Bloedzuring

Rumex sanguineus Bloody Dock

De naam Zuring is een algemene naam voor een klein aantal verschillende species binnen een plantensoort.

Afhankelijk waar je de Zuring voor wilt gebruiken kies je een plant. Er is Veldzuring, Moeraszuring, Schapenzuring, Paardenzuring, Bloedzuring en nog veel meer. Sommige soorten worden zelfs als onkruid beschouwd en komen dus heel veel voor. De beste zuringsoorten om te eten zijn: Rumex acetosa, Rumex scutatus en Rumex sanguineus.

De Rumex sanguineus (de bloedzuring) is een winterharde vaste plant. Zelf heb ik de Rumex sanguineus Bloody Dock eigenlijk gekocht als sierplant. Omdat het blad zeer bijzonder is; heldergroen met een felrode adering (op de bladnerven). Deze Rumex schijnt minder lekker te zijn dan de andere 2 Zuringsoorten maar zelf vind ik haar lekker genoeg hoor.

Ik heb ook de Rumex acetosa en die is duidelijk veel zuurder dan deze mildzure Rumex sanguineus. Als je echt Zuring wilt gaan stoven, koken, soep van maken, etc., kies dan wel voor veldzuring. Maar deze bloedzuring is niet alleen lekker maar ook erg mooi in salades, als eetbare garnering, etc. De smaak is als die van sla, maar dan met een klein citroenachtig zuurtje, vooral in de nerven.

De blaadjes bevatten veel vitamine C. Zelf vind ik die friszure smaak lekkerder in een koud gerecht dan in een warm gerecht, en dan is de rode Zuring prima geschikt (en mooi op het bord). Ik kijk graag op TV naar programma’s als bijvoorbeeld Topchef en Masterchef en daar zie ik in toprestaurants de jonge blaadjes van Bloedzuring wel eens voorbij komen, zo makkelijk te herkennen aan het felgroene blad met de even fel maar dan rode nerven.

Plant

Zoals eerder gezegd is de Rumex een winterharde vaste plant. Ze wordt zo’n 35 centimeter hoog en vanaf het tweede jaar na zaaien gaat de plant ook bloeien met decoratieve aren. De jonge blaadjes zijn lekkerder (malser van structuur en zachter en frisser van smaak) dan oudere bladeren en tijdens de bloei wordt de smaak nog minder. Pluk en eet dus vooral in het voorjaar en vroege zomer de eetbare blaadjes.

Bedenk daarbij dat Zuring erom bekend staat dat ze veel oxaalzuur bevat (zoals ook Rabarber). Eet vooral wanneer je de blaadjes lekker vindt maar eet het niet in al te grote hoeveelheden en te vaak per week (je krijgt er dan heel lichte vergiftigingsverschijnselen van als diaree, en teveel oxaalzuur is slecht voor gal en nieren (wellicht rekening mee houden wanneer je gasten krijgt met bijvoorbeeld een nieraandoening!).

Dat klinkt allemaal niet zo prettig maar geloof me wanneer ik zeg dat wanneer je eens per week of per 2 weken een aantal blaadjes door een salade mengt, je echt niet bang hoeft te zijn voor deze verschijnselen. Maar houd deze waarschuwing wel in gedachten en houd er rekening mee wanneer je veel zou willen gebruiken, zeker in soepen, stoofschotels, etc.

Bodem en bemesten

Rumex sanguineus

Omdat Rumex een plant is waarbij je het blad gebruikt in de keuken, volstaat een normale basisbemesting (en dat is ook handig want als vaste plant past ze prima in bijvoorbeeld een siertuin of kruidentuin). Spit vooral wat oude stalmest of compost onder in het voorjaar, voor het uitplanten van de zaailingen, dat zorgt voor een betere grondstructuur/voldoende humus, waardoor de wortels beter kunnen groeien en er een betere afwatering is. je kunt eventueel elk voorjaar een handje koemestkorrels geven als bemesting, veel meer dan dat heeft Zuring zeker niet nodig.

Zuring (het heeft niets met de naam te maken) groeit wel graag op zurige gronden. Ze doet het hier op klei ook prima maar ze staat hier wel een beetje in de buurt van een Blauwe Bes (en die staat dan wel in een flink plantgat vol met turf), en we geven altijd regenwater (want (kalkhoudend) kraanwater is er op de volkstuin niet :-). Je kunt dus bij het uitplanten er ook voor kiezen (als dat nodig is) om wat turf in het plantgat te mengen met compost.

Zaaitabel, planten, oogsten en plantafstand

Zuring tabel

Opkweken en planten

Zelf heb ik de Rumex sanguineus Bloody Dock uit zaden opgekweekt. Ik zaaide zaden in maart bij 18 tot 22 graden, in potgrond dat ik iets verluchtigd had met wat brekerzand. De zaden kiemden hier binnen 2 weken. Ik heb de zaailing tot half april binnen gehouden en daarna in de kas afgehard. Uiteindelijk in mei buiten uitgeplant, op een halfbeschaduwde plaats (vindt ze blijkbaar prettiger dan volle zon). Mijn Rumex krijgt pas zon vanaf ongeveer 2 uur in de middag en ze doet het hier prima. Geef uiteraard de jonge, pas uitgeplante zaailing nog regelmatig water tot ze voldoende wortels heeft om zichzelf te kunnen redden.

Zodra de planten groot genoeg zijn kun je af en toe al wat blaadjes plukken. De jongste blaadjes hebben de mooiste kleur, de beste smaak en de zachtste structuur. Mocht je meerdere planten willen zetten, houd dan een plantafstand van zo’n 40 centimeter aan.

Teeltzorgen

Heel veel teeltzorgen heeft de Rumex niet. Hier doet ze het prima op een niet te zonnig plekje, als het echt droog is in de zomer krijgt ze wel eens een gieter water maar verder kan ze zichzelf uitstekend redden en ze is een sterke plant. Ze wordt weinig of niet belaagd door insecten of andere dieren. Als de plant bloeit (midden tot eind zomer) kun je het beste tijdelijk geen blaadjes meer plukken voor consumptie; de smaak is dan niet erg lekker meer.

Knip voor de beste oogst van blaadjes de planten direct na de bloei flink terug, na de oogst in het voorjaar zal ze dan in de nazomer en herfst ook wat blaadjes maken die te oogsten zijn (al zijn de lekkerste blaadjes de ‘lente-blaadjes’).

Oogst en bewaren

Oogst vooral verse blaadjes, zo kort mogelijk voor gebruik, en de beste oogst van die klein blaadjes is in de maanden maart, april en mei. Je kunt de blaadjes nog wel een dagje bewaren, in de koelkast, maar zeker niet langer, dan wordt het blad snel slap.

Zaadteelt

Na de bloei verschijnen de zaden, je moet ze uiteraard goed laten rijpen aan de plant, maar ze wel oogsten voor de zaden na de rijpingstijd weg waaien. Ik begreep dat de verschillende Rumexsoorten heel gemakkelijk onderling kunnen kruisen. Om kruising te voorkomen zul je dus met de hand moeten bestuiven en de planten min of meer isoleren. Bij de Rumex sanguineus zijn de goede zaailingen al heel snel te herkennen; zelfs jonge zaailingen hebben al de duidelijke rode bladnerven.