Kropsla

Een rijtje kropsla in het voorjaar in de kas
Een rijtje kropsla in het voorjaar in de kas

 

Voor sla heb je altijd wel ergens een plekje over; ze kiemt snel, groeit snel dus je kunt haar vrij snel oogsten. Mede daarom is ze bijna bekender als voor- en nateelt van andere groenten dan als hoofdteelt.

En dat komt ook omdat de meeste slasoorten het niet zo goed doen rond juni-juli; sla is daglengtegevoelig, dat betekent dat ze rond de langste dagen van het jaar snel doorschiet (trouwens net als andijvie, Chinese kool, paksoi, etc.). Er worden wel steeds meer rassen gekweekt die minder gevoelig zijn voor doorschieten.

Kropsla is erg lekker (eigenlijk zijn alle slasoorten erg lekker 🙂 , onmisbaar in salades, maar ook lekker als “gewoon sla….met een gekookt eitje”, zelfs gestoofd, stamppot, en als eetbare garnering voor heel veel gerechten.

Naast kropsla zijn er nog een aantal zeer verwante soorten die qua teelt (en ook gebruik/smaak) gelijkwaardig zijn, zie daarvoor een stukje naar onderen op deze pagina bij ‘Andere soorten Sla’.

Sla is tegenwoordig niet alleen maar meer lekker, er worden steeds vaker mooie rassen gekweekt en geteeld. Waar we in de supermarkt nog steeds vooral groene kropsla en Lollo Rosso kunnen kopen (en vergeet al die al gemixte gewassen blaadjes in een kant-en-klare zak niet), zo is de keuze aan zaden voor de hobbytuinder enorm. In heel veel kleuren, vormen, knapperig of zacht, noem maar op (zie de foto’s op deze pagina).

Kropsla Jacobine, heel mals en zacht en boterig van structuur
Kropsla Jacobine, heel mals en zacht en boterig van structuur

 

TEELTDUUR / OPKWEEK

Sla kan binnen 8 tot 12 weken, gerekend  vanaf het zaaien, al klaar zijn om te oogsten (in voor- en najaar duurt het iets langer dan in de zomer). Je kunt haar bijna overal zaaien, afhankelijk ook van de periode/temperatuur waarin je haar zaait.

Binnen voorzaaien heeft onze minste voorkeur: zeker in het vroege voorjaar is het nog te donker en te warm in huis; je krijgt dan iele lange dunne sprieten die zwak zijn en lastig over te planten zijn. Op deze pagina heb ik daar eens iets over geschreven: zaailingen lang en dun

Een bonte mengeling slazaailingen van verschillende rassen
Een bonte mengeling slazaailingen van verschillende rassen

 

We zaaien ze in het voorjaar (afhankelijk van het ras al vanaf begin maart voor de buitenteelt) graag voor in de koude kas. Nu eens niet in tray’s maar gewoon breedwerpig dun gezaaid op potgrond met wat grof zand erdoor, we gebruiken er meestal bakjes uit de supermarkt voor (waar bijvoorbeeld vlees, of ijs of zo in heeft gezeten – wat gaatjes in de bodem voor de afwatering).

Bedek de zaden slechts heel dun, met wat zand of vermiculiet, slazaden hebben graag wat licht bij de kieming. Binnen 1 tot 2 weken kiemen de zaden en een week of 2 later kun je de zaailingen al uitplanten. Door de grond goed vochtig te maken kun je de zaailingen met worteltjes en al voorzichtig uit het bakje scheppen (met een koffielepeltje bijvoorbeeld), en ze op hun definitieve plaats uitplanten.

Sla Australian Yellow, met bijna geelgroen blad dat krullerig en extra zacht en mals is
Sla Australian Yellow, met bijna geelgroen blad dat krullerig en extra zacht en mals is

 

Wat later in het voorjaar kun je ook buiten zaaien, hoewel ook dan in een bakje zaaien wel nog steeds onze voorkeur heeft. In de volle grond gezaaid is het lastiger om de zaailingen weer te verspenen en elders uit te planten. Bovendien groeit het onkruid altijd sneller dan welke groente dan ook, die moet je dan weer voorzichtig tussen de slazaailingen uit vissen. En last but not least; slakken lusten heel graag jonge malse slablaadjes, Met voorzaaien in een bakje kun je het bakje met zaailingen strategisch plaatsen zodat slakken er niet of moeilijk bij kunnen.

Slazaden kiemen bij 20 graden binnen een week, bij koelere temperaturen duurt het een paar dagen tot een weekje langer. Pas bij het uitplanten ook weer op voor slakken, in een jong stadium kunnen ze in 1 nacht een heel rijtje uitgeplante slazaailingen tot op de grond toe afvreten. Hoe groter de zaailingen, des te meer kans is er op overleven. Bij een flinke slakkenplaag helpen helaas alleen nog maar rigoureuze maatregelen als in de schemeravond zoveel mogelijk slakken vangen, biologische slakkenkorrels (Escargo van Ecostyle), etc..

 

ZAAITABEL

Kropsla tabel

 

RASSEN

Er zijn heel veel rassen. Zorg dat je altijd het juiste ras voor de juiste periode gebruikt: er zijn rassen die dus wel of niet snel doorschieten in de zomer, soorten die geschikt zijn voor vroege kasteelt, voor zomer- en herfstteelt, etc.: lees vooral de beschrijving van een ras goed voor je een keus maakt.

Een paar rassen:

  • Emerald (erg lekkere frisgroene (bijna mintgroene) kleine kropsla, die echter wel snel doorschiet in de volle zomer, maar heerlijk voor voorjaar en najaar.
  • Arctic King (de naam zegt het al; deze kropsla kan zeer lage temperaturen verdragen en juist daardoor zeer geschikt voor extra vroege- en extra late teelt (onder koud glas kun je haar zelfs in een zachte winter nog blijven oogsten).
  • Jacobine (een sla die groen met veel rood is, glanzend en een zeer zachte structuur en smaak heeft, bijna “boterig”, erg lekker)
  • Australian Yellow (felgekleurd, bijna geelgroen van kleur, met open blaadjes die gekruld zijn, extra mals en zacht)
  • Mottistone (ook een looseleaf type, waarbij de blaadjes eerder los in het hart van de plant groeien en niet zozeer een kropje vormen, geweldig mooi door het sterkte contrast van groen, rood en opvallende vlekken)
  • Flame (een heel zachte, boterige kropsla in groen met wat rood)
Sla Mottistone, geweldige kleurencombinatie
Sla Mottistone, geweldige kleurencombinatie

 

Maar er zijn enorm veel rassen, kijk ook even naar de foto’s op deze pagina voor verschillende rassen, kleuren en vormen. En er zijn nog tientallen rassen die we nog nooit gezaaid hebben. We vinden het zelf erg leuk om zoveel mogelijk verschillende rassen te zetten, voor verschillende kleuren en structuren, lekker voor gemengde salades, de bijzonderste vormen mooi als eetbare garnering.

 

ANDERE SOORTEN SLA

Dit hoofdstuk gaat eigenlijk over kropsla, maar er zijn nog heel veel aanverwante slasoorten. Een aantal daarvan zijn duidelijk anders en hebben ook een andere manier van opkweken, verzorgen of bereiden. Die soorten hebben daarom een eigen pagina:

De andere soorten, die dus qua zaaien, verzorgen, oogsten, bereiden, etc. identiek is aan de kropsla vind je nog in het lijstje hieronder:

Eikenbladsla:

Deze sla maakt geen krop maar de bladeren zijn wat karakteristiek ingesneden en liggen losjes vanuit de plant in een waaier naar buiten. De smaak is prima, idem als kropsla, de structuur is wat minder zacht (simpelweg omdat de gesloten krop van kropsla beschermd wordt tegen weersinvloeden, eikenbladslabladeren liggen bloot en dus blootgesteld aan regen, wind, zon, etc.). We vinden het zelf een lekkere sla om te mengen met verschillende andere soorten. Lekker rassen vinden wij: Bronze Arrow (met donkerroodbruin aangelopen blad), Radichetta (met frisgroen blad en de eigenschap dat ze niet zo snel doorschiet in de zomer).

Eikenbladsla Bronze Arrow
Eikenbladsla Bronze Arrow

 

Lollo-achtige rassen:

Deze soorten (de Lollo Rossa is wel bekend in de winkel) hebben ook geen krop, maar losse bladeren die qua structuur een beetje ijsbergachtig lijken in het hart maar aan de buitenzijde heel gefranjerd worden. Ze zijn er in geelgroen (Lollo Bionda), en verschillende tinten groen of rood. Onmisbaar als de mooiste eetbare decoratie op een bord met een salade.

Op de foto zie je de Lollo Rossa Soltero (een verbeterde Lollo Rossa met extra donker blad), in een rijtje tussen bonen aan staken (altijd handig, zolang de bonen nog klein zijn is het een zonnige loze langwerpige ruimte die je zo optimaal kunt gebruiken, op het moment dat de bonenplanten vol en groot zijn en het licht gaan wegnemen zijn de slaplanten groot genoeg om te worden geoogst.

Sla Lollo Rosso Soltero rij

 

De andere soorten;

In het Engels hebben ze er een algemene term voor: ‘Loose Leaf’ genoemd. Ook deze soorten maken geen krop maar meer losse bladeren, er zijn vrij veel verschillende vormen, en hierin vind je ook de gespikkelde slasoorten. Onze favorieten: Australian Yellow (geelgroen), Mascara (met een mooie rode kleur), Rubin (met een nog intensere rode kleur).

En zo kan ik er nog heel veel noemen. Er bestaan tegenwoordig zoveel rassen dat het soms lastig is ze nog in te delen bij een groep. Wat dacht je bijvoorbeeld van deze geweldige sla:

Sla Red Triangle

 

Dit is het ras Red Triangle; één van onze favorieten (omdat ze niet zo snel doorschiet, en prachtige diepdonkerpaarse bladeren heeft). Bijna niet meer te zien welke soort sla dit nu is, geen krop, bijna driehoekige bladeren in een ‘loose leaf’ vorm, maar lijkt bijna ook wel wat op bindsla, maar maakt geen gesloten krop in het hart.

Geeft ook allemaal niks, we noemen het maar een tussenvorm maar dan wel een heel welkome, want makkelijk te telen, neemt niet veel plaats in en levert heel veel grote malse donker bladeren.

 

BODEM

Sla stelt hoge eisen: om te voorkomen dat ze doorschiet moet eigenlijk alles zo in orde en stabiel mogelijk zijn; niet te warm, niet te koud, niet te nat maar zeker ook niet te droog, etc. Op kleigrond heeft ze wat langer nodig om te groeien maar krijgt de kropsla wel een mooie krop, op zandgrond is de krop losser en kleiner, maar ze groeit daar wel sneller.

 

BEMESTING

Sla heeft redelijk veel voedingsstoffen nodig (zoals alle bladgewassen). Compost of stalmest onderspitten in de winter is het begin, voor een goede luchtigheid en veel humus. En we geven dan in het voorjaar wat organische mest in de vorm van korrels (zoals bijvoorbeeld Culterra of Pokon Biologische moestuinmest),  of een klein handje bloedmeel. Pas wel op met bloedmeel of een andere stikstofhoudende meststof: teveel daarvan vergroot het nitraatgehalte in het blad (hetgeen omgezet wordt in nitriet, hetgeen in grotere hoeveelheden schadelijk is voor de gezondheid).

Een rijtje sla, van Hyper Red Crumble en De Morges Braun, daarachter nog een klein kropje kropsla en tot slot Sucrine (een bindsla)
Een rijtje sla, van Hyper Red Crumble en De Morges Braun, daarachter nog een klein kropje kropsla en tot slot Sucrine (een bindsla)

 

OOGST

Sla kun je niet bewaren, oogst haar op de dag van eten. Als het eens zo uitkomt dat we de sla niet dezelfde dag kunnen eten oogsten we haar niet door haar af te snijden, maar door het hele kluitje wortels uit de grond te trekken, je hebt nu de hele krop sla met wortels en een restje grond eraan. Als je dit even in een emmer water zet, kunnen de wortels nog wat drinken en dan bewaren we de sla met vochtige wortels in een krant/papier op een koele plaats wel ruim 2 dagen. Of beter nog, we zetten de hele emmer met laagje water en de krop sla met wortels erin in een koele schuur. Even in ijskoud water leggen voor het bereiden frist haar dan ook nog wat op.

Ik vraag me eerlijk gezegd altijd af hoe dat gaat in de beroepsteelt. Als je in de supermarkt een krop sla koopt (die dan al een aardige weg, van kweker in vrachtwagens via verpakker naar winkel heeft af moeten leggen), ligt die daar misschien al 2 dagen, en ook in mijn koelkast blijft ze nog wel 3 dagen goed. Geen idee hoe dat kan, want dat lukt met zelfgeteelde sla echt niet, hoor. Het liefst dezelfde dag eten, en vooral niet op een warme plaats leggen.

 

ZAADTEELT

Sla Red Triangle is doorgeschoten en bloeit
Sla Red Triangle is doorgeschoten en bloeit

 

Uit kropsla kun je zelf zaad winnen; ze is éénjarig en ze is een zelfbestuiver (hoewel kruisbestuiving uiteraard wel mogelijk blijft, houd voldoende afstand tussen 2 rassen voor zaadteelt). De bloeistengel van sla wordt 1 tot 1,5 meter hoog, zet er een stok bij. 3 – 4 weken na de bloei is het zaad rijp. Het enige wat hier wel eens fout gaat (en eerlijk gezegd ook geregeld en gemakkelijk fout gaat) is regen: als het regent tijdens de ontwikkeling van het zaad is de kans heel groot dat er geen zaden komen maar dat de zaden klonteren en schimmelen in de hoesjes.

Na de bloei worden de zaden gevormd, ze zitten met pluisjes en met meerdere zaden bij elkaar in het hoesje
Na de bloei worden de zaden gevormd, ze zitten met pluisjes en met meerdere zaden bij elkaar in het hoesje

 

Als de zaadpluizen zijn gevormd, kun je de hele bloemstengel afsnijden en ondersteboven boven een krant of doek laten drogen tot de zaden oogstbaar zijn. Slazaden blijven minimaal 3 jaar kiemkrachtig (mits koel, droog en donker bewaard).