Kweepeer

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken of bijvoorbeeld recepten met kweeperen:

  • Synoniemen:     Kwee, Kweeappel
  • Latijnse naam:    Cydonia oblonga
  • Engelse naam:     Quince
  • Duitse naam:     Quitte
  • Franse naam:     Cognassier voor de boom, Coing voor de vrucht

De Kweepeer is een mooie, winterharde, bladverliezende boom, Ze wordt niet heel groot (afhankelijk van het ras zo’n 3 tot 4 meter). Daarom past ze niet alleen in een grote tuin maar zeker ook in een kleinere moestuin, en daarnaast misstaat ze zeker ook niet in een siertuin.

Wij hebben zelf helaas geen kweepeer meer. Zoals je op de foto’s kunt zien hebben we die wel gehad, en ook ruim 10 tot 15 jaar lang. Maar bij de verhuizing naar een wat kleinere tuin hebben we besloten haar niet mee te nemen (maar ze staat nu bij onze tuinbuurman dus we zien haar nog elke dag en onze buurman heeft er heel veel plezier van). Toen we moesten kiezen welk fruit we mee wilden nemen naar de kleinere tuin hebben we gekozen voor de wat meer Nederlandse/bekendere appels, peren, pruimen, kruisbessen, frambozen, etc.. Daar kan ik simpelweg meer mee, ben er mee opgegroeid en ken veel recepten. Kweeperen zijn wat dat betreft iets lastiger, ik ken ze niet vanuit mijn jeugd, mijn ‘repertoire’ is wat beperkter 🙂 .

Daarnaast kun je kweeperen niet rauw eten, ze zijn daarvoor veel te hard (letterlijk keihard). Kweeperen hebben altijd een bereiding nodig zoals koken of stoven, je kunt er jam of gelei of chutney van maken of de gegaarde kweeperen gebruiken in dessert, gebak, etc..

De kweeperenboom is misschien wel de mooiste fruitboom (maar dat is mijn persoonlijke mening). Ze heeft mooi donkergroen blad en de achterkant van de bladeren zijn grijsgroen en donzig. De bladeren zijn relatief groot en hard, ze ‘ritselen’ op een prettige manier in de wind.

 

De boom bloeit enkele weken, in april (mede afhankelijk van het ras), de bloemknoppen zijn zachtroze en de bloemen zelf zijn relatief groot (wat groter dan de bloemen van appels en peren). De bloemen verbloeien van zachtroze naar poederig wit met een vleugje roze.

 

Na de bloei blijven de vruchten over, die kun je uiteindelijk (ook weer afhankelijk van het ras) tussen september en november oogsten. De bloemen worden bestoven door insecten, elke bloem bevat zowel mannelijke meeldraden als het vrouwelijke deel met stijl, stempel en vruchtbeginsel. Niet elk kweeperenras is zelfbestuivend, maar voor zover ik worden in Nederland alleen zelfbestuivende rassen aangeboden (maar let voor alle zekerheid altijd op de term zelfbestuivend als je en fruitboom van welke soort en welk ras dan ook koopt).

 

Tot slot nog even over de smaak; rijpe maar rauwe kweeperen zijn heel hard, ze zijn lastig te schillen en in stukjes te snijden en niet lekker. Maar als je de plakjes, blokjes of het geraspte vruchtvlees laat koken worden de smaak en het aroma heel bijzonder. Het is geen perensmaak en geen appelsmak, maar het heeft altijd iets zuurs, en tegelijkertijd iets honingachtigs, en bijna abrikoosachtig. Oftewel; lastig te omschrijven 🙂 . Eigenlijk moet je haar gewoon zelf eerst eens  proeven, in sommige toko’s/supermarktjes (waar Arabische producten of etenswaren uit het Midden-Oosten worden verkocht) kun je kweeperen vinden.

Kweeperen bevatten zeer veel pectine (vooral in schil en klokhuis). Je kunt er heel gemakkelijk een stevige jam of gelei van maken. Kijk vooral ook eens op de inmaakpagina, daar kun je vinden wat ik met kweeperen heb gemaakt (jam, gelei, likeur, in zoetzuur, op siroop): Inmaakrecepten

Jonge kweeperen hebben een donslaagje

 

BODEM / BEMESTING

Een kweepeer houdt van een grondsoort die neutraal tot lichtzuur is. Onze kleigrond is behoorlijk kalkrijk en toch doet ze het hier dus al meer dan 15 jaar prima (uiteraard geven we niet ook nog extra kalk).

De boom staat graag in de volle zon maar ook de halfschaduw vindt ze niet erg. Hier staat ze in de halfschaduw, krijgt alleen middag- en avondzon en doet het meer dan prima op die plaats.

Zorg bij het planten uiteraard voor een flink plantgat dat je vult met  potgrond. Gebruik geen bemeste tuinaarde (dat is te scherp voor het planten van fruitbomen, de kleinere wortels kunnen erdoor beschadigd raken). En geef dus ook geen kalk (tenzij je op zure grond tuiniert). Onder de boom kun je eventueel een laag compost of stro als mulchlaag aanbrengen.

Als voeding geven we zelf in het voorjaar een samengestelde organische meststof (voor de moestuin of voor de fruittuin). Geef vooral niet teveel stikstofrijke meststoffen, dat zorgt voor een grotere vatbaarheid voor ziekten en teveel groei van blad en takken gaat altijd ten koste van de vruchtzetting. Mocht je op zeer kalkrijke grond tuinieren is het uiteraard wel handig als je eens per jaar wat turf rond de plant verdeelt.

 

PLANTEN / RASSEN

In het boek De Groente- en Fruitencyclopedie van L. Dedeene en G. de Kinder vind je een aantal rassen en beschrijvingen daarvan. En je kunt bijvoorbeeld ook eens kijken op de website (fruit)boomkwekerij De Batterijen (Ochten) en natuurlijk op Fruitbomen.net.

Je kunt kweeperen als struik kopen, of als laagstam, halfstam, hoogstam, en zelfs als leivorm. Wij hadden zelf een laagstam en die boom is ondertussen al zo’n 3,5 meter hoog. Dat vinden wij zelf een fijn formaat (want je moet ook nog kunnen snoeien, oogsten, etc.). Maar het is maar wat je wilt, hoe groot is je tuin, wil je één of meerdere bomen, etc. Een goede kweker kan je altijd advies geven welke vorm het handigst in jouw tuin is.

Veel voorkomende rassen:

  • Ludovic (meer appel- dan peervormig)
  • Portugal (vroeg, goede opbrengst)
  • Leskovacz (meer appel- dan peervorm en het vruchtvlees verkleurt niet naar oranjeroze bij het koken maar blijft wit)
  • Champion (extra grote vruchten maar matige productie)
  • Rea’s Mammoth (sterke groei, grote vruchten)
  • Vranja (extra grote vruchten)

Bovenstaande rassen zijn zelfbestuivend maar kunnen ook andere rassen bestuiven.

En dan zijn er nog 2 leuke nieuwigheden die ik op de website van Fruitbomen.net zag:

  • de Chinese Kweepeer (Pseudocydonia sinensis) is een grote zus van de kweepeer, bomen tot wel 10 meter hoog met eetbare kweepeerachtige vruchten.
  • en de dwergkwee Crimson & Gold (Chaenomeles x superba)  die juist slechts 70 tot 100 centimeter hoog wordt en waarvan de gele vruchten op dezelfde manier als kweeperen kunnen worden gebruikt

 

Als je bomen met kale wortels koopt doe je dat in de wintermaanden (tussen november en februari). Maar meestal staat een kweepeer bij de kweker in een pot. Dan kun je in principe het hele jaar door planten. Kweeperen wortelen vrij ondiep; zorg bij het planten daarom voor een goed plantgat dat je vult met potgrond. Sla bij de boom ook gelijk een paal en maak haar met een rubberband vast: zo kan de boom minder bewegen en worden er bij veel wind minder haarwortels kapot gemaakt. Laat bij het vastmaken uiteraard wel wat ruimte voor de stam om te groeien.

Plant niet in bemeste tuinaarde of verse mest of verse compost; de kleine (maar op dat moment belangrijkste) wortels kunnen dan  beschadigen/verbranden. Geef direct na het planten uiteraard flink water en plant niet als er snel daarna een vorstperiode wordt verwacht.

 

BESCHERMING

Je hoeft de aanstaande oogst niet te beschermen want vogels eten geen verse kweeperen (niets of niemand eet trouwens verse rauwe kweeperen want die zijn zo hard dat je er niet in kunt bijten).  Bedenk dat kweeperen heel hard zijn maar tegelijkertijd erg gevoelig; bij vallen of stoten komen er al snel beurse plekken op de vrucht en dat zorgt voor rotting.

 

SNOEIEN

Een Kweepeer hoeft niet of nauwelijks gesnoeid te worden. Wat een geluk dat ze zelf een mooie vorm maakt. Ze maakt met een open, vrij rechtopgaande kroon (dat kan per ras dus iets verschillen). Ze maakt geen waterloten of veel kruisende takken of zo. Als je haar wilt snoeien omdat een tak in de weg hangt of je er een leiboom van wilt maken of iets dergelijks, doe je dat bij voorkeur na de oogst rond oktober (vlak voor de boom de winterrust in gaat).

Je kunt kruisende takken wegsnoeien, of te laag geplaatste takken, of dode of ziekelijke takken, etc. Smeer gesnoeide takken van een dikker/groter formaat na het snoeien gelijk in met een wondafdekmiddel. Wij hebben in al die jaren dat we de boom hadden slechts één keer één tak gesnoeid; een tak die wat laag afboog waardoor we er zelf tegenaan liepen als we langs de boom liepen; verder nooit gesnoeid en het is (nog steeds) een mooie boom met een grote opbrengst.

Door haar vorm is ze zeker ook geschikt voor siertuinen (mooi lichtgroen blad dat door het jaar heen steeds donkerder wordt, het ritselen van het blad in de wind, de mooie bloei met vrij grote bloemen in april-mei, en natuurlijk de vanaf juni alsmaar groter groeiende groenige vruchten).

 

OVERIGE TEELTTIPS

Naast een mulchlaag dat onkruid weghoudt en vocht vasthoudt zul je nog wel water moeten geven in droge perioden. Je kunt wat vruchtdunning in juni toepassen; dat is het wegknippen van een deel van de vruchten. Zelf deden we dat niet altijd (tijdgebrek, vergeten, dat soort dingen). Dat kan resulteren in een enorme opbrengst van meer dan 60 grote kweeperen. De takken waren zo zwaar van de vruchten dat we ze met stokken hebben moeten stutten om te zorgen dat takken niet zouden breken.

Elke jaar konden we kweeperen oogsten, er was geen beurtjaar (een jaar zonder oogst) maar er waren wel jaren dat we 20 kweeperen konden oogsten en jaren dat we er meer dan 70 konden oogsten. En wat moet een mens in vredesnaam met zoveel kweeperen (weggeven wat je niet gebruikt, dat lijkt me duidelijk 🙂 ).

Mochten er zoveel kweeperen in je kweeperenboom hangen, dan zou het handig kunnen zijn er een aantal in een jong stadium te verwijderen (om energie te sparen voor de gezondheid van de boom en het groeien en rijpen van goede kweeperen – kwaliteit voor kwantiteit dus).

 

OOGST EN BEWAREN

Aan het einde van de zomer zie je vruchten wel snel steeds groter en dikker worden, en ergens in september/oktober (afhankelijk van het ras) worden de vruchten dan ook meer geel dan groen (maar ook dat hangt een beetje van het ras af).

Maar wanneer kun je ze nu oogsten? In het jaar van de eerste oogst wisten we dat ook niet. We hebben toen gewacht tot we 2 kweeperen op de grond vonden, spontaan gevallen. Dat was vast het goede moment om te oogsten 🙂 . En dat klopt dus ook; als je wacht tot de eerste kweeperen vallen, dan weet je dat je kunt oogsten (de gevallen kweeperen kun je trouwens ook nog prima eten, maar houd die apart en eet ze als eerste omdat de val voor een beurse plek en/of minder goede bewaring kan hebben gezorgd).

De overige kweeperen pak je met je volle hand vast en je duwt ze dan naar boven (ondersteboven dus), je voelt dan dat de kweepeer heel gemakkelijk met het steeltje loslaat.

Behandel kweeperen voorzichtig, ze krijgen snel beurse plekken als je ze te hardhandig bij elkaar gooit. Op de kweeperen zit een zachte donslaag, die donslaag kun je er na de oogst heel gemakkelijk afvegen met een droge theedoek.

Bedenk, wanneer je kweeperen gaat gebruiken, dat ze na het schillen heel snel bruin verkleuren. Zorg, wanneer je ze schilt dat je al spullen klaar hebt staan om ze te snijden en in een pan op het vuur te zetten (of leg ze anders eerst nog even in een schaal met water met citroensap). Er zijn rassen die wit/crème blijven na het koken maar het overgrote deel van de rassen geven vruchten die na het koken heel mooi oranjeroze van kleur worden.

Je kunt de vruchten helaas niet heel lang bewaren. Één of twee weken gaat prima (los van elkaar, op een donkere en koele plaats) maar daarna krijgen de vruchten van binnen roodbruinige vlekken (niet vies maar wel minder mooi want die vlekken blijf je ook na het koken zien). De oogst moet dus wel vrij vlot na de oogst worden verwerkt


 

INMAAKRECEPTEN MET KWEEPEER

Kweeperen in zoetzuur en kweeperen in siroop