Tagetes tenuifolia

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie/zaden/foto’s, etc. zoeken:

  • Nederlandse naam:     Citrusafrikaantje, Sterafrikaantje
  • Engelse naam:     Signet Marigold, Lemon Marigold
  • Duitse naam:     Speisetagetes
  • Franse naam:     Tagète Citron, Oeillet d’Inde Citron
  • Eenjarig, vorstgevoelig

Dit is een bijzondere vorm van het overbekende Afrikaantje. En heel anders dan de gewone gele, rode en oranje lage perkplanten die je in het voorjaar nog wel in bouw- en supermarkten tegenkomt.

Ik heb een onderverdeling gemaakt in de soorten afrikaantjes die ik zelf heb geteeld, en ze allemaal een eigen pagina gegeven. Want alle afrikaantjes willen wel zo ongeveer dezelfde omstandigheden en verzorging maar tegelijkertijd zijn ze heel verschillend in hoogte, bladvorm, bloemgrootte, geur, etc., etc.. Kijk voor meer informatie in deze database van zelf geteelde eenjarige bloemen ook nog even bij Tagetes erecta (Groot afrikaantje), Tagetes patula (Klein afrikaantje) en Tagetes lucida (Dragonafrikaantje) voor de andere leuke soorten en rassen! Bij de Tagetes patula en erecta zul je voor een deel ongeveer dezelfde informatie aantreffen als hier (want een aantal eigenschappen komen overeen), Tagetes lucida is wel echt een heel ander afrikaantje.

Er is één overeenkomst: er bestaan geen blauwe, roze, lila en helderwitte afrikaantjes. De kleuren zijn altijd crèmewit, groengeel, geel, oranje, rood, mahonie, en dan in alle tussenkleuren en dubbelkleuren natuurlijk. En deze Tagetes tenuifolia is zelfs in slechts 3 kleuren: heldergeel, oranje en fel rood. Er worden ook nog wel zaden van deze soort met wat rasnamen aangeboden (zoals Lemon Gem voor de gele, Orange Gem voor de oranje vorm en Paprika voor de rode. Je kunt zaden op kleur kopen maar ook een mix van deze 3 kleuren (vaak onder de naam Starfire mix).

De Nederlandse en buitenlandse namen geven al aan dat het hier om een andersoortig afrikaantje gaat dan de gewone (maar niet minder leuke) perkplanten; deze afrikaantjes maken dikke, 45 centimeter hoge, bossige planten met kleine blaadjes (en ook minder blaadjes), en vooral enorme hoeveelheden bloempjes. Die bloempjes zijn maar klein en ze zijn enkelvoudig, maar het zijn er zo belachelijk veel dat het lijkt alsof er helemaal geen blad en plant is maar een grote bos stervormige bloempjes op steeltjes.

 

Als je haar vergelijkt met de foto’s op de pagina’s van Tagetes patula en Tagetes erecta kun je zien hoe anders ze eruit ziet. Maar dat is niet het enige verschil, een andere leuke eigenschap is dat ze dezelfde zwaar kruidige geur heeft maar daarnaast zit er in die geur ook iets van citrus, en dan vooral de geur van citroen- en sinaasappelschilletjes. En het blad en de bloempjes zijn beide eetbaar. De bloemblaadjes zijn mooi en lekker in een salade, en de blaadjes kun je bijvoorbeeld gebruiken voor thee en zelfs in desserts. Proef wel eerst even, zowel de geur als de smaak zijn behoorlijk overheersend en je gebruikt het dus niet in grote hoeveelheden.

Je zaait deze Tagetes tenuifolia, net als de patula, erecta en lucida, tussen ongeveer half maart en half april  binnenshuis voor, of in april/mei onder koud glas. Je kunt ze ook direct ter plaatse zaaien maar dan wacht je met zaaien tot na half mei. Bedek de zaden met alleen een heel dun laagje zand of vermiculiet, ze hebben licht nodig om te kiemen.

Ik las ook ergens dat de zaden niet horizontaal kunnen worden gezaaid maar bij voorkeur verticaal in de grond worden gestoken. Dat heb ik zelf nog nooit geprobeerd, ik zaai de zaden altijd door ze horizontaal op het potgrondmengsel te leggen en dan te bedekken met een dun laagje vermiculiet en zo kiemen de zaden hier al jaren prima. Maar het is misschien leuk om eens op beide manieren te zaaien en dan te vergelijken wat het verschil is (in hoeveelheid zaailingen, kiemduur, etc.). De zaden hebben dezelfde vorm en kleur als die van de recta en patula maar ze zijn wel duidelijk wat kleiner (en dat maakt verticaal zaaien dan wel een priegelwerk voor dunne vingers 🙂 ).

De zaden kiemen bij kamertemperatuur binnen anderhalf tot twee weken, in de kas (afhankelijk van weer/temperatuur) binnen een week of twee en bij buiten zaaien een week of drie.

Zelf zaai ik ze nooit buiten, ik zaai zelf liever wat meer gecontroleerd voor en dan plant ik de zaailingen later uit. Een andere reden is dat slakken verzot zijn op alle soorten jonge afrikaantjes (behalve de lucida), ze kunnen ze in een enkele nacht tot op de nerf opvreten. Om die reden zaai ik ze voor en laat ik ze op een beschermde plaats (in de koude kas of buiten in een bak met scherpe opstaande rand) staan tot de zaailingen groot genoeg zijn en minder interessant voor slakken worden.

 

Bedenk ook dat afrikaantjes oorspronkelijk uit Midden-Amerika komen (Joost mag weten waarom ze Afrikaantjes heten want ze komen dus zeker niet uit Afrika 🙂 ), ze houden dus van zon en warmte, en ze kunnen geen vorst verdragen. Om die reden zaai je haar dus vrij warm voor en plant je de zaailingen pas uit vanaf ongeveer begin tot half mei, wanneer de kans op nachtvorst heel klein is (kijk uiteraard ook altijd nog even naar de weerberichten).

Ik zaai altijd een stuk of 5 zaden per vakje/potje, en ik leg de stokjesvormige zaden altijd plat op de grond. Die grond is een mengsel van 6 delen potgrond en 1 deel grof brekerzand, soms met nog wat vermiculiet of perliet erdoor.

Ik dun de zaailingen zelf nooit uit (onder andere omdat ik er geen tijd voor heb, maar ook omdat ik weet dat ze zelf wel uitmaken wie de sterkste is, en vaak blijven er wel een paar van de vijf zaailingen leven die samen een mooie volle bos maken.

Plant de zaailingen uit op een zonnig plekje, in een luchtige grond. Vroeger groeiden afrikaantjes in onze vette klei niet altijd even mooi uit, al bloeiden ze er niet minder om (maar de planten zelf bleven vaak wat iel). Sinds we haar in een verhoogde bak planten doet ze het heel veel beter. Ze houdt in ieder geval van een vochtige en voedzame grond, maar die moet ook luchtig zijn en het vocht mag niet blijven staan in natte periodes.

 

Pas in de eerste weken op voor slakken. Als de zaailingen eenmaal wat zijn gegroeid hebben ze in principe geen interesse meer (hoewel ik in een jaar met een slakkenplaag ook nog wel eens heb gezien dat zelfs volwassen planten werden opgevreten).

De planten bloeien van het begin van de zomer tot ver in de herfst (ik heb wel meegemaakt dat ze in een warme herfst zelfs in november nog bloeiden). Als de planten het na de eerste nachtvorst begeven halen we ze uit de grond en gaan ze op de composthoop. Maar voor die tijd oogsten we uiteraard zelf nog zaden van de planten. De uitgebloeide, verdorde en verdroogde bloempjes bevatten een hele reeks van de al eerder genoemde luciferachtige stokjes, in dit geval dunner en korter dan de zaden van de patula en erecta, maar ook met de karakteristieke leisteengrijze kleur.

Laat de zaden nog een paar dagen goed drogen en bewaar ze maximaal 4 jaar op een donkere, droge en koele plaats.

Bedenk dat geel en oranje de meest originele kleuren zijn van deze soort. Ik heb zelf mengsels gekocht en zelf zaden geoogst maar hoe die samenstelling ook was, uit de zaden kwam altijd voor het grootste gedeelte geel en oranje bloeiende planten. De rode kleur komt bijna altijd het minst voor. Mocht je zaden op kleur willen oogsten zul je dus moeten zorgen dat de andere 2 kleuren niet in je tuin bloeien. En oogst voor een mengsel veel meer zaden van de rode vorm dan van de gele en oranje (want uiteindelijk wordt een vrij groot deel van de zaden van de roodbloeiende planten weer gewoon geel en oranje als die 2 kleuren ook in je tuin stonden (zelfs als dat in een kleinere hoeveelheid was).

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.