarsteelt mag je het puntje van de teen nog zien, omdat de grond dan niet meer zo koud is. Als je knoflooktenen in rijen plant, zorg dan voor een rijafstand van zo’n 25 centimeter, zodat je ertussen goed kunt wieden.

De afstand tussen 2 knoflooktenen in de rij is ongeveer 10 tot 15  centimeter, zodat de knoflooktenen voldoende ruimte (en voeding en vocht) hebben om om een mooie grote bol te vormen.

Soms gebeurt het dus dat een knoflookplant ergens in juni/juli doorschiet en wil gaan bloeien. Dat is rasafhankelijk en het gaat dan om een knoflookras uit de¬†‘hardneck-groep’.

Als een knoflook doorschiet zie je dat snel: in het midden van het loof komt een sterk verdikte en harde stengel, met aan het einde van die dikke harde steel een lichtgroen tot wit ‘vlammetje’ dat uiteindelijk de bloem zou gaan worden:

 

De bloeistengel in wording vraagt natuurlijk energie van de plant en je wilt dat die energie vooral wordt gestopt in de vorming van een mooie grote knoflookbol. Om die reden verwijder je zo’n bloeistengel, in een zo vroeg mogelijk stadium.¬†Je hoeft de stengel er niet uit te knippen maar je kunt deze er ‘uit trekken’. Je houdt dan een bloeistengel van soms wel 30 tot 50 centimeter lang in je hand. Vroeger gooiden we de stengels die we verwijderden gewoon op de composthoop, tot we eens van onze Koreaanse tuinbuurvrouw leerden dat het een delicatesse is. Knip het bovenste stuk (de bloemknop) eraf, en de rest van de stengel kun je dan gewoon eten, het heeft een frisse, verse knoflooksmaak (fijngesneden lekker in roerbak, marinades, stoofgerechten, etc.).

Andere en meer algemene teeltzorgen zijn uiteraard het wieden, en water geven bij droogte.

 

OOGST / BEWAREN

Oogst, als je genoeg knoflookplanten hebt, vooral in mei-juni eens een knoflookplant: zoals ik eerder aangaf heeft ze dan nog geen of weinig bolvorm (want de bol wordt pas in het allerlaatste gedeelte van de teelt gemaakt). De verdikte onderkant en stengel zijn zacht en toch pittig van smaak, moet je gewoon eens geproefd hebben.

Voor de oogst van volgroeide en rijpe knoflookbollen die je kunt bewaren wacht je tot het loof bruingeel en dor wordt. De planten vallen dan ook om en sterven langzaam af. De knoflookbollen zijn dan ook klaar om te oogsten.

Haal de bollen uit de grond door ze met bijvoorbeeld een spitriek met kluit en al uit de grond te lichten. Zelf wassen we de knoflookbollen dan graag even in de regenton, zodat er zo min mogelijk kleigrond aan vast zit (is in de winter wat schoner en makkelijk in gebruik).

 

Op de foto zie je de knofloken na de oogst en het wassen uitgespreid op de gereedschapskist, zo kunnen ze opdrogen voor we ze op gaan hangen om drogen voor lange bewaring.

Om te drogen voor bewaring hang je de knofloken met het loof, samengebonden in bosjes, op een droge en luchtige plaats. Soms doen we dat in het houthok, maar soms ook in de kas (mits de luchvochtigheid daar niet te hoog is). Onder een afdak of in een schuur is ook prima.

De knofloken zijn goed gedroogd wanneer de stengel droog is en je die door kunt knippen (meestal duurt het drogen, afhankelijk van de omstandigheden, een week of 4). Na het drogen knip je het verdorde blad eraf, en ook de verdorde wortels. En dan kun je ze, net als sjalotten en uien in een emmer of open kistje, op een koele donkere plaats, maandenlang bewaren.

Op deze pagina zie je trouwens zo links en rechts ook wel wat foto’s van geoogste knoflookbollen met loof dat nog redelijk groen is. We eten bijna jaarrond onze zelf geteelde knoflook, maar in april en mei moeten we ze kopen. Rond juni verlangen we na die gekochte knoflookbollen weer naar knoflook uit eigen tuin. Dan kopen we dus geen knoflook meer maar oogsten we gewoon een paar knoflookbollen voor eigen vers gebruik. We kunnen dan gelijk ook zien hoe het met de bol gesteld is en hoe lang het nog ongeveer duurt voor ze oogstklaar zijn.

En soms is het gewoon nodig; omdat we voor het vak waar de knoflookplanten staan al gezaaid stambonen, herfstandijvie of late bietjes klaar hebben staan om uit te planten.  Ook bovengronds sterven knoflookplanten prima af, mocht je dus eens een knoflook voor vers gebruik oogsten en vinden dat de bollen groot genoeg zijn, dan kun je een deel ervan ook in een dus wat vroeger stadium oogsten. Je moet de knoflook kan wel wat langer laten drogen zodat de steel goed droog is voor je die afknipt.

En zoals de teelt een begintijd heeft, zo heeft ze ook een eindtijd; als je de bollen na het afsterven van het loof nog een poosje laat zitten gaat ze opnieuw beginnen:

 

Op de foto zie je een knoflookbol die na het afsterven niet is geoogst, en bij wat regenachtig weer is gaan groeien; het witte papierachtige vel is verteerd en de blote roze tenen hangen losjes in de bol. En dat is niet zo erg maar de tenen beginnen weer uit te lopen (eigenlijk net als het verhaal en de foto bij Teeltwijzen). En dat gaat wel ernstig ten koste van de kwaliteit en houdbaarheid van de knoflook. Oftewel; het liefst oogst je op tijd , maar als dat niet lukt, dan liever iets te vroeg dan iets te laat.

Geoogste Knoflookbollen hangen te drogen

 

Zelf bewaren we knoflook in een onverwarmde schuur, ze kan zelfs wat vorst verdragen, Op deze plaats kunnen de knoflookbollen vaak tot eind februari-maart worden bewaard (tot het na de winter warmer wordt in de schuur en de bollen uit gaan lopen en de bollen zacht worden.

Een kistje met knoflookbollen en sjalotten voor de winterberging

 

ZAADTEELT

Zoals ik al eerder aangaf is dit dus niet van toepassing omdat de teelt van broedbolletjes tot volwaardige knoflookbollen heel lang duurt en je knoflook bij voorkeur vermeerdert door de tenen uit een bol te planten.

Van de knoflookbollen die je in de zomer oogst en na het drogen in de winterberging legt kun je in oktober weer de mooiste exemplaren uitzoeken om daar dan weer de mooiste tenen van uit te planten. Na een aantal jaar (afhankelijk van het ras en de omstandigheden) loopt de kwaliteit van de bollen soms wat terug. En dan kopen we weer eens nieuwe bollen op markt, bij de webwinkel of in de winkel.

 


Recepten met knoflook: