Snijbiet

Snijbiet Lucullus rij

Wij zijn zelf erg blij een aantal jaren geleden snijbiet te hebben ontdekt, want ze heeft heel veel positieve eigenschappen: mals eetbaar blad: ze lijkt een beetje op een kruising tussen spinazie en andijvie; bijna het zachte en malse van spinazie met het kleine bittertje van andijvie.

Daarnaast kan de teelt bijna niet mislukken, ze is niet erg ziektegevoelig, en ze levert van de late lente tot ver in de herfst constant een goede opbrengst, gesneden van dezelfde planten.

Je komt snijbiet eigenlijk nooit in de supermarkt of bij de groenteman tegen; geen idee waarom eigenlijk (ouderwets, niet lang houdbaar?). Je kunt snijbiet koken (als spinazie en andijvie), maar ook stoven, gerechten met roerbak, in salades, pasta’s, hartige taarten, etc., een veelzijdige groente dus.

In Nederland telen we vooral rassen die niet te dikke bladribben geven en we eten dus vooral het malse blad. Ik heb gehoord dat in bijvoorbeeld België en Frankrijk juist rassen worden geteeld warbij de nadruk ligt op de dikke witte bladribben. Die dikke bladribben worden dan gestoofd en dan lijken ze wel iets op asperges. Een vriendin heeft het eens geprobeerd, zij vond het lekker (al smaakte het volgens haar niet echt naar asperges) maar, zeker met een room- of kaassausje, vond zij het wel smakelijk.

 

ZADEN

De zaden van snijbiet zijn eigenlijk de vruchtjes van de plant, ze worden vruchtkluwen genoemd (net als bij rode bietjes, waar ze nauw familie van is). Elke vruchtkluwen bestaat uit een kurkachtig grof bolletje dat meestal 2 tot 4 zaden bevat. Uit elke zaadkluwen komen dus meestal meer dan 1 zaailingen op, zelf halen we de minst groeizame zaailingen direct na opkomst weg zodat er 1 overblijft per vruchtkluwen.

Meerdere zaailingen uit 1 vruchtkluwen van snijbiet
Meerdere zaailingen uit 1 vruchtkluwen van snijbiet

 

 

ZAAITABEL

Snijbiet tabel

 

OPKWEEK

Je kunt snijbiet heel goed ter plaatse zaaien. Zaai dan dun in rijen en zorg dat je later het teveel aan zaailingen uitdunt (omdat er dus meerdere zaailingen uit 1 vruchtkluwen komen). Om die reden zaai ik toch liever voor in trays. Je kunt al heel vroeg zaaien, snijbiet kan net als rode bietjes wel wat vorst verdragen. Daarom zaaien wij ze vaak al eind februari/begin maart voor in de kas: in elk trayvakje 1 zaadkluwen. Zo vroeg gezaaid is de kiemduur zo ongeveer 2 – 2,5 week, als je warmer voorzaait kan ze al binnen een week kiemen.

Na opkomst, het is wat priegelwerk, knip ik met een klein schaartje het teveel aan zaailingen tussen de grootste mooiste zaailing per vakje weg, je kunt ze natuurlijk ook tussen duim en wijsvingers ‘wegnijpen’. Zo kan die ene zaailing per vakje nog een week of 2 flink groeien (nu ze nog maar alleen is en alle voeding, ruimte, vocht dus zelf kan gebruiken en niet meer hoeft te delen). Als dan de eerste 2 tot 4 echte blaadjes na de kiemblaadjes verschijnen planten we de plugjes buiten uit.

Pas bij het uitplanten wel op voor slakken, zij vinden het nog zo jonge en malse blad erg lekker (daarom planten we de zaailingen liever iets later dan juist erg vroeg uit, slakken kunnen een hele rij snijbiet in 1 nacht tot op de grond toe afvreten tot je alleen nog korte kale stokjes ziet. Hoe groter de zaailingen al zijn, des te groter is ook de kans dat slakken de planten in ieder geval voor een groot deel laten staan.

Voor de teelt van het jonge blad zoals wij dat eten planten we de zaailingen uit op zo’n 20 centimeter. Als je snijbiet wilt telen voor de dikke eetbare bladribben moet je wat ruimer uitplanten omdat je dan wilt dat er forse planten met grote bladeren en dus dikkere ribben worden gemaakt.

Snijbiet rood
Rhubarb Chard

 

RASSEN

Zoals al eerder gezegd, je kunt snijbiet zaaien voor:

  • de teelt van het jonge blad. Voor die teelt zijn ‘Gewone Groene’ en ‘Lucullus’ de belangrijkste rassen. De Lucullus heeft, zeker als het om stoven gaat, onze grootste voorkeur; mooie planten met groot opvallend geelgroen blad dat heel zacht van structuur is, foto bovenaan de pagina. Geeft een zeer goede opbrengst.
  • de teelt van de brede platte bladribben. Voor die teelt zijn ‘Goudgele Witribbige’ en en ‘Groene Witribbige’ de bekendste rassen
  • de teelt van mooie groenten: naast bovenstaande rassen is er nog de Rainbow Mix (al zijn er meerdere namen, zoals ook Bright Lights, etc. voor deze mix in omloop), foto hieronder. Bij sommige zaadhandels kun je trouwens ook de kleuren (van de bladstengels; geel, wit, roze, rood) apart kopen.
  • Rhubarb Chard is daarvan dan weer de meest bekende: donkergroen blad, en donkerrode bladstelen en bladnerven (foto hierboven, al lijkt het blad daar door de tegenschijnende zon wat lichter). Van deze snijbietrassen zijn de bladstelen wat kleiner en dunner, dus deze soorten worden (naast sier) ook vooral voor de oogst van het blad geteeld, minder geschikt voor de teelt van bladribben.

Snijbiet Rainbow Mix

 

STANDPLAATS

Snijbiet groeit op alle grondsoorten, als die maar niet te droog is (veel blad vraagt veel vocht). Door dat vele blad lust ze ook wel wat. Naast de basisbehandeling van het onderspitten van stalmest en/of toevoegen van compost in de winter krijgt ze hier in het voorjaar een stikstofrijke organische mest (zoals bijvoorbeeld biologische moestuinmest, of bijvoorbeeld wat koemestkorrels in combinatie met een klein handje bloedmeel (bevat veel stikstof voor de maak van veel en frisgroen blad). Pas altijd op voor onder- of juist overbemesting en houd je aan de aanwijzingen op de verpakking, van welke soort mest en welk merk je dan ook koopt.

Snijbiet hoort in het vak van de bladgewassen, de rode biet (die juist in het vak van wortelgewassen hoort) is een nauw familielid van haar, let daar bij de vruchtwisseling dus op.

 

TEELTZORGEN

Je hebt eigenlijk weinig omkijken naar snijbiet; na het uitdunnen (in tray of in volle grond) zijn de belangrijkste zorgen het algemene wieden en water geven (en uiteraard regelmatig plukken (zie ook hieronder bij oogst).

 

OOGST / BEWAREN

Pluk vooral regelmatig het jonge malse blad, het stimuleert weer nieuwe groei. Laat het hart van de plant echter altijd intakt want van daaruit maakt de plant, bijna onvermoeibaar, constant weer nieuwe bladeren. De groei gaat heel snel, vaak kun je 2 tot 3 weken na de oogst van bladeren al weer opnieuw oogsten.

Snijbiet Lucullus

Op de foto bovenaan deze pagina en hierboven zie je Lucullus, eigenlijk wel ons favoriete ras (ik vind de kleurtjes ook altijd heel leuk, maar Lucullus geeft het meest malse blad, je kunt dat bijna op de foto zien door de kreukeligheid en de geelgroene kleur (de gele kleur in blad geeft bijna altijd een malsere variant aan, of het nu andijvie met een geel hart is, of geelgroene sla, etc.).

Als je de foto’s op deze pagina ziet kun je je voorstellen hoeveel blad je daar van kunt oogsten, de planten worden zo’n 35 tot 50 cm hoog (afhankelijk van het ras). Tegelijkertijd kun je ook bedenken dat je voor een maaltje snijbiet wel flink wat nodig hebt, omdat het blad net als bij spinazie en andijvie nog flink slinkt als je het gaat stoven.

Snijbiet kun je helaas niet bewaren, eet ze vooral dezelfde dag of bewaar ze uiterlijk nog 1 dag in de koelkast. Op zich is het niet zo erg dat je haar niet kunt bewaren want zoals eerder gezegd kun je van eind mei tot ver in de herfst altijd verse bladeren oogsten, snijbiet verdraagt zelfs lichte vorst.

Ik heb zelf wel eens geprobeerd haar in te vriezen (geblancheerd en klein gesneden) en op zich gaat dat best goed; bedenk wel dat je haar dan alleen nog maar gekookt/gestoofd kunt eten (zoals je ook diepvriesspinazie eet).

 

ZAADTEELT

Bieten, zowel snijbiet, rode bietjes als suikerbieten behoren tot de Beta vulgaris en zijn kruisbestuivers. Dat betekent dus dat ze onderling kunnen kruisen. Extra lastig is dat ze door de wind wordt bestoven en over meerdere kilometers nog met elkaar kunnen kruisen. Teel dus geen zaden van snijbiet en rode bietjes tegelijkertijd (en pas op voor suikerbietentelers in de buurt, hoewel suikerbieten door veredeling nog maar zelden doorschieten).

Voor zaadteelt zaai je zoals je normaal gesproken doet, en je oogst ook blad, maar wat minder dan normaal (je wilt dat de planten sterk blijven en flink groeien en dus niet uitgeput de winter in gaan). De planten sterven dan in de winter tot op de grond af, maar gaan vanaf maart weer uitlopen. Vanaf de vroege zomer schiet ze door en gaat ze bloeien, steun de bloeistengel met een stok want de plant wordt dan wel ongeveer 120 centimeter hoog. De zaden zullen in augustus/september rijpen. De zaden blijven, mits donker, koel en droog bewaard minimaal 5 jaar kiemkrachtig.


Corsicaanse hartige taart met snijbiet en babycourgettes
Corsicaanse hartige taart met snijbiet en babycourgettes