Tomaten en kruisbestuiving

Nou ja zeg, nu heb ik toch al 25 jaar een moestuin met kas, met tomaten, en nu lees ik afgelopen week dat een tomaat niet kruist omdat ze een ‘gesloten bloem’ heeft.

Lekker vlot, nog nooit over nagedacht. En geloof ik het dan zomaar, door een stukje tekst van 1 persoon? Nou, natuurlijk ook niet gelijk, dus nog wel gegoogeld en in andere boeken gekeken, en eens naar de bloempjes in de kas gekeken.

Voor wie het allemaal nog abacadabra is, eerst even een foto van een peperbloem:

 

Paprika’s en pepers (behorend tot dezelfde plant Capsicum) hebben duidelijk een open bloem. Je ziet de meeldraden en de stamper. Het stuifmeel hoeft slechts een paar millimeter te reizen om op de stamper te landen en dan is de bloem bevrucht en kan het vruchtbeginsel uitgroeien tot een paprika of peper. Zo heb ik het tenminste altijd gelezen/begrepen/ervaren. Door een tikje tegen de plant, of wat wind is die korte afstand al overbrugd. Maar een hommel of bij of andere bestuiver kan er ook wel heel goed bij en kan dus het stuifmeel verplaatsen en deze bloem, of een andere (kruisbestuiving) bevruchten.

Op internet vond ik dit tekeningetje dat dat duidelijk maakt:

Ja, dat klopt zo wel in mijn ervaring.

Maar dan de tomaat, die blijkt dus een gesloten bloem te hebben, zegt men. Een bestuiver kan niet bij het stuifmeel en dus niet (kruis)bestuiven. En op dezelfde webpagina vond ik dit tekeningetje van de tomatenbloem:

 

Oftewel, de stamper zit binnenin de tomatenbloem, en het stuifmeel ook, opgesloten en bijna tegen elkaar aan.

En dat herken ik inderdaad ook wel een beetje:

 

En ik heb ook in de afgelopen jaren wel eens gedacht dat een tomatenbloem een bijzondere bloem is en dat een hommel er lastig bij kan. En ik dacht dan ook dat dat de reden is dat insecten niet graag tomatenbloemen bezoeken. En dat er weinig lekkers in een tomatenbloem voor ze zit. Zoiets.

Pepers en paprika’s kruisen door hun open bloem veel makkelijker/sneller dan tomaten, dat weet ik. Maar is een tomatenbloem echt altijd helemaal gesloten, kan er geen bij of hommel bij?

Nog een foto uit mijn eigen archiefje van zelfgemaakte foto’s:

 

Ja, wel echt bijna gedraaid en daar kan toch geen insect of penseel bij om te bevruchten, dat moet ze echt zelf en van binnen regelen (door wind of een tikje tegen de plant wordt in de bloem de millimeter afstand afgelegd van stuifmeel naar stamper. Maar als je goed op de foto kijkt zie je links ook nog een tomatenbloempje en dat lijkt wel open te staan. Nog een foto gevonden:

Een echte landingsplaats voor insecten zou ik het niet willen noemen maar dit is een tomatenbloem die toch zeker niet helemaal gesloten is.

En als de meneer of mevrouw van de tekst gelijk heeft zou je geen foto’s van insecten bij/in een tomatenbloem kunnen vinden. Maar het stikt op internet van de foto’s van hommels en bijen en andere insecten die in/aan/op een tomatenbloem zitten of hangen. Deze foto plus onderschrift vond ik op internet:

A bumblebee collects pollen from a blooming tomato plant in a greenhouse of the Fontana Gartenbau GmbH gardening and horticultural company in Manschnow, eastern Germany, on February 20, 2017.
The company works with colonies of bumblebees to pollinate its plants. / AFP PHOTO / dpa / Patrick Pleul / Germany OUT

 

Conclusie? Misschien ligt de waarheid in het midden. Ik denk dat sommige tomatenbloemen zo gesloten zijn dat een bestuiver er niet bij kan, maar ik denk dat elke tros of bijna elke tros wel 1 of meer bloempjes bevat die net genoeg open staan voor een bestuiver om erbij te kunnen.

Het zou in ieder geval verklaren waarom tomaten maar ‘zelden kruisen’, maar dus niet ‘nooit kruisen’. En als bedrijven in kassen hommels uitzetten om voor de bevruchting te zorgen, dan zullen die dat ongetwijfeld hebben onderzocht en daar het nut van inzien.

Toch leuk om te weten en erover na te denken, vind ik zelf. Voor de mensen die dit allemaal geen snars interesseert (want dat kan ik me ook heel goed voorstellen, zeker als je geen tomaten en/of paprika’s en pepers hebt) heb ik op de pagina van Pokon ook nog een blog geschreven, met iets over mijn favoriete eenjarigen van dit jaar, lekker veel foto’s van mooie bloempjes, al dan niet zelfbestuivend, en al dan niet met open of gesloten bloemen 🙂 . Mijn favoriete eenjarigen van 2017.

Tot slot: foto’s van insecten op een tomatenbloem heb ik niet, ik heb wel eens een hommel bij een tomatenbloem gezien maar dat is wel sporadisch. Als ze mogen kiezen (en ze kunnen in onze kas kiezen), dan gaan ze voor de komkommerbloemen, meloenbloemen, peperbloemen, paprikabloemen, basilicumbloemen (ja, die vinden ze misschien nog wel het allerlekkerst), auberginebloemen. Een hommel op een peperbloem:

 

Mocht je dus zaden willen oogsten van je zelfgeteelde tomaten; de kans op kruisbestuiving door insecten bij tomaten lijkt mij echt heel klein, maar dus toch zeker niet onmogelijk.

 

Het Kwaad

Zo noemt mijn vader phytophthora. “Zit Het Kwaad al in je aardappelen?”, vraagt hij dan. Het klinkt duidelijk onheilspellender dan het woord phytophthora met al die ph’s en th’s. En dat is het ook, phytophthora lijkt wel een beetje op een sluipmoordenaar die toeslaat wanneer je even niet oplet, en dat kan op verschillende plaatsen en manieren zijn.

Phytophthora in aardappelen en tomaten zijn berucht. Denk aan de Ierse aardappelhongersnood rond 1845-1850, waarbij direct en indirect meer dan 2 miljoen (arme en van aardappeloogst afhankelijke) mensen omkwamen door misoogsten, door phytophthora. Akelig verhaal waar ik verder ook niet het fijne van weet, google vooral op Ierse aardappelhongersnood als je er meer van wilt weten.

En dan is het nu meer dan anderhalve eeuw later, en nog steeds eten we aardappelen, en nog steeds is er phytophthora. Al is er nu wel een medicijn voor, voor zover ik weet moet daarvoor tijdens de gehele teelt elke 8 dagen het aardappelveld worden bespoten (maar corrigeer me vooral als ik het mis heb). Dat willen we niet en dus nemen we de gok, zoeken we resistente rassen, poten vooral vroege rassen. En we zuchten berustend als Het Kwaad ons weer eens voor was.

Gisteren gespot bij onze eerstejaars tuinbuurman (nee, vandaag geen vrolijke plaatjes):

 

En hij was zo trots op zijn rijpe buitentomaten. Ik heb nog wel voorzichtig geprobeerd te vertellen dat de kans heel erg groot was dat de tomaten niet eetbaar zouden zijn, en iets uitgelegd over phytophthora (vooral dat het ruimen van de planten en een goede vruchtwisseling nu heel belangrijk zijn). Maar hij zag niet zo veel kwaad in deze plekjes. Mijn vader zou zeggen; “Maar dit is Het Kwaad!” 🙂 . Voor alle duidelijkheid, zijn aardappelen zien er zo mogelijk nog erger uit, ik heb er geen foto van gemaakt maar denk een beetje aan dit:

 

En zo zien de aardappelen zelf er dan uit, net als bij de tomaten zijn het beurse en zachte plekken, rot en de geur is zo ongeveer onvergetelijk (en dat bedoel ik niet positief).

 

Voor alle duidelijkheid nog heel even kort wat phytophthora is en wat het doet (voor zover ik dat dan weet, ik weet het ook alleen maar van mijn vader, tuincollega’s en uit een boek, ik ben geen bioloog hè):

  • Phytophthora is een pseudoschimmel (kan je nagaan, niet eens een echte).
  • Ze kan optreden bij vochtig en warm weer (en dat was het in de afgelopen 6 weken ook wel).
  • Ze verspreidt zich razendsnel en over vele kilometers door de wind (dus als je buurman phytophthora in zijn aardappelen heeft is de kans zeer groot dat je eigen planten ook getroffen zijn of worden).
  • Ze kan funest zijn voor tomaten en aardappelen (en nog wel meer planten maar dit zijn de 2 meest belangrijke en eetbare planten in de moestuin)
  • Ze kan enige jaren in de grond overleven, zonder enige hinder van vorst of andere weersomstandigheden, en dus volgend jaar, of het jaar erop, of het jaar daarop weer toeslaan wanneer er in die grond weer aardappelen of tomaten worden geplant/gepoot en er weer vochtige en warme omstandigheden komen.
  • er bestaan wel resistente rassen maar dat is altijd in cijfers of percentages uitgedrukt, voor zover ik weet bestaan er geen rassen die volledig resistent zijn.

Zo, en dan over onze aardappelen en tomaten. Onze vroege aardappelen (Tiamo) hebben we gerooid voor phytophthtora kon toeslaan en daar hebben we een prima oogst van in de schuur liggen. Onze middellate aardappelen (het biologische en deels resistente ras Solist) hebben we 2 weken geleden gerooid. Met zo’n 50 kilo aardappelen als opbrengst.

 

Na het rooien hebben we ze gelijk gewassen en gecontroleerd, en alles wat beschadigd of ziek leek gelijk weggegooid, dat was een kwart emmertje. We hebben de ‘goede aardappelen’ laten drogen en vervolgens in kratten mee naar huis genomen.

Maar dan nu het geniepige van Het Kwaad; soms houdt ze zich schuil onder een mooie en schone aardappelschil maar komt haar ware aard tevoorschijn wanneer ze samen met haar broertjes en zusjes aardappelen in een krat in de schuur staat. En dus controleer je altijd nog minstens 1 of 2 keer je aardappeloogst na de opslag. En zo ook Ruud, 1 week na de oogst is hij de schuur in gegaan om de krat met Solist-aardappelen te controleren, en van de 50 kilo kon hij er zo’n 5 kilo aan aardappelen tussenuit vissen die ondertussen ook waren gaan ‘phyophthorotten’.

En gisteren nogmaals de aardappelen die vorige week nog normaal leken gecontroleerd en weer zo’n 5 kilo “kwaaie aardappelen” er tussenuit gevist. Het lijkt een beetje op het kinderverhaaltje van de 10 kleine kuikentjes of aapjes of visjes of wat dan ook (….. en toen waren er nog maar 9… en toen waren er nog 8…). Volgend weekend weer controleren, en pas als we helemaal geen rotte aardappel meer tegenkomen en dat dan nog 2 keer/weken hebben gecontroleerd, dan gaan we er vanuit dat het restant aan aardappelen gezond is en mee de winter in kan.

De moraal van dit verhaal? Juich nooit te vroeg.

Dat doen wij trouwens al jaren niet meer hoor, door schade en schande wijs geworden als het om aardappelen en tomaten en phytophthora gaat. We zijn heel blij met onze vroege oogst van gezonde Tiamo-aardappelen, en wat er van deze latere oogst nog overblijft zullen we wel zien. En de tomaten in de kas doen het ook nog prima (in de kas waait geen ‘kwade’ wind). En nog wat tips om phytophthora te voorkomen:

  • houd een vruchtwisseling van minsten 1 op 4 jaar aan en liever nog 1 op 6 jaar voor tomaten en aardappelen
  • poot en plant gezonde pootaardappel- en tomatenrassen
  • met vroege aardappelen ben je vaak (afhankelijk van de weersomstandigheden) de phytophthora- rush net voor, hoe later het aardappelras, des te langer ze in de grond zit, des te groter is de kans op warm en vochtig weer en des te meer kans op phytophthora
  • zorg dat planten goed op kunnen drogen na regen (door bijvoorbeeld de plantafstand ruim te houden en de planten in de wind te planten). Verwijder zo nodig wat blad bij tomatenplanten.
  • controleer je planten en tuin goed en rooi de aardappelen en tomatenplanten zodra je phytophthora hebt geconstateerd bij eigen planten of bij tuinburen.
  • open deur: gooi geen resten van zieke planten op je composthoop
  • controleer je aardappeloogst nog een paar keer, ook al leek het bij de oogst zelf allemaal prima
  • en vooral; smeek de weergoden om een lekker warme en droge zomer (voor aardappelen, voor tomaten maar wij zelf varen er ook wel bij 🙂 )

Genoeg over phytophthora en de nare foto’s. Om wel een beetje vrolijk en positief te eindigen nog wat foto’s van bloempjes, bijtjes, een zonnetje, en gezonde oogst:

De bramen!! Als het nu eens een week droog blijft kunnen we er daar veel van oogsten;

 

En van een paar bramen (en blauwe bessen en frambozen) deze lekkere taart gebakken:

 

Crème Brûléetaart, het recept beloof ik ergens vandaag nog op de website te plaatsen: Gelukt, hier: Crème Brûléetaart

De Brachyscome iberidifolia bloeit nog even rijk als in juni:

En tot slot nog wat tomaten. Met vooraan mijn liefste Liguria’s, daarachter de overvloed van Oranje van Goeijenbier-cherrytomaten, rechts de heerlijke Great White’s en links de kaneel-groene Malakhitovaya Shkatulka’s:

 

 

E.S.D.B.

Eigen Schuld Dikke Bult.

Ruud zei gisteren; ‘Eten we nu alweer bonen?’. Ja, natuurlijk, want Ruud wilde bonen, veel bonen. Eind mei liet ik deze foto zien:

 

Want Ruud heeft vorig jaar door misoogst zijn jaarlijkse gemiddelde aan boneninname niet gehaald. En dus wilde Ruud dit jaar een heel vak vol bonen, 24 dubbele stokken. Om het tekort van vorig jaar in te halen. Voor alle duidelijkheid; ik lust ze ook hoor, vind ze zelfs heerlijk. Maar niet zoals Ruud, Ruud kan elke dag bonen eten (nou ja, bijna elke dag dus).

Al die stokken en al die gezaaide bonen resulteert in dit:

 

Ze staat bijna als een monster middenin de tuin, 2.40 meter hoog en vierkant vol. En gisteren oogstten we er emmers nummer 6 en 7 van. En nog lang niet klaar…….

En dat is nog niet alles, want Ruud wilde dus veel bonen. Daarom hadden we ook nog 2 rijtjes lage sperzieboontjes gezaaid, daar hebben we ook nog volop van geoogst. En niet te vergeten monster nummer 2 in de tuin:

 

16 dubbele stokken pronkbonen van het ras Riley, de planten zo mogelijk nog groter dan de Pastoral-stoksperziebonen. Maar deze pronkbonen gaven veel bloempjes maar weinig of geen bonen (iedereen nog hartelijk dank voor alle reacties op het vorige blog!). Maar dat is nu voorbij, nu de temperatuur is gedaald en het een paar keer goed heeft geregend:

 

Alle bloemen (die nu wel vruchtzetten) zitten bovenin de planten. Helaas ben ik maar 1.70 meter groot, en Ruud haalt ook de 2 meter in de verste verte niet. Hoe gaan we in vredesnaam deze bonen, die op zo’n 2.50 meter hoog hangen, oogsten? Een trapje in de verhoogde bak zetten, het is bijna vragen om slapstickachtige tuinongelukken. We gaan onze tuinbuurman-die-meer-dan-2-meter-lang-is maar inschakelen, denk ik.

In ieder geval eten we bonen, gewoon gekookt, in een salade met spekjes, sajoer boontjes. Ik google op recepten, ze gaan in een tortilla, in een curry, dit weekend eens het recept van Pugliaanse boontjes proberen (in een tomatensaus met knoflook, ui en oregano).

En we gebruiken natuurlijk geen tomaten uit een potje, want we oogsten zelf nog volop.

 

De trossen worden ondertussen wat kleiner en dunnen wat uit. Maar nog steeds gaan er 2 emmers per week mee naar huis. Dat is dus bonen en tomaten. Maar wat te denken van de krootjes, worteltjes, koolrabi, komkommers, courgettes, etc.. We krijgen last van ‘oogststress’ 🙂 . Vriezer 1 zit vol, vriezer 2 al voor de helft. En op 7 potten na zijn alle inmaakpotten gebruikt.

Als ik een emmertje krootjes heb geoogst roept Ruud al: “Ik kan het niet meer kwijt, de vriezer zit vol, geef maar weg!”. En hij zucht heel diep als hij vervolgens al 2 emmers tomaten en een emmer bonen ziet staan om mee naar huis te nemen. Met ernaast in nog een tasje met 3 courgettes, 2 komkommers en een grote bos basilicum.

Ik durf het bijna niet tegen Ruud te zeggen maar ik kan ook nog blauwe bessen plukken, en bramen. En aalbessen:

 

Aalbessen?!? Ja, en zonder afdekken. Ik heb geen idee welk het ras het is, het zijn Gamma-bouwmarkt-aalbessen-zonder-naam. En waar de merels met netten moeten worden tegengehouden als de aalbessen van de rassen Jonkheer van Tets en Witte Parel rijpen in juni/juli, zo is er niemand meer geïnteresseerd in deze late witte aalbessen. Ze staan ook nog half in de schaduw (en daardoor zijn ze  misschien ook nog wel 1 of 2 weekjes later dan wanneer ze in de volle zon zouden staan). Ze rijpen nu volop maar voor de merels is de tijd voorbij, ze zoeken niet meer naar aalbessen want die zijn er in juni en juli, en niet meer in bijna augustus. En dus staan de planten zonder net, en er wordt geen aalbes van opgevreten. Alles heeft z’n tijd, en dat heeft in dit geval voor ons zo z’n voordelen.

Ik heb al besloten wat ik ermee ga doen; blauwe bessen-aalbessengelei met limoen inmaken, dat klinkt toch lekker, lijkt mij.

Tot slot nog 1 opmerking en 2 foto’s.

Eerst de opmerking; ik heb op de website van Pokon ook een stukje geschreven, met wat regels over en voorbeelden van inmaken: Het inmaken van je oogst  

En dan nog 2 foto’s, van een bloem en van een groente, altijd leuk:

 

Dit is de paprika Blue Jay. Ik dacht dat ik haar kwijt was, en zou ook niet weten waar ik nieuwe zaden had kunnen kopen. Maar dit voorjaar vond ik onderin een doosje  met oude zaden, onder een flapje, ineens nog een zakje met misschien wel 4 of 5 jaar oude zelf geoogste zaden. En ze kiemden nog! En dus heb ik dit jaar wel 3 paarse paprika’s (misschien wel 4 maar die laatste bloeit nu pas dus dat weet ik nog niet zeker). De donkerpaarse Royal Purple Mavras en de lilapaarse Lilac kon je in het vorige blog al zien. deze Blue Jay zou ik meer violetblauw noemen maar het verschil tussen de Blue Jay en de Lilac is klein en zie je vooral als je de paprika’s naast elkaar ziet.

En dan tot slot nog een foto van een voor mij ook nieuwe zonnebloem, de Helianthus annuus Orange Sun Doubles:

 

Vrolijk hè!!

 

Paars en een vraag

Eerst de vraag. Of misschien is het meer een constatering. Hoe dan ook, wij blijken niet de enige moestuinders te zijn met onbevruchte pronkbonenbloemen. Ik kreeg deze week een mailtje van iemand die zich afvroeg waarom de pronkbonen wel heel veel bloemen maken maar daarna maar weinig peulen krijgen. En ik zag hetzelfde een paar weken geleden bij vriendin Yvonne. En uiteraard kijken we dan extra goed naar onze eigen planten. En ook daar veel bloem en weinig peul. En vanmiddag spraken we een tuinbuurman die er ook over klaagde. Dat zijn 4 mensen met hetzelfde euvel, verschillende rassen maar wel allemaal pronkbonen. Voor alle duidelijkheid, de gewone bonen (stam- en stoksperziebonen) doen het prima. Maar die pronkbonen…….

 

Een overvloed aan bloemen. Wij hebben het ras Riley, met zalmoranje bloemen en extra lange peulen. Maar niks peulen, na de bloei blijven er lege stokjes achter. Nou ja, 1 peul zie ik, maar daar krijgen we de vriezer niet mee vol.

Mijn redenatie: ik denk dat pronkbonen niet zo goed tegen warmte en droogte kunnen. De planten staan hier in een verhoogde bak (droger dan in de volle grond maar dat zegt niets want bij vriendin Yvonne en bij de tuinbuurman staan ze gewoon in de volle grond). Maar juni en begin juli waren wel extreem droog en warm. De sperziebonen varen er wel bij maar de pronkbonen dus niet (nou ja, overdadige groei en bloei maar geen peul).

Gelukkig mist een pronkboon zelf ook wat als ze geen peulen maakt. En ze houdt misschien wat energie over. En daarom bloeit ze gewoon verder en verder en verder, tot er uiteindelijk naar haar idee genoeg bloemen zijn bevrucht. En hangen er nu dus laag in de plant amper of geen peulen. Maar bloeien bovenin de planten de bloemen nog steeds uitbundig. En zie daar….:

 

Jawel, er worden nu ook peulen gemaakt. Nog niet optimaal maar we zijn er blij mee. Het is ook niet meer zo warm als vorige maand, en er valt elke week wel wat regen. Zou dat het zijn?

Hoe dan ook, we komen geen bonen tekort hoor, Ruud wilde afgelopen voorjaar veel bonen, en dus eten we nu van 3 x 8 = 24 dubbele stokken Pastoral-bonen in overvloed. En nog 8 dubbele stokken Melissa. En een rijtje Argus stamsperzieboontjes. Maar we willen ook pronkbonen, want die kun je zo goed invriezen.

Dan deel 2 van dit blog; ik heb verder eigenlijk niet zo veel te melden want we doen op dit moment niet heel veel meer dan oogsten. Aardappelen, uien, kroten, wortelen, nog meer aardappelen, sjalotten, nog meer uien, en rode uien. Oh ja, en courgettes, elke dag is er wel een courgette te oogsten. En tomaten natuurlijk. En aubergines. De komkommers hebben heel lang weinig gedaan, matige groei en bloei. Maar nu zijn ze ‘los’ en oogsten we elke dag een komkommer. En bonen, en nog meer bonen, emmers bonen.

Mijn lievelingskleur? Die heb ik niet echt. Ik heb elke maand een andere lievelingskleur, de blauwe lucht in april, het groen blad in mei, de eerste roze bloei in juni, warm rood in juli, etc., etc.. Maar als het om de moestuin gaat heb ik een zwak voor paars. Misschien omdat je paars niet veel in de winkel ziet. Ik betrap me erop dat ik in zadenlijsten vaak zoek naar paarse rassen van bekende groenten; paarse boontjes, paarse boerenkool, paarse basilicum, etc..

Vandaar hier wat foto’s van paarse groenten die je misschien niet zo vaak ziet. Of wel, maar ik vind het zelf in ieder geval altijd erg mooi en/of bijzonder:

Eerst een foto van wat tomaten en aubergines. Extra mooi vind ik de lilapaarse aubergines (aan de plant dan want in de pan zie je er helemaal niets meer van 🙂 ).

 

Oh ja, de paprika Blue Jay, grappig dat de jonge paprikaatjes nog geelgroen zijn en dan via lila naar paars verkleuren wanneer de paprika’s groeien. Uiteindelijk rijpen de paprika’s trouwens rood af, maar wel met een wat paarsroze zweem:

 

En dat was dan lichtpaars, er bestaat ook heel donker paars. Dit is de Royal Purple Mavras, voor mij een nieuw ras maar gelijk een blijvertje. Want mooi (rijpt ook weer af naar rood maar in dit geval donkerrood). En veel. En dan nu maar hopen dat ze ook nog lekker is!

 

En dan zijn er nog de bonen. Één van mijn favoriete bonen is de stoksperzieboon Melissa, met donkergroen blad met een bijna paarse waas. En donkerpaarse stelen en stengels, lilaroze bloemen en extra lange donkerpaarse bonen:

 

En dan nog bloemen, want wat is een moestuin zonder bloemen. Dit is de Amaranthus Hopi Red Dye, trouwens ook eetbaar (het blad en de zaden):

 

En naast de pronkbonen staan deze eenjarige planten; de Centaurea americana Lila. De bloemen zijn wel ruim 6 centimeter groot en trekken veel hommels aan (die je vaak amper ziet omdat ze volledig zijn ondergedoken in de lila bloemblaadjes):

 

En tot slot nog een nieuwe favoriet (denk ik, dat weet ik officieel pas over een paar maanden); de tomaat Black Keeper:

 

Nou ja, paars…. laten we het donkerpaarsbruin noemen 🙂 . En ze is echt zo rond en glimmend als ze op de foto lijkt. En keihard. En dat belooft veel goeds voor de houdbaarheid maar weinig goeds voor de smaak. Over dat eerste kan ik nog niets zeggen, ik heb een aantal tomaten op een donkere, iets koele plaats gelegd, en in de komende dagen, weken of misschien wel maanden gaan we zien hoe lang het duurt voor ze zacht worden, gaan schimmelen, of wat dan ook. Over de smaak kan ik kort zijn; die is gewoon prima! Wel harder/steviger dan een gewone tomaat, maar met een lekkere volle tomatensmaak met zoetje en zuurtje. Ik mijmer al over eigen bewaartomaten in de veldsla in december, ik ben benieuwd maar heb goede hoop!

Tot slot nog even een korte mededeling voor mensen die interesse hebben in de zadenlijst: mededelingen over die zadenlijst kun je op een eigen pagina vinden, zodat de mensen die dit blog lezen maar geen interesse hebben in de zadenlijst er ook niet mee lastig gevallen worden. Zadenlijst – nieuws

Nog één foto dan, niet paars, maar de oogst van deze week:

 

Kan een mens tomatenmoe worden? Nou, we slaan komende week de soep en saus eens over, maar een verse, sappige tomaat in mooie plakjes blijft altijd lekker. Gelukkig maar 🙂 .

 

Leeg… en weer vol

Wanneer je aardappelen kunt rooien? Mits de planten gezond zijn (zonder phytophthora) zou je na zo’n 100 dagen eens kunnen kijken hoe het met de aardappelen gesteld is. Oftewel; graaf er één op en je weet het 🙂 .

Bij deze een fotoreportage over het wel en wee van een verhoogde bak met vroege aardappelen:

Eerst een foto van het vak met vroege aardappelen 3 maanden geleden:

16 april: aardappelen gepoot. En als test eens met stroken antiworteldoek afgedekt (tegen onkruid en hopelijk houdt het ook wat vocht vast in de bodem):

 

19 juni: de planten groeien goed. Het antiworteldoek is al niet meer te zien (maar het ligt er nog wel hoor).

 

En dan vorige week: niet goed te zien op de foto maar wij vinden het wel genoeg geweest. Of eigenlijk vinden de aardappelen het wel genoeg geweest. Nog een foto van de bak:

 

En een foto van het blad, het wordt al geel zonder ziek te zijn:

 

En als we tussen het blad naar de stengels kijken zien we dat ook die laten zien dat het eigenlijk wel genoeg is geweest:

 

Tijd om er eens één plant te oogsten. Alleen noem je dat niet zo, de aardappelteelt heeft, ook voor hobbytuinders, een eigen vakjargon. Een aardappelplant heet een ‘stoel’ en aardappelen oogst je niet, je plukt ze niet; je rooit ze. Dus: Tijd om eens een stoeltje aardappelen te rooien, dat is het.

 

Indien ze nog niet groot genoeg waren geweest hadden we de rest van de planten gewoon laten zitten. Maar we zijn er blij mee, mooie grote aardappelen, en lekker veel. Dus mag de rest er ook uit;

 

En ja, dan blijkt het wel een beetje een rommeltje te zijn onder al dat blad. Het onkruid tiert welig rondom de verhoogde bak, maar in de bak zelf hebben we niet heel veel last gehad van het onkruid, met dank aan het antiworteldoek (dat we gewoon kunnen hergebruiken). We hadden deze bak in het vroege voorjaar (toen we de bak maakten) gevuld met bijna rijpe compost. Nu is wel duidelijk geworden dat dat nog flink ingezakt is.

We vullen de bak nu met wat zakken Mix voor je moestuinbak die ik van Pokon kreeg (en daar ben ik erg blij mee!):

 

Grond aangevuld, voldoende voeding, glad harken en weer vullen:

 

Kijk even goed, want het onkruid rondom de bak hebben we netjes weggehaald, en achter de bak zie je nog 2 stoelen annex tuintafel waar sla, andijvie en koolzaailingen wachten tot er nog een plekje in de tuin vrij komt (binnenkort, want we kunnen krootjes en worteltjes oogsten).

De stroken antiworteldoek liggen terug in de bak, maar die lelijke stenen zijn niet echt meer nodig;  we hebben een rol geplastificeerd spandraad gekocht van 3 millimeter dik en daar knippen en buigen we ‘gronddoek-vasthoud-boogjes’ van. Met flink wat wind wil er toch nog wel eens een gronddoekreep opwaaien dus gaan we nog wel wat steentjes gebruiken maar kleiner en veel minder dan alle stenen die we nog bij de aardappelen moesten gebruiken om alles op de plaats te houden. En het laatste reepje gronddoek links moet nog worden gelegd, maar toen was de dag wel voorbij (lees; ‘toen vonden we het wel genoeg geweest’).

In de bak staan nu winterprei, knolvenkel, sla, andijvie en krootjes. Een ratjetoe dus, en niet meer volgens welk vruchtwisselingsschema dan ook. Maar dat is een discussie apart, daar kom ik op terug, een andere keer, in een ander tuindagboek.

Ondertussen……

worden de gerooide aardappelen gewassen (want wij vinden het vervelend om elke keer kleihanden te krijgen wanneer we in de komende 8 tot 10 maanden aardappelen schillen, maar dat is een persoonlijke voorkeur):

 

Na het wassen moeten ze ook nog drogen:

 

Ook handig; omdat we ze wassen en drogen hebben we elke aardappel in onze handen en zien we het gelijk als er iets is beschadigd of er een verdacht/ziek plekje op de schil zit. Na het drogen zijn de aardappelen in kratten mee naar huis gegaan. Totale opbrengst uit 1 verhoogde bak van ruim 3 x 2 meter; ongeveer 45 kilo.

Over 2 weken zijn de middellate aardappelen in een ander vak aan de beurt…..

Tot slot nog even een fotocollage van de tomaten die we nu oogsten:

  • A = Garden Pearl
  • B = Eros
  • C: Malakhitovaya Shkatulka
  • D: Coral Queen
  • E: Black Icicle
  • F: Speckled Roman
  • G: Siniy
  • H: Sprite

Oh ja, en tot slot moet ik deze nog even laten zien. Want: geweldig!

 

Scabiosa atropurpurea Black Knight, de bloemen wel 4 centimeter groot, fluweelachtig, bijna zwart met wat zeer donkerroodpaars en witte puntjes = meeldraden.  En een grote hoeveelheden zoemende hommels erbij. ‘Zomerser’ dan dit wordt het niet!!