Winterpostelein

Eerst even dit, mocht je internationale informatie zoeken, of bijvoorbeeld zaden van winterpostelein in een niet-Nederlandstalige webwinkel:

  • Latijnse naam:   Claytonia perfoliata (synoniem Montia perfoliata)
  • Engelse naam:   Winter Purslane, Miner’s Lettuce
  • Duitse naam:   Gewöhnliches Tellerkraut, Kubaspinat, Winterportulak
  • Franse naam:   Claytone de Cuba, Pourpier d’Hiver

 

Op de teeltpagina van postelein schreef ik al dat ik geen postelein lust (door de gronderige snotterigheid 🙂 ). Maar dat geldt niet voor deze winterpostelein, want dit vind ik juist heel lekker. Het is dan ook niet te vergelijken met zomerpostelein. Sterker nog; het is alleen in de verte familie van elkaar. De overeenkomst is dat ze beide ter plaatse moeten worden gezaaid en je er de kleine blaadjes van kunt oogsten en eten.

Het (belangrijkste) verschil tussen zomerpostelein en winterpostelein is dat zomerpostelein geen vorst verdraagt en van warmte houdt: je zaait postelein dan ook in de warmte maanden van het jaar. Winterpostelein kan juist veel kou en ook vorst verdragen en houdt niet van warmte (dan schiet ze al heel snel door); je zaait winterpostelein zaai je dan ook in de koele maanden van het jaar, ongeveer tussen september en februari.

Winterpostelein smaakt fris en groen, en er zit iets ‘romigs’ in het blad, zoals bijvoorbeeld tuinmelde dat ook heeft. Je kunt het rauw in salades eten maar ook stoven en koken (zoals spinazie). Eigenlijk kun je het in alle gerechten waarin kropsla wordt gebruikt als vervanger gebruiken.

De naam Claytonia komt van John Clayton, een botanicus uit de 17e eeuw. Perfoliata betekent door het blad (per = door en folia = blad) en dat duidt op de bijzondere manier waarop de stengeltjes in de  blaadjes vergroeid zitten. In de Franse en Duitse naam zie je Cuba/Kuba, en dat komt doordat de planten van nature in Noord-Amerika groeiden maar via Cuba uiteindelijk ook in Europese landen terecht kwam.

Ik vind het bijna elfjesachtige planten; door de frisgroene kleur, de hartvormige blaadjes, het groen middenin de winter, het is bijna een beetje mysterieus, op een vriendelijke manier 🙂

Winterpostelein die na de winter gaat bloeien…. sprookjesachtig dus, als mini-parasolletjes voor elfjes 🙂

 

TEELTWIJZEN / RASSEN

Winterpostelein houdt dus van kou en kan ook vorst verdragen, in de zomermaanden schiet ze snel door. Om die reden zaai je haar in de koele maanden van het jaar (tussen september en februari). De zaden zijn zwart, glanzend en heel klein. Je kunt haar niet (of lastig) voorzaaien, je kunt haar het beste in rijtjes zaaien. Ze is ook heel leuk en lekker in potten en verhoogde bakken, geven in de winter wat kleur en je kunt er regelmatig van oogsten omdat de planten meerdere keren nieuwe blaadjes maken.

Ik ken geen enkel ras, er is alleen de soort (en dat is goed genoeg hoor). Als je in een webwinkel een rasnaam vermeld ziet staan is de kans groot dat het een leuk bedachte toevoeging is, maar er zijn geen rassen die beter tegen warmte kunnen, of met grotere blaadjes, etc.

Je kunt winterpostelein buiten zaaien maar ook in de koude kas (of in een platte bak of tunneltje). Daar kun je over een iets langere periode zaaien en oogsten. Maar ook de buitenteelt kent weinig problemen hoor, de teelt in de kas zorgt wel voor iets malsere, zachtere blaadjes (simpelweg omdat het in de kas niet regent, hagelt, sneeuwt en stormt).

 

STANDPLAATS /  BEMESTING

Winterpostelein wordt niet hoger dan zo’n 20 tot 30 centimeter. Elk plantje maakt een aantal 2 tot 4 centimeter grote blaadjes op korte steeltjes. De grond moet voor die kleine plantjes (met dus ook een klein wortelgestel) los en luchtig genoeg zijn om in te kunnen groeien, en tegelijkertijd vochtvasthoudend zijn (zonder kletsnat te blijven). Winterpostelein is niet heel kieskeurig, ze doet het hier in de vette kleigrond prima (uiteraard wel verbeterd door er compost  door te mengen). Maar ik heb haar ook wel in een verhoogde bak geteeld, in iets minder natte en ook wat luchtigere grond en dat ging ook prima. En in de kas doet ze het ook erg goed, iets droger en iets minder koud. Op elke ondergrond konden we ruim voldoende en over een langere periode oogsten. Op droge zandgrond is het in de wintermaanden vaak ook wel vochtig genoeg, en door wat compost door de bovenlaag te mengen kun je ervoor zorgen dat die bovenlaag iets rijker/voller wordt.

Geef niet teveel voeding. Winterpostelein is een bladgewas en die houden van wat extra stikstof. Maar omdat je winterpostelein in de winter teelt is teveel stikstof niet wenselijk (kan zorgen voor een verhoogd nitraatgehalte). Omdat ze als nateelt wordt gezaaid kun je het beste even goed bedenken wat ervoor heeft gestaan en hoeveel voeding dat heeft gekost. Winterpostelein na zomerkolen hebben wel wat voeding nodig, maar na bijvoorbeeld peulvruchten is er vaak nog voldoende voeding in de grond aanwezig. In de kas (dus als nateelt na tomaten en paprika’s, pepers, etc.) geef ik meestal alleen wat gedroogde koemestkorrels en hark dat door de grond alvorens te zaaien.

 

OPKWEEK EN VERZORGING

De zaden van winterpostelein zijn heel klein (het lijkt wel iets op de zaden van Amaranthus maar dan veel kleiner). Je kunt de zaden het best ter plaatse in een rijtje zaaien. Zaai niet te dicht op elkaar om te voorkomen dat de plantjes elkaar verdringen. Om te zorgen dat je niet te dicht op elkaar zaait kun je de zaden bijvoorbeeld mengen met wat zand.

Hoe kleiner de zaden, des te minder bedekking hebben die zaden nodig (is ook een algemene regel). Ik dek een rijtje gezaaide winterpostelein-zaden altijd af met een dun laagje zand.

 

De zaden kiemen, afhankelijk van de grondtemperatuur, binnen 1 tot 3 weken. Dat betekent dat de zaden bij het zaaien in de vroege herfst (als de grond nog warm is van de zomer) vaak al binnen een week kiemen. Als we in januari voor de laatste keer een rijtje winterpostelein in de kas zaaien is de grond zo koud dat het wel 2 of 3 weken kan duren voor de zaden kiemen.

 

Houd de grond uiteraard wel goed lichtvochtig, doordat de zaden amper bedekt zijn kunnen de zaden tijdens het kiemen gemakkelijk uitdrogen en afsterven. Over het algemeen heb je daar in de wintermaanden niet zo snel last van, tenzij je bijvoorbeeld in potten teelt.

Wij houden een rijafstand van 25 centimeter aan en zaaien in de rij op ongeveer elke 2 centimeter een zaadje (dat lukt niet altijd, zoals je op de foto hierboven ziet 🙂 ). Meestal vechten de zaailingen zelf wel om het recht van de sterkste, en anders help ik ze wat door voorzichtig een beetje uit te dunnen.

 

We zaaien in augustus of september buiten, voor oogst van november tot in februari. In de kas zaaien we van oktober tot en met januari voor oogst van november tot en met februari. In maart lopen de temperaturen in de kas vaak al weer zo hoog op dat de eerste plantjes in bloei schieten.

Op een gegeven moment zie je dat de planten uitgeput raken, de blaadjes worden dan vaak geel en blijven klein, en er verschijnen minder nieuwe blaadjes. Je kunt dan overwegen de plantjes te rooien en een stukje verderop weer een nieuw rijtje te zaaien.

In een vruchtwisseling past winterpostelein in het vak van de bladgewassen. Ze heeft geen nauw verwante familie in de moestuin, je hoeft dus alleen rekening te houden met winterpostelein zelf.

 

OOGST / BEWAREN

Pluk of snijd de blaadjes naar believen. Als je regelmatig oogst maken de planten over een langere periode weer nieuwe blaadjes.

Je kunt winterpostelein niet bewaren. Oogst de blaadjes zo kort mogelijk voor je ze gaat eten, je kunt ze in een afgesloten zakje in de koelkast nog wel één of twee dagen bewaren.

 

ZAADTEELT

Voor zaadteelt zaai je wat later in het voorjaar (wanneer het al wat warmer wordt) of laat je planten na de winter staan tot ze bloempjes krijgen. Na de bloei worden de zaadpeultjes gevormd die wat lastig te oogsten zijn (omdat ze zo klein zijn). Als je niets doet laten de planten de zaden vanzelf vallen en kiemen ze naar believen. Ik heb er zelf nog geen zaden van geoogst, simpelweg omdat winterpostelein-zaden algemeen verkrijgbaar zijn en relatief goedkoop zijn. Maar ik vind het wel een prachtig gezicht wanneer de plantjes in het voorjaar gaan bloeien. Om die reden kom ik nog wel eens wat ‘opslag’ tegen (uitgezaaide plantjes van gevallen zaden).

 

4 reacties op Winterpostelein

paddenstoelengek 22 januari 2020 om 05:48

weer wat geleerd, ik had nog nooit gehoord van winterpostelein, snel zaadjes bestellen en gaan!

Esther 22 januari 2020 om 07:47

Oh leuk, het kan nog! Ik ga later vandaag snel nog een beetje zaaien!

Bert Vanhuyse 23 januari 2020 om 20:59

Prachtig artikel. ik heb winterpostelein ooit 5 jaar geleden één keer gezaaid in de kas, nu nooit meer. Ik laat ze op het eind in zaad komen, ieder jaar eind oktober komt er een groene massa vanzelf naar boven in de serre, doorheen de mulchlaag van de tomaten gegroeid. Ze komen telkens op wanneer de droge bovenlaag van 6 maanden tomaten kweken voor de eerste ker terug vocht en koelte krijgt.
Ik snij ze telkens af met een schaar wanneer ik er wil eten en mijn zoon eet ze recht van de grond. Al heb ik hem wel geleerd te checken voor slakken 😉
Eén van de minst zorgeloze teelten: niet zaaien, geen plagen, geen onderhoud aan. Als het terug warm wordt in de serre verdwijnt ze terug.

Ruud & Diana 24 januari 2020 om 10:11

Hallo Bert,
Dankjewel voor de tip! Ik geloof dat je me wel eens hebt gemaild met deze tip, en ik heb dat wel onthouden maar zelf nog nooit geprobeerd.
Maar dat ga ik zeker eens doen! Ik zou denken dat de zaden in de zomer zouden kiemen maar dan is het inderdaad natuurlijk veel droger in de kas.
Leuk om te horen dat de zaden pas kiemen wanneer het weer koeler en vochtiger in de kas wordt!
groetjes,
Diana


Laat een reactie achter op paddenstoelengek

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!