Rhodochiton atrosanguineus

 

 

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken of bijvoorbeeld zaden van deze Rhodochiton in een niet-Nederlandstalige webwinkel:

  • Nederlandse naam:     Purperklokje
  • Engelse naam:     Purple Bell Vine
  • Duitse naam:     Rhodochiton, soms Purpurglocke
  • Franse naam:     Purple Bell Vigne
  • Meerjarig, slingerplant, vorstgevoelig

 

Ik heb deze plant meerdere keren geteeld, de eerste keren was het een compleet fiasco, pas de laatste keren lukte het echt goed om haar een zomer lang te laten groeien en bloeien en was ze een groot succes.

Niet makkelijk dus, maar wel zeer de moeite waard!

Ze is eigenlijk een vaste slingerplant uit Midden-Amerika, ze heeft veel warmte en tijd nodig om te kiemen, groeien en bloeien. Ze kiemt en groeit in het eerste stadium vrij langzaam. Om die reden zaai je haar vroeg en warm. Ik zaai haar zelf graag rond half tot eind februari, maar de hele maand maart kan ook nog prima. Bij kamertemperatuur in een zonnig raamkozijn kiemen de zaden binnen ongeveer 3 weken. De zaailingen mogen na het kiemen iets koeler staan, bijvoorbeeld op een onverwarmde slaapkamer in een zonnig raamkozijn.

 

Op die plaats zal ze ergens in april al omhoog groeien en tasten naar iets om aan te groeien. Je kunt dan 3 stokjes op 3 hoeken in het potje steken en bovenaan bij elkaar binden, zodat de zaailingen daar langs kunnen groeien. Bedenk rond die tijd ook of je de zaailingen bij wilt gaan voeden. Ongeveer 6 tot 8 weken na het kiemen begint de voeding in de potgrond op te raken. Als de zaailingen in kleine potjes staan kun je overwegen om haar over te zetten in grotere potjes (en de potgrond die daarin zit zorgt voor nieuwe voeding). Als de potjes groot genoeg zijn om in te blijven tot ze naar buiten mag kun je haar bijvoeden. Houd je vooral aan de voorschriften op de verpakking, zelf gebruik ik er graag een langwerkende meststof als ‘Terras & Voedingskorrels’ voor omdat je daar niet mee kunt overbemesten en het maandenlang langzaam voeding afgeeft.

Rond half tot eind april durf ik de zaailingen naar de koude kas te brengen, maar ik houd wel de weerberichten in de gaten, bij temperaturen richting het vriespunt zet ik haar onder wat vliesdoek of ik neem haar weer mee naar huis.

De eerste keren dat ik haar zaaide (de fiasco’s) plantte ik de zaailingen half mei (ijsheiligen) uit op een zonnige plaats in de volle grond. De grond was te nog te koud maar de klei ook veel te vast, de wind te schraal en de zon te fel. Eigenlijk houdt ze van een vochtige, humeuze maar luchtige grond, van een beschut plekje met weinig wind, en van warmte maar niet van al te veel felle zon.

 

De laatste keren dat ik haar teelde deed ze het heel goed. In een grote pot, gevuld met potgrond waar ik wat grof brekerzand en vermiculiet door mengde en die ik 8 weken later wat Terras en voedingskorrels als voeding gaf. Want ze heeft wel voldoende voeding nodig, het worden tenslotte flinke planten en bloeien lang. Op een beschutte plek in de halfschaduw werden de planten in pot wel ruim 2 meter hoog, ze klommen langs een gaaswerk en hadden daarbij weinig hulp nodig.

Wellicht dat op zandgrond ook in de volle grond groeit en bloeit, op onze vette klei was dat dus geen succes. Ik teel haar alleen nog maar in pot, maar een verhoogde bak met daarin een luchtig maar humusrijk grondmengsel lijkt me ook zeker het proberen waard.

Als ze het naar haar zin heeft groeit de plant met lange, slanke, slingerige stengels door een gaaswerk (aan stokken klimt ze niet goed). De planten krijgen donkergroene blaadjes, en vervolgens bloeit ze vanaf ongeveer eind juni tot in september met mooie en opvallende bloemen: de schutbladeren zijn paarsroze, de bloem zelf is diep purperpaars van kleur.

 

Ik heb trouwens ook wel eens gezien dat iemand haar in een grote hanging basket had, daarin hing ze mooi over de rand en tuimelden de stengels en bloemen als een waterval naar beneden, ook erg mooi!

Het is niet moeilijk om zaden van haar te oogsten, mits de nazomer en herfst maar lang genoeg duurt om zaden te laten rijpen. De dunne, brosse zaadvruchtjes kun je bij voldoende rijpheid makkelijk open maken waarna je de zaden (plat en zwart en onregelmatig – als een ‘vlekje’) met een papierachtig/zilverachtig randje kunt oogsten. Laat de zaden nog een par dagen drogen en bewaar ze daarna koel, droog en donker, maximaal 3 tot 4 jaar.

En bedenk dat ze dus geen eenjarige is, maar een niet winterharde vaste plant die als eenjarige gezaaid kan worden. Mocht je er ruimte voor hebben kun je de pot vorstvrij overwinteren. En als de plant in de volle grond of verhoogde bak staat kun je die eventueel uitgraven en de dikke wortel oppotten in arme (gebruikte) potgrond en haar vorstvrij zetten, tot je haar in maart lichter zet, vocht en voeding geeft en haar weer aan de groei laat komen.