Salie

Latijnse naam: Salvia officinalis

Allereerst; in principe zijn alle Salvia’s eetbaar. En er bestaan heel veel Salvia’s, zowel species (soorten) als rassen (Cultivars). Zeker niet elke Salvia is ook lekker, onder het kopje ‘rassen’ noem ik ook nog even wat andere Salvia’s die de moeite waard zijn om ook eens in de keuken te gebruiken.

Salvia officinalis, Salie dus, is net als rozemarijn, tijm en oregano, ook weer een zeer bekend kruid. Het aroma zit net als deze andere kruiden in dezelfde hoek; warm, mediterraan, kruidig, zonnig, zwaar. En ook bij dit kruid moet je wel even oppassen met de dosering.

Salie is een semiwintergroene halfheester, het onderste gedeelte van de plant heeft verhoutende takken, waar bovenop de grijsgroene behaarde stengels groeien met grijs tot grijsgroene bladeren. Sommige rassen bloeien niet of amper, sommige rassen bloeien juist heel rijk (vaak rond het einde van de lente en/of begin van de zomer), met lipbloemen die wit, roze, lila tot bijna paars zijn. Ook die bloempjes zijn trouwens eetbaar.

De blaadjes zie je regelmatig in recepten, gefrituurd, of gebakken in boter en dan over een pasta, ook heel bekend is Saltimbocca, maar ze wordt ook gebruikt in sauzen, bij vlees als lam en varken, etc..

TEELT

Salie kan zo’n 30 tot ongeveer 60 centimeter hoog worden, afhankelijk van het ras. Redelijk bekend zijn de geelbonte en paarsbonte bladvormen (met de namen Icterine, Purpurascens en Tricolor), zij blijven laag en bloeien niet of nauwelijks.

Mijn ervaring is dat sommige rassen wel laag blijven mar dan behoorlijk breed uit kunnen stoelen, het is handig om daar met het planten gelijk al rekening mee te houden, want salie laat zich niet graag verplaatsen. Op internet zie ik wel staan dat ze een kortlevende plant is, en dat kan ik wel begrijpen. Ook hier gaat zo eens per 3, 4 of 5 jaar een salieplant dood, vaak na een strenge of natte winter.

Want helaas is ook salie niet helemaal goed winterhard. Ze kan  soms een paar jaar overleven, zeker als je haar bijvoorbeeld in een pot of in een verhoogde bak houdt, of op zandgrond natuurlijk. Net als rozemarijn, tijm, etc. houdt ze nu eenmaal niet van natte voeten in de winter, vorst na een kletsnatte regenperiode is gevaarlijker voor haar dan vorst terwijl de wortels in relatief droge grond staan. Hier houden we onze salieplant altijd in een grote pot, en die pot kunnen we dan in de winter bij strenge vorst in de koude kas zetten.

Je kunt salie prima zaaien, maar de rassen die zelden of nooit bloeien vermeerder je vooral door een stukje van de plant af te steken waar wat wortels aan zitten en dat op te potten. Je kunt natuurlijk ook een plant in een tuincentrum kopen, zeker als je een bepaald ras wilt.

Als je haar wilt zaaien doe je dat bij voorkeur in het vroege voorjaar. Salie is een lichtkiemer, leg de zaden op een ondergrond van een mengsel van potgrond dat je luchtiger hebt gemaakt door er ongeveer 1/5 of 1/6e deel brekerzand door te mengen. En dek de zaden dan af met slechts een dun laagje vermiculiet of perliet of anders brekerzand. Je moet de zaaisels uiteraard goed in de gaten houden, het dunne laag dat op de zaden ligt moet je regelmatig (eens per dag of om de dag)  licht besproeien met een plantenspuit, want zaden die uitdrogen tijdens de kieming gaan natuurlijk dood.

Bij kamertemperatuur kiemen de zaden binnen 1 tot 3 weken. Na de kieming ga je wat minder vaak water geven, en dan gewoon met een gietertje. Salie houdt, zeker als zaailing, van een lichtvochtige grond,  vooral niet kletsnat.

Je zult de zaailingen tot ergens in april in huis moeten houden; daar groeien ze beschermd op, zodat ze in de zomer naar buiten kan en al sterk en groot de eerste winter in kan gaan. Afhankelijk van hoe groot ze is kun je overwegen om haar bij strenge vorst binnen te halen, of in een schuur of garage te zetten.

RASSEN

Er bestaan een aantal rassen,  Bastin bijvoorbeeld heeft een aantal mooie of bijzondere of nuttige rassen (en dat zijn dan vooral rassen die wat hoger of lager zijn, meer of minder bloeien, bijzonder blad- of bloemkleur hebben, maar ook met bladeren die groter of kleiner zijn, en sterker of juist milder geuren en smaken.

Zoals ik al eerder schreef zijn er veel meer salie-soorten en een paar daarvan zijn ook de moeite waard om hier even te noemen als niet alleen eetbaar maar ook nog erg lekker.

Salvia lavandulifolia is een salie met mooie bloemen, en blad dat in de smaak redelijk in de buurt komt van Salvia officinalis; mooi en lekker dus.

Salvia greggii, Salvia microphylla, Salvia x jamensis en kruisingen daartussen zijn soorten en rassen van salie die zacht kruidig en vooral heel fruitig geuren. De bloempjes zijn erg lekker en mooi in salades, en bloem en blad zijn erg lekker in bijvoorbeeld thee. Waar Salvia officinalis vooral lekker is in hartige gerechten, zo vind ik persoonlijk de greggii’s, microphylla’s en x jamensis lekkerder in zoete gerechten. Deze planten zijn trouwens ook niet heel erg winterhard maar heel makkelijk te vermeerderen (door zaai of stek), en ze bloeien enorm lang en rijk.

Salvia microphylla Dancing Dolls

 

En tot slot is er dan nog de Salvia elegans; nog zoeter in het aroma dan de soorten die ik hierboven noemde; in de geur ananasachtig. Ook de felrode bloempjes zijn mooi en lekker. Er zijn een paar rassen die vroeger of later bloeien, en meer of minder geurig zijn.

Salvia elegans

 

STANDPLAATS / BEMESTING

Salie is een mediterrane plant; en dan kun je dus al bedenken welk klimaat daarbij hoort en wat ze dus fijn zou kunnen vinden. En dat zijn dan een zonnige en warme standplaats, vrij droge en arme grond, en zeker niet teveel mest.

Als de planten echt heel zonnig en droog staan kunnen ze wel wat te lijden krijgen van vooral de droogte; de bladeren gaan dan wat slap hangen. Maar dood gaat ze er niet snel van, als je het ziet en direct water geeft zie je de plant in een uurtje weer helemaal opknappen. Heel goed is dat natuurlijk niet voor haar; samengevat kan ik het beste zeggen dat salie van een redelijk droge grond houdt maar niet helemaal kurkdroog wil staan. Uiteraard wel lekker warm en zonnig.

Zoals eerder gezegd heb ik een plant in pot op de volkstuin staan, en thuis heb ik de Salvia officinalis Nazareth in een pot staan. Beiden staan in een wat zanderig potgrondmengsel, en dat werkt prima. Bij strenge vorst kan de plant op de volkstuin de kas in, thuis zet ik in de wintermaanden de Nazareth tegen het warme huis aan, in de zon, uit de wind en beschut tegen regen. En bij meer dan -8 tot -10 graden zet ik de pot tot de strenge vorst voorbij is even om de hoek binnen in huis.

Als voeding geef ik zelf graag in het voorjaar een handje langwerkende Terras- en Balkonplanten voedingskorrels (tot voor kort heette het Osmocote). De korreltjes geven langzaam 6 maanden lang kleine beetjes voeding aan de plant, je kunt er niet mee overbemesten, en je hoeft er ook niet over na te denken en per ongeluk vergeten. Je kunt bijvoorbeeld ook een voeding geven die je 1 keer per week moet oplossen in water  Veel voeding heeft salie niet nodig, zelf gebruik ik ongeveer de helft van de aanbevolen hoeveelheid op de verpakking.

Bedenk bij de teelt in pot wel dat de pot in de zomer lekker warm wordt, maar in de winter er wel kans op bevriezing is. Het voordeel van een pot is dat je haar onder een afdak kunt zetten zodat de grond droog blijft. En bij echt strenge vorst kun je een pot ook vrij makkelijk tijdelijk in een schuur of garage zetten. En tot slot; een pot is natuurlijk ook heel handig voor mensen die op een balkon of dakterras tuinieren. Gebruik wel een flink formaat pot, zoals gezegd worden de planten niet perse hoog maar sommige rassen kunnen wel flink breed worden (en dus lekker veel opbrengst geven). Zie de foto hieronder voor een salie in pot op de volkstuin, de pot die je ziet heeft een diameter van 50 centimeter, en zelfs daar hangt/valt/groeit de salie ruim overheen. Wel een mooi gezicht trouwens, maar dat is mijn smaak. En je kunt ieder geval zien dat ik meer dan een paar blaadjes kan plukken.

 

TEELTZORGEN

Geef jonge planten met een nog klein wortelgestel natuurlijk nog wel regelmatig wat water, maar zeker niet teveel. Oogst regelmatig blaadjes maar zorg dat er wel takken en blaadjes overblijven voor opname van licht en voeding, des te sterker gaat ze de winter in. En bij regelmatig niet teveel blad tegelijk te plukken krijg je vanzelf ook  een gezonde, bossige, volle plant, met flink wat vertakkingen. Mooi om te zien en genoeg om van te oogsten.

Wel belangrijk is het beschermen van de planten in de winter. In een pot kun je haar in de wintermaanden onder een afdakje zetten, of tegen het relatief warme huis aan. Je kunt de pot omwikkelen met bijvoorbeeld jute, of een vuilniszak die je opvult met stro, zo kan de pot niet bevriezen. Bij strenge vorst kun je de pot verzetten (in de schuur bijvoorbeeld), maar je kunt bij planten in volle grond of in een verhoogde bak bijvoorbeeld ook denken aan het draperen van een vliesdoek over de plant (voor het einde van de middag zodat onder het vliesdoek de warmte van de zon nog lang kan blijven hangen).

Je kunt de bovenlaag van de grond in de pot bedekken met wat takken of stro om die grond niet te snel te laten bevriezen. En zo kun je in een periode met strenge vorst de temperatuur net een paar graden hoger te houden. Geef uiteraard in zo’n periode geen water (in de winter geef je sowieso geen of weinig water). En zorg dat je planten of potten niet helemaal afdekt met plastic want dan kunnen de planten verstikken.

OOGST / BEWAREN

Pluk blaadjes wanneer je wilt, zo kort mogelijk voor je haar gaat gebruiken in de keuken. Je kunt een takje met blaadjes nog wel een paar dagen fris houden, door ze losjes in wat papier te rollen en zo in de koelkast te bewaren.

Omdat je bijna jaarrond kunt oogsten vries ik eigenlijk nooit salie in. Je kunt haar wel drogen maar het aroma is heel teer en gaat op hogere temparturen snel verloren, gewoon vers plukken is en blijft gewoon het lekkerst.

Salvia officinalis Nazareth