Bonenstokken

In het vorige blog vroeg Simone me of ik eens wilde laten zien hoe wij onze bonenstaken zetten. Tuurlijk. En zonder op te willen scheppen; Ruud is echt heel erg goed met bonenstaken. Zo goed dat hij ze ook wel eens voor andere mensen heeft gezet. En hij wil ze altijd zo recht zetten dat er een ouderwetse duimstok aan te pas komt.

Eerst even een foto gemaakt uit het boek van Velt, over de verschillende manieren waarop je stokbonenstokken kunt plaatsen:

 

Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Maar onze weg is dus de gekruiste dubbele rij 🙂 . En wij wonen slechts 18 kilometer van zee, wij weten wel wat wind en storm is. En dus heeft Ruud ooit eens bedacht om een extra versterking aan te brengen aan de rij stokken. In al die ruim 25 tuinjaren is hier nog nooit een rij stokbonen omgewaaid, er zit zelfs geen centimeter speling in. En dat komt door de ‘schoren’ die Ruud kruislings langs de verticale stokken zet.

Even gefröbeld:

 

Ruud meet de stokken altijd uit en zet ze naast elkaar op 60 centimeter. En de overkant van de rij staat op ongeveer 90 centimeter. De stokken moeten natuurlijk wel een goed stuk de grond in, indien mogelijk zo’n 30 centimeter (daarom gebruiken we ook stokken van 270 centimeter lang).

De rode pijl geeft de horizontale legger aan, daar gebruiken we een oude tonkinstok voor die de grond niet meer in kan (omdat ze dan breekt). Het groene pijltje wijst naar het punt waar de stokken samen komen (“Wel een beetje recht alsjeblieft”, zegt Ruud). Dat samenbinden doet hij met kabelbinders want dat vindt hij het stevigst, maar touw of ander bindmateriaal kan natuurlijk ook.

En dan komt ‘de truc’; vervolgens gaan er nog stokken schuin de grond in (de 2 blauwe lijnen op de tekening, eigenlijk moeten het er 4 zijn maar dan was het helemaal niet duidelijk meer). Elke stok gaat schuin van de laatste naar de derde stok of andersom. En die stokken worden vervolgens ook nog vastgebonden aan de al geplaatste verticale stokken. En daarmee verstevig je de hele boel zodanig dat er echt geen beweging meer in zit. Foto’s maken in dit geval meer duidelijk dan tekst, dus hieronder even wat vrolijke voorjaar- en zomerfoto’s waarbij je nog kunt zien hoe de stokken staan:

Let dus op de schuine stokken die altijd van de voorste en achterste stok naar de derde stok wordt gezet, ze gaan indien mogelijk ook wel een centimeter of 25 de grond in en ze worden waar mogelijk aan de verticale stokken vastgebonden.

 

Ook op deze foto uit een ander jaar zie je weer 4 schuine stokken, 2 voor en 2 achter, en altijd schuin bij de voorste en laatste 3 stokken.

 

En tot slot een foto van dit jaar, bij de rode pijlen zie je de schuine stokken die voor zoveel extra versteviging zorgen.

 

Ik hoop dat het zo antwoord op de vraag is. En zoals al gemeld, er zijn meerdere manieren om stokken te zetten, onze vroegere buurman maakte met een wagenwiel en een stok met daaraan touwen een klimrek zoals je die linksonder op het plaatje bovenaan de pagina ziet. En onze overbuurman zweert bij de niet gekruiste dubbele rij. Als het maar werkt…..

Dan nog even de melding dat ik op de website van Pokon ook weer een blog heb geschreven, over een andere vraag die iemand stelde; “Hoe lang kun je zaden bewaren?”. Carine gaf daar al antwoord op. Ik heb in mijn blog op de Pokon-website geprobeerd een beetje uit te leggen hoe je het best zaden zo lang mogelijk kunt bewaren. Maar ook dat elke soort zijn eigen levensduur heeft, en ik heb er een lijst gemaakt van alle bekende groentesoorten en hoe lang de zaden van die groentesoorten in principe kiemkrachtig kunnen blijven: Het bewaren van zaden

En dan nog even: het is geen tuinweer, door alle sneeuwstormen en regenbuien zijn we de hele week niet op/in de tuin geweest. En dus heb ik eigenlijk verder niets te melden? Ik heb altijd wel wat te melden, of mensen er nu blij mee zijn of niet. Ruud zegt wel eens; “Je gooit er een kwartje in en er komt voor een gulden muziek uit”. Hopeloos ouderwets maar, mits met enige vorm van genegenheid uitgesproken, kan ik hem ook niet helemaal ongelijk geven 🙂 .

En dus, mocht iemand nog een heel makkelijk maar toch mooi en lekker dessert  zoeken voor de kerst, ik heb deze al als test gemaakt en is met vlag en wimpel geslaagd voor kerst:

 

Een soort Viennetta maar dan veel lekkerder. Dit was een testje maar straks voor kerst maak ik het wat mooier door ook over de bovenkant nog wat chocolade en lauwwarme karamelsaus te gieten. Lekker ijs, en dat zonder ijsmachine. Je kunt hier het recept vinden: IJstaart met chocolade en karamel

En ook deze even geoefend:

 

Ach, wat leuk (en makkelijk te maken), een bladerdeeg-kerstboom met tapenade en kaas

Tot slot dan nog een foto van de winterharde palm Trachycarpus fortunei in de achtertuin afgelopen maandag. Ik vind haar altijd heel bijzonder, zeker nu ze al ruim 3,5 meter hoog is. Maar besneeuwd doet het me bijna denken aan het effect dat een schilderij van Dali op me heeft (waarbij je je afvraagt wat er niet klopt aan het plaatje):

 

 

Voordeel

Het voordeel van een enorme rotzooi in de tuin is dat je wel ziet waar je blijft (als we een beetje positief blijven 🙂 ).

Als we naar de tuin kunnen, werken we daar ook hard. Maar helaas zijn er steeds vaker dagen dat het regent, hagelt en/of stormt. En het gaat echt koud worden, voor zondag wordt er 5 centimeter sneeuw verwacht. En zijn we thuis ook druk bezig geweest, met het terug snoeien en naar boven sjouwen van de kuipplanten; grote potten met Brugmansia’s, een Cassia, Asarina’s, Colocasia’s, jonge en bijzondere Canna’s die ik nog niet in de kas durf te overwinteren, wat Fuchsiastekken, een Fejioa. Zucht……. in de winter heb ik altijd weer even spijt van al die planten die ik in lente en zomer zo enthousiast koop en spaar. Omdat het de afgelopen periode nog flink heeft geregend was de grond in de potten kletsnat, en de potten daardoor extra zwaar. Met als resultaat dat het huis van achterdeur tot zolder (de winterstandplaats voor deze planten) onder de modder zat, en de trap op een paar plekjes licht beschadigd is. En gisteravond toen we naar bed gingen kroop er een volwassen naaktslak over de overloop. Zucht.

Maar, die ene dag dat we deze week op de tuin waren hebben we wel lekker kunnen werken.

Kas 2 bij aankomst op de tuin (en pas op, schrik niet, het doet ook mij wel wat pijn aan de ogen 🙂 ):

Heel veel rotzooi, alles maar snel even naar binnen gegooid in de afgelopen weken. Bergen onkruid (gelukkig niet in bloei). Ruiten nog wit van de temperzon. Overal stokken.

Aan het einde van de dag:

 

Je ziet in ieder geval wel het verschil. Gewied, ruiten ‘schoon’, opgeruimd, lichter, ruimer. Poehee. Komende week gaan we ook in deze kas nog gecomposteerde mest storten en uitspreiden. En daarna noemen we dit winterklaar.

Kas 3, waarover ik in het vorige blog wat liet zien, hebben we tot opslagplaats voor deze winter gebombardeerd:

 

Links moeten we dus nog steeds opruimen, en rechts hebben we de stokken gelegd. Als je goed kijkt zie je dat ze niet op de natte modder liggen. Ruud legt altijd wat stenen op de grond, daar gaan dan stukken stellingpijp op, die zet hij vast met wat oude stukjes stokken en daarop leggen we dan de stokken. Ze drogen zo dicht bij de grond niet uit, maar ze zijn niet zo nat dat ze sneller gaan rotten. In onze kas precies goed voor de overwintering.

Oh ja, die stokken. Misschien kan ik daar nog wat meer over vertellen. Wij gebruiken tonkinstokken (bamboestokken) en plastic plantstaven, in verschillende maten. Het verschil cq. de voor- en nadelen van tonkinstokken en geplastificeerde stokken:

  • tonkinstokken zijn relatief goedkoop (afhankelijk van waar je ze koopt en in welke dikte kosten ze zo rond de 1 tot 2 euro per stuk – wij kopen ze gezamenlijk via de tuinbouwvereniging per hele bos bij zaadhandel van der Wal en dan kosten ze ongeveer 1 euro per stuk). Geplastificeerde stokken zijn duur, kosten wel zo rond de 3 tot 4 euro per stuk
  • tonkinstokken gaan gemiddeld zo’n 3 tot 4 jaar mee, mits goed  onderhouden/verzorgd, niet uit laten drogen, niet te vaak en te lang nat laten liggen. Geplastificeerde stokken gaan wel ruim 10 jaar mee, mits goed onderhouden. Uiteindelijk komen er een keer beschadinkjes in het plastic en dan gaat vervolgens het dunne laagje ijzer roesten en breken.

Oftewel; eigenlijk maakt het niet heel veel uit; goedkoop en een relatief korte levensduur, of duurder maar een langere levensduur. Wij hebben ze gekocht wanneer ze in ons budget pasten of wanneer er bijvoorbeeld een aanbieding was. Elk jaar moeten we wel wat stokken weggooien en elk jaar kopen we een paar nieuwe, de eerste aanschaf is het duurst maar nu kost het ons elk jaar ergens tussen de 10 en 20 euro (vanaf nu ook nog wat minder want ik reken nog voor de 500 vierkante meter tuin die we hadden, en we hebben nu nog maar een piepklein tuintje van 325 vierkante meter 🙂 )

 

Voor alle duidelijkheid even pijltjes gezet. De rode pijlen zijn de geplastificeerde stokken in een wat dikker en dunner formaat. De blauwe pijl wijst naar nieuwe tonkinstokken (afgelopen voorjaar gekocht), de gele pijlen wijzen naar tonkinstokken die al een jaar of 3 oud zijn; dan worden ze donkerbruin, vaak zitten er scheurtjes in, ze kunnen makkelijker breken. Maar aan het eind van hun leven als stokbonensteun gooien we ze niet weg, want ze kunnen dan nog dienst doen als bijvoorbeeld dwarslegger van een plantrek. En zelfs als ze uiteindelijk zijn gebroken gebruiken we ze nog als markeerstokjes, meetstokjes, of om planten mee overeind te houden, als steunmateriaal of wat dan ook.

De formaten: voor de stamtomaten in onze (hoge) kassen gebruiken wij de plastic plantstaven van 240 centimeter lang, dan zijn ze voor de tomaten zo’n 215 centimeter hoog (want ze gaan ook nog een centimeter of 25 de grond in, dat moet je altijd even meerekenen als je een maat stok uitzoekt).

Voor paprika’s, pepers en aubergines gebruiken we plantstaven van 120 centimeter hoog (want die gaan ook weer een stukje de grond in). En dan gebruiken we nog wat plantstaven van 180 en 220 centimeter, om er rekken van te maken voor bijvoorbeeld komkommers of meloenen. De tonkinstokken die we gebruiken zijn 270 centimeter lang. Ze zijn voor het mooi net iets te lang voor in de kas (moeten extra diep de grond in want anders raken ze de dakramen).  Maar zeer geschikt voor de stokbonen, even een foto van afgelopen voorjaar:

 

Bedenk dat geplastificeerde stokken en tonkinstokken niet de enige stokken zijn die je kunt gebruiken. Er zijn bijvoorbeeld ook mensen die van snoeiafval stokken maken (en dat is het allergoedkoopst want gratis). En er zijn mensen die voor tomaten zweren bij tomatenspiralen (relatief duur maar gaan het langst mee van alle soorten stokken). Ik zou ze zo willen kopen, mits ze eindelijk eens worden gemaakt in een formaat dat ik wil hebben (voor zover ik weet is er maar één maat te koop en dat is 170-180 centimeter (inclusief het deel dat je in de grond steekt en dus komt het gedeelte waaraan de tomaat groeit op slechts 15 tot 160 centimeter). Heel fijn voor een kleinere/lagere kas maar te kort voor onze hoge kas. En tot slot zijn er ook mensen die touwen spannen bovenin de kas en de tomatenplanten daar aan laten draaien, ook nog een optie. En je kunt bonen ook laten klimmen aan allerlei andere hekwerken of ook zelfs touwen, mits je ze goed spant en bevestigt. Dus onze manier is zeker niet de enige manier, maar voor ons de beste manier.

Tot slot nog 1 foto, want waar ik de stokken heb verzameld en ontdaan van labeltjes in kas 3 heb gelegd, en kas 2 op de mest na winterklaar heb gemaakt, heeft Ruud de laatste grote verhoogde bak bijna klaar:

 

Nog 1 kant uitmeten, zagen en vastschroeven, en dan kunnen we de inhoud schoonmaken en gaan vullen met grond en compost. Erachter zie je de hoopjes verse paardenmest voor de pompoenen en courgettes komende zomer.

Aangezien het de komende week met vorst en sneeuw toch geen tuinweer is, kunnen we eindelijk eens gaan verzinnen over een kerstdiner. En de planning is bijna klaar, maar daar moet ook nog wat aan gesleuteld worden.

 

Speldenprik

Het schiet niet echt op. We waren zo van plan om hard te werken en zoveel mogelijk voor de winter te verhuizen, op te ruimen, te repareren, te verplanten, schoon te maken, en noem alles maar op wat er nog moet gebeuren. Maar het komt er maar niet van, geen tijd, overvloedige regen, zelf zaden bestellen, planning maken, noem maar op.

En toen we eindelijk een dag op de tuin waren……..:

 

Een lege mestkar ja. Want ik was een dag te laat met fotograferen. En toen zag het achterste stukje van de tuin er al zo uit:

 

Ruud heeft dus in anderhalve dag bijna een hele mestkar leeg gereden. Als je goed kijkt zie je achterin nog wat prei staan, die moeten we maar goed wassen 🙂 .

In dit achterste stukje tuin komen geen verhoogde bakken maar willen we pompoenen en courgettes gaan zetten. En die houden wel van paardenmest. Het is pas begin december, tegen de tijd dat we de zaailingen van pompoenen en courgettes gaan planten is het begin mei en dan is deze mesthoop al wel voor meer dan de helft gecomposteerd (sterker nog, ik verwacht dat over een week de rook al van de hoop af komt).

Terwijl Ruud met dit zware karwei bezig was heb ik fruitbomen gesnoeid en ben ik begonnen in de kas. Ik had al eerder eens een foto laten zien  van de compostbak die we afgelopen vroege voorjaar vol hadden gestort met mest:

 

En die zag er nu dus zo uit:

 

De mest met stro is voor ruim 2/3 geslonken (nou ja, niet geslonken, maar gecomposteerd).

En ik liet vorige week de kas zien, daar was is genoeg te doen:

 

En dat is er nog steeds. Maar 1 helft is klaar:

 

De ramen zijn schoon (van buiten dan, de binnenkant ga ik ergens in de loop van de winter met een borstel en water schoon maken. En rechts ligt dan die paardenmest die nu bijna compost is, in dus iets minder dan 1 jaar tijd is ze al mooi donker van kleur, grotendeels verteerd, vol met wormen en duizendpootjes, spinnetjes en noem maar op. In het voorjaar gaan we voeding toedienen voor een nieuw tuinjaar en dan werken we voeding plus gecomposteerde mest onder met de grelinette. De linkerkant gaan we komende week opruimen. En dat wordt dan een winter-opslagplaats; we gaan er de tonkinstokken leggen en de net-niet-winterharde planten plaatsen.

Oh ja, die net-niet-winterharde planten. Zoals de Colocasia:

Afgelopen zomer:

 

En vorige week zag ze er ook nog zo ongeveer uit. Maar 1 week later, met 2 nachtvorsten van rond de -3 graden is dit het gevolg:

 

-3 is duidelijk teveel voor haar (bovengronds dan). Voor de Alocasia achter haar trouwens ook maar dat kun je op de foto niet goed zien. Als de rechterkant van de kas volgende week is opgeruimd sjouwen we deze planten de kas in. In de kas vriest het trouwens net zo hard als buiten, dat is niet altijd voor iedereen duidelijk (ik heb het natuurlijk over een onverwarmde kas). Maar er zijn 2 heel grote voordelen van een koude kas in de winter:

  • in de kas regent het niet. Daardoor kan de grond in potten wat opdrogen, en plantwortels in droge grond kunnen meer kou verdragen dan plantwortels in natte grond
  • als de zon schijnt warmt de kas op, zowel de lucht als de grond. En de lucht koelt heel snel af maar de grond blijft langer warm, en die warmte kan de grond bijvoorbeeld in de nacht of in een koude week weer af staan. Wij zien dat aan de grond in de kas, die bevriest eigenlijk alleen wanneer het buiten de kas -10 graden wordt (en dan hangt het dus nog af van de zon).

Oftewel; in een kas is het ook heel koud en je kunt er zonder verwarming zeker geen niet-winterharde planten overwinteren. Maar matig winterharde planten, dat kan vaak wel. En dan heb ik het over bijvoorbeeld Dahlia’s, Canna’s, Alocasia’s, Fuchsia’s, Salvia’s, etc.. En matig winterharde kruiden als rozemarijn, tijm, Stevia, etc..

Je kunt trouwens in een heel koude week de temperatuur in de onverwarmde kas nog met 1 of een paar graden verhogen zonder echt een kachel te gebruiken. Door op zonnige dagen gieters te vullen met water. Dat water warmt in de gieters op door de zon en naast planten kan dat in de nacht net een graadje vorst schelen. En je kunt natuurlijk kaarsen plaatsen en die aan het eind van de avond aansteken. Of met stro en jute de planten nog wat extra beschermen.

Hier gaan in ieder geval deze week alle planten die niet volledig winterhard zijn en we in pot houden, de kas in.

Tot slot nog even: ik heb op de website van Pokon ook nog een blog geschreven, over: Het kiezen van een goed pompoenenras.

En dan nog één foto, van een klein maar dapper goudsbloempje na een koude decembernacht:

 

Iedereen heel veel plezier en succes met alle voorbereidingen voor de decembermaand; van sinterklaas tot gourmet, van kerstboom optuigen tot het bedenken van recepten, cadeautjes kopen, of wat dan ook!! En bedenk: over 3 weken hebben we de kortste dag al weer gehad 🙂 .

Keuzestress

In de afgelopen 3 weken heb ik alleen maar zaden verpakt en zaden verzonden. Maar nu de rust is wedergekeerd wordt het mijn tijd!

Ruud was er al een beetje bang voor; wekenlang opgekropte zadenkoopverlangens leiden vaak tot overmatige aankopen 🙂 .

“Heb je nou nog meer besteld?”, en “Waar ga je dat dan allemaal zetten?” waren de vragen vanmorgen. “Uhh, ja, maar die wilde ik al heel lang hebben”. En “Misschien moeten we iets minder uien zetten”.

Ik geef wel eerlijk toe dat ik al best veel zaden heb, door de jaren heen verzameld, gekocht, geruild, en daarna natuurlijk ook weer zelf geoogst. Ik moet goed in de gaten houden wanneer de kiemkracht van sommige soorten afloopt. En wil ik ze dan nog snel weer een keer zaaien of kies ik voor iets anders en neem ik afscheid van die soort of dat ras? Ja, soms moeten er moeilijke keuzes worden gemaakt!

Ik heb een jaar of 2 geleden al veel zaden opgeruimd en weggegeven, ik had toen nog ruim 750 tomatenrassen. Maar van een aantal daarvan wist ik al wel zeker dat ik ze waarschijnlijk nooit zou zaaien, simpelweg omdat ik op internet in meerdere reviews las dat er iets mankeerde aan opbrengst en/of smaak. Van veel tomaten zaaien, telen en proeven wordt een mens misschien wel veeleisend 🙂

Even een fotootje gemaakt van de tomatenzaden die ik heb.

 

Ja, dus al heel veel opgeruimd. Dit zijn de tomaten die ik nog heb met de letter B, dat zijn er al iets meer dan 50. Keuzestress!

2017 was mijn favorietenjaar, 2018 wordt een jaar van vooral veel nieuwe rassen. Daar kunnen dan wel eens tegenvallers tussen zitten, dat moet ingecalculeerd worden. Maar gedegen onderzoek (meerdere reviews lezen) verkleint dat. En er zijn toch ook nog weer wat terugkomers, al eerder geteelde en bewezen soorten en rassen.

Ik ben dus echt begonnen met de planning voor 2018.

Zeker zijn de al bewezen tomaten Gardener’s Delight en Black Seaman. Nieuwelingen worden de Barry’s Crazy Cherry en Woolly Blue Jay.

 

De Gardener’s World in 2013, lijkt mij duidelijk waarom ze in 2018 weer aan de beurt is, meer dan prima opbrengst in combinatie met gezonde planten en felrode kleur en ouderwetse tomatensmaak met extra zuurtje.

Letter voor letter de tomaten uitpluizen en evenwichtige keuzes maken (ik heb vroeger wel eens zoveel cherrytomaten gehad, omdat we ze zo lekker vinden, dat we er soep van maakten, en we te weinig roma- en vleestomaten hadden). En natuurlijk in zoveel mogelijk kleuren en vormen.

Bij de paprika’s wordt de Nocera Giallo de terugkomer, foto van 2016;

 

Zeer grote citroengele, heerlijk zoete en knapperige paprika’s met prima opbrengst. Nieuwkomers? Onder andere Iko Iko en Python. Bij de pepers?

En zo puzzelen we maar door: eenjarigen, groenten, kruiden, noem maar op. Oranje worteltjes of rode, of toch paarse? Rond of langwerpig? Natuurlijk de McGregor krootjes, met het extra donkere blad. En dat vraagt om een feloranje bloem ernaast. Calendula of Tagetes? En welk ras dan? Nu denk ik aan Calendula Neon maar dat kan nog veranderen.

 

Mijn eerste bestellingen zijn binnen. En ik ben er blij mee!! Wat te denken van Aubergine Pingtung Long, de peper Sweet Heat, Eschscholzia Cherry Swirl, Cosmos bipinnatus Double Rose Bonbon. En ik heb nog wat leuke paprika’s besteld, en een paar van die bijzondere nieuwe tomatenrassen met bijna psychedelische cq. caleidoscopische) kleuren (en hopelijk ook smaken) zoals dit jaar de Streak Lightning en Alice Dream al een beetje waren:

Streak Lightning, en hieronder de Alice Dream:

 

Met daarin vaak meerdere kleuren, zowel rood als geel als paars, tegenwoordig vaak ook met de ‘nieuwe’ blauwe kleur erin. Daar ben ik ook erg benieuwd naar!

En ik verwacht nog een paar zaadgidsen. Ruud probeert ze nog wel eens te verstoppen, onder een stapeltje kranten of zo. Maar ik heb er een zesde zintuig voor, ik hoor het al aan de ‘plof’ op de deurmat, voel gewoon dat het geen gewone post is, maar de zaadgids van van der Wal, of Seeds of Distinction, of Baumaux (dat is een heel zware plof), Chiltern Seeds of Thompson & Morgan.

Meestal bestel ik zaden via internet maar vaak krijg je daarna nog wel een jaar of 3 lang een ouderwetse papieren gids in de bus. Eigenlijk veel lekkerder en leuker dan internet; ouderwets papier, bladeren, glaasje port in de hand, blokjes extra oude schapenkaas op tafel, voeten op de bank, leeslampje aan, stapeltje zaadgidsen naast me, pen en papier in de buurt. Ieder het zijne, en voor mij is dit een ideale dag in de donkere decembermaand 🙂

Tot slot nog een foto van een klimplant die ik een jaar of 10 geleden eens teelde maar waarvan ik zelf toen geen zaden van kon oogsten. De Vigna caracalla. En nu dus weer gekocht. En met 10 jaar meer ervaring hoop ik haar beter te kunnen laten groeien en bloeien, en er wellicht ook zelf zaden van te kunnen oogsten.

 

 

Allegaartje

Eindelijk weer eens naar de tuin. Wat is het koud!! (na 2 weken binnen bij de houtkachel te hebben gezeten 🙂 ).

Genoeg te doen, waar gaan we beginnen? Of eigenlijk, waar waren we gebleven?

Oh ja, dit was het aardbeienveld dat opgeruimd moest worden (en dat is nogal een understatement):

 

En dat ziet er nu zo uit:

 

Netjes hè? Let niet op de rotzooi ernaast en erachter, stapje voor stapje, we kunnen niet alles tegelijk (maar helaas verschijnt wel alles op de foto). Met dank aan de tip van Jan hebben we deze bak niet meer van onbehandeld steigerhout gemaakt (dat na een jaar of 4 wel ernstige sporen van ontbinding vertoont) maar van Douglas-hout, een houtsoort die veel harder is en volgens kenners onbehandeld wel 8 tot 10 jaar mee kan gaan.

Voor wie er interesse in heeft; Douglas-hout is wel een stukje duurder dan steigerhout:

Steigerhout; 2,5 meter lang, 20 cm hoog, 3,2 cm dik: ongeveer 9 euro per plank en vaste prijs, geen reclame.

Douglashout bij de Praxis: 3 meter lang, 20 cm hoog, 2,9 cm dik, 16 euro per plank, maar regelmatig met of zonder kortingsbon met 25% korting = euro 12,00.

En als het dan langer is en 2 keer zo lang mee zou gaan vinden we dat het geld meer dan waard. Andere bouwmarkten verkopen trouwens ook Douglas-hout maar vaak in andere formaten en vooral diktes. Mocht je er interesse in hebben, kijk even op de websites van verschillende bedrijven naar prijzen en afmetingen.

Afijn, wij zijn er erg blij mee! De stekken die uit dit verwaarloosde aardbeienveld kwamen (nog geen jaar oud) zijn nog prima bruikbaar en gaan nog 3 jaar mee. We hebben ze ontdaan van onkruid en in de andere verhoogde bak geplant:

 

Is dat nou nodig, zoveel stenen om het gronddoek op z’n plaats te houden? Volgens Ruud in ieder geval wel 🙂 . Ik had wat minder stenen geplaatst maar er durfde bij een windkracht 8 (wij zijn hier 18 kilometer van de kust wel wat gewend) een hoekje los te raken en te gaan wapperen. En daarop nam Ruud rigoureuze maatregelen; het raakt deze winter niet meer los, dat is duidelijk. En het belangrijkste: de stekken/jonge planten hebben het prima naar hun zin op hun nieuwe plaats.

Volgende week is de laatste grote verhoogde bak aan de beurt, Ruud gaat die maken en ik ga de bestaande verhoogde bakken leeg maken, onkruid eruit, aanvullen met compost of mest of grond. En bedekken voor de winter? Of toch niet, daar moet ik nog even over verzinnen. En waarmee dan (ik overweeg karton), dat wordt vraag 2.

Maar eerste thuis aan het werk, de achtertuin moet ook nodig worden opgeruimd en de kuipplanten mogen naar zolder. Het kan nog even wachten maar ik ga ze alvast terugsnoeien en droog zetten (dan zijn ze iets makkelijker naar zolder te sjouwen dan wanneer ze nog kletsnat zijn.

De Fuchsia’s snoei ik niet terug, dat doe ik pas na de winter. Trouwens, die bloeien nog volop:

Fuchsia Celia Smedley, nog steeds één van de mooiste, vind ik. Vroeger (als in 20 jaar geleden) ging mijn voorkeur uit naar Fuchsia’s met zo groot en zo gevuld mogelijke bloemen, nu ligt mijn voorkeur niet bij vorm en grootte maar bij kleurencombinatie en bloeirijkheid. Grappig dat smaak in de loop der jaren zo kan veranderen.

Nog zo’n verandering van smaak en mogelijkheden heb ik op de website van Pokon beschreven; onze oude en tevens huidige tuin in de winter, 20 jaar geleden en nu (inclusief een klein stichtelijk woord (zo noemt Ruud het, sorry, soms heb ik zo’n bui 🙂 ): Onze tuin in de winter

Ik zag trouwens nu pas dat er wat mensen een reactie hadden achtergelaten op mijn blog op de website van Pokon. Ik weet nu hoe het werkt en heb daar die vragen en opmerkingen alsnog beantwoord.

Tot slot, ons diner voor morgen:

En nog even voor de mensen die zaden hebben besteld: ik ga eind deze week de zadenlijst bijwerken en wat soorten die zijn uitverkocht weghalen, je kunt beschrijvingen van die tomaten en paprika-/peperrassen altijd terugvinden in de databases.