Raapstelen

Raapstelen

Ik geef eerlijk toe, ik had ze tot 2009 nog nooit geteeld 🙂 Geen idee waarom, het klonk niet zo lekker, ruimtegebrek, ik wist niet of ik het wel lekker vond, excuses genoeg.

Maar onze tuinbuurman is er gek op, zaait ze ook elk jaar, meerdere keren, en zo hebben wij ze ook eens geproefd en ze ook leren waarderen. Eigenlijk zijn raapstelen de jonge plantjes van meirapen/koolrapen/Chinese kool. Doordat je ze dicht op elkaar zaait ontwikkelen ze geen knollen maar oogst je de jonge groene blaadjes.

Raapstelen hebben nog flink wat andere namen; bladmoes, snijmoes, snijkool. Voor de verschillende rassen worden nog wel verschillende samenstellingen van chinese kool, meiraapjes en koolraap gebruikt. Je snijdt de bladeren wanneer ze net groot genoeg zijn (maar dus nog wel jong!), en je kunt ze in salades verwerken, of stoven, of rauw stampen. Rauw stampen heeft onze voorkeur; in de verte smaakt het wel dan wel iets naar een soort zachte boerenkool (het is tenslotte ook kool), lekker met spekjes of met kaas.

Snijmoes

Op de 2e foto zie je de bladmoes zoals we die in 2014 hebben gekocht/geteeld. Wat grover van blad maar ook lekker.

Plant

Zoals gezegd zijn de plantjes eigenlijk de zaailingen van raapjes en chinese kool. Je knipt ze al af voor ze echt op een kool gaan lijken.

Teeltwijzen en rassen

Je teelt raapsteeltjes eigenlijk alleen in het voorjaar. Je kunt ze al heel vroeg onder koud glas zaaien, vanaf februari, en vanaf begin maart kun je ze buiten zaaien. In de zomermaanden is ze minder goed te telen (o.a. door de kans op ziekten die toch al zo aanwezig is bij koolgewassen). Maar na de zomermaanden kun je haar weer in de kas zaaien (in augustus, wanneer de eerste tomatenplanten daar uit gaan vallen kunnen ze daar dan mooi een plekje innemen). Voor deze herfstteelt gebruik je dan vooral het ras Namenia, dat blijkbaar een iets andere samenstelling heeft. Namenia wordt geen raapstelen genoemd maar bladmoes (om het niet eenvoudiger te maken 🙂 maar staat in catalogi wel bij de raapstelen vermeld.

De rassen

  • Gewone Groene (bestaat vooral uit meiraap, het blad voelt aan de onderkant iets  lichtbehaard (wat je niet meer merkt als het het stooft)
  • Gele (bevat wat meer Chinese kool en is daardoor wat malser)
  • Blauwe Groninger (staat in catalogi vaak niet onder raapstelen maar onder Snijmoes of Bladkool; bevat vooral uit koolraap, heeft een wat pittigere smaak en wordt niet alleen in het voorjaar gezaaid maar ook in het begin van de zomer
  • Namenia; wordt dan weer bladmoes genoemd, wordt in het voorjaar onder glas en buiten gezaaid en daarnaast ook nog in augustus, onder glas. Namenia zaai je iets minder dicht op elkaar en je laat het het blad ietsje groter worden voor de oogst

Standplaats

Raapstelen hebben graag een losse grond (om al die jonge worteltjes en blaadjes in te laten groeien). Geef geen verse mest maar spit wel voor de teelt wat compost onder, om de luchtigheid van de grond wat te bevorderen. Geef wat kalk als je op zuurdere gronden tuiniert want ze houdt niet van zure grond. Op lichtere grond kun je een kleine hoeveelheid stikstof geven (in de vorm van een zeer kleine hoeveelheid bloedmeel, of gewoon een klein handje koemestkorrels als algehele bemesting), de zaailingen moeten tenslotte wel blad maken om te kunnen oogsten.

Zaaitabel, planten, oogsten en plantafstand:

Raapstelen tabel

Opkweek

Je zaait Raapstelen in rijtjes of breedwerpig. Beiden hebben voor- en nadelen; in rijtjes neemt ze wat meer ruimte in beslag maar kun je haar wel goed verzorgen. Breedwerpig geeft per vierkante meter een grotere opbrengst maar is wel lastiger om het onkruid tussenuit te halen. Bovendien heb ik wel 1 keer gezien dat bij een regenachtige lente een deel van de zaailingen gingen rotten omdat ze dicht op elkaar stonden en alles zo lang nat was. Als je breedwerpig zaait is het dus misschien handiger om iets minder dicht op elkaar te zaaien, om dat euvel te voorkomen.

Teeltzorgen

Verwijder onkruid waar dat nodig is. Zorg dat het gewas na een regenbui goed op kan drogen (zaai dus dicht op elkaar maar bij het breedwerpig zaaien niet te dicht op elkaar, en zorg voor een zonnig plekje). Uiteindelijk hebben raapsteeltjes wel een goede hoeveelheid water nodig om te kunnen groeien (de worteltjes zijn en blijven tot de oogst maar klein en oppervlakkig), geef in droge perioden dus wel voldoende water. Maar geef dan water via een gieter zonder broes (om het dicht bij elkaar zittende blad niet teveel te nat te maken).

Oogst en bewaren

Wanneer het blad zo’n 10-15 cm hoog staat knip je met een schaar het blad af. Je kunt het niet lang bewaren, knip het zo kort mogelijk voor de maaltijd af en leg het in koud water om niet slap te laten worden. Je kunt van de afgeknipte steeltjes nog een keer oogsten; zorg voor regelmatig water geven in droge periodes en na een week of 3 kun je nogmaals van de raapsteeltjes knippen. Daarna zijn de zaailingen uitgeput en kun je verwijderen.

Zaadteelt

Dat is niet gemakkelijk en ook niet erg lonend. Het is wel mogelijk maar dan moet je dus zaailingen afzonderlijk gaan uitplanten en wachten tot ze gaan doorschieten (en sommige soorten zullen dat pas in hun tweede jaar doen), oppassen voor kruisen, etc. En dat terwijl je slechts een klein bedragje betaalt voor een flinke hoeveelheid zaden (bij Zaadhandel van der Wal betaal je nog geen euro voor een zakje van 10 gram Gewone Groene (en dat zijn zo’n 3.500 zaden!). In dit geval laat ik de teelt van zaden dan ook heel graag over aan de professionele handel 🙂

 


Recepten met raapstelen: