Tropaeolum

Tropaeolum majus Caribbean Cocktail

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken of bijvoorbeeld zaden van Tropaeolum in een niet-Nederlandstalige webwinkel:

  • Nederlandse naam:     Oost-Indische Kers
  • Engelse naam:     Nasturtium
  • Duitse naam:     Kapuzinerkresse
  • Franse naam:     Capucine (grimpante = klimmer,  naine = kleine vorm)
  • Eenjarige, enigszins vorstgevoelig

 

Tropaeolum is zeker één van mijn meest favoriete planten, ik kan me geen jaar zonder Tropaeolum voorstellen. Ze is een eenjarige plant en het is belangrijk om te weten dat er 2 soorten zijn:

Tropaeolum majus = groot en rankend, tot wel 2 meter lang of hoog. Ze slingert net zo graag als dat ze over de grond kruipt

Tropaeolum nanum = klein en niet rankend, de planten worden dan zo’n 40 x 40 x 40 centimeter. Vroeger werd dit Tropaeolum minus genoemd maar ik zie steeds vaker de naam nanum dus houd ik die ook maar aan. En soms zie je bij rassen van deze soort ook ‘Tom Thumb-type’ vermeld staan.

Het is dus belangrijk om, voor je zaden koopt, te bedenken wat je wilt en hoeveel plaats je hebt. De groeikracht is het enige verschil tussen de nanum en de majus (oftewel de Mini en de Maxi 🙂 ). De andere eigenschappen zijn hetzelfde: de bijna ronde blaadjes, bloemen in de kleuren van crème, geel, oranje, rood, rozerood, abrikoos, perzik, zalm en zeer donkerrood en alle schakeringen daar tussenin (soms zelfs met wat vlekjes in een contrasterende kleur). Ook de bladkleur kan trouwens per ras verschillen, het kan zachtgroen, blauwgroen, donkergroen en zelfs witbont zijn. Zie de foto’s op deze pagina voor wat rassen en blad- en bloemkleuren.

Op de foto hieronder zie je Tropaeolum nanum Empress of India. Sorry, een heel oude foto maar het is duidelijk dat de planten klein en compact blijven, met mooie donker blauwgroene blaadjes en zuiver rode bloemen. Leuk langs randen waar ze niet zo uit mag waaieren.

 

Op de foto hieronder zie Tropaeolum majus Caribbean Crush. Deze planten zijn langer, groter, liggen maar je ziet de zoekende rankjes waarmee ze ook kan klimmen

 

Mooi ras trouwens, met het zachtgroene blad, en de rijke en lange bloei in een zachte abrikoos-/perzikkleur. En als ze een hek, gaaswerk of ander klimrek op haar pad tegenkomt zal ze daar zeker in klimmen:

 

Oost-Indische kers is trouwens niet alleen mooi, ze is ook eetbaar, en lekker! De bloemen hebben een licht pittig-peperig-poederige smaak, geweldig mooi en lekker in salades of bijvoorbeeld op een smeerseltje op plakjes stokbrood. De blaadjes zijn wat peperiger dan de bloemen en ook lekker en mooi in salades, voorgerechten, etc.. En tot slot zijn ook de verse, groene, onrijpe groene zaden eetbaar; die zijn het pittigst, lekker knapperig en qua gebruik enigszins vergelijkbaar met een extra sterk radijsje. Die onrijpe zaden zijn ook erg leuk om in bijvoorbeeld zoetzuur in te maken, je kunt er zelfs een soort alternatief voor kappertjes van maken.

Tropaeolum Caribean Crush

 

Zaai de grote zaden ergens tussen eind maart en eind mei voor. Je kunt haar zeker ook nog later zaaien, ik heb wel gezien dat zaden die in juni werden gezaaid nog bloeiende planten opleverden (handig voor een plekje in de tuin dat leeg komt). Maar voor een lange bloei vanaf eind juni tot ver in de herfst zaai je uiteraard liever wat vroeger). Zaai de zaden niet te nat want ze rotten dan gemakkelijk. Bij kamertemperatuur kiemen de zaden binnen 10 dagen, in een kas kan het kiemen (door de koelere temperaturen) een paar dagen tot een week langer duren. En je kunt ook buiten zaaien, maar wacht dan tot eind april of begin mei. Volwassen planten kunnen niet heel goed tegen vorst maar zaden en zaailingen juist wel; sterker nog, ook na een strenge winter vinden we hier zaailingen in de tuin. In principe hoef ik nooit meer Oost-Indische Kers te zaaien 🙂 . Die in de tuin overwinterde zaden kiemen zo rond eind april/begin mei. En dat is dan dus ook een mooie tijd om ze buiten te zaaien (voor die tijd is het blijkbaar nog te koud).

Zelf zaai ik zaden van bijzondere en soms kostbare rassen voor in de kas, in een luchtig mengsel van potgrond en ongeveer 1/6e deel brekerzand. Ik zaai in een tray en de plugjes met jonge zaailingen plant ik uit vanaf begin mei.

Geef de zaailingen een plekje in de volle zon of halfschaduw, maar ook in de schaduw zullen de planten nog bloeien (maar minder rijk).

Tropaeolum nanum Empress of India

 

En zowaar, slakken houden niet van Tropaeolum dus je hoeft ze niet extra te beschermen of in de gaten te houden. Je moet ze natuurlijk in de eerste weken wel af en toe water geven als het niet regent. En zorg dat er voldoende voeding is om lang te bloeien (wij geven geen extra of speciale voeding, ze krijgt hier gewoon dezelfde basisbemesting als de hele tuin (een samengestelde organische meststof voor de moestuin).

Tropaeolum bloeit lang, heel lang zelfs. Die bloei begint rond eind juni (mede afhankelijk van de zaaiperiode en het weer) en gaat door tot ver in de herfst. In een zachte herfst hebben we wel gezien dat  planten eind november zelfs nog wat bloemen produceerden. Uiteindelijk zakken ze in elkaar na een paar nachtvorsten en dan zijn zeker de planten van uit rankende Tropaeolum majus groep prima voor de composthoop; veel zacht blad en sappige stengels leveren relatief veel compost op.

Ook nog leuk om te vermelden: Oost-Indische Kers trekt luis aan. Het is jammer dat planten in een siertuin daar wat last van kunnen krijgen maar het is tegelijkertijd ook een positieve eigenschap: door deze planten in de buurt van luisgevoelige planten (zoals bonen) komen de luizen naar de Oost-Indische Kers en blijven ze vaak af van de bonenplanten. Aan de andere kant: er zijn meer jaren dat we helemaal geen last van luizen in deze planten hebben dan jaren dat ze er wel last van hebben.

Tropaeolum majus Alaska mix (met witbont blad)

 

Tot slot: het oogsten van zaden gaat heel gemakkelijk; als je de planten in de herfst opruimt zie je vanzelf een flinke hoeveelheid zaden liggen:

 

Deze zaden (niet meer groen maar ondertussen bruin en nat) kun je oprapen, even wassen en een week of 2 goed drogen. Als je daarna over de zaden wrijft wrijf je het buitenste laagje eraf en houd je dit over:

Tropaeolum zaden

 

Het velletje hoef je er trouwens niet vanaf te wrijven, ook met velletje kiemen de zaden volgend jaar prima (maar de zaden zijn zo wat schoner en nemen wat minder ruimte in).

Onderling kruisen de verschillende rassen heel makkelijk met elkaar, en mijn ervaring is dat geel en oranje daarbij altijd de sterkste kleur is (en in een tuin met verschillende rassen zal het grootste gedeelte van de zaden dus planten in een gele of oranje kleur geven). Als je haar soortecht wilt houden zul je je dus moeten beperken tot 1 ras in je tuin.

De zaden blijven zo’n 4 jaar kiemkrachtig.

Tropaeolum majus Apricot Trifle

 

Tropaeolum majus Caribbean Cocktail rood

 

Tropaeolum mix

 

Tropaeolum majus Milkmaid

 

Tropaeolum majus in compostvat

 

8 gedachten over “Tropaeolum”

  1. Hallo Diana,

    Op de laatste foto van deze pagina heb je Oost-Indische kers in een compostvat. Ik heb dit wel eens vaker gezien op tuinen, maar ik vraag me af hoe je dit doet. Ik ben het dit jaar ook van plan, want ik vind het erg mooi staan. Zaai je de zaden in de composthoop zelf of zaai je het in een bakje die je dan in het compostvat zet of in de deksel die je dan omgekeerd op het vat zet?

    1. Hallo Gerhardus,
      De bovenlaag in de compost is natuurlijk nog niet gecomposteerd en bevat nog heel veel grof materiaal. Daarom maak ik op 1 of meerdere plaatsen (afhankelijk van de maat van de compostbak) een soort kuil en vul die met zo’n 5 liter potgrond. En daar plant ik dan de voorgezaaide Tropaeolumplantjes in, maar ter plaatse zaaien in zo’n kuil gevuld met potgrond kan ook hoor.
      Je moet, net als bij de teelt in potten, wel af en toe voeding geven, en natuurlijk controleren of je water moet geven.
      Het deksel gebruiken wij niet als er Oost_Indische kers in het compostvat groeit, dat hangt met een touw achter het compostvat zodat we het niet kwijtraken.
      Ik hoop dat je er zo verder mee kunt!
      Diana

      1. Beste Diana,

        Ik heb hier nog een vraag over.
        Welke Oost-Indische kers heb je eigenlijk gebruikt voor het compostvat? Ik was van plan om de Oost-Indische kers Alaska-mix te gebruiken. Zo te zien aan het blad op de foto heb jij deze ook gebruikt. Of heb je een ander ras gebruikt?

        Met vriendelijke groet,

        Gerhardus

        1. Hallo Gerhardus,
          Ik heb eigenlijk gewoon in het voorjaar een paar zaailingen uit de tuin uitgegraven en die in de bak geplant 🙂
          Maar de Alaska is inderdaad het ras met witbont blad. Die vind ik zelf ook erg mooi!
          groetjes,
          Diana

    1. Hallo Marc,
      Mijn ervaring is dat de klimmende/kruipende Tropaeolum majus inderdaad kruist met de kleinere en kortere Tropaeolum minus (of nanum zoals ze tegenwoordig genoemd wordt). En mijn ervaring is dat de majus altijd wint 🙂 . Oftewel, de gekruiste zaden leveren in het volgende jaar bijna allemaal kruipende en klimmende planten op. Ik denk (maar ik heb er geen verstand van hoor) dat de majus de officiële soort is en dat de nanum daar een ontwikkelde/gekweekte vorm van is.
      groetjes,
      Diana

        1. Hallo Marc,

          Ik houd ook van de officiële Latijnse namen hoor. Sterker nog, ik heb er jaren geleden eens een hoofdstuk over geschreven: https://www.mooiemoestuin.nl/moestuin/tuinieren-overig/plantennamen/
          Maar ik kan je ook vertellen dat taal verandert en dat ook Latijnse namen kunnen worden aangepast. Ik vrees dat een deel van de soorten die nu Aster worden genoemd voortaan Ampelaster gaan heten. En ik zag op de website van de Hessenhof dat Perovskia wel eens Salvia zou kunnen gaan heten. Als je googelt op Tropaeolum minus vind je 111.000 hits, als je googelt op Tropaeolum nanum vind je 555.600 hits. En ik kan je vertellen dat toen ik voor het eerst Tropaeolum zaaide, rond 1991, er alleen nog maar Tropaeolum majus (en een heel klein deel minus), nanum werd toen nog nergens genoemd 🙂

          Over je vraag: die begrijp ik niet helemaal. Er is nooit percentage in kruisingskans te noemen, dat hangt af van je tuin, welke bloemen daarin staan, welke soorten bestuivers daar op af komen en hoeveel. En natuurlijk hoeveel majus en hoeveel minus je hebt staan. En hoeveel bestuivers je Tropaeolum bezoeken. Je hebt maar 1 bij of hommel nodig voor kruisbestuiving en de route die zij vliegen is nu eenmaal (gelukkig) nooit te bepalen 🙂

          groetjes,
          Diana

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.