Categorie archief: Blog 2019

Veel

Alles komt tegelijk. Ik heb gezaaid, ik kan nog wat uitplanten, ik moet nodig wat opbinden, en wieden natuurlijk, water geven, tikken, opruimen, en we kunnen ook al oogsten. En zoals ik wel vaker zeg: oogsten heeft ook consequenties voor de rest van de dag (want het verdwijnt niet vanzelf in vriezer of pot).

Ik ging donderdag even naar de tuin om peultjes te oogsten, ik kwam pas 2 uur later weer thuis, met een tas vol doperwten, een bosje rode stengeluitjes, 4 bakjes aardbeien, 1 bakje frambozen, 1 bakje aalbessen en 1 bakje kruisbessen. De peultjes was ik nota bene vergeten.

 

In het voorjaar lopen we graag aan het begin en aan het einde van een tuindag even een rondje door de tuin. Om te kijken of er al iets kiemt, of groeit, of bloeit, of we iets kunnen doen, bedenken wat we de volgende tuindag willen doen, etc.. Maar vandaag (21 juni) is de zomer begonnen. Een rondje tuin in het voorjaar duurt een kwartiertje, een rondje tuin op een dag als deze duurt meer dan een uur.

Want alles komt tegelijk: de stambonen krijgen heel voorzichtig boontjes, de stokbonen moeten opgebonden worden, de maïs heeft water nodig, de snijbiet schiet door, een zonnebloem valt om, de dahlia’s gaan bloeien, de tomaten moet nodig gediefd en opgebonden worden, de koolzaailingen kunnen uitgeplant worden, de komkommer moet worden opgebonden, we kunnen sugar snaps oogsten, de aardappelplanten worden geel, de knofloken vallen om, de pruimen moeten worden uitgedund, en zo kan ik nog wel 100 dingen opnoemen. Er is niet alleen heel veel te doen maar ook heel veel te zien en te genieten. Dus we beginnen gewoon ergens en zien wel waar het schip strandt.

We hebben de eerste knofloken geoogst, ze zien er goed uit, zijn mooi groot en stevig, en er is geen teken van de preimineervlieg.

 

We hebben nog niet alle knofloken geoogst, de planten die nog groen zijn en rechtop staan laten we groeien tot ook die geel worden en omvallen.

We hebben ook een rijtje aardappelen geoogst, mooie grote rode Tiamo’s. We gaan deze lekker in de komende weken eten, hoeven geen aardappelen meer te kopen. Maar 90% van de planten laten we nog in de grond, ze zijn nog grotendeels groen en mogen blijven groeien tot de aardappelen van het eerste rijtje op zijn en de planten afsterven (tenzij er natuurlijk iets met de planten gebeurt of we vrezen voor aardappelziekte).

We hebben de laatste aalbessen geoogst, we oogsten volop aardbeien, en nu beginnen de eerste blauwe bessen te rijpen:

 

En dus verwijdert Ruud vandaag het onkruid en zet alvast stokken, dan kunnen we morgen het net over de planten hangen en stevig rondom bevestigen (het is altijd handiger om dat samen te doen). Hier zijn vooral merels verzot op blauwe bessen, dus we gebruiken een blauw net en zorgen dat het zo goed vast zit dat de vogels er niet in verstrikt kunnen raken.

Van sommige tuinbonenplanten zijn de laatste peulen geoogst en de planten gerooid, de dag erop is de plek in de grond alweer ingenomen door wat koolzaailingen (boerenkoolspruitjes/Flowersprouts) die ik had gezaaid en die nodig uitgeplant moesten worden. En ik had ook nog wat laatste afrikaantjes gezaaid, die kunnen daar mooi voor en tussen staan.

We oogsten al zomerworteltjes:

 

Ik trek voorzichtig de dikste worteltjes uit de rij (gelukkig staan de worteltjes in een verhoogde bak in luchtige en losse grond), de achtergebleven dunnere worteltjes hebben zo gelijk wat meer ruimte en kunnen verder groeien.

We doen zoveel mogelijk, nu het nog 20 graden is. Want vanaf zondag schijnt het heel warm te worden, boven de 30 graden. We kunnen dan niet heel veel meer doen dan ’s avonds naar de tuin gaan om die te verzorgen, overdag is het er veel te warm (tussen de kassen in en daardoor ook windstil is het er nog een paar graden warmer dan buiten de volkstuin). We zijn blij dat het de afgelopen week nog flink heeft geregend, de grond is nu nog nat en de watertonnen zijn gevuld.

Maar als het zo warm wordt is het wel altijd extra spannend voor de kas, want daar wordt het bij die zomerse temperaturen wel zo’n 50 tot 55 graden. De ramen zijn wat verder opengezet en de deuren blijven vanaf zondag open. En ik heb heel ruim blad weggehaald, meer dan wat ik normaal zou doen, om de simpele reden dat de kas hier bij zulke warme temperaturen zo vochtig kan worden dat het vocht langs de ruiten loopt. In dat geval is de kans op het klonteren van stuifmeel groot, en dat zorgt dan vervolgens weer voor een slechte vruchtzetting en dus een kleinere opbrengst. Het nadeel is dat bij het verwijderen van veel blad de kans groter wordt dat vruchten verbranden (letterlijk zonnebrand). We houden het dus goed in de gaten, geven ruim water, luchten goed, hopen op zo af en toe wat stapelwolken of sluierbewolking en een frisse zeewind en anders gaan we overwegen om de kassen ook nog te kalken.

Ik word trouwens nog modern: ik heb een Youtube-kanaal en heb daar 2 korte filmpjes op geplaatst, de eerste van kas 2 voor het dieven, opbinden en verwijderen van blad bij de tomaten, en het tweede filmpje is van daarna. Voor wie het eens wil zien:

Het zijn maar 2 korte wiebelige filmpjes hoor, en zonder commentaar. Want ik ben heel slecht in commentaar, het beeld moet maar voor zich spreken. Misschien kan ik er in de toekomst eens vaker een filmpje posten, van bijvoorbeeld een stukje van de tuin, of van een plant van een bepaald tomatenras of zo.

Dan ook nog even de link naar een erg leuk en lekker inmaakrecept, afgelopen week maakt ik deze Marmelade van rabarber met sinaasappel en vanille. Dit was de eerste keer dat ik marmelade maakte, maar zeker niet voor het laatst. Ze is minder bitter dan echte marmelade en heeft een lekker fris zuurtje door de rabarber.

Ik vond nog meer marmelade-recepten, bijvoorbeeld een recept van marmelade van pompoen en sinaasappel, die ga ik onthouden voor komende herfst.

En tot slot dan nog 1 foto. Soms heb ik zelf een goed idee, maar veel vaker zie ik iets leuks bij iemand anders. En nu zag ik dit in de kas van  onze tuinbuurman. Hij is op vakantie en vroeg ons of wij zijn 2 kassen bij willen houden (dieven, tikken, water geven, opbinden, etc.). Natuurlijk! Het is heel fijn dat hij heeft gezorgd dat de watertonnen vol zitten, en dat ik direct aan de slag kan wanneer dat nodig is, Want in de kas hangt aan een vrolijk blauw touw een paar klompen met daarin wat ik nodig heb als ik wil dieven en opbinden, snoeischaar en op maat geknipte binddraadjes:

 

Handig en ook nog eens heel leuk!!

 

Stoelen

Soms komt iets op je pad. Ik wist het van mezelf niet maar ik blijk een stoelenfetisjist te zijn.

Het begon vorig jaar met twee van deze stoelen die ik van een tuinbuurman kreeg:

 

Ze waren van gietijzer, zwaar, oud en al wat aan het doorroesten. Onhandig, scherp, en vooral niet lekker om op te zitten. Maar ik vond ze prachtig! En ik kreeg een visioen: van Tropaeolum dat er door- en overheen zou groeien. Dat is me tot nu toe trouwens nog niet gelukt. Maar het is leuk om te bedenken wat ik er mee kan, wat er goed bij past.

Ik heb er één zwart gelaten, en ik heb er één met metaalverf blauw geverfd (die had ik nog over van het verven van de hekwerken rond de tuin). Aan de zwarte is nu nog niet zo veel te zien. Maar de blauwe begint al ergens op te lijken:

 

Achter de leuning van de blauwe stoel groeien en bloeien sugarsnaps met witte bloempjes, en rond de stoel staan blauw bloeiend komkommerkruid,  wit gipskruid, Salvia guaranitica Blue Enigma, paarse kool, roze Cosmos bipinnatus Xsenia en witroze snijbiet Peppermint.

Ik begin er lol in te krijgen. En Ruud zelfs ook. Hij vond eerst dat de 2 stoelen vooral ruimte innamen en onhandig waren maar hij geeft nu toe dat het er best leuk uitziet.

En 2 weken geleden kwam er nog een stoel, stoel nummer drie. Deze stoel is van hout, ze stond samen met nog zo’n zelfde stoel plus een houten tafel vooraan op het tuincomplex. Een afdankertje dus. We namen de stoel mee. En voor alle zekerheid ook de tafel (al had Ruud daar nog zo z’n bedenkingen bij).

 

Let ook even op de oude gammele tafel erachter die ik een paar jaar geleden al eens scoorde. Het grote voordeel van tuinieren op een volkstuinencomplex blijkt het feit te zijn dat er altijd mensen zijn die dingen weggooien die ik wil hebben 🙂

Maar nu hebben we dus twee tafels. Of eigenlijk drie, want we hebben ook nog een klein tafeltje (met stoelen) om aan te zitten, wanneer we wat eten of drinken of willen zaaien, stekken of verpotten.

“Wat moeten we eigenlijk met drie tafels?”, vraagt Ruud? Ik geef toe dat het wat krap is, er moest wel wat geschoven worden met tafels, potten en stoelen. Maar de beste smoes die ik had was bijvoorbeeld dat we oogst op de tafel kunnen leggen om mee naar huis te nemen. “En je kunt er je tas of sleutels op leggen. En er passen wat potten op die anders op de grond zouden staan en daar ruimte innemen”, somde ik op.

Blijkbaar waren mijn antwoorden goed genoeg want ondertussen staan beide tafels in de tuin. De eerste, grote tafel die bij de houten stoel stond staat nu op het terras. En ik had nog rode verf op zolder. En ik hou van rood, net zoveel als dat ik van blauw houd:

 

De nieuwe oude afgedankte tafel heeft een tweede leven op ons terras. Het is nog niet helemaal naar mijn zin, er mogen bijvoorbeeld wat mooiere potten op. Maar dat komt vanzelf wel (mezelf kennende).

En dan de houten stoel; die is ook rood geworden. Ruud wilde de stoel eerst schuren en helemaal glad maken maar ik kon hem er (met wat moeite) van overtuigen dat juist alle onregelmatigheden het tot zo’n mooie stoel maakte. En zo ziet ze er nu uit:

 

Ze heeft een mooi plekje gekregen, voor de kas, tussen de kruisbes en een verhoogde bak met perzikboompje en eenjarige bloemen in. De bleekroze roos in pot staat er de rest van deze zomer en herfst maar is eigenlijk voor de achtertuin (op een plaats waar we een Dahlia hadden gepoot die niet meer leefde – tot ik eergisteren zag dat ze toch nog uitloopt 🙂 ).

Voor de oude gammele tafel (die je op de foto van de ongeverfde stoel zag) had ik ook nog een leuk idee. Misschien paste ze net naast de deur van de kas, daar staat ze niet teveel in de weg, en ook daar is ze handig, om er oogst die mee naar huis mag op te leggen, of een snoeischaar of schrepel of schepje, of een tray of potten met zaailingen die uitgeplant kunnen worden.

Bij het opmeten bleek dat het precies zou passen. “Alsof ze er voor gemaakt is”,  zeg ik tegen Ruud. Ruud zweeg maar haalde vervolgens wel een blikje lavendelblauwe verf tevoorschijn. Het kostte 16 euro, “en dat voor een tafel die bijna op instorten staat”, mompelde hij nog, maar ging vervolgens aan de slag met verf, kwast en roller. En dit is het resultaat:

 

De rode Papaver rhoeas-bloemen zijn mooi meegenomen en de Salvia microphylla in pot op de tafel lokt heel veel hommels. Helemaal goed! Je ziet door de ruit van de kas de rode stoel voor de kas. En minder goed te zien maar op de tafel staat een bakje aardbeien, en een blauwe schaal (die ruim 5 jaar ergens in een hoek van de tuin heeft gelegen) past er goed bij en ligt vol met vers geoogste doperwtjes en sugar snaps voor het eten die avond.

En zo hebben we dus naast de stoelen en het tafeltje waar we zelf regelmatig aan zitten een bijna compleet meubilair verzameld 🙂 .

Zelfs Ruud vindt het blijkbaar leuk. Want onverwacht komt hij aanlopen met de andere afgedankte stoel die was achtergebleven. “Ach, vond je hem ook zo eenzaam zoals hij daar helemaal alleen was achtergelaten?”, vraag ik. Maar dat gaat Ruud natuurlijk te ver, “Je hebt nog een beetje rode verf over” is zijn antwoord. Wat de reden dan ook is, ook deze vierde stoel is van harte welkom. Al heb ik Ruud  wel gelijk moeten beloven dat het wel het laatste meubelstuk in de tuin wordt.

Tot slot nog even 2 meldingen:

Ik heb de laatste tijd veel foto’s op mijn Instagram– en Facebookpagina geplaatst. En één van de laatste foto’s is die van de stelen van snijbiet die ik in zoetzuur heb ingemaakt, en dat blijkt verrassend lekker. Ik heb beloofd het recept op de website te zetten en dat vind je hier: Zoetzuur van snijbietstelen

 

En dan tot slot nog even de link naar het blog dat ik op de website van Pokon heb geschreven, het gaat dit keer over mijn oude en tevens hernieuwde liefde: Salvia microphylla

En ik kwam er later achter dat ik op diezelfde website 3 jaar geleden ook al eens een blog over deze plant schreef. De link naar dat oude blog vind je onderaan dat blog, of via deze link: Grote liefde.

Ik word oud of ik schrijf teveel (ik hoop op het laatste maar ik gok  het eerste 🙂 ). Want ik kon me helemaal niet herinneren dat ik al eerder over Salvia microphylla schreef. Ik heb het zelf ook even gelezen en pas nu begint me iets te dagen. En ik begrijp nu ook gelijk waarom ik zo veel langer over het schrijven doe dan 3 en meer jaar geleden: de blogs waren toen veel korter maar ook anders van stijl. Niet beter of slechter maar anders. Uiteindelijk ‘klets’ ik nog steeds wat over tuinieren. Maar ik probeer er nu blijkbaar meer informatie in te stoppen, en daarvan wil ik de gegevens natuurlijk ook checken voor ik het plaats, ook dat kost wat meer tijd. Mocht je het leuk vinden om het overduidelijke verschil in schrijven, toen en nu, te zien, dan is het wellicht leuk om de 2 blogs na elkaar te lezen 🙂

En tot slot een foto van zo’n Salvia microphylla (en ik heb die liefde dus in twee blogs uitgelegd, dat moet samen met de foto’s op deze pagina toch genoeg zijn om een paar mensen ‘aan de Salvia microphylla te krijgen’ 🙂 ).

 

Toppen en oogsten

Ik kreeg een week of 2 geleden van 2 mensen de vraag wat te doen wanneer een tomatenplant zichzelf heeft getopt (of wanneer je de tomatenplant per ongeluk een handje hebt geholpen 🙂 ).

Ook hier hoor, op een dag waarop ik alle tomatenplanten moet dieven, tikken en blad verwijderen en ik haast heb gebeurt het me bijna elk jaar wel een keer dat ik bij per ongeluk eens een top uit de tomatenplant knip (in plaats van de dief). Dat is nog niet zo erg, want dan wordt de dief de nieuwe stam (misschien niet ideaal maar het zij zo).

Er zijn ook stamtomaten die zichzelf toppen. Dat zijn vaak vleestomaten, bij cherrytomaten heb ik dat, geloof ik, nog nooit gezien. Als een tomatenplant zichzelf topt is dat helaas altijd al na de onderste tros (halverwege of bovenin de plant heb ik het ooit wel eens gezien maar dat is zeer zeldzaam).

Oftewel: als die onderste tros bloempjes bloeit zie je dat erboven geen stam is, niets, het zou dus eigenlijk gelijk het einde van de oogst betekenen. Een voorbeeld:

 

De plant is pas 45 centimeter hoog, een leuke tros met bloemen maar verder is er niets meer. Nou ja, hier zie ik nog 2 vrij duidelijke dieven dichtbij de tros waar ik een stam van kan maken. Soms zijn zelfs die er niet. Zoals bij deze plant:

 

In de oksels, zowel links als rechts, zie je alleen maar bladeren. En bovenin zie je een bloemtros. Ze is een stamtomaat maar er is dus geen stam meer. Er lijkt niets meer waar je verder mee kunt gaan.

Maar als ik inzoom zie je dit:

 

Twee pietepeuterige diefjes. Amper een halve centimeter groot. Op dit moment wacht ik graag nog een weekje, om te kijken welke van de twee zich het beste en snelst ontwikkelt. Kies vervolgens welke van de twee je aan wilt houden, en de ander verwijder je. Deze dief wordt de nieuwe stam. Soms kan zo’n diefje dat een nieuwe stam moet worden zelfs helemaal onderin de plant zitten, als er maar ergens iets zit (en dan het liefst zo hoog mogelijk).

Als zo’n diefje nog zo klein is kun je je moeilijk voorstellen dat ze een stam wordt. En bedenk dat ze dunner en slapper is dan een stam, ze moet extra goed en voorzichtig worden aangebonden want ze buigt en knakt makkelijk.

Een week of 2 later zie je pas de potentie en gaat ze voorzichtig op een stam lijken:

 

Rechts zie je de bloemtros, links bij de zwarte pijl zie je dat een minuscuul diefje uiteindelijk dikker is geworden en ondertussen al aan de stok kan worden aangebonden.

En tot slot dan nog een foto van een tomatenplant waarbij zo’n minuscuul diefje een nieuwe stam is geworden:

Bij de onderste zwarte pijl zie je dat ze uit een diefje in een bladoksel is ontstaan. Dit blijft altijd wel een wat zwakkere plek. Maar goed opbinden zorgt ervoor dat ze netjes langs de stok  groeit. En als je heel goed kijkt zie je dat helemaal bovenin de plant dat de dief haar eerste bloemtrosje maakt. Uiteraard is het belangrijk dat je deze nieuwe stam verder goed dieft en opbindt.

En zo kun je een tomatenplant dus toch nog redden van een kleine plant met weinig opbrengst. Zelfs als een diefje zich onder de bloemtros bevindt kun je die nog tot nieuwe stam maken. En dit geldt dus niet alleen voor een vleestomaat die zichzelf topt maar ook wanneer je zelf de top per ongeluk wegknipt. Of wanneer de stam van een tomatenplant per ongeluk knakt omdat je er bijvoorbeeld met een tray zaailingen langs loopt.

Nou, ingewikkelder wordt het telen van tomaten niet, dit is wel het lastigste klusje dat ik ken. Dan valt het toch erg mee 🙂

Ondertussen zijn de meeste tomatenplanten hier al weer ruim een meter hoog, de tweede trosjes bloemen bloeien en de onderste trosjes bevatten ondertussen al tomaatjes. Het is nu nog bijna niet voor te stellen maar de kans is vrij groot dan w aan het einde van deze maand de allereerste tomaatjes kunnen oogsten.

En verder in de tuin? We zijn blij met de 20 millimeter regen die er is gevallen, en minder blij met de storm van vandaag. Maar er was hier gelukkig geen hagel en bliksem. De tuin was er aan toe (en de natuur was er aan toe want we zagen zelfs al flink wat droog en verdord blad onder de bomen liggen).

Het onkruid groeit ook goed van een goede regenbui, dus voor de komende week staat’ Wieden’ (met een hoofdletter) bovenaan ons werkbriefje. Direct daaronder staat ‘Oogsten’. Want we eten al volop van de tuin, sla en andijvie, rucola, mosterdblad, stengelui, de eerste bietjes, en snijbiet. En heerlijke aardbeien, en de eerste frambozen.

Nog een week (of misschien anderhalf) en dan kunnen we aalbessen plukken. En we hebben al tuinboontjes gegeten, en sugar snaps. En na het weekend kunnen we doperwten plukken.

 

Sterker nog, ik voorzie dat er binnenkort wat gaatjes in de tuin vrij komen, waar sla en andijvie staan/stonden. En het mosterdblad begint door te schieten. En over een week of 3 zijn alle tuinbonen geoogst, en de kapucijners en doperwten. En dan gaan we ook eens een aardappelplant rooien om te kijken hoe ver ze is. En dan beginnen waarschijnlijk ook de knoflookplanten af te sterven.

En dus wordt het tijd om eens te bedenken wat we voor die plekken willen zaaien; verschillende koolsoorten, bonen, bieten, nog een rijtje rammenas, witlof, snijbiet, melde, zonnebloemen, basilicum, anijs, korenbloemen….. er kan nog zoveel! In de Zaaigenda voor de moestuin staan (ik heb ze even geteld) nu nog 138 soorten groenten, kruiden, fruit en bloemen die nu nog gezaaid of uitgeplant kunnen worden!

Zondag zaaien!!

Tot slot nog een foto, van een bloem in de moestuin natuurlijk: Tagetes patula Burning Embers

Moestuinbloemen

Bestaat het woord ‘moestuinbloemen’ eigenlijk wel? Waarschijnlijk niet, als ik zo eens naar het rode streepje onder het woord kijk. Toch vind ik het een handig woord. Want ik denk daarbij aan bloemen die niet alleen mooi zijn maar ook nog iets extra’s bieden. Iets leuks, en dat kan betekenen dat de bloemen eetbaar zijn, of dat ze lekker ruiken, of dat ze geplukt kunnen worden voor in een vaas, of dat ze heel veel bestuivers lokken (en daarmee worden er wellicht en passant ook bloemen van bijvoorbeeld courgettes, bonen, pompoenen, etc. bestoven). ‘Moestuinbloemen’ leveren altijd meer diversiteit in de moestuin op, zowel in verschillende soorten planten alsook in de verschillende soorten dieren die op de bloemen af komen, en dat lijkt me altijd goed.

En nu is het juni. Na al het zaaien, verspenen, uitplanten, voeden en water geven speuren we nu naar de eerste bloempjes. Met deze warmte kunnen we alleen hopen dat er ook nog wat regen valt, dat zou voor niet alleen een groei-explosie maar ook voor een bloei-explosie zorgen.

Op de foto hieronder zie je de Lathyrus odoratus zaailingen die ik in februari in de tuin vond. Ik ken de planten die vorig jaar in de tuin groeiden, en daardoor weet ik dat dit een zaailing van het ras Almost Black moet zijn. Ondertussen is ze iets lichter van kleur, maar dat neemt niet weg dat ze heerlijk geurt en ook nog eens geschikt is voor een klein vaasje.

 

Soms moet een mens wat langer wachten op een bloem. Deze Digitalis purpurea Sugar Plum zaaide ik vorig jaar. Het waren heel dure zaden, in Engeland betaalde ik ruim 2 Engelse ponden voor hooguit 10 zaadjes. En wie zelf ook wel eens Digitalis zaait weet hoe klein en nietig die zaadjes zijn. En hoe makkelijk bij het zaaien dan ook nog eens 2 zaadje per ongeluk van je hand af rollen. Oeps, toen waren het nog maar 8 zaadjes! En dat dat een heel jaar later dit kan opleveren:

 

Er komen veel bestuivers (vooral hommels) op af en de bloeiaren kunnen worden geplukt voor in een vaas (maar dat doe ik nooit, dat vind ik dan weer zonde van de planten).

Dat plukken voor in een vaas doe ik juist wel met Dianthus barbatus, duizendschoon, want die bloemen blijven, als je ze goed plukt en verzorgt, meer dan een week mooi in een vaas:

 

Ik heb dit jaar extra veel bloemen gezaaid. Misschien wel iets teveel, want ik heb vooralsnog geen plaats meer voor roodlof, koolraap, pastinaken en groenbemesters. Die zullen moeten wachten tot de doperwten, sugar snaps, tuinbonen  en kapucijners zijn geoogst en de grond uit kunnen (komend weekend kunnen we daar de eerste peultjes/boontjes van oogsten).

Maar dat neemt niet dat ik heel blij ben met al die bloemen. Ik hoop op een zee van bloemen komende zomer en ben nu al blij met de eerste exemplaren. Het is elk jaar weer bijzonder om te zien wat het zaaien heeft opgeleverd. Zoals deze Eschscholzia californica Apricot Flambeau (slaapmutsje).

 

Het grijsgroene heel fijn geveerde blad steekt mooi af bij de zijdezachte bloemen waarvan de kleur ergens tussen roze en rood en oranje en geel in ligt. Niet eetbaar, niet voor de pluk, maar vooral voor het mooi, en ook hier komen veel, vooral solitaire bijtjes, op af.

En dan is er nog zoveel wat nog niet bloeit maar wel al groeit, en soms zelfs al in knop komt, van Zinnia’s en afrikaantjes, zonnebloemen en goudsbloemen, lupinen en Salvia’s. Ik loop elke dag een rondje door de tuin, op zoek naar de eerste bloeiende bloem van een soort of ras dat voor mij bekend of juist nieuw is. Ik verheug me op de Dahlia’s die ik op kleur heb gekocht, op de korenbloemen die ik misschien wel 10 jaar geleden voor het laatst zaaide, op een eerste kennismaking met de paars bloeiende wortel Daucus carota ‘Dara’, en op een hernieuwde kennismaking met een bijzondere tabaksplant (NIcotiana mutabilis) die ik al eens eerder had en waarvan ik me nog herinner dat ze bloeide als een enorme wolk van witte, roze en lila poederige bloemen, bijna als ‘marshmellows’.

En elke dag komt er iets bij. Gisteren zag ik alleen nog knoppen in de Cosmos bipinnaturs Xsenia, vanmiddag was er ineens een bloem!  Deze eenjarige lokt ook weer veel bestuivers naar de tuin en is tegelijkertijd ook een heel goede snijbloem. De kleur is heel bijzonder, ze heeft zowel iets van lilaroze als oranjerood in zich. Je zou bijna kunnen zeggen dat het vloekt 🙂

Alleen daarom willen we elke dag naar de tuin; tomaten en paprika’s en aubergines tikken in de kas en water geven waar nodig. Uiteraard ook wieden, dat hoort er nu eenmaal bij. En sla, andijvie, rucola, mosterdblad en snijbiet oogsten. Maar dus ook verwachtingsvol kijken wat er nieuw bloeit!

Tot slot nog even de melding dat ik op de website van Pokon een blog schreef over het dieven van tomaten (met een foto die ik vorig jaar bij een tuinbuurman mocht maken van zijn kasje waarin hij de tomaten niet had gediefd): https://www.pokon.nl/blog/tomaten-dieven/

En ik bakte dit weekend een heerlijke rabarbercake, met een crumble van onder andere macadamianoten en witte chocolade. Het recept heb ik vanmiddag op de website geplaatst: Rabarbercake met macadamianoten en witte chocolade.

 

Tot slot dan nog één foto, van een Salvia die ik nieuw kocht, een hybride uit de groep microphylla/greggii/x jamensis: Salvia Beeksterhof’s Senna

 

Misschien wel één van de allerbeste moestuinbloemen die ik ken, want ze heeft ‘het’ allemaal; ze is een kleine heester (of is ze een halfheester?). Ze is matig winterhard maar heel makkelijk te stekken. Ze bloeit van nu tot de vorst. En er komen heel veel hommels op af. En de bloemen blijven een week mooi in een vaas. En het blad ruikt heel lekker (fruitig, kruidig), het is eetbaar, lekker in bijvoorbeeld thee en marinades. En tot slot zijn ook de bloemen nog eetbaar. Wat een feest toen ze begin deze week haar eerste bloempje opende!

 

Preimineervlieg

Ik hou niet van het schrijven over ziekten en plagen. Ik hou ook niet van het letten op ziekten en plagen. Ik heb er ook niet zo veel verstand van. En er zijn zo enorm veel ziekten, schimmels en plaagdieren, ik heb er weinig behoefte aan om me in te verdiepen, ik focus me liever op de leuke kanten van tuinieren. Wij tuinieren graag met het motto: “Het doet het of het doet het niet in onze tuin, en als het niet wil groeien of bloeien, ziek wordt, of dood gaat, dan halen we het eruit en zaaien/planten we wat anders”.

Nou is dat misschien wel wat overdreven, er zijn wel wat ziekten en plagen die ik (her)ken, zoals bonenluis, aardappelziekte (phytophthora), wortelvlieg, pruimenmot, en nog een paar van die vervelende zaken (waar ik al of niet dan nog wat aan kan proberen te doen). En als iets het niet doet in onze tuin, of dood gaat of ziek wordt, probeer ik natuurlijk wel te bedenken wat er mis zou kunnen zijn. Om te bedenken of het onze eigen schuld is en we iets niet goed hebben gedaan. En om herhaling of erger te voorkomen.

En nu is er dus een nieuw plaagdier in onze tuin, en voel ik me genoodzaakt te bedenken wat het is en of en wat ik er aan kan doen. Met dank aan Carine, die na een eerder blog al aangaf dat zij veel last heeft van dat plaagdier, de preimineervlieg. We kennen al wel de uienvlieg maar dit is een nieuwe in het assortiment vraatzuchtige larven 🙂

Hoe het begon: onze uien zien er een beetje raar uit. Daar let ik niet altijd even goed op, gewoon te druk met wieden, zaaien, uitplanten, water geven, etc., je kent dat wel. Maar zo zagen de uien er in een vak uit:

 

Ik dacht eerst dat ik iets teveel voeding had gegeven. En het is natuurlijk ook vreemd weer, eerst warm, toen nat toen koud, toen weer warm en toen weer droog en koud. Daarom dacht ik nog niet heel erg over na over het feit dat de uien niet mooi rechtop staan maar een beetje krullerig groeien en vooral liggen. Het blad is wel mooi groen (en dat is gelijk het grote verschil met aantasting door de bekendere uienvlieg, daarbij wordt het blad gelijk al bruin, lelijk en zacht). Er wordt bij deze uien vooralsnog veel blad gemaakt zonder dat er ook ontwikkeling in de ui (de bol) zit. Ik dacht vooral dat ik eens water moest geven (maar het is hier kurkdroog, we moeten hier alles water geven).

Tot ik de tip van Carine kreeg. En tot onze tuinbuurman over hetzelfde euvel in de uien klaagde. En vervolgens ook nog een andere tuinbuurman. En tot ik de uien in een ander vak in onze tuin bekeek. Want die zagen er wel ‘normaal’ uit:

 

En dus haalden we gisteren eens zo’n kronkelige ui uit de grond (dat doet altijd een beetje zeer, met zoveel plezier en zorg uitgezocht, gekocht en geplant). Zo kun je wat duidelijker zien hoe frisgroen en toch vreemd kronkelig het blad is, en dat er nog weinig ‘bol’ is:

 

En dus pelden we laag voor laag van de onderontwikkelde bol. En jawel, we hebben voor het eerst van ons leven preimineervliegen in onze uien. Op de foto hieronder zie je zo’n afgepelde ui. Ze gaat nooit meer oogstbaar worden, er zijn verschillende gangen in ‘geknaagd’. En als je goed kijkt zie je links een oranjerode ‘pop’.

 

Nog zo’n akelige foto, dit keer in een witte/gele ui (ze maakt dus geen onderscheid in kleur of ras):

 

En dus zocht ik wat meer informatie op internet. Ze is een relatief nieuwe exoot, komt vanuit Oost-Europa. En ze heeft 2 belaagmomenten per jaar. Het ene moment is in maart/april, dan worden de eitjes in de jonge uien- en sjalottenplanten gelegd. De larven die er worden geboren voeden zich met de uien (waardoor die zo kronkelig groeien, en de ui zelf ontwikkelt zich niet en er zitten bruine gangen in).

Het tweede belaagmoment is in de nazomer en herfst, en dan zorgt ze vooral bij prei voor ongeveer dezelfde problemen (slechte groei en bruine gangen waardoor de prei oneetbaar wordt).

Preventief zou het kunnen helpen om hooi hoog tussen de planten te draperen (waardoor de vliegjes minder goed bij de prei- en uienplanten kunnen komen om eitjes te leggen). En je kunt de planten natuurlijk afdekken. Maar omdat de vliegjes slechts enkele millimeters groot zijn zul je dat met het allerfijnste insectengaas moeten doen (< 0,7 millimeter maaswijdte).

Bestrijden zou eventueel kunnen met het biologische middel Pyrethrum. En dat hebben we in huis maar telkens wanneer ik het etiket lees (met opmerkingen dat het een breedspectrum middel is dat dus ook andere dieren doodt, maar ook dat het in verband wordt gebracht met kanker, etc.) gaat het weer met dezelfde vaart terug de kast in. En dan schijnt er nog een middel te zijn dat Spinosad heet en dat ook biologisch is maar veel gerichter werkt (maar wel ook bijvoorbeeld bijen doodt).

En voor nu helpt dat al niet meer. Nu zitten de larfjes al binnenin de ui te smullen, en beide middelen werken alleen wanneer de larfjes nog dichtbij het oppervlak zitten. Voor nu vrees ik dat er niet veel anders opzit dan ui voor ui goed te bekijken en de exemplaren die zijn aangetast uit de grond te halen. En die uien moeten worden weggegooid om te voorkomen dat zo de larven in de uien in de composthoop overleven, verpoppen, uitvliegen en zich zo  vermenigvuldigen (met meer kans op aantasting in de prei komende herfst).

Of en wat we later preventief en eventueel als bestrijding bij de prei willen gaan gebruiken durf ik nu nog niet te zeggen. Bij voorkeur laten we het gaan zoals het gaat. De zomerprei hebben we juist vorige week uitgeplant, en de winterprei is al zo groot dat we ook die binnenkort uit kunnen planten.

Het is bijzonder om te melden dat de knofloken die naast de uien staan nergens last van lijken te hebben, ze zijn mooi dik, kaarsrecht, het blad begint al iets bruin te worden (maar dat is juist het teken dat de bol aan het groeien is en de planten binnen enkele weken afsterven en de bollen kunnen worden geoogst).

 

Maar de sjalotten willen ook niet echt goed groeien. En na die nog eens goed te hebben bekeken, vrezen we ook voor die oogst het ergste:

 

Bij deze zijn we weer een ervaring rijker en een illusie armer. En nu? Niet getreurd, we gaan alles wat er ziek uitziet uithalen en vernietigen. En, dat verschilt niet van de eerste alinea in dit blog: we bekijken het in zoverre positief dat ik gelijk knolvenkel ga zaaien, en nog wat bietjes, en ik krijg alsnog plaats voor de quinoa die ik zaaide, en voor de ‘flowersprouts’.

En nu ik deze nieuwe belager heb gezien kan ik haar een volgende keer makkelijker herkennen, en dan zijn we misschien op tijd om er nog iets aan te doen.

Carine, nogmaals dank voor de tip! En dank ook voor de link waar je meer informatie over de preimineervlieg kunt vinden: Sjef’s Tuintips . En mocht je nog wat meer informatie zoeken, de Engelse naam is Allium Leaf Miner.

Mocht iemand aanvullingen, verbeteringen, tips, ervaringen, etc. hierover hebben, dan hoor ik het heel graag! Want elke dag dat we naar de tuin gaan vertellen weer andere tuinburen ons dat ook hun uien- en sjalottenoogst grotendeels is verwoest. Dus dit is niet alleen voor ons tuincomplex het eerste jaar met de preimineervlieg maar het is ook gelijk behoorlijk ernstig. Is het toeval, komt het door de zachte winter, kan het ras of de herkomst van de plantuien er ook mee te maken hebben, is het de droogte, of heeft het feit dat het al vroeg in de lente zo warm was voor een eerste en gelijk extra grote explosie van dit kleine vliegje gezorgd?

Tot slot dan nog een foto van iets veel leukers dan ziekten en plagen, want de eerste moestuinbloemen gaan bloeien! De Tagetes (afrikaantje), Papaver rhoeas (grote klaproos) en Cosmos (cosmea) zitten vol in knop. En de Dianthus barbatus atrosanguineus gaat bloeien: