Kroot / Rode Biet

 

Wij zelf noemen een kroot meestal gewoon een kroot, maar ze wordt minstens zo vaak rode biet genoemd. En dat is ook niet zo´n rare naam want uiteindelijk is ze ook een biet, en familie van de snijbiet, suikerbiet en voederbiet. Alle 4 behoren ze tot de Beta vulgaris. En dat betekent dus ook dat ze gemakkelijk met elkaar kunnen kruisen.

Om verder gewissel en onduidelijkheid met de termen kroot en rode biet te vermijden hier noem ik haar op deze pagina verder kroot.

Een kroot heeft een zachte, zoete smaak met een aardse toon (zo noem je het althans als je van krootjes houdt, mensen die niet van kroten houden noemen het gronderig 🙂 ). Je kunt krootjes koken of roosteren, en ze zijn lekker warm maar ook koud in salades. Je ziet ook wel ‘chips’ van krootjes, je kunt heerlijke zoetzuur van krootjes maken, en ook het blad van krootjes kan worden gegeten (en het smaakt dan een beetje als snijbiet).

Een kroot is tweejarig, in het eerste jaar maakt ze een wortel die rond, platrond of langwerpig kan zijn (afhankelijk van het ras). Naast donkerrood zijn er in de afgelopen jaren ook rassen in vrolijke kleurtjes gekweekt, zoals wit, geeloranje en wit met rode ringen.

Kroot Chioggia

 

TEELTWIJZEN / OPKWEEK

Zelf zaaien we krootjes graag in de koude kas voor, rond eind februari/begin maart. Krootjes kunnen best goed tegen kou. We zaaien graag in een trays (1 ‘zaadje’ per vakje). De zaden kiemen in het vroege voorjaar in de kas binnen 2 tot 3 weken, later in het seizoen gezaaide krootjes kiemen bij warmer weer binnen 2 weken. We hebben, met zo vroeg zaaien, vaak rond eind maart al aardige zaailingen om uit te planten, en daardoor een extra vroege oogst.

Je kunt trouwens ook prima vanaf half maart direct buiten ter plaatse zaaien. Zorg dan dat je de zaden niet te dicht op elkaar zaait en kijk later of je nog uit moet dunnen.

Vroeg binnen zaaien heeft zelden onze voorkeur; vaak krijg je vroeg in het jaar in huis lang dunne sprieten met een zwakke gezondheid (dat geldt trouwens ook voor sla, andijvie, kool, etc..

 

Deze foto kreeg ik van iemand die krootjes (te warm ten opzichte van het licht) in huis zaaide; de zaailingen strekken zich naar het licht en worden dus lang en dun.

De krootjes die koel buiten of in de koude kas/bak opkweekt in het volle licht zien er zo uit:

 

Kort, gedrongen, gezond, veel blad en weinig steel. Ik heb eens een blog geschreven over het te vroeg en te warm en te donker zaaien: Zaailingen lang en dun

 

De zaden van krootjes zijn eigenlijk geen zaden; het vruchtjes, ze worden ook wel vruchtkluwen genoemd (en dat geldt dus ook voor snijbiet). Elke vruchtkluwen bestaat uit een kurkachtig grof bolletje dat meestal 2 tot 4 zaden bevat.

 

Elke vruchtkluwen geeft dus meer dan 1 zaailing. We knippen of nijpen zelf met schaar of vingers de zwakste zaailingen weg zodra duidelijk wordt welke zaailing de sterkste is en dus sneller en meer blaadjes krijgt.

 

Je kunt dat op deze foto nog niet zien, want hier is ze pas net gekiemd. Maar als ze eenmaal 2 of 3 blaadjes heeft zie je altijd wel de sterkste van de 2 of 3 of 4 zaailingen.

Als je ter plaatse zaait zul je dus moeten uitdunnen, want ook als je de zaden nauwkeurig 8 tot 12 centimeter van elkaar zaait krijg je dus meer zaailingen dan het aantal zaden dat je zaaide. Ook ter plaatse uitdunnen doe je als de zaailingen al een paar blaadjes hebben zodat je kunt zien welke krootjes het sterkst zijn en een goede afstand van elkaar hebben.

Wij planten onze zaailingen uit op ongeveer 10-12 centimeter van elkaar.

En voor alle duidelijkheid nog even: je kunt over een langere periode en dus vaker krootjes zaaien. Zelf zaaien we graag vroeg voor een vroege oogst, 2 of 3 rijtjes. Maar we zaaien ze vaak in april of mei nog een keer. En tot slot zaaien we ze in juli voor de laatste keer. Die laatste zaai geeft vaak wat kleinere krootjes in de herfst. Voor de gewone maaltijd gebruiken we tegen die tijd vaak de krootjes in de vriezer. Maar het is heel leuk en lekker om tot laat in de herfst (en soms zelfs nog een deel van de winter, afhankelijk van het weer) verse krootjes te kunnen oogsten voor bijvoorbeeld een leuke voorgerecht of een salade of zoetzuur.

Een mix van krootjes; van links naar rechts Chioggia, Abina Ice, Burpee’s Golden en McGregor’s Favourite

 

RASSEN

Er zijn een aantal oude bekende maar bewezen rassen. En er zijn ook  wat leuke nieuwigheden om te proberen. Onze favorieten:

  • Egyptische Platronde (voor de vroege teelt, groeit snel en prima van smaak)
  • Cylindra (langwerpig afgerond – groeit snel, ook onder koele omstandigheden en daardoor zeer geschikt voor de vroege en juist late teelt)
  • Kogel (niet bijzonder maar niks mis mee, gewoon een goede rode kroot).
  • Chioggia (wit met rode ringen – kookt een beetje als de kleur van zuurkool met wat rozigs erin, voor de mooiste kleur waarbij je de ringen nog kunt zien kun je deze krootjes beter kort stomen in plaats van koken)
  • Burpee’s Golden (geeloranjekleurig, prima smaak, bijzonder door de warm geeloranje kleur, middelgrote kroot).
  • Albina Ice: wit; prima van smaak (hoewel een wit krootje op je bord toch een raar gezicht blijft volgens Ruud 🙂 ). Net als de andere bijzonder gekleurde krootjes leuk ook voor zoetzuur en salades.
  • McGregor’s Favourite: gelijk ook mijn ‘Favourite’, zeer donkerrode krootjes met een prima smaak en opbrengst. Het bijzondere van dit ras is het zeer donkere blad dat niet misstaat in de siertuin.
Het extra donkere en decoratieve blad van McGregor’s Favourite

 

BODEM / BEMESTING

Krootjes vragen een luchtige en vochtige grond voor een goede wortelvorming. Zet staat graag op een plekje in de zon maar doet het ook prima in de halfschaduw.

In de vruchtwisseling hoort ze in het vak van de wortelgewassen, maar in vergelijking met uien, worteltjes en de andere wortelgewassen hebben krootjes wat meer voeding nodig. En dus is het het belangrijkst dat je in de vruchtwisseling rekening houdt met haar zusje snijbiet,

Hier werken we in de winter rijpe compost en/of oude stalmest onder en door de grond (voor een goede bodemstructuur). En een week of 2 voor het uitplanten van de zaailingen geven we dan een kleine tot gemiddelde algemene organische moestuinvoeding. Geef niet teveel stikstofrijke voeding want dat zorgt niet alleen voor veel blad maar ook voor een hoog nitraatgehalte.

Tijdens de groei krijgt ze nog een keer een kleine gift kali, voor de ontwikkeling van de ‘kroot’ (zoals uien, worteltjes, aardappelen, etc. dat hier ook krijgen).

 

ZAAITABEL / PLANTAFSTAND

Kroot tabel

 

TEELTZORGEN

Naast het algemene wieden en water geven bij droogte is dus vooral het uitdunnen van belang. Verder verloopt de teelt van krootjes vrij probleemloos; ze heeft weinig last van ziekten, groeit goed en vlot(mits ze voldoende voeding heeft gekregen en de grond niet te vast is.).

 

OOGST / BEWAREN

Krootjes trek je heel gemakkelijk uit de grond. Haal gelijk het loof eraf (want anders worden de krootjes zacht). Dat doe je niet door het eraf te knippen maar door het loof eraf te draaien, zo ‘bloedt’ ze niet of weinig en blijft ze mooi stevig tot de bereiding. Je kunt krootjes zonder blad gemakkelijk een paar dagen koel en donker bewaren, maar uiteraard blijft vers het lekkerst.

In een kistje met vochtig zand, op een vorstvrije plaats, kun je krootjes zo zelfs een paar maanden bewaren. Het is best veel werk om krootjes schoon te maken en te koken, raspen, etc. (bovendien zijn na het koken en raspen mijn handen, mijn shirt en mijn keuken vaak krootjesrood 🙂 ). Om die reden vriezen we zelf krootjes tegelijk in grotere hoeveelheden in: gekookt (gaar), en geraspt of in plakjes. De smaak blijft na het invriezen prima.

De laatste jaren koken we krootjes eigenlijk nooit meer. In plaats daarvan verpakken we elke kroot in een stukje aluminium folie en gaan de kroten per stuk verpakt een uur de oven in op 200 graden. Dan gaat de oven uit en laten we laten de kroten afkoelen in de oven. Daarna verwijderen aluminiumfolie en het vel van de kroot en raspen we haar; zo is de smaak veel geconcentreerder dan wanneer ze wordt gekookt in flink wat water.

Per portie verpakt blijft ze in de vriezer tot de volgende zomer prima van smaak (we verwijderen het zakje van de bevroren krootjes, de krootjes in een pannetje en zo laten ontdooien, opwarmen in het eigen vocht).

Zoals eerder gezegd is een zoetzuur van krootjes ook erg lekker.

 

ZAADTEELT

Krootjes zijn kruisbestuivers en kunnen dus kruisen met snijbiet, voederbiet en suikerbiet (ze wordt door wind bestoven en op die manier kan ze zelfs over meer dan een kilometer afstand kruisen. Daarnaast is een kroot tweejarig en dus duurt het heel lang voor je er zaden van kunt oogsten.

Als je het toch eens wilt proberen (en dat is zeker de moeite waard als je eens een leuk of bijzonder ras treft dat niet algemeen wordt verkocht):

Zaai en plant zoals gewoonlijk. Haal de krootjes in de nazomer uit de grond, draai het loof eraf en laat haar vorstvrij overwinteren in wat zand of grond. Op de foto zie je hoe wij onze McGregor-krootjes hebben overwinterd, gewoon in de kas in een piepschuim bak met wat heel lichtvochtige grond). Deksel erop en gewoon laten staan tot het vroege voorjaar.

 

Rond maart zien dezelfde kroten in de piepschuim bak er dan zo uit:

 

Plant de kroten in maart weer uit. Eén of 2 kroten is genoeg hoor en geeft al heel veel zaden, maar dit was de eerste keer dat ik het probeerde dus ik had bedacht dat ik 12-14 kroten zo wilde overwinteren voor het geval er nog kroten zouden bevriezen of schimmelen of wat dan ook.

Plaats een stok bij de kroten die je weer uitplant want de bloeiende plant wordt wel ruim 120 centimeter hoog. In de vroege zomer volgt de bloei, en de zaden zijn in de nazomer rijp (als de vruchtkluwens bruin, droog en kurkachtig zijn). Droog ze een paar dagen na, de zaden blijven (mits koel, droog en donker bewaard) 4 tot maximaal 5 jaar kiemkrachtig.

 

 


 

Geroosterde krootjes met peer, walnoten en blauwaderkaas