Rozen
De zoveelste grote liefde op tuingebied 💚
Eigenlijk ben ik van oorsprong geen groot fan van rozen. Ja, in een bos bloemen. Maar niet in de tuin. Dat kwam vast door hun doornen (wat eigenlijk geen doornen maar stekels zijn). Ik ben van nature niet handig waardoor ik altijd al schrammen, blauwe plekken en rode vlekken heb, van het per ongeluk in de brandnetels grijpen en de komkommerplanten opbinden tot met een knipschaar per ongeluk in mijn eigen vingers knippen (echt waar), een splinter in een bamboestok treffen en een steen op mijn voet laten vallen die ik wilde gebruiken om een vliesdoek op zijn plaats te houden. Elke dag een nieuwe herinnering aan de moestuin, noem ik het maar 😄. Met rozen zou dat ongetwijfeld nog erger worden. Bovendien had ik vroeger andere liefdes, zoals die voor groenten in het algemeen, tomaten in het bijzonder, kruiden, mediterrane planten, paprika’s en pepers, eenjarige bloemen, planten in potten, Salvia’s, etc. Daar hou ik nog steeds heel veel van hoor. Er blijkt gewoon altijd nog meer bij te kunnen 🥰
Ergens in de afgelopen 30 jaar ben ik heel langzaam maar gestaag steeds meer van rozen gaan houden. En er daardoor heel langzaam maar gestaag ook steeds meer van gaan verzamelen. Ik kocht eens een struik, en 2 jaar later nog één. Een paar jaar later kwam er een klimroos, en later nog eens één. Er ging ook wel eens een roos weg, omdat die toch niet paste in mijn tuin of te kort bloeide of niet goed groeide in de vette klei. Ik heb ze nooit weggegooid hoor, ik kon er altijd weer andere mensen blij mee maken. Ik kan me 2 rozen herinneren die in mijn tuin dood zijn gegaan. De eerste is Geoff Hamilton, een prachtige zachtroze Austinroos die niet genoeg zon kreeg, wegkwijnde en ik heb verplant, vervolgens overleefde ze de winter niet. Een beetje hetzelfde geldt voor een roos met de naam Claude Monet, prachtig zachtgeel met framboosroze: een slechte standplaats (nabij een bramenstruik in de halfschaduw) zorgde voor een slechte gezondheid en ik was te laat om haar nog te redden.

Rozen kunnen heel sterk zijn. Maar een goede standplaats is belangrijk. En dat geldt ook voor de verzorging, in vocht en voeding, snoeien en grond verbeteren, zeker in de eerste 2 tot 3 jaar van hun leven. Daarnaast loont het zeer de moeite om je te verdiepen in een roos wanneer je die wilt kopen, want er zijn ook grote verschillen in soorten en rassen, denk aan groeikracht, ziektebestendigheid, etc.
Hieronder zie je Nostalgie, een prachtige doorbloeiende roos. Ik heb haar afgelopen winter weggegeven. Ze heeft ruim 15 jaar in mijn tuin gestaan. Nu moest ik haar achterlaten in het stukje tuin dat ik heb afgestoten. Of ik moest haar verzetten. Goede en gezonde rozen zijn sterk en heel goed te verplanten. Maar waar ging ik haar dan zetten? Door de forse stekels moest ik er een plekje voor zoeken waar ze niet al teveel schrammen kon veroorzaken. En eigenlijk wil ik na al die jaren van haar genoten te hebben ook weer eens een andere roos proberen, er is zoveel moois!! En dus verhuisde ze afgelopen winter naar de tuin van tuinvriendin Laura. En daar zie ik haar elke dag, als ik over het hoofdpad naar mijn eigen tuin loop. Niet meer van mij, maar ik heb er nog steeds plezier van ❤️

Ondertussen heb ik een fijne verzameling opgebouwd (die nog steeds groeiende is). Bijna elk jaar stek ik wel rozen maar ik plant die maar zelden uit in eigen tuin. Want dan kies ik toch liever weer een andere roos voor een nieuwe ervaring. Maar een stek van een roos is natuurlijk wel heel erg leuk, als je een grote tuin hebt, meerdere dezelfde rozen wilt, als je van iemand stekmateriaal krijgt, om weg te geven of om mee te ruilen (bijvoorbeeld voor een stek van een roos uit de tuin van tuinvriendin Laura bijvoorbeeld 🥰).
Een lijstje van de rozen die ik heb vind je verder in dit verhaal. Maar overal tussen de tekst kun je foto’s van mijn rozen zien ❤️. Zoals deze, die heb ik al zeker 25 jaar, in die tijd 2 keer verhuisd en nog steeds sterk, gezond en groeikrachtig is, met grote gevulde bloemen in een prachtige zalmroze kleur:

Rozen die je koopt worden heel vaak geoculeerd. Dat lijkt wel een beetje op enten (zoals een fruitboom wordt geënt) maar het is toch net weer anders. Ik vond op de website van Lens Roses dit filmpje:
De oculatie vindt dus heel dicht bij de grond onderin de stam van de ‘wilde’ roos plaats (en dat is dus net even anders dan enten waarbij een fruitras ruim boven de grond op de onderstam wordt gezet). Later, als de nieuwe roos voldoende is gegroeid, worden de stelen van de ‘wilde’ roos weggeknipt. Als je een gekochte en dus geoculeerde roos gaat planten moet de oculatieplaats altijd onder de grond liggen (3 tot 5 centimeter onder de grond wordt geadviseerd). Als de oculatieplaats te oppervlakkig of zelfs boven de grond zou liggen, dan gaat de originele ‘wilde’ roos weer uitlopen (die is veel sterker en wint het altijd van de mooie roos van het ras dat je kocht).
Oculeren heeft een aantal voordelen: het leidt tot een roos met een wortelgestel dat zich snel en sterk ontwikkelt (want dat is van die gezonde ‘wilde’ roos). In de professionele teelt is het ook ‘lucratief’ want voor de onderstammen worden uiteraard soorten gekozen die heel sterk zijn, goed en snel wortelen en groeien. En van de gewenste roos heb je alleen de knop nodig voor vermeerdering. Elke steel die je daarvan kunt knippen levert dus meerdere potentiële nieuwe planten op als je genoeg ‘onderstammen’ hebt.

Elke kweker heeft een voorkeur voor één of meerdere onderstammen. Bekende onderstammen zijn Rosa canina Pfänder, Rosa canina Schmidt’s Ideal, Rosa corymbifera Laxa, etc. Ik las bijvoorbeeld dat de David Austin in principe altijd ent op de Laxa, de Bierkreek ent bij voorkeur op Schmidt’s Ideal omdat die sterker zou zijn. Maar als een roos sterk en groeikrachtig genoeg is wordt die ook wel eens niet geënt, ‘op eigen wortel’ staat er dan bij vermeld.
Doordat rozenstekken door de wilde onderstam sterker zijn en sneller groeien kunnen ze in de professionele teelt wat eerder worden verkocht. Dan nog kost het veel tijd, en het is werk wat niet machinaal kan worden gedaan. En de struiken moeten daarna natuurlijk ook nog groeien en worden verzorgd tot de verkoop (voeden, wieden, water geven, oppotten, labelen, etc.). Daarom is een roos (en trouwens alle bomen en struiken die wel of niet worden geënt of geoculeerd) kostbaar: als je weet wat er allemaal aan vooraf is gegaan wanneer je een roos koopt, dan snap je waarom ze een stevig prijskaartje heeft in vergelijking met bijvoorbeeld stekken en zaailingen van vaste planten en eenjarige bloemen. En dan heb ik het nog niet over het veredelen zelf: het zoeken naar, en enkele jaren testen van mooie, gezonde nieuwe rassen, met daartussen ook rassen die in de loop van de tijd afvallen door bijvoorbeeld een matige bloei of slechte ziektebestendigheid.

Toch kun je dus zeker ook zelf rozen stekken, oculeren is geen verplichting. Een zelf gestekte roos (‘roos op eigen wortel’) heeft als nadeel dat het wat langer duurt voor ze goed geworteld is. Het voordeel is dat je nooit bang hoeft te zijn dat de wilde onderstam weer uitloopt want die heeft ze niet. Er is één belangrijke voorwaarde als je een roos wilt stekken: kies er gezonde, groeikrachtige en sterke rozen voor. Want ze mist de wilde onderstam.

Ik schreef een aparte pagina over het stekken van rozen, met meer uitleg, een stap-voor-stap werkwijze en foto’s ter illustratie: Rozen stekken


Of je rozen kunt zaaien? Ja, natuurlijk, het is de enige manier om nieuwe rozenrassen te kweken. Maar dat is wel ingewikkeld. Bedenk dat de rozen die je uit zaden teelt in principe niet soortecht terug zullen komen (omdat het bijna allemaal hybriden zijn). De kans op rozen die een slechte gezondheid hebben, of niet zo goed bloeien, etc. is best groot. En dan heb ik het nog niet over tijd: het oogsten van de zaden kost tijd, het zaaien kost meer tijd en het wachten tot de roos groot genoeg is en gaat bloeien kost heel veel meer tijd. En dan is er dus een grote kans op een tegenvaller of een roos die zo zwak is dat ze in een droge zomer of kletsnatte winter dood gaat. Ik kan je daarom ook niet adviseren om zelf rozen te zaaien. Aan de andere kant: zie het als de categorie zelf een pinda zaaien, en een mandarijnpitje, of een avocado in de huiskamer, allemaal bij de meeste van ons wel bekend 😄. En ik heb wel eens zelf rozen gezaaid en er zaden van geoogst. Van een mengsel dat erom bekend stond dat het hetzelfde jaar al bloeide, met de naam Baby Rose Garden Party. De zaden oogsten is niet moeilijk: wacht tot de bottels goed rijp zijn, snijd ze open en haal de vruchtjes/zaden eruit, spoel ze schoon en laat ze drogen. Rozen zijn koudekiemers, ik zaaide de Garden Party in november in de koude kas en de zaden kiemden in februari/maart. Zonder koude kas kun je het ook buiten in potten proberen, en anders de zaaisels 2 maanden in de koelkast zetten en dan bij kamertemperatuur laten kiemen.
De Garden Party bloeide inderdaad dezelfde zomer nog, deze foto is van begin juli 2015. Het werd een bossig en stekelig struikje van zo’n 30 centimeter hoog, doorbloeiend. Leuk. En grappig en leerzaam om eens te doen ❤️. Dus wie ben ik om te zeggen dat je beter geen rozen kunt zaaien 🙈😄

Als je een rozenstruik wilt kopen ben je al snel zo’n 10 tot 30 euro kwijt. Maar bedenk dat je er dan ook enorm lang plezier van hebt, als het een gezonde roos is die op een goede plaats staat en goed verzorgd wordt kan ze letterlijke tientallen of nog meer jaren oud worden. Er zijn trouwens ook wat goedkopere rozen hoor, je vindt ze soms tijdelijk in een supermarkt of bouwmarkt. En ook daar is in principe niks mis mee, al zijn dat wel vaak de wat bekendere rozen die heel algemeen verkrijgbaar zijn en ook misschien iets minder spannend. En om ze goedkoop aan te kunnen bieden zijn ze soms wat jonger en daardoor iets minder sterk doorgeworteld, etc. Desalniettemin zijn ze zeker ook de moeite waard, mijn allereerste roos was een in een bouwmarkt gekochte Paul’s Scarlet Climber. Ik heb er heel veel plezier van gehad, tot de populier aan de waterkant waar ze in groeide doodging. De boom moest eruit, appelboompje erin, en Paul groef ik uit en gaf ik weg.
Bij de gespecialiseerde rozenkweker kun je niet alleen een groter assortiment vinden, zij hebben ook meer exclusieve rassen en soorten, en natuurlijk ook als eerste de nieuw op de markt gekomen rassen. Mocht je een bijzonder en/of specifiek rozenras zoeken, dan kun je daar niet alleen bijzondere soorten en rassen vinden maar desgewenst ook een goed advies.
Een voorbeeld: ik zocht en vond de bijzonder gekleurde donkerroodpaarse roos Munstead Wood, bij de Zeeuwse Rozentuin. Ik kreeg een mailtje na mijn bestelling dat van de rozen die ik bestelde helaas het ras Munstead Wood niet meer voorradig was. Ik kon uitreaard mijn bestelling zonder de Munstead Wood voortzetten, maar als mogelijke vervanger werd Astrid Grafin von Hardenberg geadviseerd, met een enigszins vergelijkbare kleur, goed doorbloeiend, gezond en een heerlijke geur. Ik had nog nooit van deze roos gehoord maar volgde het advies. En daar heb ik nooit spijt van gehad 💚

Onderaan deze pagina vind je een lijstje met de rozenkwekerijen die ik ken en waar ik zelf heel tevreden over ben. Zij kunnen je ook goed adviseren, welke roos het best in de halfschaduw kan, wat een stijve klimmer is (bijvoorbeeld tegen een muur) of juist losse klimmer (meer buigzaam voor bijvoorbeeld over een rozenboog), etc., als je een roos zoekt in een bepaalde kleur, geur, speciaal voor bottels, of om in een boom te laten groeien, etc.
Uiteindelijk willen we alles. Nou ja, laat ik voor mezelf spreken: ik zoek alles wat mogelijk is in een roos. Rijkbloeiend, doorbloeiend, lang bloeiend, prachtige bloemen, steeds vaker zoek ik ook enkelbloemige rassen die veel bestuivers aantrekken, ook nog mooie bottels, geweldige geur, oersterk, etc. Dat is helaas lastig, al zijn er rozen die heel dichtbij komen. Met een gespecialiseerde kweker kun je overleggen wat je keuze zou kunnen worden. Ik heb bijvoorbeeld al heel lang een oogje op Westerland, een oranje roos. Ik heb haar al een paar keer bijna gekocht. Maar telkens toch net weer niet. Ik lees nu op de website van de Bierkreek dat Newsflash een ras is waarbij de bloemen net zo mooi oranje zijn maar die wat mooier van kleur blijven en minder snel uitvallen. Westerland wordt dan wel weer wat hoger (3 meter, Newsflash wordt 2 meter hoog). De plaats waar ze zou komen is in de halfschaduw (zon van 14 uur in de middag tot ze ondergaat). Het is fijn om, als dat nodig is, aan een kenner te kunnen vragen wat de beste keuze zou kunnen zijn (of misschien is er nog wel een geschiktere die ik helemaal niet ken).

Persoonlijk vind ik het enorm leuk om zelf ook te puzzelen wanneer ik (weer eens 🙄🥰) een nieuwe roos zoek: ik zoek dan naar een roos voor een bepaalde plek, in een bepaalde kleur, van een bepaalde veredelaar (ook wel ‘winner’ genoemd). Voorbeelden van bekende veredelaars van rozenrassen zijn Meilland, Kordes, Paulsen, Austin, Vissers, Tantau, etc. Zij kweken en zoeken rozen in een bepaalde kleur, vorm, hoogte, eenmalig bloeiend of herbloeiend, de geur is natuurlijk belangrijk, bottels, stekels, bloeirijkheid, gevoeligheid voor bekende rozenproblemen als sterroetdauw, meeldauw en roest, geschikt voor bijvoorbeeld een muur, rozenboog, in een boom, etc. Zo zijn er bodembedekkende rozen van nauwelijks 25 centimeter hoog tot klimrozen die de 10 meter halen. In alle mogelijke kleuren, van wit en lila tot roze, abrikoos, violet, donkerpaars, geel, oranje en rood, alleen zuiver blauw is eigenlijk een kleur die je niet ziet bij rozen (al komt men er stapje voor stapje wel steeds dichterbij met rassen als Rhapsody in Blue, Minerva, Indigoletta, Blue for You, etc., maar veel verder dan lavendel, violet, zilverachtig lila, etc. komt men nog niet).

Rozen hebben enorm veel voordelen. Maar eerlijk is eerlijk, ook een paar nadelen. Eerst nog even de voordelen op een rijtje:
- ze hebben een lange levensduur, kunnen tientallen jaren oud worden
- ze bloeien lang of rijk, en soms zelfs allebei
- ze zijn er van heel klein tot heel groot (bodembedekkend, struik, stam, klim, etc.)
- afhankelijk van het ras kunnen ze heerlijk geuren
- ze zijn in principe ook eetbaar, al zijn er altijd soorten/rassen die lekkerder zijn dan andere, en dus meer geschikt
- er zijn meer dan 40.000 beschreven rassen in alle mogelijke kleuren behalve blauw, en daarnaast zijn er ook nog eens ruim 300 botanische soorten
- sommige soorten/rassen zijn geschikt om te plukken voor in een vaas
- de minder gevulde en enkelbloemige soorten en rassen lokken veel bijen en andere bestuivers
- je kunt de bloemblaadjes drogen voor in een geurzakje/potpourri of bijvoorbeeld voor in desserts, rozenolie maken, rozenwater, etc.
- een flink aantal rozenrassen geeft na de bloei mooie bottels (die eetbaar zijn, vogels vinden ze lekker en ze kunnen de hele winter decoratief blijven (afhankelijk van de temperatuur in de winter)

Meer dan genoeg voordelen! En ja, er zijn dus ook wat nadelen:
- De meeste rozen hebben stekels die behoorlijk pijnlijke schrammen kunnen opleveren
- Er zijn rozensoorten en -rassen die gevoelig zijn voor ziekten/schimmels
- Rozen hebben voor een lang en gezond leven en rijke/lange bloei relatief veel verzorging nodig (in de vorm van snoeien, voeden, leiden, dode bloemen verwijderen, etc.)

Dit was dan de inleiding. Het wordt een flinke pagina, dat is duidelijk 🙄😁
Ik hoop hieronder wat informatie en tips te geven m.b.t. de keuze/aanschaf van rozen, het planten, voeden, snoeien en verzorgen.

EEN ROOS KOPEN
Er bestaan dus ruim 300 rozensoorten (zoals Rosa canina, Rosa chinensis, Rosa glauca, Rosa banksiae, etc.) en enkele tienduizenden rassen (ik las ergens dat het er 44.000 zijn maar ik weet niet of dat klopt). In die laatste groep vind je rozenrassen die meer dan 150 jaar oud zijn maar er worden ook elk jaar weer nieuwe rassen ontwikkeld. De keuze is dus zo enorm dat, als je op zoek gaat naar een mooie roos, je het best van tevoren kunt bedenken wat je wilt, bijvoorbeeld in bloemvorm, geur, formaat van de struik of klimmer, etc. En aangezien ze heel lang kan leven is het belangrijk om zeker te weten wat je wilt.
Let vooral goed op de resistentie tegen ziekten en schimmels, waarvan roest, meeldauw en sterroetdauw de meest bekende en voorkomende zijn. Uiteraard is het formaat van de struik belangrijk. En let goed op de bloeitijd want daar zijn heel grote verschillen in te vinden. Lees goed de beschrijving, die zegt vaak meer dan foto’s (want, en dan spreek ik voor mezelf, voor je het weet ben je verkocht en kom je er later achter dat de roos toch niet helemaal bloeit zoals je graag had gewild). Bovendien zie je soms ook foto’s waar duidelijk aan gesleuteld is en waar, om die aan te prijzen, ‘wat bloemen bij zijn geplakt’ 🙄. Ook dat is iets waar een serieuze rozenkweker niet aan zal beginnen. Afijn, een onderverdeling in bloeitijden (met de opmerking dat doorbloeiend en herbloeiend nog wel eens door elkaar worden gehaald en op sommige websites door elkaar heen worden gebruikt):
- Eenmaalbloeiend; deze rozen bloeien vaak extra rijk maar relatief kort, in juni/juli. Ze maken die korte bloei vaak goed door erna mooie rozenbottels te vormen.
- Nabloeiend: deze rozen bloeien in principe één keer maar kunnen wel enkele weken later nog één kleine nabloei geven.
- Herbloeiend: deze rozen bloeien, nemen daarna een rustperiode van enkele weken waarna een 2e bloeigolf volgt (en daarna een 3e bloeigolf (afhankelijk van het ras en de lengte van het seizoen).
- Doorbloeiend: dit zijn rozen die vaak iets minder rijk bloeien maar waarbij de planten over een lange periode (vaak van eind juni tot ver in de herfst) zonder noemenswaardige pauze constant weer nieuwe bloemen maken.


Je kunt rozen ook nog in een aantal andere groepen indelen. Dat zijn geen vaststaande groepen, alsof je elke roos in een hokje kunt stoppen, soms zijn er ook synoniemen, overlappingen en uitzonderingen. En er zijn zoveel termen in de rozenwereld dat het mij soms ook duizelt. Vandaar dat ik een opsomming van veel voorkomende rozentermen heb gemaakt, hieronder, op alfabetische volgorde:
Bodembedekkende roos: vaak lage tot 40 centimeter hoge rozen die korte zijscheuten en bloeistelen maken en daardoor laag bij de grond blijven en die grond meer of minder bedekken. Bedenk dat je ze wel goed moet snoeien want anders groeien er elk jaar weer nieuwe scheuten op de vorige en worden ze toch nog hoger dan verwacht.
Botanische roos: dit zijn de rozen die niet gecultiveerd zijn en dus behoren tot de ongeveer 300 wilde soorten. Denk aan Rosa glauca, Rosa banksiae, Rosa rugosa, etc.). Ze staan aan de basis van alle gekweekte tuinrozen.
Bourbonroos: een groep struikrozen die is vernoemd naar de eerste Bourbonroos (gevonden op het eiland Île de Bourbon in de Indische oceaan. Begin 20e eeuw werden deze rozen in Frankrijk veredeld. Ze zijn beroemd om hun geur maar berucht om hun gevoeligheid voor sterroetdauw (uiteraard zijn er uitzonderingen).
Centifoliaroos: dit is geen soort maar een heel oude serie van kruisingen waardoor er dus een groep is gevormd. Het zijn oude Engelse rozen, soms uit de 19e eeuw. Cent betekent 100 en centifolia betekent dan ook 100 bloemblaadjes, verwijzend naar de zeer gevulde komvormige bloemen. Ze zijn vaak eenmaalbloeiend en de struiken bevatten veel stekels.
Damascener roos: Rosa damascena, ook wel damastroos genoemd. De naam zegt het al (Damascus, hoofdstad van Syrië): ze komt oorspronkelijk uit de regio rond Turkije/Irak/Syrië/Iran. Het zou de oudste gecultiveerde roos zijn en rond de 12e of 13e eeuw via reizigers, oorlogen en handel in Europese tuinen terecht zijn gekomen. De struiken zijn zeer gestekeld, de bloemen zijn gevuld en los van vorm (flodderig). De geur is intens, van deze roos werd (en wordt wellicht nog steeds) rozenolie gemaakt voor bijvoorbeeld in parfums. Meestal bloeit ze eenmalig maar sommige hebben ook een nabloei, en uiteraard bottels.
David Austinroos: ook wel Engelse roos genoemd. Dit zijn kruisingen van klassieke oude rozen (vooral Rosa centifolia en Rosa gallica) met moderne theerozen, met als doel de geur en bijzondere en extra gevulde komvorm van de oude rozen te behouden maar dan in modernere kleuren en vooral rijkere/langere bloei en betere ziektebestendigheid.

Engels roos: zie David Austinroos.
Gallicaroos: ook wel Franse roos genoemd. Oude soort (in de 18e eeuw door Linnaeus beschreven maar al in de middeleeuwen bekend) van niet heel grote struikrozen die veel stekels bevatten en eenmaal bloeien met zeer geurige bloemen. Na de bloei volgen vele bottels en ze zou zelfs ook makkelijk te zaaien zijn.
Heesterroos: zie Struikroos
Hulthemiaroos: zie Persicaroos
Floribundarozen: ook wel polyantharozen of trosrozen. Deze rozen maken juist meerdere bloemen per steel, minder geschikt om te plukken (omdat ze vaak te zwaar zijn voor in een vaas, soms bloeien ze ook ongelijk dius zijn er bloemen, knoppen en uitgebloeide bloemen tegelijkertijd). Maar ze zijn door hun vaak overdadige bloei extra weelderig in de tuin.

Klimroos: een roos kan eigenlijk helemaal niet klimmen want ze maakt geen hechtranken (zoals Hedera) en zelfs ook geen ranken om zich vast te houden (zoals Lathyrus). Om die reden is de naam leiroos een veel betere naam. Toch kom je het woord klimroos nog steeds veel vaker tegen (schuldig, ik ook, dat komt omdat ik een leivorm altijd associeer met kordon, spalier en waaier bij druiven en fruitbomen 🙄😁). Een klimroos/leiroos is een groeikrachtige roos die zich met lange scheuten vast kan houden in bijvoorbeeld bomen. Ondertussen is zeker niet elke klimroos meer geschikt voor het klimmen in bomen (er is een extra ontwikkeld wortelgestel nodig om te kunnen overleven tussen boomwortels). Een gecultiveerde klimroos/leiroos heeft dus altijd hulp nodig om te klimmen: middels een pergola, hekwerk, gespannen draden, etc. En vooral in het onderste gedeelte moet ze worden gesnoeid, geleid en aangebonden om een stevige basis te bieden voor alle takken en bloemen meer bovenin de roos.

Leiroos: zie Klimroos
Liaanroos: zie Ramblerroos
Miniatuurroos: zie Patioroos.
Moschatahybride: ook wel muskushybride genoemd. Dit zijn rozen die afstammen van Rosa moschata. Het zijn rozen die vaak lang en rijk bloeien en vooral heel veel geur hebben (uitzonderingen daargelaten)
Mosroos: bij deze groep rozen verschijnt er een groene of bruinige mosachtige stekelige krullerige begroeiing op stelen, bloemknoppen, kelkblaadjes en bladeren. De struiken hebben vaak heel veel kleine stekels
Muskushybride: zie Moschatahybride
Noisetteroos: Dit is een kleine groep oude klimrozen die is voortgekomen uit Rosa noisetteana. Het waren de eerste klimrozen die vaker dan één keer bloeiden. Ze houden van warmte.
Patioroos = Miniatuurroos. Dit zijn lage rozen die ook niet breeduit groeien (zoals de bodembedekkende rozen dus wel doen). Omdat ze een kleine formaat (laag en smal) hebben, zijn ze ook geschikt voor in bijvoorbeeld een pot, kuip of verhoogde bak.
Persicaroos: ook wel Hulthemiaroos genoemd. Ook wel ‘oogrozen’. Het zijn enkelbloemige rozen met een oog (hartje in het midden van de bloem). Dat oog kan complementair van kleur zijn (cremewit met cremegeel bijvoorbeeld) maar ook juist contrasterend zoals wit met een felroze oogje. De soort bleek een lastige roos te zijn, die van droogte en veel zon houdt. Door kruisingen zijn er nu steeds meer rassen, die ook nog eens minder ziektegevoelig zijn en het beter in het Nederlandse klimaat doen. Het zijn in principe niet heel hoge struikrozen en de meesten hebben niet veel geur. Ze lokken door de enkelvoudige bloem en het oog veel bestuivers.
Polyantharoos: zie Floribundaroos
Portlandroos: kruising tussen Rosa damascena en Rosa gallica. Ook dit zijn weer eeuwenoude rozen, zeer gestekeld en zeer geurig. En ook nu zijn er weer bottels, maar er is ook vaak een nabloei. Ze zijn vaak in Frankrijk veredeld, gezien namen als Comte de Chambord, Yolande d’Aragon, Pergolèse en Rose du Roi, De bloemen zijn vaak gevuld in een losse stijl, en vrijwel altijd roze van kleur (en aanverwant dus van bijna wit tot donker paarsroze, lila, zachtroze, etc.).
Ramblerroos: ook wel liaanroos of rambler genoemd. Dit zijn van oudsher klimrozen die hoog kunnen worden en bevallig naar beneden tuimelen (niet heel stijf van vorm). Ze bloeien eenmalig, vaak heel rijk en produceren daarna bottels. De laatste jaren zie je steeds vaker ramblerrozen die toch ook minder hoog worden en soms zelfs ook een nabloei geven of herbloeien.
Rugosaroos: dit zijn rozen die nog veel van hun voorvader Rosa rugosa in hun bloed hebben. Ik zie ook wel eens de naam Japanse bottelroos staan. Ze zijn sterk en groeikrachtig en de meeste zijn fors gestekeld. Ze kunnen vaak goed tegen slechte omstandigheden zoals droogte, wind en vorst. De bloemen zijn meestal sterk geurend. Ze dragen over het algemeen veel bottels, vooral de enkelbloemige rassen.
Struikroos: ook wel heesterroos genoemd. Hier valt het overgrote deel van de gekweekte rozen onder. Het zijn rozen die goed vertakken en daardoor een brede struik vormen van gemiddeld één meter hoog. Maar lees vooral de beschrijving bij een roos, want er zijn er die lager kunnen blijven (als het lager dan 50 centimeter wordt kom je richting de groep patiorozen of bodembedekkende rozen) maar dus ook behoorlijk hoog, tot wel bijna 2 meter. Uiteindelijk heb je daar middels snoeien zelf ook invloed op. Vandaar ook dat je bij een struikroos soms ziet staan: “Forse struikroos, met goede verzorging eventueel als kleine klimroos te leiden”.

Theehybride: dit zijn rozen die ooit zijn ontstaan door een Chinese roos (Rosa chinensis) te kruisen met Europese rozen. Het zijn vaak struiken die relatief grote rozen maken, één roos per bloemsteel. Ze geuren meestal heel lekker (uiteraard zijn er uitzonderingen). Ze zijn door hun vorm zeer geschikt om te plukken voor in een vaas.
Trosroos: zie Floribundaroos
‘Waterfall’roos: een kleine groep rozen met sterke groeikracht en minder sterke stelen die daardoor met hun vele bloemen als een waterval over elkaar heen tuimelen. Het zijn vaak eenmaal bloeiende rozen, gekweekt door Ted Verschuren

MIJN ROZEN:
Ik weet niet of een lijst van mijn rozen nou zo interessant is voor de mensen die deze pagina lezen, maar van deze rozen vind je dus foto’s op deze pagina. Ik vind het daarnaast zelf ook leuk om een beetje bij te houden welke rozen ik heb en waarom. Wellicht helpt het de mensen die dit lezen wanneer ze een roos zoeken, of een kleur of vorm, etc. Ik kan je daarnaast van harte een aantal websites van rozenkwekerijen aanbevelen waar je veel informatie en beschrijvingen over rozen kunt vinden, zie onderaan deze pagina.
- A Shropshire Lad
- Astrid Grafin von Hardenberg
- Bathsheba
- Bee Gold
- Brother Cadfael
- Cornelia
- Dame Judi Dench
- Firebird
- Florentina
- Gebroeders Grimm
- Ghislaine de Féligonde
- Giardina (doorbloeiende klimroos tot 3,5 meter, lilaroze, geur 7,5/10, Tantau 2008)
- Golden Celebration
- Graham Thomas
- Heritage
- Honorine de Brabant
- James Galway
- Just Joey
- Katy Road Pink
- Louise Odier
- Madame Alfred Carriere
- Mel Bee
- New Dreams
- Peach Drift (doorbloeiende bodembedekkende roos, perzikroze met abrikoosgeel, geur 2/10, Meilland 2008)
- Peach Melba
- Perennial Blue (doorbloeiende klimroos tot 3,5 meter, paarsroze met geel/wit hart, enkelbloemig, geur 2/10, Mehring 2003)
- Pomponella
- Rhapsody in Blue
- Rosengarten Zweibrücken
- Roald Dahl
- Royal Jubilee
- Skyblizzard
- Souvenir du Docteur Jamain
- Sweet Pretty
- The Generous Gardener
- Wild Rover
- Wollerton Old Hall
- Zephirine Drouhin

PLANT EN BODEM
Nou ja… plant…. een roos is een bladverliezende heester (al zijn er ook wat soorten die hun blad voor een deel behouden). Omdat er zoveel soorten en rassen zijn is het beschrijven van het blad ondoenlijk: de bladeren zitten vaak met 3, 5 of 7 bij elkaar, meestal tegenover elkaar en ze zijn vaak lancetvormig tot halfrond van vorm, soms ook gezaagd langs de randen (maar ook daar zijn uitzonderingen op). De bloemen zijn tweeslachtig, dat betekent dat elke bloem zowel een stamper als de meeldraden bevat en een roos zichzelf dus kan bestuiven. De bloemen zijn er in heel veel kleuren, formaten en vormen (denk aan enkelbloemig, gevuld, gekwartierd, halfgevuld, groot, klein, in trossen, etc.). Na de bloei verschijnen de rozenbottels; soms heel veel, soms weinig maar wel groot van formaat, of juist heel veel kleintjes, etc. Maar niet elke roos geeft evenveel bottels, het is afhankelijk van soort en ras. Daarnaast is het ook afhankelijk van de tuinman of -vrouw: elke uitgebloeide rozenbloem die je afknipt zou in potentie een bottel kunnen worden. Juist daarom kies ik vaak doorbloeiende of herbloeiende rassen en verwijder ik uitgebloeide bloemen in juni en juli en stop ik daar in augustus mee want die uitgebloeide bloemen kunnen dan bottels gaan vormen.
Een rozenbottel is trouwens een schijnvrucht; de harde crèmewitte bolletjes in de rozenbottels (wat wij de zaden noemen) zijn de eigenlijke vruchten (met dus daarin de zaden).
Nog even over die doornen bij rozen: dat zijn geen doornen maar stekels. Het verschil is dat een doorn eigenlijk een onderdeel van een tak of steel is en van binnenuit komt. Als je een doorn zou willen verwijderen zou je het binnenste van de steel moeten beschadigen. Een stekel is iets wat op de steel of tak groeit en alleen aan de buitenste laag (opperhuid) is verbonden. Je kunt de stekels van een roos afbreken zonder noemenswaardige beschadiging aan de steel (net als bij bramen en frambozen). Je kunt het bijvoorbeeld vergelijken met een cactus, die heeft doornen (terwijl we dat juist vaak stekels noemen 🙄😁), want als je de doornen van een cactus wilt verwijderen zul je de cactus zelf ernstig moeten beschadigen. Wellicht is een meidoorn een beter voorbeeld want een cactus is sowieso al heel bijzonder qua bouw en samenstelling.

Een roos groeit graag in een losse, humusrijke voedzame en vochtvasthoudende grond die echter niet kletsnat mag blijven (want anders kunnen de wortels gaan rotten, zeker als het daarna ook nog gaat vriezen). De pH mag neutraal tot iets basisch zijn (ideale pH is 7,0 tot 7,5), op zure gronden is het dus raadzaam om jaarlijks te kalken. Je kunt de grond rond de rozen verbeteren met compost, oude stalmest, wormencompost maar natuurlijk ook met mulchlagen van halfrijpe compost en verse en/of gevallen bladeren uit de tuin. Alles wat het bodemleven stimuleert waardoor de roos diep kan wortelen is welkom. Want als de roos diep kan wortelen kan ze voldoende vocht vinden in droge periodes en is ze sterker en dus beter bestand tegen ziekten. Bovendien helpt zo’n mulchlaag tegen onkruid, houdt ze de grond vochtig maar neemt ze vocht op in droge periodes. En in de winter helpt het tegen vorstschade.

VRIENDEN EN VIJANDEN
Uiteraard kun je vooral zelf bedenken wat je fijne combinaties vindt maar er zijn een aantal meer of minder bekende ‘aanraders’ en ‘afraders’. Afraders zijn tomaten, aardappelen en paprikaplanten omdat die gevoelig zijn voor een aantal van dezelfde schimmels waar ook rozen gevoelig voor zijn. Hetzelfde geldt dan ook voor aubergines, meloenen, komkommers en augurken (i.v.m. kruisbesmetting van meeldauw). Verder kies je liever geen planten die woekeren en ook geen planten die heel veel voeding nodig hebben, want rozen zijn sterk, wortelen diep en zijn daardoor nauwelijks een concurrentie voor veeleisende planten: de roos wint dus vrijwel altijd 😄💚

Goede combinaties met rozen zijn natuurlijk lavendel en Nepeta, decoratief en deze planten weren luizen. Ook Alliumsoorten weren plaagdieren die graag bij rozen op bezoek gaan. En mediterrane kruiden als rozemarijn, salie, oregano zijn aanraders omdat ze vaak grijsachtig blad hebben dat mooi contrasteert, ze bestuivers lokken en de geur ook weer kan helpen tegen plaagdieren. Door de vorm worden vaak slanke hoge planten geadviseerd als een mooie combinatie waarin beide soorten het best tot hun recht komen. Denk daarbij aan Verbena bonariensis, Digitalis, Knautia en Aconitum. Onder rozen zijn bloeiende planten die de grond bedekken geschikt, denk aan Alchemilla mollis en Geranium. Uiteraard zijn er nog heel veel meer combinaties te bedenken 💚
Oh ja, vergeet de Clematis niet: klimroos + clematis is een heel oud, bekend en onweerstaanbaar duo!!

VOEDEN
Dit is altijd een belangrijk punt bij rozen. Want rozenstruiken hebben relatief veel voeding nodig om groot en sterk te worden, voldoende blad te maken en eenmalig of herhaaldelijk te bloeien. Bovendien is een goed gevoede roos meer ziektebestendig.
Voor deze pagina heb ik eindelijk eens gezocht naar wat nu goede rozenvoeding is. En dat blijkt niet zo gemakkelijk te zijn, ik heb meer dan 15 verpakkingen bekeken en er zijn heel grote verschillen: mineraal, organisch of gemengd, met guano, koemest, extra Magnesium, met Calcium en met IJzer (Fe), langwerkend, in korrelvorm, oplosbaar, met compost, met kippenmest, vegan, je kunt het echt zo gek niet bedenken of het is er. Uiteindelijk gaat het bij voeding altijd om de hoeveelheid van 3 werkzame stoffen + nog wat extraatjes:
- N = Stikstof: zorgt onder andere voor de groei van planten, stelen en bladeren
- P = Fosfor: zorgt onder andere voor de wortelontwikkeling en bloei
- K = Kalium: zorgt onder andere voor stevigheid en weerstand tegen ziekten
- Mg = Magnesium: zorgt onder andere voor mooie diepgroene bladeren
- Fe = IJzer: ondersteunt die bladkleur nog eens
- Ca = Calcium: zorgt voor een wat hogere pH waardoor de rozen bijvoorbeeld voedingsstoffen beter kunnen opnemen
Ik kom de meest uiteenlopende samenstellingen tegen. Zomaar een greep uit de merken/verpakkingen: NPK 5-2-8, NPK 5-4-8 + 2 Mg, NPK 8-4-8 + 2 Mg + 1 Fe, NPK 5-5-5, NPK 15-8-10 + 4 Mg, , NPK 18 – 9 -10 + 2 Mg, en zo kan ik nog een poosje doorgaan. Grote verschillen dus, in alle elementen. Uiteindelijk kwam ik ook een verpakking van David Austin tegen. En ik heb het idee dat een meststof van een veredelaar en kweker zelf een soort leidraad zou kunnen zijn, als iemand zou kunnen weten wat een gemiddelde roos aan voedingsstoffen nodig heeft, dan zou hij dat toch moeten zijn. In de rozenmeststof van David Austin zit NPK 18-9-10 + 2 Mg + 0,5 Fe. Daar moet ik bij vertellen dat dat een langwerkende meststof is.
In principe geven de meeste rozenmeststoffen ongeveer 3 maanden lang voeding. Je voedt rozen dan ook rond begin maart (als je de rozen snoeit en ze weer uit gaan lopen). En je voedt ze dan nog een keer rond eind juni/begin juli. Die voeding zorgt dan na de eerste bloei voor herstel en een goede herbloei. De korrels van David Austin zijn langwerkend, geven voeding af onder invloed van grondtemperatuur en vochtgehalte, en geef je alleen in maart. En daarmee lijkt ze dan een beetje op andere langwerkende meststoffen voor bloeiende planten zoals Substral/Osmocote, Plantcote, etc. Ik zie een meststof met de naam Compo langdurige meststof voor rozen met een NPK van 15-8-10,5 plus een wel genoemd maar onbekend gehalte aan Magnesium en Calcium.
Wat je geeft mag je natuurlijk vooral zelf weten 😁. Maar als ik een gemiddelde neem kom ik uit op ongeveer 1,5 tot 2 keer zoveel stikstof als fofor en kalium. En vooral wat Magnesium is ook belangrijk, Uiteraard kun je je het best aan de aanwijzingen op de verpakking houden. En je kunt natuurlijk ook nog zelf nog wat doen als het gaat om tuinieren. De kleigrond waar hier de rozen in staan is altijd al redelijk voedzaam. Daarnaast geef ik de planten in de late winter nog wat compost (goed voor de grond en het leven daarin maar bevat niet veel voedingsstoffen), en wat oude stalmest als mulchlaag. Maar soms voeg ik ook wel bladeren van brandnetel en smeerwortel toe aan die mulchlaag. Daarnaast geef ik dan dus nog wat koemestkorrels of een andere (rozen)voeding. Ik heb de juiste combinatie dus zelf misschien ook nog niet gevonden 🙈😄.

De rozen bloeien hier over het algemeen prima. En ik hou de planten altijd in de gaten, na de eerste bloei (rond begin juli) geef ik nog een keer rozenvoeding. En als bladeren wat gelig worden (vaak een teken van voedingsgebrek) geef ik wat koemestkorrels of leg ik nog wat extra bladeren van bijvoorbeeld brandnetel en smeerwortel als mulchlaag. Ik kan me voorstellen dat op zandgrond meer voeding nodig is dan op kleigrond, etc. Een vaststaand advies heb ik dus helaas niet. En het hangt ook af van hoeveel rozen je hebt en wat je kunt en wilt besteden. Je kunt bij sommige rozenkwekerijen uitgebalanceerde meststoffensets kopen (helaas kan ik op die websites niet vinden wat de NPK-waarden daarvan zijn). Maar ook de Action en Lidl verkopen meststoffen voor rozen. Let vooral op de samenstelling en geef wat je denkt dat nodig is. Ik geef bijvoorbeeld mijn 3 meter hoge A Shropshire Lad altijd wat meer voeding dan de kleine bodembedekkende Peach Drift (simpelweg omdat het een grotee struik is.
Nogmaals: naast het voeden van de rozen is ook het voeden en verzorgen van de grond heel belangrijk: mijn Louise Odier is letterlijk een lastige tante uit de bourbonfamilie uit de 19e eeuw (1851, bijzonder toch, dat de eerste Louise Odier 175 jaar geleden ter wereld kwam en ze na ontelbare nakomelingen/stekken/planten nog steeds een bekende en vrij verkrijgbare roos is met de genen van toen 🩷). Ze staat hier in de zon en ik gaf elk jaar rozenvoeding maar elk jaar bloeide ze kort, werd het blad al snel gelig, kreeg ze ook last van sterroetdauw en ze zag ze er gewoon niet goed uit. Extra voeden hielp niet. De laatste 2 jaar krijgt ze wormencompost en ik mulch met een flinke laag oude paardenstalmest met veel stro erdoor. Daarmee blijft de grond vochtiger maar niet kletsnat en verbetert het bodemleven zich zienderogen (als ik mag uitgaan van de grote hoeveelheid wormen die ik zie, en de geur van bosgrond die ik ruik, etc.). Louise Odier is nog steeds lastig en wat gevoelig voor kwaaltjes, maar ze bloeit rijker en ziet er gewoon veel gezonder uit.

EEN ROOS PLANTEN
Er zijn 2 soorten rozen die je kunt planten:
Rozen op kale wortel
Deze zijn vaak wat goedkoper maar je kunt ze alleen kopen en planten als de roos in rust is (grofweg van de herfst tot het voorjaar, op de websites van rozenkwekerijen kun je informatie vinden over wanneer zij de kale wortel-rozen verzenden (soms kun je ze ‘op voorhand’ bestellen, vaak kun je dan in september kijken wat je zou willen bestellen en dan worden de rozen in november verstuurd).
Mocht je een mooie roos op kale wortel hebben gezien maar er nog geen plaats voor in de tuin hebben, dan is oppotten natuurlijk ook een optie. Bedenk wel dat rozen diep wortelen, dus de pot moet groot en vooral diep genoeg zijn. Daarnaast is elke plant in pot gevoeliger voor vorst (omdat de wortels niet beschermd diep onder de grond zitten maar tegen de rand en bodem van de pot groeien waardoor ze kunnen bevriezen. De wortels mogen nooit uitdrogen. In pot hebben rozen dus voldoende vocht nodig, en in het vroege voorjaar ook wat voeding, om uit te kunnen lopen, afhankelijk van het moment van uitplanten.
Bij vorst is het handig om de struiken te beschermen, wellicht door ze wat beschut te zetten, er wat stro en/of jute omheen te wikkelen. Een andere optie is het inkuilen van een roos op kale wortel tot je haar op de definitieve plaats uit kunt planten. Daarvoor graaf je een gat in de tuin, leg de struik met wortels schuin in het gat en bedek met de laag grond die je had uitgegraven. Geef gelijk water en houd de grond vochtig. Deze methode is wat handiger als je weet dat je de roos binnen enkele dagen tot bijvoorbeeld 2 weken op de definitieve plaats uit kunt planten. Als het langer gaat duren, kies dan vooral voor het oppotten.
Sorry voor de lelijke foto maar hieronder zie je wat rozen die ik in de herfst uit de grond moest halen in verband met een tuinverhuizing. Ik heb de rozen een stuk terug gesnoeid om niet onder de schrammen te zitten en ze daarna in grote kuipen geplant, in de tuingrond waar ze in stonden. Zo heb ik ze in de herfst laten staan, rond november in de koude kas gezet, elke week wat water gegeven en uiteindelijk in het voorjaar uitgeplant toen daar eenmaal plaats was. En toen dus ook gelijk echt gesnoeid zoals het hoort, gevoed en water gegeven.

Als je rozen op kale wortel bij een goede rozenkwekerij koopt zit er altijd een handige plantbeschrijving bij en tips m.b.t. voeding, verzorging, etc. Een terugkomend advies is om de rozen eerst een uur in een emmer water te zetten zodat de wortels voldoende vocht kunnen opnemen.

Daarna plant je de rozen uit. Graaf een ruim gat (groter dan nodig is) en plant de roos in rozengrond, aanplantgrond of potgrond in het gat en vul het aan met grond uit de tuin. Pas op met bemeste tuinaarde, mest en andere soorten die ‘scherp’ zijn want jonge wortels kunnen dan ‘verbranden’ met alle gevolgen van dien.
Als de roos geoculeerd is moet de oculatieplaats 3 tot 5 centimeter diep onder de grond zitten. Een roos op eigen wortel kan zo diep geplant worden tot aan de eerste uitlopers.
Duw de grond goed aan en geef een volle 10-liter gieter water per roos, ook als de grond vochtig is. Het water moet er voor zorgen dat de gronddeeltjes goed rond de wortels spoelen en die omsluiten. Let de dagen en weken daarna ook nog goed op en geef water in een droge periode.
Rozen in pot
Deze rozen vaak iets duurder omdat ze meer verzorging nodig hebben gehad dan de rozen op kale wortel. Het grote voordeel is dat je ze jaarrond kunt kopen en planten.
Je kunt ze uiteraard bij een tuincentrum of een rozenkwekerij gaan kopen, wel zo leuk om ze daar wellicht bloeiend te zien, te ruiken, advies te vragen, etc. Maar ook rozen in pot worden opgestuurd. De verzendkosten zijn soms wel wat duurder dan rozen op kale wortel want die laatste passen in een doos of zak maar rozen in pot moeten natuurlijk goed (rechtop) worden vervoerd.

Het planten gaat hetzelfde als bij de rozen op kale wortel, je hoeft alleen nu niet eerst de roos in water te weken (al zorg je er natuurlijk wel voor dat de rozen tot aan het moment van planten voldoende water hebben gehad). Ook nu zorg je weer dat de oculatieplaats 3 tot 5 centimeter onder de grond zit. Een roos op eigen wortel plant je net zo diep of ietsje dieper dan dat ze in de pot stond. Direct ruim water geven en water geven in droge periodes blijven uiteraard belangrijk.
Er zijn misschien ook rozen die je in pot wilt houden. Dat kan zeker, maar niet elk ras is daar geschikt voor. Juist voor rozen in pot zoek je naar rassen die wat kleiner blijven. Ik heb een klimroos Cornelia in een pot gehad, ik koos er speciaal een pot van 50 centimeter breed en 60 centimeter diep voor. En ze bloeide en deed het best goed.

Maar toch werd ze nooit zo groot en bloeide ook niet zo overdadig als dezelfde klimroos in de volle grond. Een roos wortelt nu eenmaal heel diep (wel 50 tot 100 centimeter diep de grond in), grotere struik- en klimrozen en wilde rozen natuurlijk dieper dan patiorozen. Zorg dus voor een goed formaat pot en plant ook nu de roos weer zo diep dat de oculatie 5 centimeter onder de grond zit. Gebruik in een pot goede kwaliteit potgrond want de roos gaat er jarenlang in staan. En bedenk dat de voeding ongeveer 6 weken na het planten is uitgewerkt en je voeding zult moeten gaan geven. Water geven is voor elke plant in een pot een belangrijk aandachtspunt, zo ook voor rozen.

SNOEIEN
Hierbij moet je even onderscheid maken tussen struikrozen (die laag blijven) en klimrozen (die een flinke hoogte kunnen bereiken). En tussen eenmaal bloeiende rozen en herbloeiende rozen. Eenmaal bloeiende rozen bloeien op ‘oud hout’ van vorig jaar. Herbloeiende rozen bloeien op ‘nieuwe hout’ van dit jaar.
Heel belangrijk is dat je eenmaal bloeiende rozen (die één keer bloeien, in juni/juli) na de bloei snoeit, in principe in de nazomer. Als je die in het voorjaar zou snoeien zou je de aanstaande knoppen wegknippen.
Herbloeiende rozen snoei je juist in het voorjaar, rond de maand maart, wanneer je de grond verzorgt/mulcht en de rozen voedt.
Ik kende iemand die haar herbloeiende rozen elk jaar begin maart tot op 20 centimeter van de grond afknipte. Ze had elk jaar rozen. Zelf ben ik iets minder rigoureus, ik snoei terug tot op een naar buiten gericht knop (voor een bredere open struik), tot een hoogte van ongeveer 40 tot 50 centimeter. Maar dat is heel algemeen. Er zijn grote struiken die ik minder snoei omdat ze groot mogen blijven en bijvoorbeeld over een dbc-vat mogen groeien. Maar er zijn ook struiken die ik wat steviger snoei omdat ze dichtbij het looppad staan en ik geen schrammen wil als ik er langs loop. Gezonde rozen kunnen stevige snoei prima verdragen. Maar het hoeft niet, je kunt ze ook uit laten groeien tot een forse struik.
Met klimrozen ga je ook nog kijken naar de vorm: hoe hoog mag de roos worden, groeit ze tegen een muur (stijf omhoog en/of breeduit) of heeft ze een lossere groeivorm en wil je haar over een pergola draperen? Bloeit ze eenmaal of herhaaldelijk (dan kies je weer respectievelijk voor nazomersnoei of voorjaarssnoei). Snoei de roos zodanig dat er een mooi en gelijkmatig skelet ontstaat, met veel vertakkingen en zijscheuten want die zullen allemaal zijscheuten met bloemen kunnen maken.
Ik heb vroeger wel eens de fout gemaakt om een klimroos eerst 3 jaar te laten groeien zonder te snoeien. Met het idee dat ze eerst moest klimmen en groot genoeg moest worden. Dat lukte prima maar het gevolg was dat ze onderin heel dikke takken maakte die kaal bleven. Ze bloeide dus alleen bovenin. Ook niet lelijk 💚

Maar ze had dus ook onderin nog wat beter kunnen bloeien. En dit was sowieso een flinke fout. Mme Caroline Testout is een klimroos tot 4 meter hoog die ik over een pergola van 2 meter wilde laten klimmen. Les 1 voor Diana: een klimroos tot 4 meter hoog kun je niet beperken over een pergolaatje 🙄😄. Ze heeft een aantal jaar gestaan en toen is ze in een winterstorm volledig en met pergola en al omver geblazen. Na het opruimen heb ik haar aan een tuinbuurman gegeven die deze heerlijke roos een beter/groter/hoger klimrek kon bieden.
Ik heb ondertussen geleerd om dus ook bij een klimroos al in een vroeg stadium en onderin de roos te gaan snoeien. Het duurt dan iets langer voor ze groot is maar ze heeft meer zijtakken en kan dus ook wat lager al bloemen geven. Het neemt niet weg dat klimrozen er altijd in het onderste gedeelte altijd wat minder bloemen geven. Dat is logisch want de bloemen ontwikkelen zich van nature op de plaats waar licht, lucht en bestuivers bereikbaar zijn. In de zomer valt het niet zo op omdat er dan ook weer andere planten groeien maar vooral in de winter en het vroege voorjaar kunnen ze er wat kaal aan de onderkant uitzien. Het kan handig zijn, als je dat lelijk vindt, om wat lage wintergroene planten of struiken voor de klimroos te zetten zodat het kale wintersilhouet een beetje wordt opgefleurd. Persoonlijk hou ik wel van die kale wintertakken, het is tenslotte winter en dat heeft zijn charmes. Maar ik geef toe, ik zet wel eens een pot met bijvoorbeeld hyacinten, narcissen of viooltjes voor een klimroos 😁
Ik probeer nu dus wat meer te snoeien met als resultaat meer vertakkingen ook wat lager in de struik. Op de foto hieronder zie je roos Florentina in de achtertuin. Ik probeer haar in een gekortwiekte oude Trachycarpus-palm te laten groeien (waardoor de Trachycarpus dus als een soort obelisk dienst doet). Ze is pas 3 jaar oud en kan uiteindelijk 3 meter hoog worden. Aan de andere kant van de boom staat trouwens de witte enkelbloemige klimroos Skyblizzard die pas 1 jaar oud is maar 3 tot 4 meter hoog kan worden en dus hopelijk over een paar jaar samen met deze Florentina een hele zuil van witte en rode bloemen gaat vormen 💚

Tot slot nog even over het snoeien: als je snoeit (in nazomer voor de eenmaalbloeiende soorten en rassen, in maart voor de herbloeiende soorten/rassen) kijk dan ook naar de vorm van de struik: naast snoeien op een buiten gerichte knoppen kun je denken aan het verwijderen van kruisende takken, dode en zieke takken, scheuten die in de weg groeien (bijvoorbeeld over een looppad lijken te willen gaan groeien of scheuten bij een klimroos die dwars staan en dus de verkeerde kant op willen groeien en je lastig kunt buigen om de goede kant op te leiden.
Een andere vorm van snoeien is het wegknippen van uitgebloeide bloemen. Je kunt bedenken of het misschien mooier is om uitgebloeide bloemen weg te knippen. Het kan ook zijn dat je ze liever wilt behouden omdat ze mooie bottels zullen gaan vormen, dat is afhankelijk van het ras, en vervolgens dus ook een keuze. Bij een herbloeiende roos kies ik er zelf altijd voor om de uitgebloeide bloemen in de eerste zomermaanden weg te knippen (als ik er bij kan). Ik geef dan ook gelijk voor de tweede keer wat voeding, en samen met het snoeien zorgt dat ervoor dat de struiken herstellen, nieuwe energie verzamelen en weer nieuwe bloeitakken maken. De uitgebloeide bloemen in de nazomer en herfst laat ik juist wel aan de struiken, zodat daar rozenbottels kunnen worden gevormd. Maar het is dus maar net wat je zelf wilt, en bedenk dat sommige rozen weinig of geen bottels maken, andere heel veel kleintjes en weer andere rassen maken juist heel grote bottels, soms geel, soms oranje het vaakst rood, heel zelden paars of bijna zwart.
Hoe dan ook: als je uitgebloeide bloemen wilt verwijderen doe dat dan niet direct na de bloem maar knip ook een deel van de uitgebloeide tak weg. Ik hou al jaren aan: bloem of bloemtros, dan 2 of 3 bladeren en daaronder knip ik net boven een oksel (dan wordt een nieuwe bloemsteel vanuit die oksel gevormd). Maar er zijn ook mensen die de uitgebloeide bloeistengel tot de helft of tot 2/3e terugknippen. Het is maar wat je zelf wilt, bedenk dat een herbloeiende roos weer een nieuwe bloeistengel maakt in de oksel bij de plaats die je laat zitten. Het kan soms wat handiger zijn om wat verder of juist minder ver terug te knippen, afhankelijk van de vorm en of het slappe of juiste stijve takken zijn.
Bij eenmaal bloeiende rozen verwijder je bij voorkeur geen uitgebloeide bloemen want juist die staan erom bekend dat ze veel en mooie rozenbottels kunnen maken. En het leuke van rozenbottels is dat ze soms voedsel zijn voor dieren, en ze kunnen heel lang aan de struiken blijven zitten, afhankelijk van het weer soms wel tot in het voorjaar. En daarmee zijn ze in de tuin de hele winter decoratief maar je kunt ze natuurlijk ook plukken voor in een vaas of om te drogen of om er iets anders mee te doen.

Je kunt bijvoorbeeld ook nog denken aan zelf rozenbotteljam maken, of bottels drogen en daarna op olie zetten voor een versterkend middel dat je voor je huid of haar kunt gebruiken.

En dat geldt niet alleen voor de bottels, ook met rozen kun je veel meer dan je in eerste instantie zou denken. Ik droog graag rozenblaadjes, voor een geurige potpourri. Of om er rozenwater mee te maken (lekker in sommige recepten maar ook handig in huid- en haarverzorging). Ik las iets over rozensiroop, dat heb ik nog niet geprobeerd maar ga ik zeker onthouden. En zelfs in bepaalde soorten zelf gemaakte jam kan het lekker zijn om wat (gedroogde) rozenblaadjes mee te koken. Daarnaast kun je rozen natuurlijk ook drogen om er later een boeket mee te maken. Als je dat wilt pluk je de bloemen met genoeg steel in de ochtend en hangt die ondersteboven in kleine bosjes of per stuk op, op een warme, luchtige en vooral donkere plaats (om de kleur zoveel mogelijk te behouden).

Tot slot van deze pagina met informatie over rozen vind je hieronder nog wat links naar handige websites:
Kwekerijen:
- Belle Epoque
- De Bierkreek (biologisch)
- de Wilde
- Lens Roses
- Pharmarosa (rozen op eigen wortel)
- Rosarium Lottum
- van der Woning
- In de Zeeuwse Oase (voorheen de Zeeuwse Rozentuin)
Dan nog wat internationale links, naar websites en/of kwekerijen waar je veel soorten, rassen, informatie, etc. kunt vinden:
- David Austin roses (GB)
- Kordes Rosen (Dld)
- Meilland (Fr)
- Help Me Find Roses

Nog doen: rozen op stam. rozentuinen, links, rozen in een vaas
verbloeien, rozen zaaien, rozen met minder stekels
sterroetdauw, roest, meeldauw. Luizen. Nog andere ziekten/plagen?