Spruitkool

Spruitplant

 

Spruitkool doet het bij ons altijd eigenlijk wel goed op onze vocht-vasthoudende voedzame klei. Zorg uiteraard wel voor de juiste rassen, want er zitten behoorlijk wat verschillen in kwaliteit in.

Een spruitje is eigenlijk een soort van ontwikkelende krop in elke bladoksel (zie foto). Als je ze niet op tijd plukt worden de spruitjes steeds losser tot ze uiteindelijk open gaan. Spruiten zijn redelijk winterhard.

 

TEELTWIJZEN

Kijk bij het kiezen van rassen vooral naar de oogstperiode (late herfst, vroege winter, late winter, etc.). Er zijn spruitjes die je al midden in de lente zaait en dan nog voor de winter kunt oogsten, en er zijn latere rassen. Hoe dan ook hebben spruitjes een lange teeltduur (van meer dan 5 tot 6 maanden).

 

RASSEN

Er bestaan zaadvaste rassen en F1-hybriderassen. Zelf hebben we meerdere keren zaadvaste rassen geprobeerd en komen toch elke keer weer terug bij de F1-hybriderassen. Die laatste groep bevat rassen die duurder zijn maar dan een betere oogst geven, en beter van vorm zijn (de zaadvaste rassen willen hier nog wel eens ‘losse spruiten’ geven). We hebben ook de mooie ‘rode spruitjes’ Rubine wel eens geteeld maar daar waren toch ook weer niet zo te spreken (qua oogst en losheid van spruitjes). Dat kan echter ook wel te maken hebben met onze voedzame bodem. Ook heel leuk is de Petit Posy, een spruitje waarbij het blad groen met lila is en de nerven lilapaars zijn, en de ‘spruitjes’ groen met paars zijn en heel los; als mini-boerenkooltjes in de bladoksels (foto hieronder)

 

De enige keer dat we deze Petit Posy teelden waren we er niet heel tevreden over; heel veel blad, heel kleine ‘boerenkool-spruitjes’. Maar achteraf denk ik dat dat ook heel veel met de omstandigheden in dat jaar te maken heeft gehad (in een verhoogde bak, in de volle zon, te droog). Ze gaat hier een nieuwe kans krijgen!

En voor de echte spruitjes houden we het tegenwoordig bij F1-hybriden als Igor F1, Brodie F1, Topline F1, etc. Andere zaadvaste rassen zijn Roodnerf, Sanda, etc..

 

Spruit plant

 

BODEM

De meest geschikte bodemsoorten zijn niet te zware maar wel voedzame gronden als leem en lichte klei. Voldoende vochtvasthoudend maar niet kletsnat lijkt belangrijk te zijn (in een kletsnatte herfst doen de spruitjes het hier duidelijk minder goed – te los of niet goed ontwikkeld).

 

BEMESTING

Net als alle kolen zijn spruiten ‘veelvraten’; ze verbruiken veel voedingsstoffen. Zelf spitten we in november op het landje waar de spruiten gaan komen een flinke hoeveelheid stalmest onder. Daarnaast krijgen de planten in het voorjaar wat samengestelde organische mest. Gebruik niet teveel stikstofhoudende mest (zoals bloedmeel): je krijgt dan veel plant en veel blad maar weinig spruit).

Als je echter te weinig stikstof gebruikt krijg je een paarse verkleuring van blad en nerf en planten die te klein blijven. Zoals gezegd; hier gaat het eigenlijk goed met flink wat oude stalmest en wat samengestelde mest met een NPK van ongeveer 10-4-6.

 

Zaaitabel, planten, oogsten en plantafstand:

Spruitkool tabel

Opkweek

Zelf zaai ik graag voor in de kas (zo rond eind februari/begin maart), in potjes. Je kunt echter ook buiten in potjes of op een zaaibed zaaien (je zaait ze dan iets later, als de bodemwarmte wat hoger is). De zaden kiemen bij voorzaaien in de kas binnen een week. Plant de zaailingen uit wanneer ze groot genoeg zijn. Probeer daarbij zo min mogelijk worteltjes te beschadigen (daarom zaai ik ook liever voor dan op een zaaibed).

Spruit plant spruiten

Teeltzorgen

Zoals bij alle koolsoorten is bescherming tegen vogelvraat in het begin onmisbaar. Zelf zetten we rond het koolbed wat stokken of palen, en daaroverheen gaat een fijnmazig net. Als de kolen zo ongeveer 35 centimeter groot zijn kan het net eraf; vogels zijn vooral gek op de jonge koolblaadjes, de oudere zijn duidelijk minder lekker. Daarnaast is mulchen handig; het houdt wat vocht vast in de bodem, houdt de bodem wat koel en het belangrijkste; het gaat onkruidgroei tegen, hetgeen handig is omdat je als je wilt wieden eerst de nette weer moet verwijderen en later weer moet plaatsen. Breng ook koolkragen aan. Kijk voor de reden en manieren (en foto’s) ook even bij de groenteteeltinformatie bij andere koolsoorten!

En verder: pluk losse spruiten zo snel mogelijk. Zelf halen we het kontje eraf en dan hou je allemaal losse spruitjesblaadjes over (lekker om niet te koken maar te roerbakken met een fijngesnipperd uitje en wat grofgehakte hazelnoten). Door de top uit de plant te halen (afhankelijk van het ras en de grootte van de plant zo rond september-oktober) groeien de bovenste spruiten beter en sneller uit en wordt het openbarsten/los groeien van de onderste spruiten geremd.

Oogst en bewaren

Pluk of snijd spruiten als ze nog mooi dicht en hard zijn, en zo’n 2-3 centimeter groot zijn. Verwijder ondertussen van de planten geel blad, en eventuele rotte en losse spruiten. Zoals gezegd, kun je ook de wat lossere spruitjes oogsten en eten in roerbak of stoofschotels. Gooi na de oogst de dikke stammen weg (dat doen we trouwens bij alle kolen): ze verteren niet op de composthoop omdat ze heel hard en dik zijn. Geplukte spruiten zijn in de koelkast nog een klein weekje houdbaar, losse spruiten zijn minder goed houdbaar en moet je binnen een dag of 3 eten.

 

Zaadteelt

Dat is erg lastig omdat kruisbestuiving heel gemakkelijk is bij koolsoorten. Als je het toch wilt proberen: kies een plant waar je geen spruiten van oogst. Verwijder in het voorjaar de onderste spruiten en ook de kop van de plant. De bloemstengels komen uit de overgebleven middelste spruiten. Bind deze vast aan de hoofdstengel. Het zaad rijpt in juli/augustus.

 


Recepten met spruitkool:

    Spruitjessoep met gorgonzola