Mijmeren

Het regende donderdag. Dit keer niet zo’n vervelende 30 millimeter water tellende hoosbui met hagel, onweer en veel wind, maar een heerlijk malse regen zonder wind en met aardige temperaturen. ‘Groeizaam weer’ zou mijn vader hebben gezegd (en ik dus ondertussen ook). Mooi om de kas eens op te ruimen.

Ik was alleen en het is wellicht vreemd maar ik word daar altijd gelukkig van; alleen, in de regen, in mijn eigen tuin, in mijn eigen kas, met mijn eigen zaden, plantjes, schrepel, schepje, onkruid en zaailingen, de regen die tegen het raam tikt en het frisse groen dat ik buiten ruik. Ik kan het iedereen die een druk leven heeft aanbevelen. Net als ieder ander heb ik ook kleine en grote zorgen, maar het piekeren stopt altijd als ik in de grond wroet. Zou het de geur van de grond zijn? Of het gevoel van planten in mijn handen? Ik weet het echt niet, ik weet alleen dat het bijna altijd zo werkt. Ik heb Monty Don in een tuinprogramma ooit horen zeggen dat alleen en ongestoord in de tuin werken bijna iets meditatiefs heeft. Nou ja, daar was ik misschien wel te nat, te vuil en te moe voor. Maar ook gelukkig. En het was productief. Ruud, buren, vrienden; het is allemaal heel leuk en gezellig maar voor je het weet ga je even staan of zitten, kletsen, bij iemand kijken, etc.. Niet dat ik alleen zou willen tuinieren, integendeel, maar zo’n dagje alleen met mezelf in mijn tuin is heerlijk. En zo krijg ik nog eens wel af wat ik me van tevoren had voorgenomen 🙂

Tijdens mijn kwaliteitsuurtjes in de kas dacht ik aan het gesprekje dat ik eerder die dag met een tuinbuurman had; toen hij ongeveer 15 jaar geleden op de volkstuin kwam maakte hij als eerste verhoogde bakken en stopte met spitten. Ik kan me herinneren dat we (en daarmee bedoel ik de mensen die al langer op het complex moestuinierden en dus ook mezelf) er met verbazing naar keken. En ook wel moesten gniffelen. Want wat moest een mens daar nou mee, allemaal van die open houten kistjes? Dat was vast nutteloos. Ik denk dat ik toen jong genoeg was om geïntrigeerd te zijn maar tegelijkertijd te oud om mijn eigen tuinstijl klakkeloos weg te willen en kunnen gooien. Ondertussen heb ik natuurlijk ook verhoogde bakken :-). En ik leerde van verschillende mensen weer andere leuke soorten, methoden en zienswijzen. Maar vrijwel altijd wel in mijn eigen tempo en op mijn eigen manier, vaak door mijn eigen fouten te maken 😀

Eén van de laatste dingen die ik leerde is het maken van ‘Fermented Plant Juice’. En zo staat deze pot met smeerwortel en ruwe rietsuiker hier sinds gisteren op het aanrecht. Ik schreef er vorig jaar een pagina over die ik dit jaar met nieuwe ervaringen aan hoop te vullen: Zelf plantenvoeding maken

Het gesprekje met mijn tuinbuurman en de start van een mooie voorraad plantenvoeding liggen in het verlengde van een appje dat ik van tuinvriendin Laura kreeg, met de link naar een column van Alys Fowler op de website van The Guardian. Zo herkenbaar, inspirerend en met zoveel liefde geschreven dat ik hier beter de link kan plaatsen dan er zelf een blog over schrijven: Artikel Alys Fowler op de website van The Guardian

Het is een Engelstalig artikel, gemakkelijk automatisch te vertalen. Maar ik weet ook dat niet iedere bezoeker van mijn website daar even handig in is. En er worden door het onderwerp nogal wat woorden verkeerd vertaald (beginnend bij de titel; Vuilnisbak je schop 😀 ). Voor de mensen die niet handig zijn met Engels, automatische vertalingen of internet in het algemeen heb ik de vertaling waar noodzakelijk aangepast en onder dit blog, onder de laatste foto geplaatst. Ik hoop en denk dat Alys Fowler en The Guardian me in dit geval wel vergeven.

En dan, terug naar de realiteit; het natte en koele weer, de opgevreten worteltjes en de peterselie die na 3 keer zaaien nog niet wil kiemen. De aardappelen die door kou/natte grond heel onregelmatig bovenkomen, en de pas uitgeplante bonen die door de slakken zo lekker worden gevonden. Het oprukkende onkruid dat vooralsnog geen last schijnt te hebben van kou, slakken, etc., en de snijbiet die prima is gekiemd maar wat staat te verpieteren omdat ik nog geen tijd heb gehad om de zaailingen uit te planten. Ik zou er om kunnen zuchten, ware het niet dat ik de vertaalde column vanmorgen nogmaals heb gelezen. Echt waar, het doet een mens goed!!

Dan volgen hieronder nog wat foto’s die ik deze week maakte, en daaronder de column. Ik wens iedereen een zonnig weekend!!

De pas uitgeplante stokbonen worden erg lekker gevonden!

De aardappelen in de volle grond doen het niet best maar de aardappelen die ik in februari in pot en zak in de kas pootte heb ik vorige week buiten gezet. Ze zijn al zo groot dat ik ze wat moet ondersteunen.

Sla in een grote pot: zo zijn we de meeste slakken te slim af en nu de plantjes groot genoeg zijn kunnen we er eindelijk lekker van gaan oogsten! Ik oogst nooit een krop sla maar zet altijd meerdere planten waarbij ik telkens van elke plant 1 of 2 blaadjes oogst; zo kan ik veel meer en over een langere periode oogsten. Ik schreef er al eens een blog over: Sla pellen

Oh ja, over de doperwten en kapucijners kan ik ook niet klagen; de zaailingen zijn ondertussen jonge planten en we hebben het vliesdoek ter bescherming weg kunnen halen.

Tot slot dan de vertaling van de column van Alys Fowler in The Guardian, op 10 mei 2023 geplaatst.

Dump je spade, vergeet kunstmest en luister naar het onkruid

Kriebelt het om je tuin of moestuin onder handen te nemen nu de lente eindelijk is aangebroken? Niet zo snel! Het leven is veel gemakkelijker als je met de natuur meewerkt in plaats van ertegen.

Na bijna 30 jaar tuinieren, waarvan een aantal bij mooie instellingen zoals de Royal Horticultural Society en Kew Gardens, heb ik me gerealiseerd dat veel van wat ik heb geleerd niet verkeerd is maar zeker ook niet precies klopt. Al die moeizame inspanningen; wieden, bemesten, graven, verzorgen, snoeien, selecteren en aanpassen; het werkt niet. Niet voor de planten, niet voor de grond en niet voor mensen en dieren die erin vertoeven. Overal ter wereld hebben inheemse culturen hun manier van tuinieren gebaseerd op het observeren en eren van de ecologie, terwijl wij in de ‘ontwikkelde wereld’ onze regels zelf maakten en volgden. Onze poging om de natuur te beheersen heeft geleid tot slechte relaties met alle wezens in de tuin, waardoor alles in een soort gevecht is veranderd; of dat nu maaien, schoffelen, water geven of één of ander beestje aanvallen is. Het is veel werk en tegenwoordig veel meer dan ik bereid ben er in te stoppen. Nu de lente zich eindelijk ontvouwt, kunnen we dit groeiseizoen misschien allemaal een beetje ontspannen, in plaats van hard in onze tuinen te gaan werken, en wat meer tijd besteden aan kijken en luisteren; wachten in plaats van reageren, en meer ‘in de tuin zijn’ en minder ‘in de tuin werken’. Hoe? Hier vind je wat tips:

Dump je spade

Als je geïnteresseerd bent in tuinieren heb je vast wel eens gehoord van ‘no dig’, waarbij je spitten vermijdt en in plaats daarvan een schoffel pakt. In plaats van de grond om te draaien (een structuur die honderden miljoenen jaren in de maak is geweest en dus lang en hard heeft nagedacht over welke kant het op zou moeten gaan), schoffel of ‘kietel’ je de grond slechts lichtjes om ongewenst onkruid te verwijderen. En zo laat je massa’s microben, schimmels en insecten intact, precies waar ze willen zijn. Blije microben zorgen voor blije plantenwortels die beter in staat zijn om voedingsstoffen op te nemen, ziekten en plagen te bestrijden en droogte te weerstaan. Als je dat op die manier blijft doen zal er uiteindelijk minder onkruid verwijderd moeten worden.

Elke bodem heeft zijn ‘onkruidzadenbank’: het gezegde luidt: “Eén jaar zaden laten maken is zeven jaar onkruid wieden”. Maar eigenlijk zijn het voor een aantal onkruidsoorten zelfs tientallen jaren. Ze zijn er niet om je te ergeren, maar fungeren als reddingsvest voor de bodem. Want onbedekte en onkruidvrije grond wordt heel gemakkelijk beschadigd of geërodeerd door het weer: de zon bakt, de wind droogt, de regen striemt en daardoor slaat de grond dicht of spoelt uit als het vaak/veel regent. Nogmaals, die miljoenen jaren van evolutie was geen systeem dat stil zat, maar vooruitging naar een punt van zelfredzaamheid en veerkracht. Het overgrote deel van de onkruidzaden heeft licht nodig om te ontkiemen; hoe meer je de grond verstoort, graaft en woelt, hoe meer licht je binnenlaat en hoe meer de grond zich moet haasten om zichzelf te beschermen. De grond gebruikt daar haar onkruidzadenbank voor; om zich te beschermen en om het systeem bij elkaar te houden.

Maak wieden makkelijker

Het wordt tijd dat we het woord onkruid helemaal laten vallen. Zelfs de helden onder het onkruid (zoals smeerwortel, brandnetel, etc.). Misschien kunnen we over ze praten als gewone mensen of ouderen (ze bestaan ​​al veel langer dan wij), omdat elk onkruid in je tuin je iets heel belangrijks probeert te vertellen. Hoe meer één type domineert, hoe luider de preek is. Paardenbloemen zeggen dat je grond een beetje compact is, weinig voedingsstoffen aan het oppervlak bevat, met name calcium en kalium. Brandnetels vertellen je dat er te veel oppervlaktestikstof is (en dat is niet zo goed als het klinkt). Een vlaag van eenjarig onkruid zoals veldkers en vogelmuur zegt dat je bodem wordt gedomineerd door bacteriën, terwijl distels, schapenzuring, overblijvende ossentong en smeerwortel een teken zijn dat het oppervlak weinig voedingsstoffen bevat en alleen planten met lange penwortels in die grond gedijen. Bramen hebben de neiging zich te vermenigvuldigen als er veel stikstof is maar zorgen zo ook voor meer houvast. Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat ze een potentiële rol spelen bij de natuurlijke regeneratie van boomzaailingen. Als je eenmaal begint te kijken naar de ecologie van alles wat we onkruid noemen zul je ontdekken dat het essentieel is voor het recyclen van voedingsstoffen, het leveren van voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel voor allerlei soorten insecten, in alle weersomstandigheden. En niet alleen voor bestuivers, maar ook voor bijvoorbeeld bladmineerders die micromotten worden, en vliegen die voedsel worden voor hongerige vogels die uit het nest komen. En die worden vervolgens weer voedsel voor de daar hoog boven vliegende roofvogels. ‘Ik weet het,’ hoor ik je zeggen. Natuurlijk weet je het. Maar de kans is heel groot dat je nog steeds gaat wieden, ook wanneer het niet noodzakelijk is.

De meeste mensen willen de grond gewoon helpen. Maar als je het wieden wat rustiger aan doet (natuurlijk zul je soms nog steeds moeten optreden) en in plaats daarvan op de grond let, is de kans groot dat je een ‘incidentele ingrijper’ wordt. Eenjarige planten zijn een teken dat de bodem door bacteriën is gedomineerd, geëvolueerd van alluviale uiterwaarden naar weiden en velden. Ze gedijen het best in het gezelschap van bacteriën en minder goed in bijvoorbeeld de door schimmels gedomineerde bodems van bossen. Schimmels gedijen op hun beurt goed in koolstofrijke grond, want dat is wat ze eten. Als je veel eenjarig onkruid hebt, voeg dan meer koolstof toe aan je grond, bijvoorbeeld in de vorm van zelfgemaakte compost, herfstbladeren of karton (dat kan worden versnipperd, plat worden neergelegd of toegevoegd aan je composthoop). Je hoeft het niet eens in te graven – de wormen zullen het voor je omzetten en zorgen dat het in de grond wordt opgenomen. Dat wil zeggen; als je je spade hebt gedumpt. Want één van de grootste bedreigingen voor regenwormen is onze gewoonte om te ploegen, wroeten en graven; deels omdat we ze daarmee in tweeën hakken en deels omdat we daardoor wormentunnels verwoesten (wormen hebben hun eigen prachtige architectuur die de bodem ondersteunt).

Omarm rot en dood

Dus we hebben de spade gedumpt en het wieden aanzienlijk verminderd. Nu is het tijd om te stoppen met opruimen. We doen het allemaal; een vergeeld of afgeknabbeld blad verwijderen, de afgestorven bladeren opvegen, stokken oprapen, en dode en stervende takken, twijgen en stengels wegsnoeien. Deels omdat het idee was dat dit materiaal slakken en andere plagen en/of ziekten zou bevatten. Dat zou kunnen, maar de plaag van de ene ziel is het avondmaal van de ander. Het is waar dat slakken van een hoopje vochtige, licht rottende bladeren houden, maar dat geldt ook voor de kevers die erop jagen. Dit verhaal speelt zich keer op keer af: als er iets woekert in een natuurlijk systeem zal iets anders (en soms meer dan één ding) deze kans aangrijpen om de balans te herstellen. Een tuin die deze balans mag vinden, heeft geen problemen met plagen of ziekten – er zijn wezens die leven en sterven, soms ook nog in bloei, maar zelden ten koste van het hele systeem. Deze evenwichtsoefening kost tijd, meerdere jaren of langer, maar ik beloof je: zelfs de slakken komen tot rust. Rotting, ziekte, ongedierte zijn slechts het recyclingsysteem van de aarde. Het is geen grote sprong in het diepe om op de tijd te vertrouwen. Planten bestaan ​​al veel langer dan dat wij tuinieren, met genoeg tijd om te werken aan de nuances van wederkerigheid.

Stop met het najagen van snelle groei

Al sinds de tweede wereldoorlog aanbidden we stikstof en fosfor ten onrechte als koningen van de kunstmest. Synthetische meststoffen, een zeer slechte kater van de productie van bommen, deden ons geloven dat we het systeem konden manipuleren. Door ze te gebruiken, konden boeren elk stukje grond in een veld vol oogst veranderen. Althans, voor een tijdje. En dat gegeven sijpelde door in hoe we tuinieren. Er is een veel breder debat over het gebruik van kunstmest en met name stikstof in de landbouw, maar dat hebben we grotendeels niet in de hand. Maar onze eigen tuin wel. Die heeft geen behoefte aan chemische middelen. Ten eerste verschillen alle bodems maar synthetische meststoffen, met name de soort die aan tuinders wordt verkocht, hanteren een one-size-fits-all-benadering. Waar je ook bent, je geeft altijd dezelfde hoeveelheid plantenvoeding. Deze synthetische meststoffen blijven niet in situ; ze rennen weg en/of kunnen uitputten of uitspoelen waardoor de vruchtbaarheid afneemt (zelfs als er ook nog steeds organisch materiaal wordt toegevoegd). Kortom, als je kunstmest koopt betaal je voor winst op korte termijn. Zelfgemaakte compost is gratis, het bouwt je grond op, helpt koolstof op te slaan en voedt je planten. Zelfs als je het heel slecht doet.

Composteer ter plekke

Als je een nog zorgelozere aanpak zoekt kun je het grootste deel van de compostering doen zonder te sjouwen. Ruim je uitgebloeide planten niet op, laat de pompoenstengels en -bladeren liggen, haal de oude tomaten- en bonenplanten niet weg maar laat alles op de grond liggen. Je kunt het bedekken om dingen te versnellen – tuinders gebruiken voor het gemak meestal zwart plastic, maar karton is er in overvloed, gratis en gemakkelijk genoeg voor een kleine tuin. Afgedekt of niet, hierdoor gaan de gewasresten direct terug naar waar ze vandaan komen. Als je direct terug wilt planten in de ruimte waaruit je net hebt geoogst of die je hebt vrijgemaakt, probeer dan de gebruikte gewassen met de hand te maaien, te snoeien, te versnipperen of te hakken en er in of tussen te planten. Het is sneller, vermijdt het slepen van groenafval naar de composthoop en weer terug, en het zorgt voor prachtige, brokkelige grond. Dat hele idee van schoffelen en harken om een ​​fijne grond te maken om in te groeien? Blijkt dat het beter wordt gedaan door het bodemleven dan door jouw zweet. Ik suggereer niet dat we compost moeten opgeven. Het is nog steeds de beste manier om met huishoudelijk organisch materiaal om te gaan, of het nu gaat om voedselverspilling, papier en karton, haren van huisdieren, etc. Je hoeft alleen geen extra compost of mest aan te brengen die speciaal voor je grond is. Als je de ‘direct-in-en-op-de-grondmethode’ toepast kun je met minder moeite en minder kosten een rijkere bodem maken. En als je toch liever compost koopt, neem dan turfvrije; het afgraven van turf vernietigt kostbare veengebieden die we nodig hebben voor koolstofopslag, schoon water en overstromingsbeheer. Degenen die op veengebieden leven willen nergens anders wonen, dus laten we hun huis niet verwoesten voor de idioterie van het tuinieren.

Stimuleer kruisbestuiving

Laten we tot slot het diverse, het iets andere, het variabele in onze bloemen en voedingsmiddelen omarmen. Al millennia lang selecteren en kweken we planten zo dat wij er baat bij hebben. Dit is ook ons oorsprongsverhaal maar voor lange tijd was dit een ontspannen proces van de bestuivers hun werk te laten doen, zaden bewaren, opkweken en opmerken wat het beste werkte voor de omstandigheden waarin je woonde en tuinierde. Technisch gezien staat het bekend als het creëren van een landras, een oude cultivar die variabel is en vaak veel allelen (vormen van genen) bevat die niet aanwezig zijn in moderne speciaal gekweekte cultivars. Tuinieren met landrassen is het tegenovergestelde: vergelijkbaar met een plantenorgie, je laat al je wortelvariëteiten, of wat je ook kweekt, met elkaar kruisbestuiven om een ​​diverse kweekpopulatie te creëren. Het is een overlevingsstrategie die de genenpool diversifieert. Het resultaat is een rode biet of een boon of bloem die niet uniform is; terwijl de verschillende allelen hun expressie uiten, varieert een landras in kleur, grootte, textuur en zelfs smaak. Iedereen kan zo veredelaar worden. Het is een leuk experiment van meer dan vijf jaar dat heel weinig moeite kost en je zal belonen met groenten en bloemen die volledig werken voor jouw tuin, groeisysteem en bodem. Wil je niet de hele zomer buitensporig veel water geven (mag ik je eraan herinneren hoe heet en droog vorige zomer was)? Kweek een bladgroente die het niet nodig heeft. Heb je arme grond? Kweek een aardappel die ervan houdt. Wil je een tomaat die ergens naar smaakt, maar geen last heeft van late vorst? Het kan allemaal.

Zaai alle genoemde soorten die de gewenste eigenschappen hebben, kweek ze en stimuleer de kruisbestuiving met behulp van bijen. Selecteer en bewaar alleen zaden van de planten die het goed doen. Begin volgend voorjaar opnieuw met het zaaien van je geoogste en bewaarde zaden. De helft ervan overleeft het misschien niet maar je hebt veel zaden dus dat maakt niet uit. Laat de bestuivers bij de nieuwe planten, kies zaden uit degenen die werken en ga zo maar door. In een paar seizoenen kun je zo al wat groenten hebben die helemaal zijn aangepast aan jouw grond – het kan nog een paar jaar extra duren voordat je bijvoorbeeld de perfecte tomaat vindt.

We weten niet waar we naartoe gaan en wat onze toekomst op deze planeet is maar we kunnen dat avontuur het best goed voorbereid aangaan; met een brede genenpool, in relatie met onze ‘gewone’ volksplanten en hun sterke eigenschappen. Met ontzag voor onze insecten, gefascineerd door onze schimmelvrienden in de bodem, aangevuld met onze liefde en energie. En zoals elke vriendschapsgroep kun je dat het beste doen door rond te hangen, achterover te leunen en te genieten van elkaars gezelschap. Bij dit alles pleit ik er niet voor om het tuinieren op te geven, maar om het perspectief te verschuiven van wat er moet gebeuren. Als de paardenbloem, brandnetel of veldkers niet in de weg zit; laat hem dan staan. Als de plant ten onder gaat in een orgie van bladluizen, laat het dan aan een ander wezen in de tuin over om het op te ruimen. Laat planten op hun plek doodgaan. Leer kijken en observeren voordat je een zet doet. Je zult zien dat de natuur veel meer bereid is om te helpen dan dat ze problemen veroorzaakt”.

Op de website van The Guardian kun je nog veel meer columns van Alys Fowler vinden, over saladegroenten, zomerdroogte, rabarber, etc.: Colums van Alys Fowler

Tot slot dan nog 1 foto; van roos James Galway, die alles wel zo’n beetje opsomt: met gaatjes (ik gok op rupsen), met luizen, maar toch zo oersterk, groeikrachtig, ruim 2 meter hoog, vol nieuwe stelen en blad, en nu al in knop, klaar om te gaan bloeien.

Abonneer
Laat het weten als er
guest

23 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
Gerard

Wat een verstandige tuinbuurman heb je😉🤭

Diana

Hoi Gerard,
Nou hè  😄 
Veel succes, kalm aan en geniet van de tuin!
groetjes,
Diana

Kevin Broekhuizen

Prachtige blog, bij mij staan dan nu de mais, pompoenen, courgetten, komkommers en struikpompoenen erin volgende week maandag ga ik de tomaten, paprikas en pepers erin zetten. Tuinieren is gewoon prachtig om te mogen doen geeft zoveel rust, enige stukje wat ik zelf nog lastig vindt ik heb maar beperkt tijd door mijn werk en gezinsleven en dan heb ik een mega tuin en het lukt mij wel dat kwa groentes bij te houden en fruit alleen het bijbouden van onkruid is een uitdaging, nog even wat op verzinnen op grote schaal ondertussen is de volkstuin stuk al uitgegroeid tot 550 vierkante meter :O geniet van het prachtige weer.

Petra

Hoi,
Idd heel herkenbaar en inspirerend. Ik ben nu nog meer gemotiveerd om op de ingeslagen weg door te gaan. Ik spit al jaren niet meer, gebruik geen kunstmest, en heb door tijdgebrek nauwelijks tijd om onkruid te wieden, maar wordt daardoor wel regelmatig getrakteerd op ‘cadeautjes’ (zaailingen van vaste planten).
Top column van Alys Fowler !
En dankjewel Diana, dat jij dit artikel vertaald en gedeeld hebt met ons.
Groeten,
Petra

Stella

Hallo Diana, ik noem de moestuin ” my happy place ” het is zo raar ,maar daar word ik instand rustig en gelukkig .Het zit in mijn genen denk ik ,heb het van mijn moeke ( grootmoeder ) en ik denk dat mijn dochter dezelfde microbe heeft .Ik hoop dat ik het nog lang kan doen ( ben nu 71 ).
De laatste jaren wel meer en meer bloemen die ik zaai .ik word zo vrolijk van al die kleurtjes .
Bedankt voor de vertaling van het artikel, heel interresant .Ik heb in de platte bak al jaren last van veel vogelmuur ,dus bacteriën 🤔.
Zou het komen doordat ik daar veel compost in doe die door volkstuinen aangekocht word voor de tuinders ? Die zou gestoomd zijn en dus geen onkruidzaden mogen bevatten ,maar natuurlijk ook niks goed .groetjes Stella.

Pien W

Dag Stella, vogelmuur kan je natuurlijk als onkruid zien maar ik vind het eigenlijk een superleuk plantje. Vogels en kippen vinden het heerlijk, het zit bomvol vitamine en eiwit. Wij eten het graag op een broodje met bijvoorbeeld kaas of een hardgekookt ei. Dus eigenlijk past het perfect in je bakken! En let eens op de bloempjes, als ze overdag gesloten zijn komt er regen. Nou?? Onkruid?? Groetjes, Pien

Stella

Hey Pien ,heb het eens geprobeerd om te eten ,vond het niet geweldig .Onze kippen zijn er niet meer, kregen alsmaar vossen op bezoek .Dus als ik mijn radijsjes en rucola en koriander niet meer vind tussen de muur gaat hij eruit 😉

Pien W

Haha! Ik snap je helemaal! Het is mijn eeuwig dilemma. Ik wil zo graag héél verantwoord tuinieren. Gesloten kringloop, no dig, chop and drop, hoe mooi is het leven? Hoe simpel lijkt het op al die internetfilmpjes. Maar soms jeuken mijn handen. “Wat een rot stuk, zal ik toch een keertje spuiten?” Zie ik gelukkig net op tijd wat wormen en een wegspringende kikker, dus nee, dat doe ik niet. En dan sta ik daar weer weg te maaien met een strimmer, laat ik die boel liggen, mijn geweten weer gesust en heel trots. Wat was het moestuinierleven nog simpel toen wij nog niet nadachten over al die “moderne” dingen. Maar toch…dit jaar 7 nieuwe vogelsoorten in onze tuin, een eekhoorn met jongen, twee egelnesten, Bocking 14 die tot vèr boven mijn knie staat te bloeien, overal zoemende hommels en bijen….het is het heel gewoon echt allemaal waard! Geniet nog jaren van “your happy place”! Groeten, Pien

Margie

(on)Kruiden de zelfvoorzienende wezens in de moestuin!
De groene, bloeiende topscheuten van vogelmuur in gemengde salade…
De vogelmuur bevat saponinen, lost vastzittend slijm op en bevordert het ophoesten ervan. Maak een kompres van een gekneusd plantje en leg het op de borst.
De kracht der Natuur…snoepgoed én medicijn

Het basiskookboek Eetbare Wilde Planten van
Marion de Kort, food designed by Nature
De do’s en de don’ts, een ontdekkingsreis.

Natuurlijke groetjes

💃

Ellen

Leuke column van Alys. Het idee om ter plekke te composteren ga ik uitproberen. En het is altijd goed om na te denken over de tuin de grond en de dieren die er leven. Luizen haal ik nooit meer weg sinds ik daar een koolmees mee bezig zag. Alleen slakken……. Dat is wel een dingetje. Maar ik ga ermee aan de slag en dit soort dingen heeft tijd nodig. Het is wel heerlijk om in de tuin te zijn en te werken.

Agnes

Altijd mooi om je stukjes te lezen

Laura

Heerlijk om te lezen Diana, zowel jouw mooie intro (hier is ook niks zo rustgevend als even een uurtje alleen in de moestuin) als het vertaalde blog. Hier nog jong genoeg om ‘no dig’ direct uit te proberen zodra ik er voor het eerst van hoorde haha. S avonds laat na de cursus in Drenthe weer thuis, meteen de composthoop op een plak karton uitgereden. En wat een hit! Dit is inmiddels drie jaar geleden en sinds dien de moestuin (na jaren spitten, toen -geïnspireerd op jou- alleen greniletteren) volledig no dig. Wij zijn om!

X

Afke

Dank weer voor jou treffende blog! Mijn man zegt altijd: hoe je ook naar de volkstuin toe gaat, je komt altijd met een goed humeur weer thuis😃. Het in de aarde woelen, bedje voor bedje opruimen, uitplanten, oogsten: het is goed voor lijf en ziel. Ik moet er niet aan denken dat er ooit een tijd komt dat ik het niet meer kan doen… Ik kan niet zonder m’n tuintje! En dank voor de vertaling van het artikel van alys Fowler! Ik spit al jaren niet meer maar leg dat elk jaar weer uit aan medetuinders: je HOEFT niet te spitten!

Laatst bewerkt op 1 jaar geleden door Afke
Petra

Helemaal mee eens, niet spitten, karton , afdekken, compost erop.. gaat als een trein. Dank Diana voor de leuke mailtjes. En de vertaling.

Mia

Wat een wijze en ware woorden worden er hier geschreven door jou en door Alys. Bedankt om de link te delen.

PienW

Alys maakte jarenlang op de BBC “The edible garden”. In haar achtertuin van ca.200m2 liet ze van alles groeien, een soort minivoedselbosje, hield zelfs kippen en had fantastisch leuke recepten. Op Youtube staan de filmpjes nog, ik geloof niet dat ze tegenwoordig nog op TV komt. Aanrader!!

Mia

Bedankt voor de tip !

Pauline

En in aanvulling op die tv serie is er ook een boek van met dezelfde titel, door Alys geschreven. Zó’n aanrader, heel fijn boek!!!

Mia

Bedankt ! Ik volg haar ondertussen op instagram.

Pauline

Dank weer voor je fijne blog, heel herkenbaar: alleen zijn op de tuin is inderdaad bijna meditatief. En je hoort en ziet zoveel van wat er allemaal verder nog op de tuin gonst, kruipt, leeft. Verrukkelijk.
Mooi en inspirerend ook de blog van Alys, en ze heeft vast geen bezwaar tegen je vertaling; in het kader van spread the word!

Paula Bean

Het artikel staat in cursief (schuin schrift), er lijkt iets misgegaan met de formattering. Bij de tussentitel “Dump je spade, vergeet kunstmest en luister naar het onkruid” zie ik ook wat vreemds: de titel is cursief, alleen de laatste letter ‘d’ in ‘onkruid’ staat niet in cursief.

Marja

wat een interessant artikel, ik kan hier wel wat mee

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Naar de reacties