Rozenstekken na de winter

Ik zag deze week een leuke reactie op mijn website voorbijkomen, van iemand die niet had verwacht dat zelf rozen stekken zo makkelijk en succesvol kon zijn. Ook ik heb vorig jaar (in juni/juli) weer rozen gestekt. Nu het lente wordt moet ik gaan verzinnen wat ik daar mee wil: uitplanten of oppotten. Het kan allebei maar ik kies voor oppotten, daarmee kan ik de stekken nog laten groeien en extra wortels laten maken voor ik ze ergens in de late zomer of herfst uitplant. Als je ze liever nu gelijk uitplant zul je er dit jaar extra goed voor moeten zorgen: oppassen voor droogte, beschermen bij storm, voorzichtig wieden, goed voeden, etc.).

Maar hoe zit dat nou eigenlijk met dat oculeren, en wat is het verschil met enten (van bijvoorbeeld fruitbomen)? Ik vind dat zelf altijd heel lastig 🙄😁. Is oculeren perse nodig, wat zijn de voordelen, etc.?

Bij enten kies je een geschikte onderstam (bijvoorbeeld een boom die klein blijft, weinig last heeft van ziekten, etc.). Je kunt die zelf zaaien maar je kunt tegenwoordig ook heel makkelijk onderstammen kopen, dat scheelt veel tijd. Op die onderstam ent je een gewenst ras (dat bijvoorbeeld lekkere pruimen geeft). Dat gebeurt dus boven de grond. Ik vond dit korte maar heldere filmpje, al zijn er meerdere technieken.

Als je het jonge boompje gaat uitplanten zorg je dat de entplaats ruim boven de grond is (meestal wordt ongeveer 10 centimeter geadviseerd). Als de entplaats vroeg of laat onder de grond belandt zal de originele boom (dus de onderstam) gaan uitlopen. Die uitlopers kunnen flink groeien, een grote boom of struik worden, die weinig of geen of niet heel lekker fruit geeft en uiteindelijk de ‘bovenstam’ verdringt (die dan dus ook niet goed meer groeit, bloeit en vruchtzet). Want ze is niet voor niets geënt: de onderstam is heel sterk, het ras dat je erop zet is juist heel lekker.

Hetzelfde geldt voor oculeren. Er wordt vaak op een heel sterke maar niet perse heel mooie of rijk bloeiende wilde roos (bijvoorbeeld Rosa canabina) geoculeerd. Maar, in tegenstelling tot bij het enten, wordt bij oculeren een knop van de gewenste roos (qua kleur, bloeirijkheid, etc.) onderaan bij de stam van de sterke wilde roos in-/opgebracht. Ik vond daar op de website van Lens Roses ook een kort maar helder filmpje van:

De oculatie vindt dus heel dicht bij de grond onderin de stam van de wilde roos plaats. Later, als de nieuwe roos voldoende is gegroeid, worden de stelen van de wilde roos weggeknipt.

Als je een geënte (fruit)boom koopt zorg je bij het planten dus dat de ent ruim boven de grond is en blijft. Maar bij geoculeerde rozen moet de oculatie juist onder de grond liggen (3 tot 5 centimeter onder de grond wordt geadviseerd). Als de oculatieplaats te oppervlakkig of zelfs boven de grond zou liggen, dan gaat de wilde roos weer uitlopen (en die is veel sterker en wint het altijd van de gewenste mooie roos).

Moet een roos perse geoculeerd worden? Nee, dat hoeft niet, maar er zijn wel een aantal voordelen. Het oculeren op een wilde roos leidt tot een roos met een sterker wortelgestel. En dat zorgt vervolgens voor bijvoorbeeld een goede groeikracht en ziektebestendigheid.

Daarnaast is het natuurlijk ook lucratief voor rozenveredelaars: doordat ze slechts een knop van een roos in de onderstam van de wilde roos zetten kunnen ze heel veel knoppen gebruiken voor vermeerdering. En doordat ze sterker zijn en sneller groeien kunnen ze ze wat eerder verkopen. Aan de andere kant kost het dan nog steeds veel tijd, en het is werk wat niet machinaal kan worden gedaan. Tot slot moeten onderstammen en rassen ook nog weer een extra jaar groeien en worden verzorgd (voeden, wieden, water geven, etc.) voor een roos uiteindelijk kan worden verkocht. Daarom is een roos (en trouwens ook een geënte boom) zo duur: als je het weet waardeer je des te meer alle tijd en werk die het heeft gekost om te zorgen dat een roos uiteindelijk in je tuin staat te bloeien. En dan heb ik het nog niet over veredelen, het zoeken naar, en testen van mooie, gezonde nieuwe rassen.

Maar nee, je hoeft dus niet te oculeren. Je kunt ook zelf stekken. Er is maar één voorwaarde: stek alleen zeer gezonde, groeikrachtige en sterke rozen. Want ze mist het wilde en dus het sterke van de oculatie.

Ik heb bijvoorbeeld Louise Odier. Een prachtige helderroze Bourbonroos uit 1851 die heerlijk geurt. Maar ze is wel moeilijk, bloeit niet goed als ze niet genoeg voeding krijgt en op de juiste plaats staat, in goede grond, etc. Ze heeft last van sterroetdauw en is niet zo groeikrachtig als bijvoorbeeld de gele Graham Thomas (een David Austin-roos) die in mijn tuin naast Louise Odier staat.

Links Louise Odier, rechts Graham Thomas

Graham Thomas is groeikrachtiger, dikkere stelen, bloeit langer en rijker, meer ziektebestendig. Ik zou Graham Thomas wel stekken (uiteraard voor eigen gebruik want ze is kwekersrechtelijk beschermd), maar Louise Odier niet. Al heeft die groeikracht, etc. wel ook voor een deel te maken met de wilde roos waarop ze geoculeerd is (maar Louise Odier is ook geoculeerd).

Roos Graham Thomas

Ik stek dus gezonde en sterke klimrozen en heel goede en sterke struikrozen die resistent zijn tegen roest, sterroetdauw en meeldauw (de 3 grootste vijanden van rozen).

Dit zijn stekken van Graham Thomas die ik in de zomer van 2024 nam, in maart 2025 zagen ze eruit zoals op de foto en kon ik ze voorzichtig uit elkaar halen en per stuk oppotten. Afgelopen herfst heb ik de jonge planten uitgeplant en die hebben vooralsnog de winter overleefd.

Ik had vorig jaar niet zoveel tijd en stekte maar 3 rozen. Dat kwam trouwens niet alleen door tijdgebrek, ik vind het ook gewoon leuk om rozen te ‘sparen’. De allerbeste wil ik wel in de achtertuin en op de volkstuin, alle anderen houd ik gewoon ‘alleen’ zodat ik weer een nieuw ras kan kopen voor een andere plek (in een andere kleur, geur, bloemformaat, etc.). Een zelf gestekte roos is trouwens ook een heel leuk cadeautje 🥰

In juli 2025 stekte ik 3 rassen (ik meld er even bij dat er ook mensen zijn die juist liever in de herfst stekken en die stekken het jaar erop opgraven voor oppotten of uitplanten): Just Joey (een zalmoranje heerlijk geurende struikroos die ik al zeker 25 jaar heb, in mijn tuin oersterk), A Shropshire Ladd (een David Austin stijve klimroos met nauwelijks stekels, lange bloei in een zachte abrikoostint, en mooi blad dat in het begin roodpaars is). En Heritage (ook David Austin), misschien wel de lekkerst geurende roos die ik heb, sterk, groeikrachtig en prachtige witroze bloemen in een mooie komvorm.

Roos Just Joey
Roos A Shropshire Ladd
Roos Heritage

De stekken hebben van juli tot eind oktober thuis in de schaduw gestaan. Toen verhuisde ik ze naar de kas in de moestuin. Met niets anders dan uiteraard voldoende vocht in de winter (uitdrogen is funest voor jonge stekken). Nu werd het weer tijd om te bedenken wat ik wil? Ga ik ze uitplanten met een kans dat ik ze in alle moestuindrukte vergeet? Of ga ik ze uit de pot halen, apart van elkaar oppotten in verse potgrond met voldoende voeding en laten groeien tot ik ze komende herfst uit kan planten. Ja, dat laatste dus.

En dit zijn ze, zo heb ik ze deze week mee naar huis genomen:

Ik zie 12 stekken en slechts 1 dode stek (in de pot rechts). De stekken doen het goed, maken frisse nieuwe scheuten en bladeren. En als ik ze voorzichtig uit de potten haal is dit wat er overblijft als ik de stekken van elkaar heb gescheiden:

Ja, wat mij betreft echt nog even liever in een pot verder groeien. En dus hergebruik ik de potten (ik spaar potten die extra diep zijn – vaak hebben er al rozen of Clematissen of zo ingestaan en dat is niet voor niets 😉).

Zo zien de stekken er nu uit. Ik heb ze na de foto in de halfschaduw tegen het huis aan gezet en flink water gegeven, daar staan ze redelijk uit de wind en krijgen ze niet meer dan 3 of 4 uurtjes zon per dag. Als ze goed zijn aangeslagen mogen ze juist de volle zon in, uiteraard wel met extra aandacht voor water geven.

En nu afwachten of en welke rozen goed groeien, sterk en gezond worden, en wanneer ik ze dan kan gaan uitplanten!! Als ik dat ga doen zal ik nog ruim een jaar wat extra aandacht (qua voeding, vocht, etc.) moeten geven, want deze rozen groeien iets minder snel dan geoculeerde en het duurt dus ook wat langer voor ze een diep en sterk wortelgestel hebben gemaakt en goed voor zichzelf kunnen zorgen.

Op de foto bovenaan dit blog zie je Phyllis Bide, een roos die ik via een stek kreeg van een vriendin in België (met de post verstuurd). Toch ook heel gezond, groeikrachtig en bloeirijk (ik kan het natuurlijk niet vergelijken met dezelfde roos in geoculeerde versie).

Ik schreef trouwens eens een pagina over het stekken van rozen, met veel foto’s ter verduidelijking: Rozen stekken. Ik hoop die pagina dit weekend ook nog even bij te werken. En ik ben ook begonnen aan een pagina over rozen. Met ondertussen ruim 30 of 35 rozen in de tuin denk ik dat ik wel iets over kan schrijven (en in ieder geval mooie foto’s kan laten zien 🥰).

Ik heb vorig jaar grote bamboeplanten uit de achtertuin verwijderd en die ziet er nu heel kaal uit. Maar ik weet wat er ondertussen allemaal nog heel klein en pril voorzichtig uitloopt, van roos Wild Rover, Bathesheba, Katy Road Pink (alleen al voor de naam) tot Clematis viticella Rubra, kamperfoelie, vlinderstruiken en uiteraard Salvia’s. Ik kan me er nu al op verheugen om die bloemen te leren kennen!!

Tot slot van dit blog nog 5 foto’s van andere rozen die ik heb 🥰

Roos Astrid Grafin von Hardenberg
Klimroos Souvenir du Docteur Jamain
Klimroos Florentina
Golden Celebration
Roos Wild Rover

Abonneer
Laat het weten als er
guest

10 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Helen

Wat een duidelijke uitleg over de rozen 🌹ik hoop ze het dit jaar beter doen en gezonder zijn. Je hebt een prachtige collectie, zou er zo mijn neus in steken!

Marianne

Ja rozen, ik snap de lofzang. En wat grappig, ik ben voor dezelfde rozen gevallen als jij. Alleen staan ze bij mij in de borders gecombineerd met vaste planten. Dus als ze even uitgebloeid zijn, staat er toch nog wat moois.
Nog even een vraagje, Diana. Ik heb jouw deno methode toegepast met tomaten zaden. Spannend, maar ze deden het prima. Alleen kwamen er hele lange wortels aan . Ik heb die maar een beetje opgekruld in het plantgaatje. Of had ik ze ook wat korter kunnen knippen?

Marja v.Kaam

Ik was gisteren bij het rozenbedrijf Belle Epoque in Aalsmeer. Prachtige collectie rozen o.a. Japanse rozen. Moeite waard om een kijkje te nemen op de website of een bezoek aan het bedrijf.

Pauline

Hoi Diana, wat leuk te lezen dat jij je rozen in de zomer stekt! Heel fijn, ga ik ook proberen want juli komt eerder dan november.😄 en hoe meer/ eerder plantjes des te meer plezier. Ik stekte dus altijd in najaar en idd, zo leuk om je eigen rozen te kweken! Hier op het zand kies ik idd de sterke, sowieso doen luxe paardjes het hier niet goed. Maar je Doctor Jamain, die staat hoog op mijn lijstje, eerst maar ’s uitzoeken hoe sterk de dokter is. En Wild Rover zag ik afgelopen jaar in een Chelsea tuin (op tv hoor😏) en dat lijkt me ook een topper. En ws best sterk, lijkt dicht bij botanische rozen te staan. Das wishful thinking misschien…

Het enten en oculeren van fruitbomen: enten doe je in het vroege voorjaar, het enthout knip je al in dec./jan. Oculeren gebeurt in de nazomer/ vroege herfst (de bast moet kunnen loslaten), op onderstammen die al in de volle grond staan. De takken met de ‘ogen’ oogst je ook dan pas en idd, je schreef het al, van 1 tak kun je dan meerdere ogen gebruiken dus lucratief.
Maar het is ook spreiding van arbeid over het jaar heen, dus gunstig voor kwekers.
Al sinds 3 jaar heb ik samen met iemand (hij is de kenner, ik de assistent) workshops Appelbomen enten gegeven, ontzettend leuk. In het Arboretum in Wageningen, de opbrengst is volledig voor hun bomenfonds. Dit jaar zelfs een extra dag moeten inlassen ivm de vele aanmeldingen! We hanteren een iets andere methode dan in het filmpje, met nog een extra inkeping in zowel onder- als bovenstam, een soort zwaluwstaart- verbinding. En het enten is verslavend dat kan ik je vertellen!
Nou ja sorry voor dit lange verhaal, als het teveel is verwijder het dan maar hoor!
Groetjes, Pauline

Con

Hallo Diana en Pauline,
Ja, het klopt in stek in de herfst. Ik heb een cursus vermeerderen gedaan en daar kwam natuurlijk het thema “wat is de beste tijd” aan bod en daar zijn vele meningen over. 
Ik vermeerder in de herfst om praktische redenen.
Rozenstekken zet ik in een diepe pot, gevuld met aarde en zand. Ze krijgen veel water en dan gaat er een doorzichtige emmer over. Ze komen op een tafel tegen een wand en krijgen de morgenzon. Zo af en toe kijk ik of het goed gaat, schimmel, te droog, maar meestal doe ik niks. Als ik merk dat ze gaan uitlopen en de temperaturen niet meer zo koud zijn, haal ik de pot eraf en wacht ik af wat er gebeurt. Daarna pot ik ze om in goede aarde. Bijna altijd is het een succes.
In de zomer heb ik geen goede plek voor de stekken; het is te warm. Maar ik heb er ook meer werk aan, steeds weer checken: gaat het goed, genoeg water. In de winter heb ik het probleem dat ik niet weet waar ik ze overwinter. Vandaar dat voor mij de herfst de perfecte tijd is.
Ik heb ze eenmaal in mijn hoogbed gezet in de herfst. Helaas heeft geen enkele stek het gehaald en was te warm, ook in de winter kan het makkelijk 30 graden worden als de zon erop staat. Groetjes Con

Con

Recent heb ik een interessante bijdrage over de resistentie van tomatenrassen gezien.
Hierbij de link
https://www.br.de/br-fernsehen/sendungen/querbeet/resistente-buschtomaten-freiland-braunfaeule-krautfaeule-neue-tomatensorten-102.html

en een pdf
https://www.lwg.bayern.de/mam/cms06/gartenbau/dateien/phytophtoraresistente_buschtomaten_im_freiland_2025.pdf

de vertaling van Google zonder grafieken en bilder

Proeven in de Duitse tuinbouw 2025 Biologische groenteteelt
Teelt van Phytophthora-resistente struiktomaten in de volle grond –
Vergelijking van verschillende oogstcycli

De resultaten – in het kort:
Een standaard verwerkingsvariëteit (zonder Phytophthora-resistentie) ‘Mauro Rosso’, evenals drie nieuwe, resistentie-variëteiten tegen Phytophthora infestans (aardappelziekte) ‘Gutingi’ (rood, rond, vruchtgewicht ca. 50 g, losgroeiende, spreidende plant), ‘Vivaoro’ (geel, rond, vruchtgewicht ca. 27 g, compacte, zeer dichte plant) en ‘Vivarossa’ (rood, rond, vruchtgewicht ca. 25 g, relatief langstelige, spreidende plant) werden buiten zonder bescherming geteeld. De niet-resistente variëteit ‘Mauro Rosso’ vertoonde een massale Phytophthora-besmetting op bladeren, scheuten en vruchten. De geteste nieuwe variëteiten vertoonden een zeer goede resistentie tegen Phytophthora infestans. De hoogste verkoopbare opbrengsten bij wekelijkse oogst werden behaald door het ras ‘Gutingi’ met 8,6 kg/m². Bij een oogstperiode van twee weken stond ‘Gutingi’ ook aan kop met 7,4 kg/m² en bij een eenmalige oogst liet het ras ‘Vivarossa’ de beste oogstresultaten zien met 5,7 kg/m².

Onderzoeksvraag en achtergrond

De teelt van struiktomaten voor de verwerking vindt momenteel plaats in regio’s met droog weer in het voorjaar en hete zomers, omdat anders schimmelinfecties op bladeren en vruchten optreden, wat de opbrengst minimaliseert. In Duitsland wordt al enkele jaren intensief gewerkt aan de veredeling van struiktomatenrassen die bestand zijn tegen onze weersomstandigheden en een stabiele resistentie tegen Phytophthora infestans (phytophthora infestans) vertonen. In dit experiment werden vier struiktomatenrassen met drie verschillende oogstschema’s vergeleken: wekelijks oogsten, oogsten om de twee weken en eenmalig oogsten. De teelt vond plaats in ondiepe bedden met biologisch afbreekbare plastic folie en druppelirrigatie en fertigatie.

De proef omvatte een niet-resistente standaardvariëteit, ‘Mauro Rosso’ (langwerpig ovaal), en drie nieuwe variëteiten: ‘Gutingi’, een ronde, rode, standaardtomaat met een kleine punt; ‘Vivaoro’, een ronde, gele cocktailtomaat; en ‘Vivarossa’, een rode cocktailtomaat.

De oogst vond plaats in drie varianten:
• Wekelijks, waarbij rijpe vruchten met de hand werden geplukt om de volledige opbrengst te benutten (8 oogsten);

• Om de twee weken, waarbij zelfs bijna rijpe vruchten met de hand werden geplukt om oogsten en dus arbeidstijd te besparen (5 oogsten);

• Een laatste oogst, waarbij de gehele planten werden afgesneden en de vruchten vervolgens met de hand werden gesorteerd.

Gedetailleerde resultaten

De vier variëteiten werden gelijktijdig in drie herhalingen op drie bedden geteeld. Op alle bedden werd druppelirrigatie geïnstalleerd en deze werden afgedekt met mulchfolie. De planten werden na de IJsheiligen op 20 mei 2025 op de voorbereide bedden geplant en konden zich zonder snoeien of ondersteuning vrij ontwikkelen. De tomatenplanten werden al vóór de eerste oogst zwaar aangetast door aardappelziekte (Phytophthora infestans). De resistentie van de drie variëteiten ‘Gutingi’, ‘Vivaoro’ en ‘Vivarosso’ kon zo worden getest.

Het sorteren van fruit in verkoopbaar en niet-verkoopbaar fruit gebeurde grotendeels op basis van criteria voor de versmarkt. Fruit dat in de opslag had gelegen, gebarsten, te klein of misvormd fruit werd als niet-verkoopbaar beschouwd. Tijdens de oogst scheurde sappig fruit gemakkelijk open bij de steel, waardoor het ongeschikt was voor transport en dus ook niet-verkoopbaar. Voor verwerking en directe verkoop kan een deel van het niet-verkoopbare fruit worden gebruikt zonder kwaliteitsverlies. Tijdens de oogst werden verwerkingscriteria toegepast en werd alleen groen en rot fruit eruit gesorteerd.

De verkoopbare opbrengsten van alle variëteiten waren het hoogst bij wekelijkse oogst. Wekelijkse oogst betekende 8 plukrondes, tweewekelijkse oogst reduceerde dit tot 5 rondes en eenmalige oogst betekende één keer snijden in het veld en sorteren op de boerderij. Alle variëteiten reageerden met lagere verkoopbare opbrengsten op het verminderde aantal oogstrondes.

De variëteit ‘Gutingi’ had de grootste vruchten van de resistente variëteiten met ongeveer 50 g en behaalde de hoogste verkoopbare opbrengst per vierkante meter van alle variëteiten met 8,6 kg. De verkoopbare opbrengst daalde tot 7,2 kg bij tweewekelijkse oogst en tot 5,2 kg/m² bij eenmalige oogst. De vruchten hadden relatief dunne schillen en een klein puntje aan het uiteinde. Hier ontwikkelde zich rot wanneer er vocht aanwezig was. Omdat de eerste rijpe vruchten aan de trossen ook de grootste waren, was het totale gewicht aan onverkoopbare vruchten aanzienlijk hoger. De groeiwijze was spreidend en los, waardoor de vruchten gemakkelijk zichtbaar waren, maar ook gevoelig voor zonnebrand.

De variëteit ‘Vivarosso’ produceerde rode cocktailtomaten met een gewicht van ongeveer 23 tot 26 gram. De vruchten waren relatief stevig en barstten niet snel. Bij wekelijkse oogst bedroeg de opbrengst 8,3 kg/m². ‘Vivarosso’ had de hoogste opbrengst van de geteste variëteiten bij een enkele oogst, namelijk 5,7 kg/m². Het plukken van de kleine vruchten was arbeidsintensiever dan bij de grotere vruchten van ‘Gutingi’. De groeiwijze was los, spreidend en open; de vruchttrossen lagen meestal op de grond onder het blad en volledig rijpe vruchten vielen er gemakkelijk af.

De variëteit ‘Vivaoro’ is geel en weegt 25 tot 29 gram; het is ook een cocktailtomaat. De verkoopbare opbrengst, 6,0 kg/m² bij wekelijkse oogst, bleef achter bij de andere variëteiten. De vruchten waren aantrekkelijk, met een aromatische, lichtzure smaak. De planten groeiden rechtop en dicht, en vielen meestal alleen om door het gewicht van de vruchten of door weersomstandigheden. De vruchten hingen in dichte trossen in het binnenste van de plant en onder het blad. Met een verkoopbare opbrengst van 4,7 kg/m² per oogst bleek de soort relatief stabiel, en sorteren op locatie is economischer en efficiënter dan handmatig oogsten in het veld.

De ‘Mauro Rosso’-variëteit, een referentievariëteit zonder resistentie, is een rode, eivormige en stevige tomatensoort die in ons klimaat diverse problemen kent. In 2024 had een Phytophthora-infectie de planten al gedood vóór het begin van de oogstfase, en in 2025 werden veel vruchten aan de eerste trossen aangetast door necrose aan het uiteinde van de vrucht. De planten vertoonden zeer snel tekenen van Phytophthora-bladinfecties, en ook de vruchten raakten geïnfecteerd. De variëteit is geschikt voor de verwerking en blijft stabiel, zelfs tijdens transport, maar is te ongeschikt voor ons klimaat.

Gevoelig voor ziekten. Economische levensvatbaarheid is niet gegarandeerd.

De geteste struiktomaten bleven vrij van aardappelziekte en bruinrot, ondanks de hoge regenval
en koele temperaturen eind juli en begin augustus. Begin augustus vertoonden alle variëteiten uniform
een infectie met een andere bladvlekkenziekteverwekker, die echter niet kon worden geïdentificeerd.

Er werd schade aan het blad en de stengel waargenomen, maar geen schade aan de vruchten.

Teelt- en experimentele instructies

• Experimentele opzet: 3 varianten (oogstritmes), 4 variëteiten, elk 3 keer herhaald
• Perceelgrootte: 4,00 m x 1,25 m = 5,00 m², 1,00 plant/m²
• Zaaien van alle variëteiten op 1 april 2025

• Verspenen op 10 april 2025

• Uitplanten op 20 mei 2025, volgens het experimentele plan, 5 planten/perceel, 0,8 m plantafstand = 1 plant/m²

• Teeltmethoden: Biologisch afbreekbare mulchfolie, druppelirrigatie, één rij per bed

• Gewasbescherming: Sluxx slakkenkorrels, eenmalig verspreid aan het begin van de teelt

• Basisbemesting: 50 kg N/ha met hoornkrullen + 40 kg N/ha met haarmeelkorrels, 100 kg K/ha als kalium sulfaat

• Topbemesting: 8 juli 2025, vloeibare toediening via druppelirrigatie, 35 kg N/ha (Hauert NK 9% N)

• Waterverbruik: 29,30 m³ voor een totaal proefoppervlak van 350 m², inclusief één bed met onbepaalde tomaten, paden en randen

• Start oogst: 23 juli 2025, met wekelijkse en tweewekelijkse oogst

• Oogstdatum: 20 augustus 2025 voor ‘Vivaoro’ en ‘Vivarosso’

28 augustus 2025 voor ‘Mauro Rosso’ en ‘Gutingi’

• Einde oogst: 11 september 2025, met wekelijkse en tweewekelijkse oogst

Kritische opmerkingen: De bestaande resistente tomatenrassen zijn nog niet geschikt voor economisch succesvolle grootschalige teelt in Noord-Europa. De veredeling vordert echter enorm en er worden de komende jaren verbeterde rassen verwacht.

Verwacht De huidige variëteiten zijn al zeer interessant voor moestuinen en CSA-projecten (Community Supported Agriculture) en zouden opgenomen moeten worden in het assortiment jonge planten dat verkrijgbaar is bij tuincentra.

Er kunnen andere schimmelziekten voorkomen; de resistentie geldt alleen voor Phytophthora infestans.

Het bepalen van het optimale oogstmoment voor één oogst is een uitdaging. Als er te vroeg geoogst wordt, zullen er nog veel onrijpe vruchten aanwezig zijn. Als er te laat geoogst wordt, zullen de rijpe vruchten al afgevallen en verrot zijn.

Con

oef bij rozenstekken geplaatst! Dat is een beetje dom

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Naar de reacties