Alle berichten van Ruud & Diana

Het einde van de winterkas

Nou ja….. het ´einde´ van de winterkas is misschien wat overdreven. Maar nu we al weer in de tweede helft van januari zitten hebben we wat ruimte in de kas nodig. Bijvoorbeeld voor de opslag van potgrond, zand en andere zaaibenodigdheden. Maar er moet ook ruimte komen voor bakken waar aanstaande zaailingen in kunnen groeien (van bijvoorbeeld doperwten, kapucijners en tuinbonen die ik binnenkort ga zaaien). En ik wil ook wat voorjaarsgroenten gaan zaaien.

Maar eerst de buitenkant, ik beloofde in mijn vorige blog een foto van een schone kas. En zowaar, het is (nipt) gelukt om ze voor dit weekend zowel binnen als buiten schoon te maken (met de opmerking dat ‘schoon’ in een volkstuin zonder sop en warm water altijd een relatief begrip blijft 🙂 ).

Nog even de foto van vorige week:

 

En nu:

 

Wat een licht! Daar zullen de planten blij mee zijn. Je kunt zelfs van buiten zien dat er planten in de kas groeien:

 

Wat staat het nog vol hè, in onze kleine oase. De kassen zelf zijn dus klaar voor een nieuw tuinjaar, nu is het interieur aan de beurt. We bedenken we dat we de kassen de afgelopen 12 maanden wel heel intensief hebben gebruikt. En daarom wordt het tijd om een deel van de kassen leeg te maken zodat we de grond voor dit nieuwe jaar kunnen verzorgen.

We gaan eens kijken of het afval in de composthoop al voldoende is gecomposteerd om te kunnen gebruiken. En we gaan de grond in ieder geval omwoelen met de grelinette. En vervolgens voeden. Ik heb wat samengestelde organische moestuinvoeding die we bij het grelinetten gelijk door de grond kunnen mengen. Want we willen de grond binnenkort ook weer gebruiken voor een voorjaarsteelt. We willen er spinazie in gaan zaaien, wat rijtjes veldsla, snijsla, radijs, mosterdblad, misschien wat bladbiet, en een laatste rijtje winterpostelein.

Aan de andere kant zijn we natuurlijk niet van plan om alles zomaar uit de kas te halen en weg te gooien. Het zou mooie compost zijn maar we eten het toch liever op 🙂 . We hebben er in deze winter op de sla, spinazie, rucola, winterpostelein en het mosterdblad na niet heel veel van geoogst, simpelweg omdat ik eens wilde kijken of en hoe bepaalde groenten (die voor ons nieuw als winterteelt waren) het zouden doen.

Het is jammer dat het vooralsnog niet echt heeft gevroren want ik ben benieuwd hoe bijvoorbeeld de knolvenkel dat zou hebben doorstaan. In deze lauwe, druilerige winter kunnen we alleen maar constateren dat als er groenten dood gingen, dat kwam door de hoge luchtvochtigheid: een aantal planten sneuvelden geheel of gedeeltelijk door schimmel. Dat geldt voor een paar tatsoiplanten, wat peterselie en ook deze savooikool:

 

Maar andere savooikolen doen het prima. En één bloemkool begint zich al te ontwikkelen (zo groot als een kleine tennisbal). Dat is eigenlijk te vroeg, misschien ook door het warme weer:

 

Maar andere bloemkoolplanten staan er prima bij en beginnen juist weer wat te groeien.

Weer andere soorten ‘tieren welig’. We zijn extra tevreden over de al eerder genoemde knolvenkel, maar ook de hon tsai tai en tatsoi hebben het heel goed gedaan (beide wel al als herfstteelt buiten geprobeerd maar nieuw voor ons in de winterteelt), en de tuinkers en snijbiet doen het ook nog steeds prima.

We gaan dus de komende 2 weken zoveel mogelijk uit de kassen eten, als ik een blik naar binnen werp zie ik stamppot rucola voor me, en pasta met venkel en chorizo in tomatensaus, kervelsoep, snijsla met rucola en mosterdblad, roerbak met tatsoi, frittata met snijbiet, etc.. We gaan elke dag wat oogsten en zo stukje voor stukje de kassen leegeten en opruimen. Al zijn er ook soorten die nog moeten blijven staan, omdat die nog groeien en de oogst pas in de loop van het voorjaar valt (zoals de worteltjes, winteruien, bietjes en de weeuwenteelt kolen). En ik kan het ook niet over mijn hart verkrijgen om de goudsbloemen al weg te halen, ze groeien en bloeien in de kas alsof het buiten juni is.

 

Sterker nog, buiten staan er ook 2 goudsbloemplanten die ook bloeien. Het is een vreemde winter. De tuin ziet er ondertussen vrij kaal uit maar zo links en rechts staan er nog restjes groenten die ook binnenkort geoogst mogen worden, van palmkool en boerenkoolspruitjes tot pastinaken en bietjes.  Maar eerst de kassen!

Dan nog even wat ik op de website heb gedaan:

De pagina’s die ik in tekst en met nieuwe en grotere foto’s heb bijgewerkt:

En ik heb één nieuwe pagina geschreven:

 

En dan nog even de link naar de wedstrijdpagina. Zoals ik al in een eerder blog schreef bestaat de zaaiagenda voor de moestuin 1 jaar. En dat vieren Laura en ik door 3 agenda’s weg te geven, voor de mooiste foto, de leukste anekdote of beste reden om de agenda te willen hebben, en voor de nuttigste tip.

Je kunt nog meedoen tot en met aanstaande donderdag 23 januari. Op 24 januari (de verjaardag van de agenda) maken we de 3 winnaars bekend.

Er zitten al heel leuke reacties en tips tussen, waar we in een aantal gevallen zeker iets mee kunnen, en die ons zelfs al inspiratie hebben gegeven voor wellicht nog eens een nieuw project! Iedereen die heeft gereageerd (of dat hopelijk nog gaat doen) hartelijk dank daarvoor!!

De link naar de wedstrijdpagina (met informatie hoe je mee kunt doen) vind je hier:

Prijsvraag – eerste verjaardag Zaaiagenda voor de Moestuin 

 

Tot slot nog één foto, van de zoete aardappel. Ik heb het bakje met de 2 zoete aardappelen uit de propagator gehaald, het staat nu in een raamkozijn in een licht verwarmde kamer. Want de stekken begonnen in de propagator wat lang te worden (door de combinatie van veel warmte en weinig licht). Ze heeft door de propagator een enorme voorsprong gekregen, nu mag ze in een wat rustiger tempo de stekken laten groeien tot ik ze kan eraf kan halen om in een glas water te wortelen (misschien doe ik dat dan weer wel in de propagator, daar verzin ik later over).

Zelfbeheersing en een tip

Allereerst even: ik heb ook een blog geschreven over de viering van De eerste verjaardag van de Zaaiagenda voor de moestuin (met prijsvraag!).

En ik schreef eerder deze week ook al een blog op de website van Pokon: Zaaien en oogsten in januari

En dan hier nog een blog over de voortgang van de zoete aardappelen. En er is nog iets: Ruud is heel streng dit jaar. Ik opperde dat ik morgen misschien wel even prei en uien zou kunnen zaaien. Maar hij zei dat eerst de kassen nodig moeten worden gesopt.

 

Uhhh….. ja, daar kan ik hem geen ongelijk in geven. Kas 3 is zo mogelijk nog erger:

 

En dat groeit er allemaal in 1 jaar aan.

Als je heel goed kijkt zie je in de kas nog vaag de houten rode stoel staan (voor een droge overwintering zodat ze hopelijk langer meegaat). Maar de ruiten zijn te vies om de groenten in deze kas te zien,

Ik hoop volgende week foto’s te laten zien van brandschone kassen (dat lukt helaas zonder warm water en chemische middelen nooit helemaal, maar met een borstel en overdadig koud water komen we een eind).

Misschien kan ik tussendoor alvast wat tuinbonen voorzaaien. Maar dat valt tegen want ik blijk die zaden nog niet in huis te hebben, die komen ‘pas’ over een week of 3, met onze grote bestelling via de tuinbouwvereniging, samen met de andere ‘gewone groentezaden’ zoals spitskool, bietjes, worteltjes, etc.

Zucht. “Ik kan wel al pepers, paprika’s en aubergines zaaien”, is mijn volgende zet. Ruud antwoordt dat het daarvoor veel te vroeg is, het is nog te donker in huis, zelfs in het lichtste en zonnigste raamkozijn dat we hebben.

Ha! Maar daar komt gelijk mijn lumineuze (en dat is een goed gekozen woord) idee. “Ik heb nog geen cadeautje voor mijn verjaardag in november gehad”, zeg ik. “Omdat je niks wist”, antwoordt Ruud. “Ja, maar nu weet ik wel wat, ik wil een lamp, een kweeklamp”, zeg ik.

Ruud pruttelt nog wat, iets over ‘hoe ga je dat bevestigen, we hebben er geen plek voor, weet je wat je dan qua licht nodig hebt’ en dat soort dingen. Maar ik ben al helemaal om, ik heb ondertussen een goede (denk ik) uitgezocht en besteld, ik hoop dat die begin volgende week wordt bezorgd. En natuurlijk gaan we die dan gelijk gebruiken, Ruud heeft al gekeken wat de beste plaats is en gemeten hoe hij de lamp het best op kan hangen.

En dan kan ik misschien zondag pepers, paprika’s en aubergines gaan zaaien. Of wacht ik toch nog een weekje? Ik had het plan om ze in de laatste week van januari te zaaien, maar het wordt al duidelijk dat mijn zelfbeheersing dat niet gaat redden.

Ruud heeft nog wel een goed punt: “Je hebt er nog geen plek voor in de propagator want daar staan ook je zoete aardappelen”.

En dat klopt! Ik schreef in mijn vorige blog al over de tip die ik kreeg: om zoete aardappelen in een bakje met grond in de elektrische propagator bij 25 graden te laten wortelen voor het nemen van stekken. Ik heb dat gelijk op 1 januari gedaan.

Normaal gesproken duurt dat wortelen in glaasjes met wat water bij kamertemperatuur behoorlijk lang, zeker wel enkele weken (en het groeien van de eerste stekken duurt vervolgens nog veel langer, daarom beginnen we er dus ook al zo vroeg mee). Je kunt er op de pagina van de zoete aardappel meer over lezen.

Maar dit zag ik al na 5 dagen bij de 2 zoete aardappelen in de propagator:

 

Het gaat snel!

Ik begin te twijfelen, had ik de zoete aardappelen rechtop moeten zetten in plaats van laten liggen? Maar er is geen weg terug, want de aardappelen liggen vast, de worteltjes zijn al door de grond gegroeid.

Het is nu 4 dagen later, 9 dagen nadat ik de zoete aardappelen in het bakje met vochtige grond in de propagator zette (op 27 graden), ik maakte deze foto op vrijdagochtend 10 januari:

 

Razendsnel! Ze maken duidelijk meer worteltjes aan de linkerkant dan aan de rechterkant (al groeien er ook veel wortels uit de platte onderkant van de aardappelen zoals ze nu liggen).

Ik moet er nog wel even wat bij zeggen: dit zijn zoete aardappelen van eigen oogst, misschien lopen die wat sneller uit dan gekochte zoete aardappelen, dat durf ik niet te zeggen (maar ik kan ook melden dat de zoete aardappelen die we nog van die oogst hebben allemaal hard en gaaf zijn, niet anders dan zoals ze in de winkel te koop zijn).

En er zijn nog geen beginsels van uitlopers/stengels/stekjes te zien (dat zou bijna ook wel belachelijk snel zijn). Ik beloof het hier te melden en te laten zien wanneer dat wel gebeurt.

Edit zondagochtend (11 dagen nadat ik de zoete aardappelen in het bakje met vochtige grond in de propagator zetten): er verschijnen heel voorzichtig paarse uitlopers aan de rechterkant van de zoete aardappel (aanstaande stekken).

Dus toch belachelijk snel!!

 

Als het in dit tempo doorgaat zou ik misschien wel voor eind januari de eerste stekken kunnen nemen. Uiteraard laat ik in volgende blogs de voortgang zien.

En als je geen propagator hebt? Dan heb je misschien wel zo’n goedkoop propagatortje van een paar euro van de Aldi? Of kun je er zelf één maken van een doorzichtige kunststof kap of desnoods plastic zak over een bakje met potgrond. En dan is het zoeken naar de ideale temperatuur van 25 tot 27 graden. Niet boven de verwarming want dat is veel te warm (en in de nacht is die normaal gesproken uit en dan is het te koud). Zoek naar een plekje waar de temperatuur altijd rond die 26 graden blijft. Misschien op een mediabox, of op een modem, een aquarium, etc. Misschien is het de moeite van het proberen waard!

Tot slot nog één foto: doordat het niet echt koud wordt (maar de dagen wel al iets langer licht zijn) wordt de Knautia macedonica in een verhoogde bak in de moestuin al wakker.

De 1e verjaardag van de zaaiagenda: prijsvraag

Over 2 weken bestaat de Zaaiagenda voor de Moestuin één jaar. Hoera!!! 🙂

Op 24 december 2018 startte de voorverkoop. En die was tot onze  verbazing al voor het uitkomen van de agenda uitverkocht. En dat is heel toevallig vandaag een jaar geleden, op 10 januari 2019. De agenda’s kwamen vervolgens in de 3 week van de drukker en konden vanaf 24 januari 2019 worden verzonden.

Wat was het spannend, ook omdat Laura en ik alles in eigen hand wilden houden. Het betekende nogal een investering en risico. Maar het betekende ook dat we alles zelf konden bepalen, van papiersoort tot invulling en vormgeving. En we geloofden in de agenda, de beste reden om een agenda te maken is omdat we die zelf zouden willen hebben.

Ik kan me herinneren dat ik vorig jaar rond deze tijd lange dagen zat te puzzelen; courgettes nog een periode langer zaaien of toch niet? Rijafstand van pastinaken op 30 centimeter of toch op 25? Lijstjes maken van soorten die er zeker ook in moesten komen. En informatie in boeken en op internet opzoeken en die vooral vergelijken met mijn eigen ervaring.

Zo zag een gemiddelde dag er vorige winter uit:

 

Terwijl ik puzzelde zorgde Laura voor het ontwerp, en daarna voor het invoeren van alle gegevens en aanpassingen.

En nu? Nu is ruim 2/3e van de 2e druk ondertussen uitverkocht, Laura verpakt en verzendt nog elke week agenda’s. En dus verzinnen we heel voorzichtig of we ons nog aan een derde druk willen wagen. Dat weten we nog helemaal niet zeker, dit is ook helemaal nieuw voor ons, we kunnen niet inschatten of zo’n derde druk nog gewenst is. Maar regeren is vooruitzien. Als er ooit een derde druk komt, na deze 2e druk of misschien over een paar jaar, dan zou het natuurlijk een herziene druk moeten worden. Wat zou er verbeterd kunnen worden? Meer of minder ruimte voor eigen aantekeningen? Andere tips, of geen tips meer, meer of andere foto’s, etc., etc

Het werd hoe dan ook tijd om de hele agenda eens, soort voor soort en icoon voor icoon, te controleren. Dat heb ik in de afgelopen weken gedaan. Ik heb wat foutjes gevonden (ondanks al die keren controleren is het onmogelijk om geen enkele fout te maken in al die duizenden iconen), die heb ik op deze  pagina geplaatst, zodat je die zelf in je agenda aan kunt passen: Zaaiagenda (bijna onderaan die pagina).

 

Laura en ik overlegden vorige maand al of en hoe we de eerste verjaardag van de agenda wilden vieren. Laura kwam op het idee om, net als vorig jaar rond deze tijd, 3 zaaiagenda’s weg te geven. Goed idee! Maar nu geen sperziebonen raden 🙂 . Laura bedacht dat het leuk zou zijn als mensen die de agenda al hebben er een foto ‘in actie’ van zouden kunnen maken. Maar de prijsvraag is voor iedereen en dus ook voor de mensen die de agenda niet hebben. Misschien dan een anekdote, of waarom je de agenda zou willen winnen. En zelf bedacht ik dat ik het heel fijn zou vinden om te weten wat er aan de agenda verbeterd zou kunnen worden (voor het geval er ooit een derde druk komt, of voor het geval ik nog eens een ander boek wil schrijven, je weet maar nooit :- ) ).

En dus hebben we een gecombineerde prijsvraag, waarin je een foto kunt sturen, een anekdote kunt vermelden of een tip kunt geven (en het leuke is dat je dus 3 keer mee kunt doen, in elke categorie één keer). De prijsvraag loopt van vandaag (10 januari) tot en met 23 januari. En dan kiezen we op de verjaardag van de agenda, op 24 januari, 3 winnaars, uit elk van de 3 categorieën één.

Voor mensen die de agenda niet hebben en mee willen doen, op deze pagina vind je een inkijk exemplaar (door op de ‘bolletjes’ onderaan te klikken kun je 15 pagina bekijken) zodat je ook bijvoorbeeld (misschien wel juist) een tip kunt bedenken: Zaaiagenda

En je kunt meer over de prijsvraag lezen op deze pagina op de website van Laura. En in reactie kun je daar je tip of anekdote plaatsen (en een foto kun je naar Laura mailen, hoe je dat kunt doen kun je daar lezen).

Prijsvraag – eerste verjaardag van de zaaiagenda

 

En voor alle duidelijkheid: je kunt dus ook alleen op die plaats meedoen met de prijsvraag, niet op deze plaats (want dat is veel te onoverzichtelijk, daarom heb ik voor alle zekerheid de reacties voor dit blog uitgeschakeld).

 

Deze foto van de agenda maakte ik op 24 januari 2019. Nu, bijna een jaar later, zijn we er nog even trots op, en zijn we vooral enorm blij met het vertrouwen dat vorig jaar rond deze tijd in ons werd gesteld, en met het succes van de zaaiagenda! We hopen dat iedereen die er één heeft er blij mee is, en vooral dat ze een handig hulpmiddel in de planning of bij het tuinieren is!

Tot slot, ik heb deze week natuurlijk ook op tuingebied nog wel wat te melden. Om dat een beetje van de verjaardag van de zaaiagenda te scheiden heb ik daarover in een blog geschreven: Zelfbeheersing en een tip.

 

Heerlijk!

Op 30 december begon er iets te kriebelen, vast mede dankzij de zon die scheen en ervoor zorgde dat het om 17.00 uur nog licht was. Het was mijn biologische tuinklok.

En dus vroeg ik Ruud of we genoeg zand in huis hadden. Ruud begreep feilloos wat ik bedoelde, zuchtte en zei (bijna berustend): “Je wilt gaan zaaien”. Ruud heeft dus dezelfde tuinklok als ik, maar hij kan de roep om een nieuw tuinjaar makkelijk weerstaan. Zijn tuinklok werkt ook iets anders dan de mijne, Ruud is blij dat de tuin ´winterklaar´ is, ik ben blij dat de tuin klaar is voor de lente. Klein verschil in perceptie 🙂 .

Ik heb dan ook altijd een beetje het idee dat ik me moet verdedigen. Dus ik leg uit dat er twee pepers zijn die een heel lang groeiseizoen nodig hebben, de Mini Rocoto Brown en de Goat’s Weed. Dat ik die 2 peperplanten misschien volgend jaar wil gaan overwinteren. En dat ik die daarom extra vroeg wil zaaien. En dat ze heel mooi zijn, en ook heel lekker. En lekker pittig, ik zou er peperolie van kunnen maken, of sambal. Ik verzin nog wat meer argumenten terwijl ik bij voorbaat weet dat Ruud ze heus niet gaat onthouden.

Maar eerlijk is eerlijk: hij haalt de elektrische propagator van zolder, zoekt het zand op in de schuur, vult de  propagator met een paar centimeter zand en installeert die op de kamer waar de zaden, zaaisels en zaailingen altijd staan.

 

“Wanneer wil je dan gaan zaaien?” vraagt Ruud, en ik antwoord op maandagavond 30 december dat dat wel het aankomende weekend zal worden. Maar nog geen 24 uur later, op 31 december, rond 13.00 uur verander ik van gedachten. Ik kan het niet uitleggen, dat is nu eenmaal de grap en het nut van die tuinklok. Dan is het er ineens, het verlangen om labeltjes te schrijven, een tray te vullen en zaadjes in de grond te stoppen.

Nu ik zo opschrijf krijgt het toch bijna iets van een ‘verslaving’. Het is ook vreemd dat het nooit verveelt, in de afgelopen 28 jaar heb ik vaak genoeg met tegenzin gewied, soms geen zin gehad om water te geven, en wel eens een emmertje tomaten weggegeven omdat ik geen zin had om ze die avond nog in te maken. Maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit met tegenzin heb gezaaid.

Het besluit is dus genomen en Ruud weet ook dat daar weinig aan veranderd kan worden; ik ga op oudjaarsdag 2 pepers zaaien. Ik sluit de verwarming en thermometer aan, dan kan de propagator alvast opwarmen.

Stap 1 is klaar.

Dan wordt het tijd om de tray met vermiculiet te vullen. Het vermiculiet heb ik zo gevonden, maar het piepschuimen traytje dat zo prettig is voor het zaaien van pepers, die precies in de propagator past, en die qua vakjesformaat perfect is…….. waar is die?

Ruud helpt met zoeken, op zolder, in de schuur, op de zaai- en zadenkamer, achterin het houthok maar we kunnen ze niet vinden.

“Dan liggen ze op de tuin”, zeg ik. “Ik ga ze even halen”. Ruud oppert nog dat we zaterdag naar de tuin gaan en we de tray’s dan mee kunnen nemen, dan kan ik zondag zaaien, of desnoods zaterdagavond. “Dat is toch ook prima?”, probeert hij nog. Maar ik heb mijn schoenen al aan en zoek mijn bril. “Ga je nou op oudjaarsdag helemaal naar de tuin, alleen maar voor een zaaitray? Terwijl er overal al vuurwerk wordt afgestoken?”, vraagt Ruud.

“Ja, maar ik ben zo terug”, zeg ik. “Ze moeten in kas 2 liggen, ik fiets er naartoe, pak een traytje en kom gelijk weer naar huis”. Ruud pakt mijn telefoon en gebiedt me die mee te nemen, voor noodgevallen, en om daarna als de wiedeweerga weer naar huis te komen.

Ruud en ik zijn niet van die oud & nieuw-fans: we ‘vieren’ het altijd samen, gezellig op de bank, proosten met een glas champagne, eten een oliebol en toastjes, en kijken standaard naar Jools Holland Hootenanny op de BBC en dat is het. Geen vuurwerk voor ons, we vinden het prima dat andere mensen het leuk vinden maar wij hebben er zelf niks mee. Sterker nog, ik ben een beetje huiverig voor dat geknal.

Het toont maar aan hoe graag ik die 2 pepers juist deze dag wil zaaien want ik stap toch gewoon op de fiets en ga naar de tuin. Het volkstuinencomplex ligt langs een fietspad met een parkje erachter, en een voetbalveldje. En daar is het al best druk, schijnbaar stoïcijns fiets ik langs een groepje overenthousiaste jongeren die al volop rotjes afsteken. Ik open het hek, loop naar kas 2, pak gelijk maar 3 tray’s (geen betere raad dan voorraad), doe alles weer op slot en fiets even snel weer naar huis. Zo, die zijn binnen!

 

Bij thuiskomst zeg ik “Ik ga gelijk zaaien, nu het nog licht is”.  “Tuurlijk”, zegt Ruud. En terwijl hij een glaasje wijn voor ons inschenkt vul ik de tray met vochtig vermiculiet. Ruud heeft de propagator nog even gecheckt, helemaal goed!

 

Het zaaien zelf stelt eigenlijk niet zo veel voor, 2 labeltjes schrijven en bij elkaar 16 zaadjes in 16 vakjes leggen en afdekken met vermiculiet. Het is zo gebeurd.

 

Maar nu mijn moestuin-vertroetel-instinct wakker is verheug ik me op de komende weken; elke dag kijken, de temperatuur controleren en bijstellen, een beetje water geven wanneer nodig. Alvast een zak potgrond en brekerzand in huis halen, mengen, en potjes vullen, en in een onderbak klaar zetten. Voorjaarswerkjes, en het voelt ook echt als een beetje voorjaar, en dat op 31 december 2019!

 

Voor de mensen bij wie de biologische tuinklok ook begint te tikken: bedenk dat het nog heel vroeg is, en daarmee is het aantal lichturen per dag eigenlijk nog onvoldoende. Dat betekent dat gekiemde zaailingen nu sneller kans hebben om lang en dun te worden (en daarmee ook zwak en ziekelijk). Ik ga dat voorkomen door de zaailingen na de kieming koeler te zetten en het allerlichtste plekje in een zonnig raamkozijn te geven. Want ik heb geen groeilampen en heb er ook geen plaats voor. En ik wacht met het zaaien van alle andere pepers, paprika’s en aubergines tot eind januari. Dat heb ik Ruud beloofd. Ook al is de rest van het traytje zo gevuld.

Maar ik heb wel vandaag 2 zoete aardappelen (van eigen oogst) in de propagator gelegd, ik kreeg die tip van Carine, die hoorde dat de zoete aardappelen die bij Ecohoeve Den Oude Kastanje voor het stekken worden gebruikt op grond bij 25 graden liggen.

En er ligt al een stuk gember in het midden van de huiskamer op een bordje heel voorzichtig uit te lopen (zodat ik die later kan gaan oppotten, al gaat dat zeker nog 8 tot misschien wel 12 weken duren).

En op mijn boodschappenbriefje voor komend weekend staat naast eieren, karnemelk en broodbeleg ook ‘Citroengras voor stekken’.

Dat lijkt me toch een goed begin van 2020! Tot slot nog één foto waar ik heel trots op ben (niet op de foto maar op wat erop staat). Want bij onze eerste avondmaaltijd in 2020 speelt deze groente de hoofdrol; witlof (van op internet gekochte witlofwortels), ze zijn prachtig geworden. Zo wil ik ze volgend jaar ook van eigen tuin!

 

Moeilijke materie

Ik beloofde een paar weken geleden om eens uit te zoeken hoe het zit met het kruisen van verschillende soorten pepers.

Dat bleek niet zo gemakkelijk als ik dacht. Er is in het Nederlands weinig over te vinden, ik heb uiteindelijk informatie gezocht in publicaties van Paul W. Bosland, professor en docent aan de New Mexico State University (waar rassen als Numex Twilight en Numex Big Jim zijn ontwikkeld). Hij wordt ook wel ‘The Chileman’ genoemd. Zou het een man met voorouders in Nederland zijn 🙂 ?

Afijn, ik ga gelijk beginnen want het is veel en lastig, ik ben geen bioloog. Ik denk dat het ook niet nodig is om alles tot in de kleinste details te begrijpen want dan gaat het over Interspecifieke hybridisatie, chromosomale structurele arrangementen, endosperm-degeneratie, etc. Ik heb geprobeerd om er iets van te snappen en dat hieronder begrijpelijk samen te vatten 🙂 .

Allereerst: ik schrijf hier over kruisingen tussen verschillende soorten pepers (species). Dat is veel gecompliceerder dan kruisingen tussen verschillende rassen binnen een soort want die kunnen makkelijk kruisen. Een rode en een gele Habanero kruisen  gemakkelijk. En dat geldt ook voor een puntpaprika en een blokpaprika. En een paprika kan zelfs vrij makkelijk kruisen met een cayennepeper, want ze behoren allebei tot de groep Capsicum annuum.

Een peper is zelfbestuivend, ze heeft zowel het mannelijke stuifmeel als de vrouwelijke stamper bij elkaar in 1 bloem (daarom is een zuchtje wind of een tikje tegen de plant voldoende om de peper of paprika te bestuiven).

Op de foto hieronder zie je paarse bloem van de peper Schwarze Peperoni (Capsicum annuum). Je ziet dat er zowel een vrouwelijke stamper is als mannelijke meeldraden met stuifmeel:

 

Met behulp van wat luchtverplaatsing kan ze zichzelf dus bestuiven, maar insecten (en mensen) kunnen voor kruisbestuiving zorgen door het stuifmeel van een andere pepers op de stamper te laten landen voor het stuifmeel van deze bloem dat doet.

Er zijn trouwens binnen de soort Capsicum annuum ook rassen met witte bloempjes en dat lijkt bij het kruisen tussen soorten iets belangrijks te zijn maar dat heb ik niet helemaal begrepen.

Een annuum-bloempje is wit of paars, en soms wit met paars, zoals deze (maar dan zijn er dus voorouders met witte en met paarse bloemen)

 

Er bestaan zo’n 40 soorten pepers (Capsicum species) maar er zijn 5 soorten die veel voorkomen:

  • Capsicum annuum (waaronder bijvoorbeeld cayennepeper, jalapeño maar ook de paprika)
  • Capsicum baccatum (veel aji’s vallen hieronder)
  • Capsicum chinense (dit zijn vaak zeer hete, kruidige pepers zoals Habanero’s en Scotch Bonnets)
  • Capsicum frutescens (dit zijn bijna altijd kleine hete  pepers die altijd rechtop in de planten staan, de bekendste zijn Birdseye en Tabasco)
  • Capsicum pubescens (afwijkend door de dikke zwarte zaden, voorbeelden zijn Rocoto en Manzano)

Over die laatste kan ik kort zijn: Capsicum pubescens kruist niet met andere pepersoorten.

De zaden van Capsicum pubescens zijn dik en zwart, zo afwijkend van alle andere Capsicumsoorten dat alleen dat al duidelijk maakt dat ze niet verenigbaar zijn

 

De soorten die niet in dit lijstje staan zijn vaak botanische soorten die in smaak, opbrengst, groeiwijze, vroegheid, etc. zo afwijkend zijn dat ze minder interessant zijn voor de commerciële teelt. Er zijn wel subsoorten waar mee wordt gekruist, zoals Capsicum annuum var. glabriusculum. Vaak duidt dat op een net iets ander type dat uit een ander deel van de wereld komt (want pepers komen van oorsprong niet alleen uit Zuid-Amerika, maar ook uit andere landen en werelddelen zoals Thailand, Spanje, India, Afrika, China, etc.).

Ik dwaal af, even terug: de 4 bekende soorten (annuum, baccatum, chinense en frutescens) kruisen niet gemakkelijk. Maar het kan in theorie wel. In een publicatie van Paul Bosland wordt gesteld dat de mate van genetische verwantschap daarin heel belangrijk is; hoe meer overeenkomsten in de genen, des te groter is de kans dat 2 soorten kunnen kruisen. En als die kans heel klein is, is ze er toch. Als er 100 pepers worden kruis bestoven en het mislukt 99 keer, dan is er uiteindelijk wel één kruising waar wellicht verder op geborduurd kan worden.

Als de genetische verschillen groot zijn zullen er barrières optreden. Misschien weer eens een vreemde vergelijking maar denk aan het kruisen van een mens met een chimpansee, met een rat en met een spin. Hoe meer overeenkomsten, des te groter is de kans dat het gedeeltelijk succesvol zou kunnen zijn. Hoe verder van elkaar, des te groter is de kans dat er geen bruikbare overeenkomsten zijn en het volledig mislukt. Je kunt bijvoorbeeld denken aan proefdieren die op bepaalde punten zo nauw verwant zijn aan de mens dat er medicijnen op worden getest.

Als pepers van bepaalde soorten niet kunnen kruisen wordt daarbij de term ‘incompatibiliteitsbarrière’ gebruikt (als een obstakel tussen pepers die niet verenigbaar zijn). Die barrières kunnen verschillend zijn: er zijn kruisingen die geen pepers geven. En er zijn kruisingen die wel pepers geven maar waarvan de zaden steriel zijn, niet aanwezig zijn, of alleen maar leeg, loos en verschrompeld. De zaden kunnen er ook prima uitzien en kiemen maar geen goede planten geven. Denk daarbij aan het vroegtijdig sterven van al dan niet misvormde zaailingen. Of er groeit nog wel een volwassen plant die echter geen pepers kan produceren. Allemaal manieren om te verhinderen dat verschillende soorten die niet verenigbaar zijn toch kruisen.

Ik herken het laatste voorbeeld: vroeger ruilde ik peperzaden, en ik kan me herinneren dat ik eens een peperras zaaide van geruilde zaden, en dat de zaden goed kiemden, de planten goed groeiden en ook behoorlijk groot werden (ik had zo’n setje van 3 planten bij elkaar). Er verschenen wel bloemknopjes maar die vielen telkens al af voor ze opengingen. Uiteindelijk was er in oktober geen enkel bloempje gaan bloeien, allemaal voortijdig afgevallen. En ik had dus ook geen enkele peper van de drie planten. De plant was nog steeds gezond, wel 120 centimeter hoog. Ik begreep wel dat het iets met een kruising was, maar nu begrijp ik beter wat er aan de hand was. Had ik er toen maar foto’s van gemaakt 🙂 .

Ik kan me verder geen andere voorbeelden van problemen met kiemen, groei of vruchtzetting herinneren. Wel is er hier eens een paprika gekruist: de Blue Jay. Ik weet niet met welk ander ras, ik weet alleen dat het ook een paprika was (want ik houd paprika’s en pepers in 2 verschillende kassen van elkaar gescheiden).

De originele Blue Jay; plompe blokpaprika’s die van paars naar donker rozerood rijpen

 

De kruising:

De gekruiste paprika Blue Jay, de zaden geven planten die meer conisch gevormde paprika’s maken die ongeveer dezelfde onrijpe kleur paars hebben maar nu afrijpen naar geel

 

Zo gemakkelijk kruisen rassen binnen een soort dus. Op verschillende universiteiten worden soorten geprobeerd met elkaar te kruisen. Om goed onderzoek te doen worden er meerdere soorten gekruist en gezaaid, allemaal onder precies dezelfde omstandigheden opgekweekt, verzorgd en geoogst (zo las ik dat de zaden werden gezaaid in incubators bij 27,5 graden, 8 uur in licht en 16 uur in het donker, dat blijkt dus de meest ideale kiemtemperatuur voor peperzaden te zijn, handig om te weten 🙂

Voor wie er interesse in heeft; je kunt op deze pagina een tabel vinden waarin de globale uitkomsten van verschillende kruisingen staan: The Chileman. De hele pagina is trouwens interessant en in begrijpelijke taal. Ik vind het bijzonder dat er na kruisingen tussen soorten soms niet meer dan 2% kiemt of overleeft, maar soms kan het ook wel 14% of 20% zijn. Het viel me op dat in al die cijfertjes de kans op slagen het grootst is wanneer Capsicum frutescens één van de twee soorten is.

En nog iets bijzonders: het lukt bijvoorbeeld amper om een kruising te maken tussen mannelijk stuifmeel van een Capsicum frutescens met een vrouwelijke bloem van een Capsicum baccatum (minder dan 3%), maar is er veel meer succes wanneer de kruising in sexe andersom is, dus wanneer stuifmeel van een Capsicum baccatum de stamper van de bloem van een vrouwelijke Capsicum frutescens bevrucht. Bijzonder hè! Ik las ook dat de heetste pepers ter wereld (ooit begonnen met de Bhut Jolokia) bijna zeker een kruising is tussen een Capsicum chinense en een Capsicum frutescens.

En die groep belachelijk hete pepers dijt flink uit, veredelaars zijn op zoek naar een nog hetere peper, of een betere opbrengst of andere kleuren, een vroeger ras, etc. in die groep. Ik ben ondertussen al zo oud dat ik de tijd vóór die groep extreem hete pepers heb meegemaakt (waarbij de Capsicum chinense Red Savina de heetste peper ter wereld was, nu een lachertje 🙂 ). Het is bijzonder om te bedenken dat al die die nieuwe rassen als Carolina Reaper, de Bubblegums, Jonah Strains,  Scorpions, 7-pots en noem ze allemaal maar op, uiteindelijk uit één of een handjevol kruisingen tussen chinense en frutescens zijn ontstaan.

Peper Bhut Jolokia

 

Bij ‘hobbyisten’ gaat het bij het kruisen vaak om variatie in heetheid, smaak, kleur, etc., de professionals kruisen vooral voor verbeteringen in ziekteresistentie opbrengst, droogtebestendigheid, etc.. Allebei welkom (al komen er nu wel zoveel rassen bij dat ik me soms afvraag wat nu nog de meerwaarde van een aantal van die rassen is). Het kruisen door professionals is over het algemeen ‘gezonder’. Bewust kruisen is sowieso best lastig, bij de nog dichte bloem moeten de meeldraden worden weggeknipt en dan moet alles geïsoleerd blijven tot er met de hand wordt bestoven. Daarna moeten het jaar erop de zaden worden gezaaid en die worden dan F1 genoemd. Pas na 8 generaties selecteren op identieke planten en identieke pepers (dus na F8) wordt een ras stabiel beschouwd. Dat geldt voor rassen binnen een soort en dat lukt regelmatig. Maar het geldt dus ook voor kruisingen van soorten en dan gaat er voor die tijd heel veel fout.

Want een kruising tussen soorten kan in eerste instantie nog wel lukken. Maar in de generaties daarna zie je dat de genen van verdere voorouders steeds belangrijker worden (zoals 2 blauwogige ouders een kindje met de bruine ogen van oma). Uiteindelijk kunnen in de volgende generaties de bijzonder kleur, grootte, heetheid, of wat je dan ook wilde bereiken met die kruising, weer verloren gaan. En professionals kunnen kruisen met meerdere zaden en planten (bijvoorbeeld 50 planten zaaien en daar telkens de beste planten van kiezen voor de volgende generaties). Hobbyisten kruisen vaak op veel kleinere schaal (minder planten, minder keuze, minder zaden) en dan wordt de kans op ziekten en ‘defecten’ groter (je kunt dat enigszins zien als een soort ‘herhaaldelijke inteelt’).

De conclusie: eigenlijk zit de natuur heel ingenieus in elkaar 🙂 .

Daarmee heb ik de vraag waar een kruising tussen 2 soorten toe gaat behoren nog niet beantwoord. En dat is misschien ook de moeilijkste vraag. Al die nakomelingen van de Bhut Jolokia buiten beschouwing latend (want die is zo stabiel dat ze is ingedeeld bij de Capsicum chinense en alle nakomelingen zijn raskruisingen en geen soortkruisingen) zie je maar heel zelden een kruising tussen soorten.

Een peper uit de groep Capsicum baccatum is te herkennen aan de witte bloempjes die altijd okergele tot olijfgroene vlekjes hebben

 

Ik heb op de website van Semillas (een betrouwbare zaadhandel van peperzaden) het aantal rassen dat daar wordt verkocht geteld:

  • Capsicum annuum:     222 rassen
  • Capsicum chinense:     231 rassen
  • Capsicum baccatum:     58 rassen
  • Capsicum pubescens:     23 rassen
  • Capsicum frutescens:     11 rassen
  • overige Capsicumsoorten:      6 soorten

In die in totaal 551 pepers die daar worden verkocht tel ik 4 kruisingen: Jamaiacan Red Hot en Jamaican Yellow Hot (beide  Capsicum chinense x Capsicum annuum), en Vicentes annuum (Capsicum chinense x Capsicum annuum). En die staan alle drie in zowel de lijst met chinensepepers als in de lijst met annuumpepers. En dan staat er nog een Yaki Blue Fawn in (een kruising tussen Filius Blue = Capsicum annuum en Bhut Jolokia = Capsicum  chinense) en die staat in de lijst van de chinensepepers, omdat de pepers vooral op een chinensepeper lijken (op de kleur na).

Oftewel: succesvolle kruisingen zijn vooral kruisingen tussen rassen. Als er al soorten succesvol worden gekruist valt het overgrote deel daar ergens in de volgende 8 generaties weer vanaf. En wat er dan nog overblijft wordt als kruising in beide categorieën ingedeeld, tenzij de peper overduidelijk meer kenmerken van één van de twee soorten heeft. De sterkste wint dus altijd, als het gaat om indeling, maar ook bij het doorgeven van eigenschappen in kruisingen. Zoals een donkere huidskleur dominant is over een lichte huidskleur, zoals bruine ogen dominant zijn over blauwe ogen, zoals hete pepers dominant zijn over milde pepers, zoals rijp rood en geel dominant zijn over tertiaire kleuren als perzik, abrikoos, oranje, etc. En het is dus heel bijzonder als het lukt om uit 2 soorten iets nieuws te kweken dat ook 8 generaties later nog even goed, gezond, mooi, heet en lekker is.

Een foto van een paar jaar geleden van de pepersoorten van dat jaar, je kunt zien hoe verschillend pepers kunnen zijn in vorm, kleur en grootte (en dan heb ik het nog niet over vroegheid, opbrengst, smaak en heetheid)

 

Poehee, dat was een compleet en meerdaags project. Misschien niet voor iedereen interessant, maar voor Kristof: ik hoop dat dit antwoord is op je vraag 🙂 . En ik heb er zelf weer van geleerd, ook belangrijk. Kijk vooral op deze pagina als je interesse hebt in een veel meer gedetailleerd verslag van het onderzoek en links naar websites en referenties. En als een bioloog dit verhaal ooit leest en  opmerkingen, verbeteringen of aanvullingen heeft, heel graag!

Dan tot slot heel kort nog even wat ik verder te melden heb:

Ik heb op de website van Pokon een blog geschreven over De tuin en de kas in de winter

 

Deze foto maakt ik anderhalve week geleden in de kas, bijna niet te geloven hè!

En ik heb nog wat aan de website gedaan:

Bijgewerkte pagina’s:

En één nieuwe pagina:

Volgende week beloof ik een kort en simpel blogje over wat ik in januari eens zou kunnen zaaien, daar ben ik zelf ook wel aan toe (aan zowel het kort, het simpel en het zaaien 🙂 ). Iedereen een vrolijke jaarwisseling gewenst!