Als een kind….

….zo blij.

Er komen 2 blijkbaar bijna Siberisch koude weken aan. Maar ik ben blij, want de tuin is bijna klaar voor de lente.

Als je van tuin verhuist, of een tuin opruimt ga je in de herfst maar beginnen bij het begin. Maar hoe verder de winter vordert, des te meer versnipperen de karweitjes zich; als het droog is vooral buiten wat doen, als we maar een uurtje tijd hebben kunnen we maar beter niet aan een bak beginnen, als het regent de kas in. En nu het einde van al het werk (voorzichtig) in zicht is, lijkt het overal nog een rotzooi maar gebeurt er heel veel op een dag dat we samen hard hebben gewerkt. Ik met één arm schilderen, Ruud allerlei resten van karweitjes.

Durf ik hier foto’s te laten zien?

Toen echt niet, maar nu wel. Niets leukers dan laten zien wat er gebeurd/opgeknapt is.

Een ‘veldje’ in december, tijdens en na de verhuizing alles maar lukraak van de opgezegde tuin gehaald en hier ‘gestort’. Ik kan het ook anders omschrijven maar dit is wat het is…….. rotzooi.

 

Maar vandaag heeft Ruud de laatste restjes opgeruimd, en ik heb geverfd. Aan het einde van een lange maar waardevolle dag (voor alle duidelijkheid, rechts van het hek is de tuin van de buurman):

 

Ik ben blij!

Nog zo’n voorbeeld, en schrik niet, deze is nog veel erger.

 

Ook december. Nogmaals voor alle duidelijkheid, rechts van het hek ligt de tuin van de buurman. En op onze tuin vind je dan de resten van een drukke en chaotische tuinherfst; tuinafval dat nog niet op de composthoop kan (omdat die toen nog vol rijpe compost zat), uit de grond gerukte tegels, en verder potten en pannen, kratten en manden.

En dit vind ik zelf wel echt geweldig, want zo is het nu:

 

Opgeruimd (en ook echt opgeruimd, niet verplaatst). Er staan nu 4 verhoogde bakken, 2 lage en 2 dubbele (voor de schorseneren en pastinaken en zo). Ruud heeft de laatste bak zaterdag gemaakt en gevuld, leuk met zo’n verdiepinkje! En hij heeft er ondertussen ook netjes tegels tussen gelegd.

Plotseling gaat het dus snel, het zijn allemaal laatste loodjes.

En dit is vanaf de andere kant, na het verven vanmiddag:

 

Ik ben echt heel blij. Het is dat het zo koud is/wordt want ik word zo ongeveer overstelpt met plannen en ideeën; Ik zie al gele Tagetes lucia in het voorste randje van de bak. Of nee, toch lavendel. Of rode Salvia coccinea. Nee, de Salvia coccinea in de bak erachter, of lilablauwe Brachyscome. En dan daarachter de roze Asarina wislizensis aan het blauwe hek. Ik hou van rood met geel en oranje, als het kan met wat donkerpaars blad. Als een zinderende zomer. Maar ik hou ook van rood met roze en oranje, als de kledingmix van een groep Bhagwan-aanhangers. En ik hou nog wat verf over, daar kan ik nog leuk een oud ijzeren hekje mee verven en plaatsen. Voor Lathyrus. Of misschien wel oranje Thunbergia’s. En dan met donkerbladige Amaranthussen ervoor.

Terug in het heden: Ruud zegt: “ik dacht dat er ook groenten in de tuin kwamen”. Uhh, oh ja.

Even tussen ons gezegd: ik heb aan Ruud, de grote tegenstander van onzinnige zaken als hekken verven, gevraagd wat hij er van vond. En hij antwoordde ‘dat het wel was opgeknapt’. Sterker nog, het laatste uur vanmiddag kwam hij nog even helpen met verven. Tjongejonge, morgen het Algemeen Dagblad maar even bellen…. 🙂

En terwijl ik verfde heeft Ruud ook hard gewerkt:

Hij heeft alles in kas 3 naar rechts versleept en compost/oude mest aan de linkerkant gestort en door de grond gewerkt.

 

En de allerlaatste verhoogde bak (een erfenis van de oude tuin) op maat gemaakt en geplaatst en gevuld:

 

En dan gaat het de komende week flink vriezen. Is dat jammer? Wel voor de sjalotten, die hadden we willen planten maar vanaf morgen zal de grond bevroren zijn. Dus dat moet dan maar een week of 2 wachten. En misschien ook voor ons, want we zullen niet zo vaak op de tuin komen als het zo heel koud is. Maar dat geeft niet, want het einde van de verhuizing van de tuin is eindelijk in zicht, en daarmee tegelijkertijd ook het begin van de lente (na de komende 2 weken kou dan).

Tot slot maak ik graag nog even reclame: voor Reclaim the Seeds, dit jaar voor het eerst in Rotterdam, aanstaande zaterdag, 24 februari, aan de Maasboulevard. Het is een zadenbeurs en ‘stadslandbouwfestival’. Voor wie in een ijskoud weekend wat lente op wil snuiven: Reclaim te Seeds

 

Geveld

Nee, gelukkig niet door de griep. Maar door een verwaarloosde slijmbeursontsteking. Dat is een beetje begonnen na het verhuizen van de tuin in oktober/november. En het is lastig om te tuinieren met een slijmbeursontsteking in je linkerarm. Ruud is bezig met de allerlaatste verhoogde bakken….. maar wat kan ik dan doen?

Wat zaaien en verspenen lukt nog wel. Maar wat kun je nu in een volkstuin doen met alleen 1 rechterarm? Ik bedenk het ter plekke, verven natuurlijk!!

“Ruud, ik heb wat leuks bedacht”. Ruud zegt alleen maar “Oei”. Ik stel Ruud gerust met de opmerking dat ik het helemaal alleen doe, ik heb alleen maar een blik metaalverf nodig en een kwast. En 1 rechterarm.

Ik kwam op het idee toen Ruud vorige week met een vriend het hek plaatste. Even ter herinnering: een paar weken geleden maakten we de rand langs de tuin in orde voor het nieuwe tuinjaar. Een wat verwaarloosde reep tuin die we (nu we een kleinere tuin hebben) eindelijk optimaal gaan gebruiken:

 

En nu staat daar dus ook een hek, het hek dat we van de andere tuin hebben mee verhuisd:

 

De foto is nu dus vanaf de verhoogde bak gemaakt die je nog net rechts op de bovenste foto ziet. Achter het hek ligt dus de tuin van de buurman.

Leuk hek: groot, hoog, zwaar. Ik denk aan kapucijners, of Lathyrus, of misschien zelfs Ipomoea’s. En nu ik noodgedwongen maar 1 arm kan gebruiken heb ik bedacht dat het hek wel vrolijker zou worden van een kleurtje.

Ruud vindt het echt grote onzin, met opmerkingen als ‘dat hek is toch prima zo’. Nou ja, het is ook niet slecht zo, maar het kan gewoon mooier en beter. Want dit is toch een beetje armoedig, ook door de roestige stellingpijpen waar we het hek mee hebben vastgezet:

 

Hoe kan dit opknappen? Nou, zo:

 

En na 1 middagje verven ziet het hek er dan zo uit:

 

Ik ben er zelf echt heel tevreden over. Dus ik laat het trots aan Ruud zien. Ruud vindt het allemaal prima, tot ik zeg: “Morgen ga ik aan het tweede hek beginnen”. “Het tweede hek? Je gaat toch niet nog meer hekken verven?”, vraagt Ruud. Nou, ik ben het eigenlijk wel van plan. Voor alle duidelijkheid, we hebben 4 van deze hekken. Dus nog 3 te gaan.

Dat komt ook omdat ik alvast denk aan komende zomer, ik weet wat ik er wil gaan zetten (want ik ben van de afdeling plannen, zaaien en planten).

Kijk, vanmiddag gezien:

 

De eerste Lathyrussen kiemen! In de koude kas, 2 weken geleden gezaaid. En in mijn hoofd zie ik het al. Dit dus:

 

Maar dan dus aan een koningsblauw hek. Hoe geweldig wordt dat! En aan een ander hek komen roze Asarina’s, en aan nog een ander hek komen de kapucijners. Maar ook oranje bloemen zouden geweldig bij het blauw staan. En witte natuurlijk. Of iets met bont blad. Ik heb al genoeg plannen en ideeën voor de komende 5 jaar 🙂 .

Nu het zo koud en nat is wachten we maar even met zaaien, maar voor volgende week staat het planten van de sjalotten op het programma. Zo snel gaat de tijd dus, over 2 weken is het maart en dan kunnen we bietjes en worteltjes zaaien, en moeten we het hek gaan plaatsen voor de doperwten, en een plekje zoeken voor de tuinbonen. Dit weekend gaan we de vroege pootaardappelen koel en licht leggen zodat ze voorzichtig kunnen gaan spruiten, en er moeten nog 3 frambozen worden planten. Nog veel te doen, en het nieuwe tuinjaar gaat echt beginnen!

Tot slot nog even: wat ook goed gaat met 1 rechterarm is achter een computer zitten en typen. Een aangezien het toch vroor en/of regende cq sneeuwde:

  • ik heb een pagina geschreven over Bieslook
  • en ik heb een pagina geschreven over Tijm
  • en ik heb de tekst van de pagina over Basilicum aangepast (jeetje, wat was dat slecht zeg, zo veel typfouten en overbodige informatie), en veel nieuwe foto’s geplaatst
  • en ook nog een pagina geschreven over Koriander

Best veel, vind ik zelf. Ik hoop in de komende weken nog wat meer soorten aan de lijst met kruiden toe te voegen.

Tot slot nog 1 foto:

 

Het was wel erg modderig in de tuin, maar pas na thuiskomst kwam ik er achter hoeveel tuin ik nog aan mijn laarzen geboetseerd had zitten. Hoezo vette klei  🙂

 

Warmte

Allereerst: op de website van Pokon heb ik een blog geschreven over kou (in de moestuin, in de kas, voor de zaden en zaailingen): Vijand in de moestuin

En als tegenhanger ga ik hier dan wat schrijven over warmte. Waar kou een vijand is, is warmte dan een vriend? Zeker, in principe wel. Maar niet als het ‘te’ is, want deze foto met prangende vraag ‘Wat gaat er mis met mijn zaailingen?’ kreeg ik van Karin (met permissie mag ik hier haar verhaal vertellen):

 

Karin zocht naar een warm plekje voor de auberginezaden om te kiemen. In een afgesloten kweekbakje leek een plekje in de badkamer dichtbij de verwarming haar het best. Maar zoals er een temperatuur-ondergrens is, zo is er ook een bovengrens. Dat geldt voor mensen, en dat geldt voor planten. En tijd heeft daar ook nog flink invloed op.

Wij mensen houden van een douche van zo rond de 38 graden. Een douche van 60 graden zou voor mensen veel te heet zijn, maar niet dodelijk. Maar als dat 48 uur zou duren, in een afgesloten badkamer, dan wordt dat een ander verhaal. Denk ik, ik wil er eigenlijk niet eens over verzinnen, akelig.

En ik vrees dat dat is wat er met de zaailingen is gebeurd, gekookt zonder letterlijk te zijn gekookt, maar te lang, te warm in een vochtige en afgesloten ruimte. Hoe warm? Ik heb geen idee maar ver boven de 30 graden, misschien rond de 45 tot 50 graden, gok ik. Meten is weten, en onderschat de kracht van een verwarmingsbuis op een afgesloten bakje met zaden niet. En 45 graden is een temperatuur die een volwassen aubergineplant prima kan verdragen; maar dan wel in licht, een lagere luchtvochtigheid, en met zuurstof.

Om het verschil te laten zien even nog even een foto van mijn blote auberginezaailingen:

 

De steeltjes spierwit, het worteltje cremewit, de blaadjes fris geelgroen, net gekiemd. Je ziet op de foto van de zaailingen van Karin dat het worteltje nog wel wit is, maar het steeltje wordt al een soort van vergeeld heel licht olijfgroen, en de blaadjes zijn al bruin. Helaas hebben deze zaailingen het niet overleefd.

Oftewel; er zijn 3 belangrijke elementen die een zaadje helpen te kiemen; licht, vocht en warmte. En de juiste combinatie zorgt voor de kieming. Eigenlijk is dat gedoe met zaaien dus best riskant; via de deno-methode, in vermiculiet, in een afgesloten propagator, binnenshuis, of juist buitenshuis, noem alle manieren maar op. Want we ‘spelen’ met combinaties van die factoren. Ervaring leert een beetje wat de juiste combinatie voor de juiste planten/zaden is, elke soort heeft een favoriete temperatuur waarin zaden goed kiemen en vervolgens ook goed groeien (bijvoorbeeld; bij tuinbonen is 10 graden ruim voldoende, pepers kiemen niet bij temperaturen onder de 18 tot 20 graden, liever nog iets warmer).

Niet alleen tijdens het kiemen is de combinatie van factoren belangrijk, maar ook na het kiemen, en dan worden ook lucht en voedsel belangrijk. En dan kan het fenomeen van het lang en dun en iel worden van zaailingen optreden. Als de combinatie tussen voeding, vocht, temperatuur en licht niet klopt (bijvoorbeeld als je in de nog donkere februarimaand in een relatief donker en warm huis zaden zaait van planten die van koelte en licht houden, dan gaan zaailingen zich rekken en strekken naar het licht). Zoals wanneer je nu sla bij kamertemperatuur zaait.

Mocht iemand goede foto’s hebben van dat soort zaailingen, laat het dan vooral weten, ik zou er erg blij mee zijn! Want dan kan ik eens een hele pagina met uitleg en foto’s van voorbeelden maken.

Terug naar mijn zaailingen, die staan ook lekker warm, maar dat is dan ongeveer 18 tot 20 graden, in het volle licht, in een raamkozijn op het zuiden, zonder gordijnen. En ook dan sneuvelt er nog wel eens een zaailing hoor, het worteltje net beschadigd bij het overplanten, of gewoon ziek en zwak. Maar het gros doet het goed. Nog even de foto van 1 februari en daaronder de foto van 7 dagen later:

 

Nee, het gaat inderdaad niet snel. Pepers, paprika’s en aubergines zaai ik juist nu al omdat ze langzaam groeien. Maar ze leven, de blaadjes iets groter. En je ziet hier ongeveer een derde van de zaailingen die ik heb, er zijn ook een paar zaailingen die er al zo uit zien:

 

Dat zijn er nog niet heel veel hoor, maar het begin is er. En als er eenmaal een eerste echte blaadje is, naast de 2 kiemblaadjes, dan kan de zaailing gaan groeien. En verwacht ik dat over weer een week dit eerste echte blaadje misschien wel al net zo groot is als de kiemblaadjes, en dat er misschien al een heel klein beginnetje van een 2e echte blaadje te zien is.

Zaaien kost soms dus ook geduld, maar vreemd genoeg kan ik hier wel geduld voor opbrengen, veel geduld zelfs (vind ik zelf). Twee keer per dag ga ik even kijken, even voelen hoe warm het in het kamertje is, alle zaailingen even inspecteren; niets dood of ziek, geen beestjes, genoeg vocht? Ik verzet eens een potje met zaailingen, de één wat dichterbij het zonlicht in het raamkozijn, de ander juist wat verder van het koude raam vandaan.

De zaailingen teren nog steeds op het vocht dat ik na het overplanten gaf (als ze zo klein zijn drinken ze nog zo weinig en met 18 graden verdampt er ook niet veel). Maar over een paar dagen ga ik voor het eerst wat zaailingen een slokje water geven, ook weer heel voorzichtig, met een klein gietertje, en het water iets opgewarmd tot een graad of 18.

Komende week kunnen de laatste zaailingen uit de propagator worden gehaald en overgeplant in potjes met potgrond (gemengd met wat brekerzand). Ik laat zaailingen liever niet langer dan een dag of 2 tot 3 na het kiemen in de propagator staan, want na de warme en vochtige kieming moeten de zaailingen dus vlot het licht in, met zuurstof en grond.

En als dat volgende week klaar is, dan is stap 1 van het begin van tuinjaar 2018 afgerond. En wat dan stap 2 is? Heel veel meer gaan zaaien, thuis bij kamertemperatuur, koud in de kas. Zonder zaaien valt er komende zomer niets te oogsten 🙂 . En nee, nog geen tomaten, geen komkommers, geen courgettes, dat is allemaal voor later. Maar wel snijbiet, spitskool, uien (op de valreep nog even rozerode Florence-uienzaden gekocht), sla, andijvie, etc..

Tot slot nog even een foto van de kas in een ijskoude namiddag:

 

Ja ja, ik moet nog ramen zemen, ik weet het, het is niet mijn hobby. En toch is het licht en zonnig in de kas en warmt die overdag al wat op. Ze koelt in de avond echter net zo sterk weer af, maar daar schreef ik dus iets over op de website van Pokon.

En dit is het resultaat:

 

De eerste tuinbonen kiemen!  Zaterdag doperwten zaaien. Ik verheug me er nu al op!

Het wordt koud!

Het lijkt me echt prima dat het nog even flink gaat vriezen. Tot nu toe had ik ook nog niet echt het idee dat het winter was, meer een enorm lange, kletsnatte, winderige herfst.

Vorige week:

 

Het voordeel van een weekje matige tot strenge vorst is dat het eindelijk eens droog wordt in de tuin (letterlijk vriesdrogen, of is het droogvriezen 🙂 ).

Nog een voordeel is dat het meestal wel mooi weer wordt als het vriest. En mooi weer = zon = warmte. Nee, niet buiten. Maar de pepers die thuis net zijn gekiemd en in een raamkozijn op het zuiden staan zullen blij zijn met de zon. En in de kas wordt het overdag warm door de zon, voor de gezaaide tuinbonen, prei, uien, etc. die daar staan. Oftewel; overdag opwarmen in de zon, in de nacht net iets minder koud dan buiten doordat de warmte van overdag die warmte nog een klein beetje afstaat.

We helpen zelf mee door vliesdoek over de matig winterharde potplanten te draperen, glasplaatjes over de zaaisels te leggen, volle gieters en emmers water in de kas zetten (het water warmt overdag op en staat dat in de nacht weer af). Als je de mogelijkheid hebt kun je ook nog denken aan kaarsen. En het is natuurlijk helemaal mooi als je elektriciteit in je kas hebt, of een petroleumkacheltje of zo. Elke graad is er één! Want uiteindelijk maak ik me toch altijd wel een klein beetje zorgen, om de palm in de achtertuin, de Canna’s die in potten in de kas staan, om de gezaaide tuinbonen, de salie die in een verhoogde bak staat, etc.. Komend weekend gaan we even een goed rondje door tuin en kas maken en per plant bekijken en bedenken of en wat ze als bescherming zou kunnen gebruiken.

Voor de soorten die in de volle grond in de koude kas zijn gezaaid ben ik niet bang, een deel ervan is al gekiemd:

Spinazie:

 

Winterpostelein (gokje want die zaai je eigenlijk nog voor de winter maar daar kwam toen niets van):

 

Ook de sla is gekiemd, en rucola, worteltjes en radijsjes; groeien zal het volgende week niet, maar dood gaan ook niet.

En misschien ook nog leuk om te vertellen:

We troffen in de afgelopen week wel een mooie dag, zonnig en weinig wind en 8 graden, het leek wel even lente. En er is nog 1 kant van de volkstuin waar we nog helemaal niets aan hebben gedaan, er lagen potten, labels, stukken gaas, stenen, tegels, groenafval (want de compostbak is nog steeds niet leeg). Ik heb er geen foto van gemaakt, maar nu durf ik het alsnog wel te laten zien 🙂 , even vergroot vanuit een andere foto:

 

Ja, best een rommel, al is het een beetje lastig om te zien want achter het hek ligt de tuin van de buurman.

Maar die lange smalle strook is dus onze nieuwe target, we kunnen het natuurlijk niet in 1 dag af krijgen, maar we zijn er mee begonnen; opruimen, afvoeren, verhoogde bakken maken, bekleden met plastic, en vullen.

En aan het einde van de ochtend:

 

…….. hebben we een verhoogde bak, en een dubbele verhoogde bak, ze zijn 1.25 x 1.25 meter groot. En ik moet hier Pokon even hartelijk voor bedanken want ik kreeg van Pokon deze Mix voor je moestuinbak, en daarmee hebben we de dubbele bak  gevuld. Het is een heerlijk rulle, losse grond met vermiculiet. En ik weet het nu zeker: eindelijk, na 27 jaar tuinieren ga ik dit jaar schorseneren kunnen oogsten!

En aan het einde van de dag:

 

….. is ook de lagere bak naast de dubbele bak klaar. En die bak hebben we gevuld met onze eigen tuingrond: verbeterde vette klei. Leuk en handig als afwisseling. De dubbele verhoogde bak is voor schorseneren, misschien eens worteltjes, pastinaken, rammenas (ook nog nooit gelukt hier). In de lage bak met kleigrond gaan we sla zaaien, en andijvie, misschien wat bietjes, koolrabi, soorten die wat meer vocht willen en wat vette klei niet erg vinden. Nog 1 bak te gaan en die wordt weer dubbel, het onderste gedeelte zie je nog net links op de foto.

Ondertussen…… in huize Ruud & Diana:

 

Zijn ze al gegroeid? Nee, dat nog niet, maar ze zien er gezond uit. Wel met ‘de handen in de lucht’ richting het licht. En dat is een teken dat ze eigenlijk wat meer licht zouden willen. En dat komt dan volgende week goed uit, buiten koud maar zonnig (hoop ik), en binnen de kachel aan.

Het wordt volgende week geen tuinweer (want zonder een pikhouweel komen we de grond niet in 🙂 ). Misschien tijd om wat aan de website te doen.

En dat brengt me tot slot bij 2 mededelingen:

Sommige mensen hebben het al in het laatste nummer zien staan maar voor wie het nog niet weet; vanaf maart ga ik een jaar lang elke maand 5 tot 10 moestuintips geven in het tijdschrift Groei & Bloei. ik ben erg trots dat ze me daar voor hebben gevraagd!

En ik heb van 5 bestaande pagina’s de tekst eens helemaal nagekeken, aangepast en aangevuld, en heel veel en grotere foto’s geplaatst:

Iedereen veel succes met het beschermen van de planten, en veel plezier met schaatsen (want zoveel vorst is ons beloofd)!

 

Baby’s!!

En ook gelijk best veel baby’s. Ik heb vorige week donderdag gezaaid, en nu, 1 week later, kiemen de zaden met bosjes (wellicht iets overdreven).

Ik ben woensdag al begonnen met de voorbereidingen; potjes uitzoeken, mee naar huis nemen en schoonmaken. Potjes gevuld. Labels geschreven. Onderbak van zolder gehaald en op het beste plekje in het huis gezet (en hier is dat een slaapkamer, met een raamkozijn op het zuidwesten). Onverwarmd maar de schoorsteen van onze houtkachel loopt door die kamer en dus is het ´s avonds toch iets warmer, en overdag hopen we dat de zon schijnt die het kamertje opwarmt. En de deur dicht houden natuurlijk; om de warmte binnen te houden. En misschien nog wel belangrijker; poes Lotje buiten te houden. Want katten en jonge zaailingen zijn geen goede combinatie.

Het eerste teken van leven, het vermiculiet komt omhoog, en als je heel goed kijkt zie je al wat groens dat op zoek is naar het licht.

 

En zo kiemt ze, als een lusjes wurmt ze zich uit de grond.

 

… en uiteindelijk richt de zaailing zich op.

 

Ik ben altijd weer blij als de eerste zaden kiemen, het blijft heel bijzonder! En dan volgt nu stap 2. Want in de propagator is het te warm en te donker (ondanks de doorzichtige kap), de combinatie van 27 tot 28 graden en een plaats onder de kap zorgt voor dit:

 

Uiteindelijk zou de zaailing steeds langer en dunner worden, op zoek naar meer licht. En nu ze is gekiemd moet ze ook gaan groeien; dus uit het vermiculiet en in grond waar voeding in zit, uit de bak en in het licht, uit de 27 graden en naar zo’n 18 graden.

Het leuke van vermiculiet is dat het zo los is dat je een zaailing gewoon (maar natuurlijk wel langzaam en voorzichtig) aan de 2 blaadjes uit het vermiculiet kunt trekken. En dit is dan wat het is:

 

Wat een kleine, blote, tere zaailing. Nooit aan het worteltje vastpakken, liever ook niet aan het steeltje, alleen aan de blaadjes, die zijn het sterkst.

Ondertussen……. had ik op dezelfde dag ook via de deno-methode gezaaid, in dezelfde bak dus bij dezelfde temperatuur:

 

In kiemduur is er dus geen verschil tussen zaaien in vermiculiet en zaaien via de deno-methode.

De volgende stap is het overplanten van de blote baby’s naar potjes met grond. Sommige mensen gebruiken graag zaai- en stekgrond, ik meng altijd graag mijn eigen grond; 5 delen potgrond, 1 deel grof brekerzand en een handje vermiculiet. De potjes vul ik met het grondmengsel, en dan maak ik het goed nat, met lauwwarm water (want niets zo erg voor net geboren peperbaby’s dan om bij 27 graden geboren te worden en dan in kletsnatte grond van 6 graden geplant te worden). Nog even voelen of de grond nu een prettige temperatuur heeft, en dan maak ik gelijk 3 wijsvinger-diepe gaten per potje. Want wat dat betreft verandert er niets, ik plant nog steeds 3 zaailingen (en later planten) bij elkaar. Ik heb daar een paar jaar geleden al eens een blog over geschreven: Peperzaailingen per 3 (en dat geldt dus ook voor paprika’s en voor aubergines).

 

Sorry voor de slechte foto, blijft lastig om met links een zaailing te planten en tegelijkertijd met rechts een fototoestel vast te houden en ook nog op een knopje te drukken, en dan nog kijken of ze goed scherp stelt, ik kan best multitasken maar dit is toch één task teveel 🙂 ). Maar het is denk ik wel duidelijk; je houdt de zaailing vast bij de blaadjes en laat het voorzichtig in het aanwezige plantgaatje zakken. En dan vooral niet aan alle kanten aandrukken, want het dunne enkele worteltje kneust of knakt heel gemakkelijk. Ik laat de zaailing zakken, duw voorzichtig de grond rond de blaadjes iets aan, en geef nog een keer ruim lauw water langs de zaailingen zodat de grond onder het bovenlaagje vanzelf om de worteltjes ‘spoelt’.

En daar staan ze dan:

 

De eerste 11 potjes met 3 zaailingen zijn klaar, nog een stuk of 30 potjes te gaan. Elke dag kiemen er nu weer zaden, en elke dag kan ik dus weer wat zaailingen in potjes planten.

Voor alle duidelijkheid; bedenk dat dit geen wet is, dit is zoals ik het doe en zeker niet de enige juiste manier, als je aan 5 mensen vraagt hoe en wanneer ze pepers, paprika’s en aubergines zaaien, hebben ze alle 5 een verschillende favoriete manier.

Tot slot nog even 2 opmerkingen:

Ik heb op de website van Pokon ook weer een blog geschreven, dit keer met wat informatie over een verhoogde moestuinbak en welke soorten daar minder of juist zeer geschikt voor zijn: Een minimoestuin in een bak 

En op verzoek heb ik mijn planning terug op de website gezet (en ook nog ingevuld 🙂 ).

En dan dit weekend weer verder in de moestuin, want daar is nog van alles te doen, in een volgend blog hoop ik wat vorderingen daarvan te laten zien.