Meloen

Meloen Tiger

De meloen is oorspronkelijk afkomstig uit Afrika en Azië. Een goede meloen is erg lekker; ze wordt rauw gegeten en smaakt fris, zachtzoet en is zeer aromatisch (misschien ruikt ze nog wel lekkerder dan dat ze smaakt :-)).

Plant

De planten van meloenen hebben kleine hechtrankjes waarmee ze ook kunnen klimmen. Dat is erg handig voor de teelt want zo neemt ze bijvoorbeeld in een kas veel minder ruimte in dan wanneer je haar zou laten kruipen.

De mannelijke en vrouwelijke bloemen zijn goed van elkaar te onderscheiden: de vrouwelijke bloempjes hebben achter hun bloem al een klein vruchtje van ongeveer 1 centimeter groot. Zie de foto’s hieronder, al is het in dit geval een foto van het vruchtbeginsel en bloempje van de Carosello Mezzo Lungo di Polignano, een Italiaanse meloen die net als de Asian Melons niet zoet is maar bijna een soort kruising met een komkommer lijkt, andere meloenen hebben een glad vruchtbeginsel, in dit geval is het een beetje ovaal en behaard (normaal gesproken is het dus meestal meer rond en onbehaard).

Meloen vrouwelijke bloem

Meloen mannelijke bloem

De mannelijke bloemen hebben alleen de bloem met meeldraden en staan op smalle steeltjes (zie de foto ernaast): het bloempje is alleen een bloempje, zonder vruchtbeginsel eronder).

In tegenstelling tot bijvoorbeeld komkommers (die geen bestuiving nodig hebben om komkommers te vormen) hebben meloenen een goede bestuiving (door insecten) nodig om meloenen te maken.

Teeltwijzen

Meloenen houden veel van warmte. Er zijn wel vroege soorten die ook buiten wel wat lekkere meloentjes geven, maar de teelt in de kas is wel een stuk zekerder. In de kas is dan echter weer het probleem van het ontbreken van bestuivers. Ik heb zelf wel met wattenstaafjes en kwastjes geprobeerd om meloenen in de kas met de hand te bestuiven. Dat lukt wel maar nooit zo goed als een insect dat kan (zoals gieters water ook nooit op wegen tegen een goede bui regen). Als je met de hand wilt bestuiven dien je dat meerdere keren te doen op de dag dat de vrouwelijke bloem open is.

Maar laat dus ook vooral zo vaak mogelijk overdag en in de avond de deur van de kas open staan in de zomer, zodat insecten vrij naar binnen kunnen vliegen. Als je een platte bak gebruikt kun je het raam een stukje open laten staan door een stuk hout of steen tussen raam en onderstel te zetten.

Dan nog vind ik de teelt van meloenen niet altijd even gemakkelijk. Ze maakt heel veel blad en stengels en de opbrengst is niet altijd even groot als je verwacht had. Daarentegen is er niets zo lekker als een zelfgeteelde meloen, zowel qua geur, aroma, smaak en sappigheid.

Opkweek

Zaai meloenen rond half april bij 20- 22 graden. Ik zaai het liefst in potjes zodat je een flinke zaailing hebt om uit te planten. Geef het zaaisel maar 1 keer water en daarna niet meer (de zaden rotten vrij gemakkelijk in te natte grond). Bij een temperatuur van ongeveer 20 graden kiemen de zaden binnen 1 tot anderhalve week. Plant de zaailingen niet te vroeg uit; te kleine wortels, te koude grond of te nat en koel weer zorgen voor iele stilstaande planten die lastig weer verder groeien. Onze ervaring in de kas is ook dat pissebedden te jonge meloenzaailingen wel erg lekker vinden.

Plant de zaailingen, mits ze groot genoeg zijn, vanaf half mei uit. In een platte bak hou je een afstand van 1 plant per raam aan, in de kas is het handig om de meloen te laten klimmen zodat ze minder ruimte inneemt. Buiten zoek je het warmste en meest beschutte plekje dat je kunt vinden. Je kunt ook op ‘broeimest’ telen: graaf wat grond uit, vul dat met stalmest waar wat stro in zit tot je een heuveltje hebt en dek dat dan weer af met grond. Plant de zaailingen op het heuveltje. De mest geeft voeding af maar het belangrijkste: de stalmest gaat verteren/composteren en daarbij komt warmte vrij in de buurt van de wortels van de meloenplant. Ik heb ook wel eens gezien dat mensen een week of 3 voor het planten van meloenen een stuk zwart plastic spannen over de grond; zo warmt de grond ook wat meer op voor je gaat planten.

Zaaitabel, planten, oogsten en plantafstand:

Diana meloen

Rassen/cultivars

Er zijn meloenen in diverse maten, en ook kleuren. Soms is het wel verwarrend want iedereen kent wel de termen Canteloup, Ananasmeloen, Suikermeloen, Netmeloen, etc. Sommige meloenen zijn gladschillig, soms iets geribd, soms met vlekken. Het vruchtvlees kan zachtoranje, oranje, witgroen of wat meer mintgroen zijn. Kijk vooral in de catalogi wat wat is, soms wordt erbij vermeld hoeveel het suikergehalte is. Ook niet onbelangrijk is natuurlijk het gewicht van de meloen, en de opbrengst/oogsttijd en geschiktheid voor kas of buiten. Er bestaan ook F1-hybriden; vaak wat uniformer, wat beter van opbrengst en vooral ‘ontworpen’ om minder vatbaar te zijn tegen bijvoorbeeld meeldauw.

Meloen Minnesota Midget

Mijn persoonlijke favorieten zijn Minnesota Midget (foto rechts, een extra kleine groene meloen met zachtoranje vruchtvlees, zoet, lekker en een zeer grote opbrengst). Maar ook de Banana (een bijzondere, grote, langwerpige meloen met prima smaak, wel wat minder sappig).

Heel bijzonder is ook de Golden Sweet Foto rechts); helemaal niet zo zoet als een meloen – ze lijkt op een kruising tussen een komkommer en een meloen; zowel de smaak en knapperigheid van een komkommer maar dan iets zoeter en vooral veel sappiger. Je kunt deze ‘meloenkomkommer’ zelfs met schil eten, ze behoort tot een groep meloenen die in Amerika “Asian Melons” worden genoemd.

Meloen Golden Sweet

Bodem en bemesting

Meloenen houden houden van een vochtvasthoudende grond die echter niet kletsnat blijft. Een goede hoeveelheid compost onderspitten helpt de grond te verluchtigen. Een ouderwets spreekwoord is: “een komkommer giet je groot, een meloen giet je dood”. Oftewel: een komkommerplant wil graag heel veel water, meloenen lusten ook wel water maar minder en zoals gezegd moet het overtollige water wel weg kunnen lopen. Zelf geven we geen buitensporige bemesting; bij teveel stikstof maakt de plant veel blad en stengels maar dat gaat ten koste van de vruchtvorming. Wat koemestkorrels is vaak voldoende, en een handje patentkali kan zorgen voor een goede vruchtzetting, lekkere smaak en een goede houdbaarheid.

Standplaats

Houd rekening met een vruchtwisseling van 1 op 4 jaar, op het landje van de vruchtgewassen. Zo voorkom je aantasting door bodemschimmels. Vermijd i.v.m. schimmels ook een te vochtige plaats (lastig in de kas maar plant haar dan in de buurt van een raam, ook in een platte bak kun je het raam op een kier zetten). Uiteraard staat ze buiten zo zonnig en beschut mogelijk.

Teeltzorgen

Daar komt het hele verhaal van het snoeien om de hoek kijken. Ik geef eerlijk toe; ik ben er niet zo goed in. In het begin lukt het nog wel om er systeem in te houden, maar hoe meer de plant groeit, hoe meer zomer het is en ik heel veel andere dingen in de tuin te doen heb, des te rommeliger wordt de plant. Er is dan gelukkig toch iets positiefs; ook als je dan niet goed of veel meer snoeit maakt de plant toch voldoende meloenen (uiteraard ook afhankelijk van het ras en mits er voldoende insecten bij de planten kunnen komen).

Het begin is altijd wel redelijk belangrijk (je hebt dan in ieder geval een beetje structuur):

In de platte bak plant je 1 zaailing onder 1 raam, ongeveer in het midden. Top de plant na 4 of 5 bladeren. Dit bevordert de vorming van zijscheuten. Houd 4 zijscheuten aan en leid die naar de 4 hoeken in de bak (je krijgt dan de plant in het midden met een soort kruis naar de hoeken). De overige zijscheuten haal je weg zodat er echt maar 4 hoofdscheuten zijn. Aan die 4 hoofdranken (top ze als ze aan het eind van de bak zijn gekomen) komen dan ook weer zijscheuten. Vaak raak ik daar de draad kwijt door tijdgebrek en wellicht ook wel eens door slordigheid 🙂

Mocht je het goed willen doen dan top je die zijscheuten allemaal op 2 bladeren na een vrouwelijke bloem (te herkennen aan het minivruchtje achter de bloem). Wel belangrijk is dat als er een stuk of 5 tot 7 meloentjes per plant zich ontwikkelen je de overige zijscheuten weg gaat nemen. Ik knip meestal gewoon weg waar geen meloenen aan zit en dat werkt best goed; het gaat erom dat je op een gegeven moment de energie van de plant wilt laten steken in de smaak en groei en rijping van de aanwezige meloenen en niet aan de groei van meer blad, stengels en bloemen. Meestal krijg ik hier trouwens, een beetje afhankelijk van het ras, nog wel 3 tot 5 meloenen aan 1 plant, maar 7 meloenen aan 1 plant is me nog nooit gelukt hoor 🙂

In de kas neemt een meloen behoorlijk veel ruimte in als ze ligt. Wij maken zelf van bamboestokken een hekwerk waardoor je de plant kunt laten klimmen (ze neemt dan minder ruimte in, en ze heeft dan wat minder last van de hoge luchtvochtigheid). We planten zelf 1 plant op ongeveer 50 centimeter. Meloenen klimmen uit zichzelf niet heel erg goed, het is handig haar af en toe te helpen door hoofdscheuten met een touwtje aan de stokken vast te binden, zeker ook in de buurt waar een meloen hangt. Het snoeien is nu nog lastiger omdat je geen kruis kunt maken. Probeer echter wel om ook hier 4 hoofdscheuten per plant aan te houden en die alle 4 recht omhoog te laten groeien (tot een hoogte van zo’n 150 centimeter. Dan top je haar en gaat ze zijscheuten met bloemen maken. Als ze vruchten gaat vormen kun je ook hier weer na de vorming van een vrucht de stengel op 2 bladeren toppen. Ook hier houd je maximaal zo’n 5 tot 7 meloenen per plant aan, verdere stengels haal je weg.

Teeltzorgen

In het begin heeft een meloen weinig water nodig; warmte is echter dubbel zo belangrijk. Giet ook nooit op de plant zelf, altijd alleen waar de stengel de grond in gaat. Het kan ook handig zijn, als de grond nog koud is, om het water eerst iets te verwarmen tot het lauw (uiteraard niet warm!) is.

Zeker jonge planten kunnen slecht tegen de brandende zon; kalk de ramen wit om de planten te beschermen. Hoe warmer het weer wordt, des te meer er gelucht moet gaan worden om schimmelziekten te voorkomen. De ramen open zetten in kas en platte bak is zoals eerder gezegd ook nog nodig om bestuiving door insecten mogelijk te maken. Eventueel kun je proberen met de hand te bestuiven.

het is handig om de meloenen die zich ontwikkelen op een plankje of tegel te leggen: zo blijft ze droog en rotten ze niet (buiten kan dat in een natte zomer wel eens gebeuren, in de platte bak en kas heb je daar geen last van omdat je gericht water geeft bij alleen de stengel, en in de kas hangen de meloenen boven de grond).

Meloen Golden Crispy

Oogst / bewaring

Op de foto een rijpe, geel geworden meloen Golden Crispy, heeft zelfs aan de linkerkant al een scheurtje, zou binnen een week beginnen te scheuren als ze niet geoogst zou worden.

Bijna alle meloenen verkleuren min of meer bij het rijpen (soms van grijs naar grijsgroen, soms echt opvallend – van een bonte kleur naar helderoranje). Daarnaast herken je een rijpe meloen aan de scheurtjes rond de vruchtsteel. En natuurlijk de geur van het meloenaroma, soms zo sterk dat het bij het openen van de kas de geur je al tegemoet komt. De meloenen die je als klimmer in de kas hebt staan kunnen soms spontaan van de plant vallen; dan zijn ze ook echt rijp 🙂

Oogst meloenen als ze rijp zijn, of halfrijp: dan kunnen de meloenen nog narijpen op de fruitschaal. Onrijpe meloenen plukken heeft zelden zin; die rijpen meestal niet, en als ze wel rijpen zijn ze niet erg lekker – minder zoet en sappig ). Snijd de meloen met een mesje met een stukje steel van de plant (heel rijpe meloenen laten vaak vanzelf van de plant los als je ze oppakt). Rijp geoogste meloenen blijven nog ongeveer 3 dagen eetbaar.

Zaadteelt

Ik ben zelf ondertussen gestopt met zelf oogsten van meloenenzaden; meloenen zijn kruisbestuivers en ook als ik slechts 1 soort per kas teelde kwamen uit de daarin geoogste zaden heel vaak meloenen die wel heerlijk roken, maar heel melig en niet zoet van smaak waren. Als je het toch eens wilt proberen, is het raadzaam om in ieder geval met de hand te bestuiven. Laat de uitgekozen meloen helemaal aan de plant rijpen. Haal dan de zaden uit de meloen (en eet de meloen zelf vooral op 🙂 Was de zaden en laat ze een aantal dagen goed drogen. Meloenzaden blijven wel ruim 5 jaar kiemkrachtig.