Appel

De Latijnse naam voor de Appel is Malus domestica. Ze is familie van de peer, en aan de bloem kun je zien dat ze behoort tot de rozenfamilie. Een appel (het is wellicht een open deur 🙂 groeit aan een boom. Die boom kan klein of groot zijn en je kunt, afhankelijk van de onderstam en het ras kleine bomen of siervormen maken, maar ook behoorlijk grote bomen kweken.

Er zijn enorm veel rassen. Als je overweegt een appelboom te kopen bedenk dan dat de rassen die je in de winkel koopt niet perse ook geschikt zijn voor een kleine liefhebberstuin. Zeker bij appels is het heel belangrijk van tevoren goed te bedenken wat je wilt en je te laten informeren door een goede fruitbomenkweker.

Een appelboom is prima winterhard, maar bloeit (afhankelijk van het ras) vrij vroeg (maart-april). In die tijd is er nog best veel kans op nachtvorst, en nachtvorst is zeker niet erg voor de boom maar wel voor de bloesem! Zie daarover ook hieronder bij het kopje ‘Bescherming’. De oogst vindt plaats tussen begin augustus en eind oktober (afhankelijk van het ras).

PLANT EN RASSEN

De appel bloeit dus vrij vroeg, met mooie bijna witte tot zachtroze bloemen, donker rozerood als ze nog in knop is. De bloemen zijn eenhuizig (elke bloem heeft zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen in zich) en worden bestoven door insecten. Een appel heeft kruisbestuiving nodig. Je zult dus bij voorkeur altijd meer dan 1 boom in de tuin moeten hebben (of bij de buren, en dat mag trouwens ook een sierappel zijn want die levert prima stuifmeel).

Er zijn ook wel (een beperkt aantal) zelfbestuivende appelrassen maar ook dan geldt dat meerdere bomen en dus kruisbestuiving een veel grotere opbrengst geeft met kwalitatief betere vruchten.

Ook hierbij kun je dus al concluderen dat inzicht en goed advies van een kweker belangrijk zijn, zeker omdat hij ook weet welke rassen dan weer graag door welke andere rassen bestoven worden (welke gelijktijdig bloeien, goed stuifmeel geven, etc.). Bedenk van tevoren wat je zoekt in een ras; er zijn grote en kleine rassen, groene, gele en rode appels, friszuur of zuur of juist zoet. Fris, knapperig of juist iets melig (moesappels), vroeg, laat of bewaarappels. En dus kleine bomen en grote bomen. Voor elk wat wils.

Appel Rosetta

Zelf hebben we 2 ‘gewone’ (laagstam) appelbomen: Ecolette en Rosetta (roodvlezig), beide friszoete dessertappels. Als ik nu nog plaats voor 1 boom zou hebben zou ik zeker nog een echte bewaarappel kiezen. Naast de 2 ‘gewone’ appelbomen hebben we ook nog 3 ballerina’s: dat zijn boompjes die heel smal blijven. Ze kunnen uiteindelijk wel 2.50 tot 3.00 meter hoog worden maar worden niet breder dan ongeveer 40 tot 50 centimeter. De bomen maken geen gewone takken maar direct aan de stam vruchtloten en korte takjes met vruchtloten. De opbrengst per boompje is, als die volgroeid is, heel behoorlijk. Maar doordat ze zo smal blijft kun je een plantafstand van 60 tot 75 centimeter aanhouden. En dat zorgt dan, met meerdere bomen naast elkaar, dan toch voor een heel grote opbrengst. Het nadeel: ballerinaboompjes zijn iets duurder dan gewone appelbomen (rond de 18,= tot 25,=).

Ik zag enige jaren geleden in een hoekje van een lokaal tuincentrum afgeprijsde ballerinaboompjes, voor € 12,= per stuk. Daar hoefde ik verder niet over na te denken (qua prijs en qua aantal want er is altijd wel plak voor zo’n smal ballerinaboompje in de tuin :-). En zo griste ik snel 3 ballerina appelboompjes mee in verschillende vruchtkleuren.

Ik blijk er nog geen goede foto van te hebben gemaakt maar dat zal ik dit jaar zeker eens doen. De foto hieronder maakt hopelijk in ieder geval een klein beetje duidelijk hoe dicht de appels bij de stam groeien, hoe smal de boom is (al heeft ze natuurlijk wel altijd nog voldoende ruimte onder de grond nodig om genoeg wortels te maken) en wat de opbrengst kan zijn van zo’n smal boompje in zuilvorm:

Wat voorbeelden van rassen:

Zomerrassen:

Geven vroege oogst maar dat zijn geen bewaarappels. Je moet ze vooral zo snel mogelijk eten of verwerken (ook geen punt; appelmoes, appeljam, appelchutney, gedroogde appeltjes, appeltaart, etc.). Voorbeelden van rassen zijn: Alkmene, Beauty of Bath, Discovery, James Grieve, Laxton’s Superb, Tydeman’s Early, etc.

Herfstrassen;

Oogst je wat later maar zijn ook wat langer bewaarbaar (zo ongeveer tot het begin van het volgende jaar). Ze bevat rassen als Cox Orange Pippin, Elstar, Jacques Lebel, Lunterse Pippeling, Notarisappel, Reinetta Evagil, etc.

Winterrassen:

Oogst je vaak nog wat later (niet altijd) maar kun je ook heel goed bewaren, soms wel tot in het voorjaar. Voorbeelden zijn Brabant Bellefleur, Celica, Golden Delicious, Jasappel, President Roulin, Schone van Boskoop, Winston, etc.

Ook in deze rassen vind je weer zure appels, stoofappeltjes, frisse handappels, en noem maar op. Ik las dat er wereldwijd wel ongeveer 5.000 rassen bestaan. Ongetwijfeld komen er elk jaar ook wel weer wat rassen bij (en soms verdwijnt er misschien ook een ras bij een kweker, als er gebleken is dat een nieuw ras toch beter is ten aanzien van ziekteresistentie, beurtjaren, opbrengst, etc.

Ballerinarassen:

En dan tot slot nog wat rassen van de al eerder genoemde ballerinavorm (wordt ook wel zuilvorm of minitree genoemd). Ze zijn er in vroeg, middelvroege en late rassen en in verschillende kleuren en smaken. Voorbeelden zijn Red Sensation, Gold Sensation en Green Sensation, McIntosh, Redcats, Greencats en Goldcats, Maypole, Polka, Rondo, Red Lane, Gold Lane, Red Summer, etc.. En het aantal rassen (die ook steeds beter van kwaliteit worden) stijgt snel, googel vooral even op wat rasnamen of op ballerina appel voor kwekerijen en rassen.

STANDPLAATS EN VOEDING

Een appelboom staat graag in de zon, al kunnen ze ook wel wat halfschaduw hebben, en ze staat graag wat beschut tegen al te veel wind. Appelbomen houden van een goed gedraineerde grond. Op onze vette klei hebben we bij het planten eerst flink wat rijpe compost door de grond gewerkt en dat vinden de bomen hier blijkbaar prettig. Op zandgrond kun je hetzelfde doen want ook daar verbetert goede compost de grond, het humusgehalte en daarmee de mogelijkheid voeding en vocht af te geven. Een appelboom houdt van een neutrale grond – niet te zuur maar ook zeker geen te hoge Ph.

Als je een appelboom gaat planten, zorg dan voor een luchtige grond, graaf een flink gat en zorg dat je de wortel van de boom daarin goed uitspreidt. Zorg bij het dichten van het gat dat de ent van de appelboom zo’n 10-15 centimeter boven de grond blijft. En zet bij het planten gelijk een paal; die zet je op zo’n 20 cm afstand van de stam en je maakt het vast met een rubberband (zodanig dat er ruimte is om te groeien maar de boom wel stevigheid van de paal ondervindt.

De beste tijd om een appelboom te planten is tussen november en maart (wanneer de boom in winterrust is). Boompjes in pot kun je in pricipe het hele jaar door planten, bomen met een kale wortel (dus zo uit de volle grond) plant je het beste in de late herfst-vroege winter (november-december). De grond is dan nog wat warm van de nazomer, en de bomen hebben de hele winter de tijd zich in rust te herstellen van het planten en te wennen aan de nieuwe omstandigheden. Plant uiteraard niet tijdens vost of in een heel natte periode.

De plantafstand (als je meerder bomen wilt planten) heeft alles te maken met de vorm en de onderstam waarop de appel geent is. Ik heb hieronder een aparte alinea gewijd aan onderstammen en boomvormen. Je hoeft trouwens geen verstand te hebben van onderstammen, als de kweker er maar verstand van heeft en jij de kweker duidelijk kunt maken wat je wilt (hoeveel bomen wil je, voor welk gebruik, hoe groot is je tuin, etc.).

Een appelboom heeft uiteraard wel voeding nodig, maar pas op met teveel stikstof (dat geeft veel vegetatieve groei en dat gaat altijd ten koste van de kwaliteit en opbrengst van appels en de bomen zijn met een overbemesting ook vatbaarder voor ziekten. Zelf houden we de grond onder de boom kaal. Sommige mensen willen er nog wel eens planten of gras onder laten groeien maar dat is zeker bij de kleinere appelbomen een minder goed idee; kleinere appelbomen hebben kleinere wortels en begroeiing onder bomen neemt altijd voeding en vocht weg.

Zelf hebben we dus onder de bomen geen begroeiing maar wel mulchen we elke winter de grond ronder de boom, met rijpe compost en stro. Dit zorgt ervoor dat er minder onkruid groeit en dat de grond onder de mulchlaag niet snel uitdroogt. Bovendien worden er ook nog wat voedingsstoffen aan de bodem afgestaan al is dat niet voldoende. Zelf geven we gewoon eind februari een flinke hand koemestkorrels en zo werkt het hier prima. Dat komt wellicht ook door onze van nature al voedzame kleigrond. Het zou kunnen zijn dat er op zandgrond wat meer voeding moet worden gegeven maar vraag dat bij je rassen- en boomvormkeuze ook aan de kweker (grote bomen hebben uiteraard meer nodig dan kleine bomen). En kijk vooral ook elk jaar goed naar je boom (zij laat vanzelf zien of ze voeding te kort komt).

Onderstammen en vormen

Sommige appelrassen maken heerlijke appels maar hebben de vervelende eigenschap om moeilijk te wortelen, of om een grote boom te maken met maar weinig appels. Een onderstam is een ras waarop het uiteindelijke appelras wordt geënt. Die onderstam is dus juist niet gekozen om de vruchten maar om gezondheid, groeikracht, etc. Een onderstam heeft ook nog invloed op de bloeitijd en oogsttijd.

Zoals ik al eerder schreef hoef je niets over onderstammen te kennen; als je de kweker duidelijk maakt wat je wilt kan hij je het juiste ras in de juiste vorm op de juiste onderstam adviseren. Maar toch is het wellicht handig er iets over te weten, zodat termen in een catalogus je niet vreemd voorkomen, of dat je zelf al inziet dat een bepaalde vorm op een bepaalde onderstam veel te groot of juist veel te klein is.

De meest bekende onderstammen voor appels (want er zijn ook onderstammen voor bijvoorbeeld peren maar dat zijn weer heel andere bomen): misschien komend onderstaande termen je wel bekend voor:

  • M27: zeer kleinblijvende onderstam voor zeer kleine boompjes en dus voor kleine tuinen. Je ziet deze onderstam niet vaak bij een gewone kwekerij.
  • M9: zeer kleinblijvend voor kleine bomen, voor kleine tuinen. Wat groter dan de M27 en deze onderstam wordt wel veel gebruikt, voor 2 tot 2,5 meter hoge struikvormen, maar ook spil, en siervormen als snoer, etc. Omdat deze vorm klein is heeft ze ook maar een klein wortelgestel. Daarmee zul je altijd rekening moeten houden door dicht bij de boom voeding te geven maar ook water te geven in droge perioden (het wortelgestel is te klein om dat zelf voldoende te kunnen doen in zeer droge perioden).
  • M2: bomen met deze onderstam kunnen wel zo’n 5 tot 6,5 meter hoog worden (en ook bijna even breed). Het duurt lang voor deze bomen vrucht dragen, wel tot 6 of 7 jaar (uiteraard geteld vanaf de opkweek). Deze grotere bomen hebben een groter wortelgestel en kunnen dus zelf makkelijker voedsel en voeding zoeken en opnemen.
  • naast deze bekende onderstammen zijn er ook nog onderstammen met namen als M26, M106, M111, elke onderstam heeft zijn eigenschappen die meer of minder bij een bepaald ras en een bepaalde vorm passen

De onderstam bepaalt samen met de boomvorm de uiteindelijk vorm, grootte en dus ook hoogte, opbrengst, etc. De verschillende vormen hebben uiteraard ook verschillende hoogtes, breedtes en dus ook plantafstanden. Hieronder volgen de eigenschappen per boomvorm:

  • Dwergstruik: stamhoogte 45-60 centimeter. Deze kleine bomen hebben vruchtbare grond nodig en voldoende vocht in droge perioden. Ze hebben niet veel snoei nodig en geven per boom zo’n 20 kilo appels (uiteraard afhankelijk van ras, maar ook het weer, verzorging, voeding, etc.). Deze bomen hebben een open kroon en de plantafstand is 2 tot 3 meter. Ze worden dus ook geënt op een kleine onderstam.
  • Struik: stamhoogte 50-75 centimeter. Geschikt voor de kleine tot middelgrote tuin. Onze Discovery en Summerred hebben deze vorm. Deze vorm kun je op kleine en op grotere onderstammen kopen en zo wordt de plantafstand 3 tot 4 meter (afhankelijk dus van de onderstam). De bomen dragen vanaf hun 3e jaar na opkweek vruchten, maar geënt op een grotere onderstam kan de eerste oogst pas een jaar later zijn. De opbrengst kan oplopen tot zo’n 25 tot 40 kilo per boom (en dat zijn “emmers vol” kan ik u vertellen 🙂
  • Halfstam: stamhoogte 1,20 tot 1,30 meter. Dit worden grote bomen tot zo’n 8 meter, de plantafstand is 5 tot 6 meter. Het duurt een paar jaar langer voor deze bomen vruchten geven maar de opbrengst is dan wel hoger. Wij hebben deze vorm gekozen voor onze leibomen (Rode Mantet en Gloster); omdat we op wat meer hoogte pas de eerste vertakking wilden maken. Geen idee of het verstandig was maar ook hier halen we emmers vol oogst van de 2 bomen, Als we nu weer konden kiezen zou ik er misschien toch een struikvorm voor kiezen en dan zelf bepalen waar je de eerste vertakking wilt (zie hieronder). Halfstambomen zijn duidelijk groeikrachtiger dan struikvormen.
  • Hoogstam: stamhoogte 1,80 tot 2,10 centimeter en dit worden echt grote bomen, hoog en met een grote open kroon. De oogst is zeer groot maar het duurt wel enige jaren voor de eerste volle oogst geplukt kan worden. Nadeel is dan ook dat je met een ladder moet plukken want de bomen worden hoger dan 10 meter. Plantafstand is 7-9 meter.
  • Spil: volgens mij (maar zoveel verstand heb ik er ook niet van) de meest gebruikte vorm in de professionele teelt. Als we naar Leerdam rijden om familie te bezoeken zien we in dat gebied heel veel boomgaarden met spilvorm appelbomen. De stam bij een spil is 60 centimeter hoog. Eigenlijk is een spil 1 lange middenstam met daaraan alleen maar rondom vruchtdragende horizontale takken (en geen echte kroon dus). Doordat de vruchten op alle hoogten en rondom aan de plant hangen heb je daardoor de meest ideale vorm voor bevruchting, vruchtzetting en rijping (en dus opbrengst).
  • En dan zijn er nog wat leivormen als een snoer, palmet of dwergpiramide. Deze bomen hebben een goede snoei nodig om te zorgen dat ze “in vorm” blijven. Het grote voordeel van deze vorm is dat ze goed passen in een siertuin (dus hun mooie vorm en kleine omvang) en dat je zo dus ook meerdere rassen in 1 tuin kunt planten (goed voor de kruisbestuiving). Het zijn leuke vormen voor bijvoorbeeld een tuinafscheiding of langs een muur.

Op de foto zie je de Gloster, die we vroeger hadden, en die ik dus als halfstam heb gekocht en waarvan ik de takken langs bamboestokken horizontaal heb gebogen en laten groeien. Ze is nu een soort van leiboom geworden, maar dan pas vanaf een hoogte van ongeveer 1.20 meter. Met 4 horizontale takken, links en rechts, moet ik wel 2 keer per zomer snoeien (ik zou dus achteraf beter een laagstam hebben kunnen kiezen, maar dat is nu te laat), maar dan hebben we voor een leiboompje ook wel een echt erg leuke opbrengst, zie de foto eronder.

BESCHERMING

Zoals al eerder gezegd kan de bloesem van een appelboom te lijden hebben van nachtvorst. Omdat de appel in maart bloei is die kans op nachtvorst niet gering. Hou vooral de weersverwachting in de gaten en neem eventueel maatregelen. Bedenk dat lage bomen in een zonnige ommuurde tuin veel minder last hebben dan hoge bomen in een open ruimte. Zorg dus voor zon, beschutting tegen wind, etc. En mochten er toch meerdere nachten met flinke nachtvorst komen, dan kun je overwegen om bijvoorbeeld vliesdoek over de kroon te draperen.

Uiteraard zijn er ook dieren die van appels houden; van rupsen tot merels. Wij maken ons daar meestal niet zo druk om, we willen met plezier een aantal appels met ze delen. Vervelend vinden we wel de halsbandparkieten (omdat die niet een aantal appels eten maar vooral uit zoveel mogelijk appels flinke happen nemen waardoor de overgebleven appelresten in de boom hangen te rotten. Je kunt dat voorkomen door de boom hermetisch af te sluiten met een net, of één van de verschillende soorten vogelverschrikkers te gebruiken. Hier is dat gelukkig nog nooit nodig geweest.

Als het duidelijk is dat je de appels kunt plukken pluk ze dan ook. Als je ze te lang laat hangen wordt de kans dat een insect of vogel ervan gaat eten steeds groter.

Wij plukken appels per stuk, elke appel wordt even bekeken. Gave appels gaan in 1 krat, om later lekker op te eten. Appels die een plekje vertonen van een rupsje of wat dan ook gaan in een andere emmer (gewoon schillen en het aangevreten gedeelte wegsnijden en weggooien, de rest is nog prima voor moes, chutney, etc.). De appels die echt flink zijn aangevreten snijden we doormidden en leggen we apart, op een open stukje tuin. Die mogen de merels, vlinders, wespen, etc. lekker opeten.

Iets heel anders is de spinselmot. Ze legt eitjes die heel veel rupsjes opleveren en die met een flink aantal bij elkaar in een soort spinnenweb (vandaar de naam) schuilen. Binnen één enkel week kun ze met z’n allen een boom volledig kaal vreten.

Op de foto hieronder kun je zien hoe ze bij elkaar in het spinnenweb zitten.

Je kunt je voorstellen hoe slecht het voor je boom kan zijn, doordat alle bladeren worden opgevreten kan de boom geen voedingsstoffen opnemen, wordt zwak en gevoelig voor ziekten en andere plagen. Bij een ernstige aantasting laat de boom het blad en ook de jonge vruchten vallen, om alle energie te sparen die nodig is om deze plaag teboven te komen.

Ik heb normaal gesproken niet zoveel met ziekten en plagen, en vind het ook niet leuk om erover te schrijven, maar omdat ik het eerste jaar dat onze bomen er last van hadden veel te laat zag en begreep wat er aan de hand was (en dan heb ik het slechts 2 weken, binnen die tijd was 75% van het blad weg en de rest van het blad was dor, droog en dood), wil ik er hier toch iets over zeggen. Want als je er vroeg genoeg bij bent en de eerste vraatsporen en de ‘spinnenwebben’ met rupsen ziet kun je snel ingrijpen en de ‘webben’ met rupsen met de hand verwijderen.

Hier was het zo erg dat ik helaas mijn heil tot stevigere maatregelen moest nemen:

Het blijkt dat de rupsen van de spinselmot sterk reageren op het bekende biologische mengsel van 1 liter water + 2 eetlepels olie (zoals zonnebloemolie of olijfolie) en 1 eetlepel biologische groene zeep. Het volledige recept vind je hier: Milieuvriendelijke bestrijdingsmiddelen. Je kunt je voorstellen dat als je boom er zo uitziet als op de foto die boom het heel zwaar heeft en lang nodig heeft om te herstellen (en dat niet ingrijpen geen optie was). Gelukkig heb ik het maar 1 keer hoeven te gebruiken. De jaren erna was de aantasting veel minder ernstig en kon ik makkelijk de ‘webben’/rupsen die ik zag er met de hand uithalen voor ze al teveel schade konden veroorzaken.

Zorg dus dat je het op tijd ziet en het nog met de hand kunt oplossen. En als het te erg is/wordt kun je dus altijd kiezen voor een keer rigoureus ingrijpen met het biologische huismiddeltje.

SNOEIEN

Nu weer wat vrolijkers. Al is snoeien is wel nog een lastig hoofdstuk. Ik ben er ook niet zo heel goed in, moet het van mijn gezonde verstand hebben want mijn boom lijkt nou nooit eens op een boom in zo’n boek met plaatjes “hoe te snoeien”. Ik heb altijd takken waar ze niet horen, of juist geen takken waar takken horen te zitten. Mocht je gelukkiger zijn dan ik, hou dan vooral de snoeiregels volgens de afbeeldingen aan zoals ze in boeken staan! Maar er zijn wel een aantal regels die iedereen wel kan begrijpen en leren en logischerwijs min of meer kan volgen. Ik hoop die dan ook hieronder een beetje logisch te kunnen indelen en beschrijven. Voor alle duidelijkheid: ik heb het hieronder over een boom, van struikvorm tot een hogere boom. Voor een spil, snoer, palmet, etc. zijn er uiteraard heel andere technieken. Als je zo’n vorm wilt kweken kun je het beste goed advies vragen aan de kweker waar je de boom koopt (vaak al in beginsel voor zo’n specifieke vorm gekweekt en gesnoeid), en een goed snoeiboek kopen.

Allereerst: snoei in de rustmaanden, dus van november tot maart. Uiteraard niet bij vriezend weer. Kleine takken kun je gewoon met een snoeischaar wegknippen. Grotere takken hebben soms een klein snoeizaagje nodig, maar in ieder geval kun je de wonden die overblijven na het snoeien afsmeren met een wondafdekmiddel (in elk goed tuincentrum te koop). Aansmeren met een wondafdekmiddel werkt zo’n beetje hetzelfde als “mensenwondmiddeltjes”; het voorkomt infecties en ziekten, zorgt voor een snellere en betere genezing van de wond.

Appels bloeien op ouder hout en groeien aan sporen; als je ze eenmaal eens hebt zien groeien herken je die sporen ook gelijk. Takken waar die spoortjes aan zitten wil je dus zo min mogelijk wegsnoeien (tenzij ze ziek zijn of het er teveel zijn).

Snoei altijd op naar buiten gerichte knoppen. Voor alle duidelijkheid: dat zijn de verdikkingen op een tak van waaruit een nieuwe tak gaat groeien. Als je snoeit op naar binnen gerichte takken zorg je er dus voor dat de sterkste takken naar binnen groeien en dat levert nooit een mooie open kroon op. Net boven een verdikking die naar buiten (van de boom af) wijst snoeien zorgt ervoor dat die sterkste tak naar buiten groeit met als gevolg een mooie open groeiwijze en dat is uiteraard altijd beter voor evenwicht, bevruchting, etc. Deze regel geldt trouwens niet alleen voor appelbomen maar bijna voor alles wat gesnoeid moet worden (van rozen tot sierheesters en bomen).

Je kunt verschillende bomen kopen qua leeftijd. 1-jarige bomen zijn het goedkoopst maar doen er dus ook het langst over om een eerste oogst te geven. 2- en 3-jarige bomen zijn wat duurder maar hebben al een wat sterker wortelgestel en je kunt er dus een jaar eerder al oogst van verwachten.

Als je een boom koopt snoei je die gelijk na het planten. Over het planten (in goede grond, met boompaal, etc. heb je hierboven al kunnen lezen. Vergeet niet zo gunstig te planten (kijk naar de stand van takken en zorg voor de beste stand ten opzichte van de zon, en dat takken niet in de weg kunnen hangen van een looppad bijvoorbeeld).

Als je een eenjarige boom hebt bestaat die over het algemeen uit 1 stam/tak met eventueel nog 1 of 2 kleine takjes aan de zijkant. Snoei die hoofdstam op zo’n 60 tot 75 centimeter maar kijk eerst goed naar de boom: je wilt later 3 of 4 gesteltakken hebben (waar de kroon van de boom op gebouwd wordt( dus moeten er minimaal 3 maar liever nog iets meer knoppen op de stam die je snoeit blijven zitten.

Als je een tweejarige of driejarige boom hebt geplant, snoei je die ook direct na het planten: kies dan de 3 of 4 mooi geplaatste stevige takken die de gesteltakken gaan vormen. Goed geplaatst betekent in dit geval dat de takken goed en evenredig rondom de stam verdeeld zijn, niet te laag geplaatst zijn en uiteraard gezond zijn. Kies de 3 of 4 beste takken uit en snoei de andere takken weg. De 3 of 4 gesteltakken snoei je tot ongeveer de helft terug (uiteraard op een naar buiten gerichte knop).

Het jaar erop zijn er op meerdere takken weer nieuwe takken gevormd. Blijf de 3 of 4 gesteltakken goed zichtbaat houden: op elk gesteltak kies je nu nog een tak. Die takken zijn gezond, groeikrachtig, naar buiten gericht en bij voorkeur horizontaal (niet te veel verticaal groeiend), bij voorkeur halverwege de gesteltakken groeiend (daar waar je vorig jaar de gesteltakken hebt gesnoeid). Snoei deze takken tot op de helft terug. En verder snoei je nu alleen de takken die elkaar kruisen, zwakke en zieke takken, takken die laag geplaatst zijn.

En dan begint het jaar daarop (als je een kleine boom hebt op een kleine onderstam) de echte oogst van appels. En dan ga je dus ook de onderhoudssnoei toepassen, elk jaar, in de rustperiode (november tot maart). En deze snoei vergt het meest van je inzicht want je heb nu overal takken, soms waar je ze wilt maar ook soms waar je ze helemaal niet wilt.

In mijn eerste snoei-jaren vond ik het soms handig om goede takken in de herfst te markeren; aan gezonde takken met goede knoppen, appels, gezonde bladgroei, etc. hing ik dan een touwtje; als je in de winter dan gaat snoeien kun je soms niet zo goed meer zien wat de goede en minder goede takken waren en dan heb je een geheugensteuntje aan een touwtje. Als je ze eenmaal eens hebt gezien herken je altijd vrij gemakkelijk de sporen waaraan de appels komen maar in de eerste jaren zou het ook handig kunnen zijn een touwtje te hangen bij die spoortjes, zodat je ze in de winter herkent en ze eens goed kunt bekijken.

Bedenk: snoeien doet groeien. Dat betekent dat veel snoeien er voor zorgt dat de boom zijn energie gaat besteden aan het maken van nieuwe takken met bladeren en dat gaat ten koste van de bevruchting. Te weinig snoeien zorgt ervoor dat de boom zijn energie vooral zal steken in de maak van veel vruchten. Dat klinkt leuk maar heel veel vruchten maken, kost wel veel energie en dat gaat dan soms wel ten koste van de gezondheid van de boom. Bovendien kunnen niet heel veel vruchten ook allemaal groot worden, je krijgt dan kleinere vruchten of vruchten vallen af. Het is dus de kunst te zorgen voor het beste evenwicht tussen snoeien en groeien en vruchtzetting en opbrengst.

De algemene regels voor onderhoudssnoei (elke winter):

  • snoei takjes en twijgen op de stam weg
  • snoei te laag geplaatste takken weg
  • snoei weg wat ziek of zwak of dood is
  • snoei naar binnen gerichte takken die andere takken kruisen weg
  • snoei sterk naar boven gerichte lange dunne twijgen weg

En met deze regels moet je een eind kunnen komen. Bedenk wat je wilt: een open boom, waar de wind doorheen kan waaien, waar bestuivers graag komen. Een boom met voldoende bladgroen (want dat is een boom die gezond is en leeft), maar ook met voldoende ruimte tussen takken voor appels om te kunnen vruchtzetten en groeien en rijpen.

OVERIGE TEELTTIPS

Naast een mulchlaag dat onkruid weghoudt en vocht vasthoudt zul je nog wel water moeten geven in droge perioden (bij de kleinere vormen en uiteraard bij jonge bomen). De volwassen grote vorm bomen kunnen ook in droge perioden nog goed voor zichzelf zorgen.

Vruchtdunnen: dat is zeker niet altijd nodig hoor. Maar als er heel veel appels in een boom hangen, vaak dan ook nog een flink aantal appels dicht bij elkaar, zul je zien dat meestal de boom zelf het teveel aan appels al af wil schudden. Want het kost een appelboom uiteraard veel energie om teveel appels te maken en dat zou ten koste gaan van de gezondheid van de boom. Je ziet vaak dat bij een te groot aantal appels er een flink aantal kleine appeltjes in mei-juni al van de boom vallen – de manier van de boom om te zorgen dat ze een goed aantal appels overhoudt waarvan ze ook weet dat ze ze kan dragen en ook nog kan laten groeien en rijpen. Maar soms is die “vruchtrui” niet voldoende en hangen er nog steeds teveel appels bij elkaar op een kluitje.

Je kunt dan al zien dat wanneer al die appels willen gaan groeien ze elkaar in de weg zullen zitten en elkaar zullen gaan beconcureren. Om te zorgen dat je een gezonde en goede oogst van mooie grote appels hebt kun je dus zelf rond juni wat kleine appeltjes weghalen, daar waar er teveel op elkaar zitten. Als je wat appeltjes weg wilt halen kies dan uiteraard de appeltjes die minder goed gevormd of verkleurd zijn, en die grotere gezonde appeltjes in de weg zitten.

Als je een grote oogst aan appels krijgt kan het aan het einde van de zomer handig zijn om de zware takken wat te stutten. Hier moeten we dat bijna elk jaar wel bij 1 of 2 bomen doen want niet alleen de takken zijn zwaar, maar als je de hier altijd fors waaiende wind nog meerekent kun je je voorstellen dat bij een storm de bijna voldragen takken wel eens zouden kunnen breken. Mijn man gebruikt er bamboestokken (tonkinstokken) voor; die steekt hij iets schuin in de grond en er tegenover nog 1, ook schuin. Zo maakt hij bij de zwaarste takken een soort wig die hij bovenin iets open laat en dan samen vastbindt. Je kunt een te zware tak die daar groeit dan gemakkelijk in de v-vorm van de wig leggen, ze kan niet schuiven en de bamboekstokken vangen een deel van de zwaarte op.

Beurtjaren: er zijn best een aantal rassen die daar gevoelig voor zijn. Ook hier is dat zo; als een appelboom vorig jaar een heel grote oogst heeft gedragen kan het zijn dat ze het jaar erop de bloei eens overslaat, simpelweg om te herstellen van de ‘dracht’, want daar kun je het een beetje mee vergelijken. Het jaar daarop zal ze dan juist weer een zeer goede oogst geven (uitgerust 🙂 Als je dus maar 1 of 2 appelbomen hebt kan het handig zijn om rassen uit te kiezen die wat minder last hebben van beurtjaren (al zul je dan dus ook de boom goed moeten verzorgen, bemesten en indien nodig moeten vruchtdunnen).

We hebben nu dus nog 2 gewone appelbomen en 3 ballerinaboompjes en hebben elk jaar meer dan genoeg appels voor eigen gebruik, om in te maken en er ook nog wat van aan familie of vrienden te geven.

OOGST EN BEWAREN

Hier bepalen we de oogstrijpheid heel gemakkelijk. Hou zowiezo zo ongeveer de oogsttijd aan die bij het ras hoort (bijvoorbeeld; een late appel als de Golden Delicious zul je nooit in augustus al kunnen oogsten). Als onze appels ongeveer rijp zouden moeten zijn kijken we eens wat vaker bij de boom. Als er gezonde appels zijn gevallen, al er een appel is aangevreten door wespen; dat zijn tekenen van rijpheid. Oogst dan een appel door die in je hand te nemen en met een soort scheppende beweging naar boven te buigen. Als het steeltje heel gemakkelijk van de boom loslaat is dat nog een teken dat de appel rijp of bijna rijp is. En tot slot proef je gewoon een appel; onrijp is ze nog een beetje te hard en smaakt ze een beetje te stevig/zurig en stroef (dat voel je aan je tanden :-)). En je ziet het uiteraard aan de klokhuizen: als de zaden nog wit zijn is de appel eigenlijk nog niet helemaal rijp en laat je de rest hangen. Als de zaden donkerbruin zijn is de appel rijp en kun je ook de andere appels plukken.

Vroege zomerappels eet je eigenlijk zo snel mogelijk op, je kunt ze een beetje gespreid plukken en zo kun je er wel een paar weken van eten. En anders maak je er wat lekkers van (jam, chutney, taart, etc.). De late appels zijn vaak de bewaarappels en die kun je dus ook nog weken, soms zelfs maanden bewaren. belangrijk is dat ze koel en droog en donker bewaard worden, een zolder of een kelderkast zijn er vaak goede plaatsen voor. Bewaar appels niet op en tegen elkaar in een emmer of kist maar bewaar ze los van elkaar, naast elkaar. Je kunt lage kratten nemen en grote krantenpapieren zo in repen vouwen en die als een slalom om en om een appel vouwen; zo liggen alle appels naast elkaar maar gescheiden door een reep krantenpapier. Handiger is het nog om even langs de groenteman te lopen; zij gooien vaak de kistjes waar appels in liggen weg (ze liggen dan in kratjes met voorgevormde holtes waardoor ze van elkaar gescheiden zijn).

Tot slot nog even: kijk voor leuke en lekkere recepten met appel nog even op de receptenpagina (en/of de inmaakreceptenpagina) in het menu, daar vind je onder andere deze:

Abonneer
Laat het weten als er
guest

15 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Belinda

Hoi Diana,
Heb je ook een tip voor bloedluis want hebben wij veel last van. Echt een bloody mess
Groet,
Belinda

Carine p

Dag Belinda,
Als je biologisch wilt bestrijden, kan je dit door lieveheersbeestjes, sluipwespen, gaasvliegen en oorwormen. Er zijn trucjes die je kan toepassen om de populatie van oorwormen, lieveheersbeestjes aan te trekken, surf even op internet want je kan ze snel vinden. Plant rond jouw appelbomen ook een hoeveelheid look. Spuit met look aftreksels op regelmatige basis. Het is voor mij een algemeen principe dat look aftreksels gemengd met een natuurlijke groene zeep (en niet de zeep uit een grootwarenhuis) tegen heel veel ongedierte gebruikt kan worden.
Hieronder nog een interessant artikel :
https://www.tuinkrant.com/artikel/fruittuin-problemen-wollige-bloedluis-bij-appelen
Grt Carine

Stefan

Dag Belinda,

Wij hebben 1 appelboom die heerlijke appels geeft, en willen er graag meer (ook om weg te geven). Weet jij ook iets over het zelf opkweken van een appelboom uit de zaadjes van een appel? Is dat een goed idee? Heb je tips? Ik ben benieuwd. Dankjewel en vriendelijke groet, Stefan

Stefan

Foutje, bedankt. Mijn vraag hierboven is voor Diana en niet voor Belinda.

Carine p

Dag Stefan,
Zaaien zou ik zeker niet doen. Er bestaan instantie’s waar je een appel kan binnenbrengen en veel kans dat men de variëteit zal kennen. In Nederland en België ken ik dit niet, maar hier in Frankrijk hebben wij de conservatoire végétal : https://www.conservatoirevegetal.com/

Enten is niet zo moeilijk, maar het is wat oefening en je hebt geduld nodig. Belangrijk is dat je de juiste onderstam neemt alvorens te enten en in de juiste periode. Als je het boek van Guy de Kinder niet hebt, kan je makkelijk informatie hierover o0 internet vinden zoals bv :
https://tamarkookt.blogspot.com/2016/03/fruitbomen-zelf-enten.html
Succes en grt Carine

B. Theunissen

Dag Diana,
Complimenten voor deze uitgebreide duidelijke uitleg over appelbomen.
Ik heb in het voorjaar, zomer erg veel last van luizen en mieren in de appelbomen. Door de luizen wordt het blad enorm aangetast.
Wat zou ik daaraan kunnen doen?

Lis

Hoi Diana, Wat een superleuke waardevolle blog! Wij wonen in een gebied met een hoge grondwater stand en zijn van plan de appelbomen in borders te plaatsen zodat ze in ieder geval aan de bovenkant niet direct daarmee in aanraking komen. Maar feit blijft dat het geen droog gebied is. Heb je toevallig tips voor appelboomrassen die iets beter bestand zijn tegen vochtige grond?? Bedankt alvast!

dj frank

ik vind het leuk o een appelboompje te verzorgen

dj frank

maar het is me niet gelukt

Susanne

Hoi Diana,

Komende week gaan wij verhuizen. Mijn appelboom wil ik graag meenemen. Het is een laagstam terrasboompje die ik in de volle grond heb staan, nu ongeveer 2.20m hoog, maar moet hem nog snoeien voor de verhuizing natuurlijk. Ik weet niet wat voor ras het is, hij lijkt nog het meest op de foto van de lichtgroene appeltjes hier boven, wat voor ras is dat? De boom groeit vrij stijl omhoog, niet in de breedte (zoals mijn andere grotere cox orange pippin boom, die moet ik helaas achter laten 🙁 ). Hij is ongeveer 6 jaar oud. De appelboom moet eerst naar een tijdelijk adres, en dan een twee maanden later naar de nieuwe woning. Ik ben niet van plan heel lang in de nieuwe woning te wonen, waarschijnlijk een jaar of twee. Wat raad je aan voor de appelboom? Hoe groot moet ik de kluit uit steken? En waar moet ik de boom dan instoppen? Ik had zelf bedacht om de boom in een speciekuip te zetten en dan twee maanden in de kuip te laten staan, en dan in het nieuwe woning de boom met kuip en al in te graven, zodat ie twee jaar later makkelijk weer verhuisd kan worden. Gaat dat goed denk je? Of heb je misschien andere ideeen of tips?

Alvast bedankt,

Susanne

Meld je aan voor de nieuwsbrief