Compost

Compost met dieren verkleind

Het valt niet mee dit in een kort verhaaltje op te schrijven, er zijn hele boeken over geschreven. En bij deze weer even melden dat als je echt iets over biologisch tuinieren wilt leren, je echt het “Handboek Ecologisch Tuinieren” van Velt moet lezen. Daarin wordt het onderwerp uiteraard veel uitgebreider in behandeld. Maar hier in ieder geval mijn eigen ervaringen met compost maken, en dat wat ik erover geleerd heb.

Onze zelfgemaakte compost lukt de laatste jaren buitengewoon goed: ze ruikt heerlijk naar bosgrond en ziet er ook zo uit, is goed verteerd en zit werkelijk stampvol met wormen, kevertjes, spinnetjes, etc., zie foto. We hebben er elk jaar weer veel plezier van, alles groeit en bloeit prima! We hebben nu zelfs 2 verschillende compostbakken, maar daarover meer in het “slotwoord”

Laat ik voorafgaand aan onderstaand verhaal zeggen dat ik erg slecht ben (en altijd al geweest) in scheikunde, en compost maken lijkt wel een beetje op hogere wiskunde (in mijn anti-wiskundige ogen dan).

Wat is nou het grote voordeel van compost ten opzichte van andere grondverbeteraars?
Het verbetert de structuur van de grond, verhoogt het humusgehalte en levert ook nog wat voedingsstoffen voor planten en gewassen. Bovendien is het grote voordeel van compost dat het gratis is. Je gebruikt er je eigen groenafval voor.

Compost is trouwens bedoeld als basisbemesting. Voor wortelgewassen en peulgewassen (die allebei dus weinig bemesting nodig hebben) is het voldoende voor een heel seizoen. Voor de andere gewassen (bij koolgewassen en bladgewassen zelfs zeer noodzakelijk) kun je bijmesten met welke mestsoort je wilt, onze voorkeur ligt daarbij bij koemestkorrels maar zeker voor de meer voedingsbehoeftige groenten zoals prei, kool, andijvie, etc. gebruiken we ook wel bloedmeel en/of beendermeel.

Het enige dat je nodig hebt voor eigen compost is een compostbak. En wat ruimte natuurlijk.

Je kunt compostbakken kopen (die zwarte of donkergroene plastic vaten), maar die zijn vrij prijzig en wij ervoeren al snel dat deze te klein is voor een volkstuinder. Bovendien is het ‘noodzakelijk’ om de hoop om te zetten (daarover later meer). In ieder geval is het het beste om 1 grote brede compostbak te maken met een tussenschot in het midden. In bak 1 komt alle verse en nieuwe afval, in de tweede ligt de oude compost te “rijpen” of de “omgezette” hoop verder te composteren.

Belangrijk daarbij is dat de bak luchtgaten bevat, zonder lucht is compost maken niet mogelijk!!! Onze compostbakken zijn van hout gemaakt, maar het kan bijvoorbeeld ook van kippengaas worden gemaakt, als het maar een beetje bij elkaar wordt gehouden. Als je de bak in je siertuin hebt staan wordt natuurlijk ook het uiterlijk van de bak belangrijk. Of je verstopt de compostbak bijvoorbeeld achter een rek met klimplanten.

Compostbak 2012

Excuses voor de rommel 🙂 Maar als je goed langs het gaaswerk en de kruiwagen kijkt, kun je zien dat de voorkant bestaat uit dubbele palen. De voorste planken worden los tussen de 2 palen geschoven. Met als doel dat als je wilt, je een deel van de voorkant weg kunt halen, bijvoorbeeld om een grote hoeveelheid compost toe te voegen, of om juist compost weg te halen.

Het materiaal

In principe komen alle in de natuur aanwezige organische materialen in aanmerking.

Op de volkstuin sluit je daarvan uit:

  • Aardappelschillen/loof/knollen
  • tomatenloof
  • aspergeloof
  • alle groenafval die duidelijk besmet zijn met schimmels of ziekten

Deze materialen kunnen ziekten/schimmels als bijvoorbeeld phytophtora in de compost brengen.

Maar verder is welkom:

  • gazonmaaisel
  • kruidachtige planten
  • groen keukenafval
  • stro
  • stalmest
  • gras
  • hooi
  • en verder alle tuinafval (stengels, blad, stelen, vruchten, takken, etc.)

Hoewel onkruid ook goed gecomposteerd kan worden, doen wij dit zelf niet, als de temperatuur in de compost niet hoog genoeg wordt, zullen alle onkruidzaden gewoon kiemkrachtig blijven en voor veel extra werk (wieden) zorgen in het voorjaar. Dus voor alle zekerheid gaat onkruid bij ons op de grote algemene composthoop die door de Gemeente wordt opgehaald en naar een composteringsbedrijf wordt gebracht.

Het materiaal kun je onderverdelen in groen en bruin materiaal, je hebt beiden nodig om goede compost te maken.

Bruin materiaal is:

  • zaagsel
  • houtsnippers
  • stro
  • dode bladeren en takken.

Groen materiaal is:

  • vers tuin- en keukenafval
  • mest
  • gras

Stalmest bevat beide: stro (= bruin) en mest (= groen).

In het groene afval zit relatief veel stikstof, in het bruine afval zit relatief veel koolstof.
Oftewel; het groene materiaal levert de voedingsstoffen, en het bruine materiaal levert de structuur.  Let wel op dat het bruine afval niet te grof is, anders duurt het te lang voor het afbreekt (dus takken in kleinere stukken knippen).

En let op dat je groen afval niet teveel bij elkaar gooit (een grote hoop gras gaat rotten in plaats van composteren). Het is de kunst een evenwichtige balans tussen deze twee materiaalsoorten te verkrijgen.

Compostbak november 2012

Op de foto rechts zie je de compostbak in het najaar van 2012. Het was een belachelijk natte zomer en daar zie je de sporen nog wel van. Maar je kunt ook zie dat de rechterbak (met juist in het najaar veel groenafval) al behoorlijk gevuld is, van de linkerbak zijn de voorste planken weggehaald en is de compostbak al bijna leeggehaald. De compost die erin zat is bijna zwart, als bosgrond, met nog wel wat grovere stukjes erin, maar omdat die compost op hoopjes tussen planten in de bloementuin gaat is dat niet erg.

Koolstof/stikstofverhouding

Compost maken doen we zelf niet, micro-organismen doen het voor ons. Zij moeten eten (logisch toch?). Hun voedsel bestaat uit koolstof (C) en stikstof (N).

Zorg dat de onderkant van de composthoop open is, dus in verbinding staat met de aarde (waar moeten anders de eerste beestjes vandaan komen?).

Onderin de composthoop moet je een verhouding hebben van ongeveer 25 delen bruin materiaal (= C) op 1 deel groen materiaal (= N). Dus eigenlijk betekent dit dat je onderin de hoop vooral kleine takken en wat stro gooit. Zo komt er lucht in het onderste deel van de hoop. Daarop ga je de hoop opbouwen. Je kunt lagen aanbrengen, maar beter is nog om de soorten materiaal direct te mengen. Als je in lagen werkt, probeer dan telkens ongeveer 20 centimeter van bruin materiaal met groen materiaal af te wisselen. Stalmest mag dus een dikkere laag zijn, omdat dit al een mengsel is van bruin (= stro) en groen (= mest) materiaal.

En let op: Koolstof heeft stikstof nodig om te verteren. Dus een deel van de voeding van je compost wordt door het bruine materiaal gebruikt om te composteren. Composteren geeft voeding maar neemt ook voeding. Daarom niets zo slecht als slechts halfverteerde compost te gebruiken.

Mijn eigen fout een paar jaar geleden:

We hadden een stukje grond met aardbeien. Tussen alle planten in strooiden we houtsnippers. Om de aardbeien een beetje droog te houden, zodat ze niet zouden rotten op de natte grond. En het houdt ook gelijk vocht vast onder de snippers. En bovendien houdt het ook nog onkruid tegen. Op zich allemaal prima en ook zeer aan te raden.

Maar toen na drie jaar het aardbeienveldje moest worden vernieuwd (omdat een aardbeienveldje nou eenmaal elke drie moet worden vernieuwd (zie meer daarover bij aardbeien), lagen er nog veel halfverteerde houtsnippers. We hebben die toen mee omgespit. Fout! Het jaar erop groeide er niets, geen sla, geen bietje, niets. Wat bleek: De halfverteerde houtsnippers hadden, om verder te verteren en te composteren veel stikstof uit de grond gehaald, omdat composteren/verteren nu eenmaal stikstof kost. Het gevolg was dus dat de houtsnippers mooie grond was geworden maar daardoor ook wel alle voeding uit de grond was verdwenen.

Dus; laat compost vooral volledig verteren en uitwerken voor je het gebruikt, anders neemt ze de voeding op die in je grond zit! De compostering gaat ook nog eens veel langzamer op en in de volle grond dan op een hoop. Dus eigenlijk was het dan, niet helemaal maar wel een beetje, alle moeite voor niets.

Ik heb ook een hoofdstuk geschreven over bodembedekking en daar geldt natuurlijk dezelfde regel; bedekking laat je liggen en als je het niet meer wilt of nodig heb haal je het weg. Maar het onderspitten van grof materiaal is nooit een optie als je erna nog gewoon wilt tuinieren dat jaar, omdat het voor de vertering voedsel nodig heeft en die gebruikt vanuit de grond.

Ook belangrijk; vocht:

Bij een te hoog vochtgehalte komt er te weinig zuurstof in de hoop, waardoor de hoop koud blijft en dus niet composteert maar wel kan gaan rotten. Bij een te laag vochtgehalte valt de vertering stil.

Als het goed is komt er een klein beetje vocht uitdruppelen als je een hand compost fijnknijpt. Als de compost te droog is, kun je het eenvoudig wat opentrekken en water geven. Als de compost te nat is, zul je de hele hoop moeten omzetten (= ondersteboven keren) en daarbij bruin materiaal moeten tussenvoegen.

Sprookjes:

  • Het toevoegen van kalk: dit blijkt onnodig te zijn en zou zelfs stikstofvervluchtiging te veroorzaken
  • Het aanbrengen van grond in de composthoop: blijkt ook geen goed idee; grond in de composthoop koelt de hoop af, remt de vertering en vermindert de bemestingwaarde
  • Of compoststarters (te koop in de winkel) de vertering bevordert blijkt nog nooit wetenschappelijk bewezen te zijn (zegt Velt).

Het maken van compost duurt ongeveer 6 – 12 maanden. Alles is daarbij afhankelijk van de temperatuur:

De micro-organismen die de materialen omzetten in compost geven warmte af. Deze warmte stimuleert weer andere organismen zodat de vertering sneller verloopt.

Afhankelijk van de omstandigheden bereikt een composthoop na een aantal dagen een temperatuur van 45 tot 70 graden Celsius. Vooral stro en stalmest veroorzaken deze hogere temperaturen. In deze hoge temperatuurpiek worden vooral ziektekiemen en onkruidzaden gedood. Na een aantal dagen daalt de temperatuur naar 35 tot 55 graden Celsius. Bij deze temperatuur verloopt de vertering het snelst.

Bij ons staat zelfs midden in de winter de composthoop wel eens te “roken”, en als je dan je hand een stukje dieper in de hoop steekt kan deze wel 40 graden of zo zijn, je brandt dan nog net je hand niet.

Naarmate de tijd vordert zakt de temperstuur steeds verder, de micro-organismen hebben hun werk gedaan en nu komen er ongewervelde dieren (zoals wormen) de hoop verder tot compost maken. Dit is het moment om de hoop om te zetten. Je draait als het ware de hoop om en bouwt daar bovenop weer verder (want de compost is ondertussen tot minder dan een kwart geslonken. Na het omzetten begint het proces opnieuw (omdat je extra zuurstof inbrengt), dus krijg je weer een temperatuurstijging, etc. Het lijkt veel werk, en heel eerlijk is het dat ook wel, maar uiteindelijk zul je dan weer sneller compost maken en dus eerder over compost beschikken.

Dat “omzetten” is niet perse nodig. Het composteren zal wat langer duren, maar het eindresultaat is hetzelfde. Als mijn man (want ik begin er niet aan, erg zwaar werk…..nou vooruit, het valt me zwaar maar laten we dan voor deze ene keer het woord mannenwerk noemen :-)). Maar goed, als mij man geen tijd/zin heeft om de hoop volledig om te zetten, gaat hij er gewoon op staan en schept met de riek de onverteerde compost over in de andere bak, net zo lang tot hij bij de goede compost aan komt. En die kun je dan gelijk gebruiken. Mocht je zin hebben, kun je de onverteerde compost terug scheppen, maar je kun die ook gelijk in de andere bak laten liggen en daar weer verder op bouwen. Zo “zet je de hoop om” maar dan op een manier waarop je gelijk de beschikking over compost hebt, lijkt wat nuttiger zo.

En hoe weet je dat onderin de bak al rijpe compost heeft; door de gaten tussen de planken kun je heel goed zien dat wat vroeger groen en bruin afval is, daar al bijna zwarte compost is. Bovendien is de compostbak aan de achterkant en zijkanten dicht (planken met luchtgaten er tussen), aan de voorkant moet je zorgen dat je de planken weg kunt halen (ook om de compostbak leeg te kunnen scheppen). Dus aan de voorkant van de compostbak timmer je de planken niet vast maar maak je aan de zijkanten een gleuf waar de planken van de voorkant in kunnen vallen (zoals je een beetje op de 2 foto’s van de compostbak kunt zien).

Compost tussen de planken

In ieder geval kun je dan door een paar planken weg te schuiven ook kijken hoever je compost gevorderd is. Op de foto zie je al tussen de planken dat dat wat erin zit al mooie aan het composteren is, het ziet er al uit als een soort grond.

Nou, dit is wel het belangrijkste rond het maken van compost, op deze manier heb je binnen een jaar je zelfgemaakte compost. Maar waarom zou je die nou willen hebben?

Eigenschappen compost:

  • Rijpe compost onderdrukt bodemziekten
  • Kwaliteit van biologisch bemeste groenten is hoger (minder nitraten) (om maar niet te spreken over smaak)
  • Bevordert bodemleven en daardoor verbetert de structuur van de grond
  • Je gebruikt eigen afval, is gratis en je maakt je eigen kringloop van stoffen waarvan je zelf weet wat er in zit (zonder bestrijdingsmiddelen, ziekten, etc.)
  • Compost is tweeledig: het bevat én wat voedingsstoffen én het verbetert het humusgehalte van de grond (wat op onze kleigrond geen overbodige luxe is).

Bedenk daarbij wel dat elke plant weer een andere behoefte aan voedingsstoffen heeft en dus niet alle planten voldoende hebben aan compost, soms zul je moeten “bijmesten”!

Tot slot:

Ondertussen hebben wij 2 compostbakken; de ene voldoet volledig aan bovenstaand signalement 🙂

De andere is een compostbak die vooral gevuld wordt met verse paardenmest waaraan veel stro wordt toegevoegd. Zo af en toe gooi ik tussendoor ook nog wel eens wat afgestorven lathyrusblad/stengels of ander tuinafval erbij. Maar 75 % is het paardenmest (bij gebrek aan koeienmest) met stro. Deze hoop lijkt warmer te worden en sneller te composteren, hoewel ze ook wel weer wat plakkeriger blijft. We hebben het nooit officieel laten meten maar deze hoop moet meer stikstof bevatten dan de andere hoop. Want daar waar we het gebruiken groeien planten en loof groter en hoger.

Mest vers en oud 1

Op de foto kun je goed het verschil tussen de verse paardenmest met stro rechts en de 1 jaar oude paardenmest uit de compostbak links.

En dus gebruiken we de eerste en enige echte compost voor de siertuin en voor stukjes grond waar groenten groeien die niet veel mest nodig hebben (uien, bonen, bietjes, etc.) En de 2 compost die dus meer een soort verteerde stalmestcompost is gebruiken we bij groenten die veel mest nodig hebben (prei, kool, bladgroenten) en bij sierplanten die veel mest wensen (palmen, bamboe, grassen, hosta’s, etc.). En zo kijken we naar welke planten we uit welke van de 2 bakken “eten geven”. Gaat heel goed zo.

En op deze foto zie je een kar met paardenmest van een manege uit de buurt. De kar heeft blijkbaar een week of zo staan wachten voor de manegehouder tijd had om de kar te komen brengen.

Mest 2015 al composteren

Onder de bovenlaag mest met stro ligt mest die al flink aan het composteren is. Wit uitgeslagen, het rookt en we hebben voor de lol de temperatuur even gemeten en die was 68 graden. Niet warm maar heet dus! Waarom kan het composteren? Omdat het een combinatie is van zowel bruin (stro) als groen (mest) materiaal. Omdat de urine en mest zorgt voor wat voeding dat nodig is voor de compostering. En omdat er een nieuwe laag mest bovenop is gegaan en de kar buiten heeft gestaan. Beiden hebben voor het noodzakelijke vocht gezorgd. Zo snel kan de compostering onder ideale omstandigheden dus op gang komen.

Ik hoop dat ik een beetje heb kunnen uitleggen wat compost is en hoe je het maakt.

Andere websites met andere of aanvullende informatie over het zelf maken van compost;